Op 7 juni vond het symposium ‘Feeling Good!’ plaats, georganiseerd door de Masteropleiding Vaktherapie en het Lectoraat Vaktherapie in de Gezondheidszorg. Het thema van het symposium was psychisch lijden, een onderwerp dat niet zozeer over ziekten in het hoofd gaat, maar over de uitdagingen die mensen tegenkomen in hun dagelijks leven.
LINK
Het is een eer om met deze openbare lezing het ambt van hoogleraar Vaktherapie te aanvaarden. Temeer omdat dit de allereerste leerstoel Vaktherapie in Nederland is. Een bijzonder domein van behandelingen voor mensen met psychische aandoeningen en psychosociale klachten dat sinds jaren is ingebed in de geestelijke gezondheidszorg en in sectoren als de ouderenzorg, somatische zorg, basis- en voortgezet onderwijs. ‘Waarom nu pas?’ ‘Waarom is deze of een vergelijkbare, leerstoel niet eerder ingesteld, wetende dat deze behandelingen al jaren worden toegepast binnen de zorg en daarbuiten?’ Er zijn in Nederland veel vaktherapeuten, circa 5800. In vergelijking met de ongeveer 6700 psychotherapeuten in Nederland (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2018), is het dus geen klein gebied. Er is ook de actieve Federatie Vaktherapeutische Beroepen, dit is de koepelorganisatie van de verenigingen van vaktherapeutische disciplines. Ik ga daar later nog iets over te zeggen en over de ontwikkelingen die er momenteel gaande zijn. In het buitenland zijn er wel leerstoelen op dit gebied. Dus waarom nu pas een leerstoel Vaktherapie?
DOCUMENT
Naar aanleiding van verschillende toepassingen van terminologie rond werkingsmechanismen in de vaktherapeutische praktijk, onderzoek en onderwijs, is er een voorstel beschreven voor een meer eenduidige definiëring van werkzame elementen, werkingsmechanismen en effecten. Tevens verduidelijken we de samenhang tussen de concepten met een visuele weergave en voorbeelden vanuit onderzoek en praktijk. Kwalitatief onderzoek speelt een cruciale rol bij het ontdekken van potentiële werkzame elementen en werkingsmechanismen, terwijl kwantitatief onderzoek deze vervolgens kan valideren en objectiveren. Dit stelt vaktherapeuten in staat om hun therapieën te onderbouwen met evidence-based inzichten, waardoor de effectiviteit en doelgerichtheid van vaktherapie verder kan worden vergroot.
DOCUMENT
Voor u ligt het boek ‘Narrativiteit in vaktherapie’, voor vaktherapeuten in de praktijk. Het doel van dit praktijkboek is om de begrippen ‘narratief werken’ en ‘narratief onderzoek’ toe te lichten en deze te verbinden aan de praktijk van de vaktherapie. Door definitie en uitleg van deze begrippen wordt het begrippenkader van de vaktherapeut itgebreid. Het helpt de vaktherapeut om te toetsen in hoeverre hij/zij werkzaam is volgens narratieve principes. Daarnaast schept het voor vaktherapeuten mogelijkheden hun werkwijzen desgewenst bij te schaven. Kennis over narrativiteit draagt zo bij aan de kwaliteit van het vaktherapeutisch werkveld.
DOCUMENT
De Generieke Module Vaktherapie wordt momenteel herzien tot Zorgstandaard Vaktherapie en daarmee zijn ook de transdiagnostische factoren nader onder de loep genomen. Het denken in termen van deze factoren is sterk in ontwikkeling en er zijn verschillende visies en definities te vinden in de literatuur. Dit roept regelmatig verwarring en discussies op. Hoe kunnen we voorkomen dat we door de bomen het bos niet meer zien? In dit artikel doen we een poging om eenduidigheid te creëren waarmee we hopen verdere ontwikkeling te bevorderen.
DOCUMENT
In dit artikel wordt eerst beschreven wat het verschil is tussen Evidence Based Practice (EBP) en Practice Based Evidence (PBE). Vervolgens wordt ingegaan op het toepassen van EBP en PBE in de praktijk. Dit gebeurt met behulp van de begrippen normativiteit en contextualiteit. Tot slot worden, in het licht van het voorafgaande, de rollen beschreven die de professional kan innemen ten aanzien van het verbeteren en ontwikkelen van zijn handelen. Aan bod komen de 'reflective practitioner', de 'evidence based practitioner' en de 'scientist practitioner'.
DOCUMENT
Vaktherapie werkt aan tekorten/problemen met betrekking tot vier kerngebieden:zelfbeeld, emoties, cognitie en interactie. De vaktherapie richt zich op het opheffen of verminderen van tekorten met betrekking tot dynamisch criminogene factoren, anders gezegd: op risicofactoren uit de SAVRY (12‐18 jarigen) die een relatie hebben met de vier kerngebieden: ? voor het kerngebied zelfbeeld betreft dit de risicofactoren omgang met delinquente leeftijdsgenoten en negatieve opvattingen; ? voor het kerngebied emotie gaat het om de risicofactoren ervaren stress en copingvaardigheden, riskant gedrag/impulsiviteit en problemen bij omgaan met boosheid; ? voor het kerngebied interactie betreft het de risicofactoren omgang met delinquente leeftijdsgenoten, afwijzing door leeftijdsgenoten en gebrek aan berouw/empathie; ? voor het kerngebeid cognitie tenslotte gaat het om de risicofactoren afwijzing door leeftijdsgenoten, negatieve opvattingen en aandachtstekort hyperactiviteitprobleem
DOCUMENT
DOCUMENT