Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
13Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3Wat is de waarde van het samenspel tussen kUS en het Kenniscentrum Sociale Innovatie (KSI)? Die is meervoudig. We bouwen met elkaar aan een duurzame regionale infrastructuur, met alle belangrijke partners, gericht op het oplossen van sociale vraagstukken. Het KSI is daarbij coördinator en penvoerder van het kUS. Het Kenniscentrum Sociale Innovatie is één van de vier kenniscentra van Hogeschool Utrecht, waar het praktijkgericht onderzoek is ondergebracht. Daar doen we onderzoek, in nauwe samenwerking met onderwijs en werkveld, in en vanuit het brede sociaal domein. Onze missie is: bijdragen aan een inclusieve, rechtvaardige en veilige samenleving. In en vanuit het kenniscentrum gebeurt veel moois en waardevols, waar ik hier niet verder op in kan gaan. Om u daar een indruk te geven, verwijs ik graag naar onze website.
RAPPORT
In twee regio’s – Midden Nederland en Noord Nederland – is geëxperimenteerd met een bredere reclasseringsinzet op ZSM. De ontwikkeling van een betekenisvolle en contextgerichte aanpak is een belangrijke doelstelling van ZSM. Om deze ontwikkeling goed van de grond te krijgen zijn deze twee pilot-werkplaatsen ingericht. In algemene zin kregen de deelnemende reclasseringswerkers de ruimte en de opdracht om ‘te doen wat nodig is’ en zich daarmee in samenwerking met het OM te richten op betekenisvolle manieren van afdoen en de ontwikkeling van een contextgerichte aanpak. De pilots verliepen in drie fasen. In de eerste fase lag het accent op initieren van nieuwe opties voor een betekenisvolle aanpak en identificeren van belemmeringen om deze aanpak uit te voeren. De tweede fase stond in het teken van uitproberen van nieuwe werkwijzen, die in derde fase uitgebreid en geconsolideerd zijn. In de derde fase is tevens nagedacht over condities bij de inrichting van nieuwe werkplaatsen en voor bredere implementatie van de werkwijze.
RAPPORT
De Hogeschool Utrecht kent een actief beleid om de koppeling tussen praktijkvragen, onderzoek en onderwijs aan toekomstige professionals te faciliteren (Toby & Van Heijst, 2008). In deze bijdrage beschrijven we hoe deze driehoek vorm krijgt binnen de Faculteit Maatschappij en Recht van de Hogeschool Utrecht. Hierbij ligt de nadruk op de verbinding tussen onderwijs en onderzoek. Als voorbeeld nemen we de samenwerking tussen de voltijdopleiding Sociaal Juridische Dienstverlening (SJD) en het lectoraat Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling (PMO) van het Kenniscentrum Sociale Innovatie (KSI).
ARTIKEL
Door de ontwikkeling van ZSM zijn ketenpartners beter gaan samenwerken, maar er is een focus op ‘snel afdoen’ ontstaan. De ambitie is voor kwetsbare slachtoffers en verdachten meer betekenisvol te werken door te verdiepen en meer tijd te nemen om maatwerk te leveren. Daarom vonden van februari 2016 tot eind november 2016 er in een pilot drie experimenten plaats in de vorm van leerateliers verdiepingsomgeving Jeugd Gezin en Zeden. De bedoeling van de leerateliers is het vergroten van veiligheid en veerkracht van kwetsbare daders, slachtoffers en belangrijke derden. De pilots zijn opgezet om een nieuwe vorm van samen werken bij ZSM te ontwikkelen. Het KSI van de Hogeschool Utrecht rapporteerde over de leeropbrengsten van alle drie leerateliers. De sluitsteen is dit korte overkoepelende reflectieverslag dat een aantal kernthema’s bevat waarin telkens per kernthema een aanbeveling wordt gedaan.
RAPPORT
De quickscan ‘Bouwen aan een thuis’ die in opdracht van de U161 is uitgevoerd door het Kenniscentrum Sociale Innovatie (KSI) van Hogeschool Utrecht (HU) in samenwerking met Movisie. Doel van deze quickscan was om bij een aantal projecten geleerde lessen op te halen ter ondersteuning van de ontwikkeling waarbij mensen uit beschermd wonen en maatschappelijke opvangvoorzieningen doorstromen naar een eigen huis in de wijk.
ANDERSOORTIG MATERIAAL
Op 28 juli 2014 is Ben Fruytier overleden. Hij was lector Organisatieconfiguraties en Arbeidsrelaties bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie (KSI) van Hogeschool Utrecht (HU). Tevens was hij als universitair hoofddocent werkzaam bij de Faculteit der Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit (RU Nijmegen). Aan deze universiteit heeft hij arbeid- en organisatiesociologie gestudeerd en is hij cum laude afgestudeerd. Hij was leerling van Ulbo de Sitter en heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de verdere ontwikkeling en toepassing van de sociotechniek in Nederland. In 1987 heeft hij de werkgroep Productie Organisatie en SocioTechniek (‘POST-groep’) opgericht, waarin wetenschappers, organisatieadviseurs en stafmedewerkers van bedrijven en vakbonden werkten aan de professionalisering van het vak van (sociotechnische) organisatieverandering.
ARTIKEL
Er zal dus gekeken moeten worden naar hoe de kans op brand bij zelfstandig wonende verminderd zelfredzamen verkleind kan worden en hoe deze verminderd zelfredzamen zichzelf in veiligheid kunnen brengen als er brand ontstaat. Dit zou kunnen door hier bij de bouw van bijvoorbeeld seniorencomplexen rekening mee te houden, maar ook door bijvoorbeeld het mogelijk te maken dat er een soort “bhv-systeem” opgezet wordt in seniorencomplexen. Dit laatste vereist sociale innovatie: op dit moment is de verplichting voor bhv vastgelegd in de Arbowet. Dit betekent dat er in een complex waar mensen wonen en er geen mensen continu werken, er geen verplichting is om een bhv te hebben. De vraag is dan wie kan dit organiseren in seniorencomplexen en wie zou dan deel uit kunnen maken van dit “bhv-systeem”. Ook het geven van voorlichting over brand en brandpreventie zou een goed idee kunnen zijn. Dit wordt natuurlijk al gedaan door de brandweer maar het zou goed zijn om ook hulpverleners die bij mensen thuis komen bij te scholen over brand en brandpreventie zodat zij hun cliënten hier ook bij kunnen helpen. Op dit moment zijn er al thuiszorgorganisaties die hun cliënten helpen met het aanbrengen en testen van rookmelders en waar thuiszorgmedewerkers getraind worden door de brandweer (Rivas, 2013). Wellicht dat dit breder opgepakt kan worden ook richting de begeleiding van psychiatrische patiënten. Omdat dit een specifieke doelgroep is zou deze voorlichting door de begeleiders zelf gedaan moeten worden, maar dan zullen zij eerst ook getraind moeten worden. Het KSI zou dit kunnen oppakken bijvoorbeeld door lesmateriaal te ontwikkelen voor studenten Social Work.
BOEKDEEL
Hoofdstuk 1 in: Vliet, J.A. van, Menger, A. (Red.) (2015) Dader en slachtoffer, een paar apart Samenvatting boek: Dr. Jaap van Vliet heeft als beleidsadviseur/onderzoeker aan de basis gestaan van de visie van het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering over de relatie slachtoffer en dader in de meest brede zin. Dit heeft in 2014 geresulteerd in een door LJ&R georganiseerd symposium onder de titel: “Dader en slachtoffer: een paar apart?” Het is een actueel en steeds boeiend thema. De visie op zowel wie de dader als wie het slachtoffer is, wat hun relatie tot elkaar en tot de samenleving is en hoe je de dader het beste kunt begeleiden is in de loop der jaren steeds herijkt. In het strafproces zijn van oudsher de belangen van de verdachte goed beschreven en geborgd. Maar voor de slachtoffers was het lange tijd niet het geval. In de politiek en op beleidsniveau wordt momenteel gezocht naar manieren om de belangen van daders en slachtoffers meer met elkaar in evenwicht te brengen. Op het symposium werd hier door een viertal sprekers aandacht besteed vanuit verschillende invalshoeken: de juridische, die van het slachtoffer, die van de dader en die van de reclassering. Omdat het symposium tot verschillende nieuwe inzichten leidde zijn de op het symposium uitgesproken teksten in dit boekje bij elkaar gebracht, zodat zij voor een breder publiek toegankelijk worden.
BOEKDEEL