Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
13Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3In deze tekst beschrijven wij een gezamenlijk fundament om in het onderwijscurriculum van het voortgezet onderwijs systematisch aandacht te besteden aan levensbeschouwing en religie door middel van een algemeen vormend kerncurriculum levensbeschouwing en religie. Wij geven daarvoor drie redenen die onderwijspedagogisch samenhangen: een pedagogische reden (persoonsvorming), een maatschappijwetenschappelijke reden (kennis over levensbeschouwing en religie(s)) en een vakspecifieke reden (de aard van levensbeschouwing en religie begrijpen), die met elkaar één geheel vormen. In vaktermen noemen wij deze achtereenvolgens de pedagogisch-antropologische reden, de maatschappelijkreligiewetenschappelijke reden en de hermeneutisch-theologische reden.
ARTIKEL
Dit is hoofdstuk 5 uit het Handboek Vakdidactiek Levensbeschouwing en Religie. De geschiedenis van het schoolvak Godsdienst of Levensbeschouwing is nauw verbonden met de geschiedenis van de complexe relatie tussen onderwijs, overheid en religie. Zeker voor de Nederlandse situatie geldt dat het vak eeuwenlang een bijzondere status heeft gehad in het onderwijs. Die bijzondere status werkt door in de aard en vormgeving van het vak tot op de dag van vandaag – al zijn er duidelijk kenteringen zichtbaar.
BOEKDEEL
In dit artikel ga ik in op de relatie tussen religieuze levensbeschouwing en onze bestaanswerkelijkheid en trek daarbij enkele consequenties voor de psychosociale hulpverlening. De aandacht voor religieuze overtuiging en het belang daarvan voor het daadwerkelijk geleefde leven is de laatste decennia groeiend. Lange tijd is dit onderwerp in de breedte van de samenleving taboe geweest. Onder invloed van een sterk logisch positivistische wetenschappelijke werkelijkheidsvisie en daarmee samenhangende secularisering van de maatschappij werd religie lange tijd gemarginaliseerd en weggezet als een privé aangelegenheid van individuen. Aan de relevantie van religieus geloof voor het welzijn van individu en samenleving werd eenvoudig voorbijgegaan. Religieus geloof werd gezien als een relict uit een inmiddels achterhaald stadium van de menselijke ontwikkeling, en gelovigen werden op zijn best minzaam bejegend als medeburgers die immers ook recht hebben op een eigen positiebepaling in dit leven. De laatste jaren echter is op dit punt een duidelijke verandering aanwijsbaar. Zo verschijnen er publicaties waarin het ‘goedrecht’ van religieus geloof door intellectuelen wordt verdedigd en waardoor het intellectuele debat op dit punt weer wordt gevoerd (H.M. Praag, 2008). Daarnaast zorgt het verschijnsel van de multiculturele samenleving ervoor dat de aandacht voor religieus geloof en haar functie groeit. Ook de aandacht in bredere zin voor zingevingsvraagstukken en moraal (denk aan het normen en waardendebat) is debet aan de herlevende belangstelling voor religieuze levensbeschouwingen. Toegespitst op het thema van dit artikel: binnen de psychosociale hulpverlening werd tot voor enkele decennia hoegenaamd geen systematische aandacht besteed aan de levensbeschouwing van de cliënt en zeker niet als het religie betrof. Jan H.G. Janssen concludeert in zijn bestseller over beroepsethiek voor het maatschappelijk werk (1e druk in 1991) in 2007 nog: ‘We kunnen rustig stellen dat religie vaak een blinde vlek is in de hulpverlening: er wordt geen aandacht aan besteed in de intake en ook zelden daarna’. Ook andere getuigen van dat inzicht worden door hem geciteerd (J.H.G. 2007). Tegelijkertijd constateert hij echter dat ‘er geen christelijke of andere religieuze of godsdienstige hulpverlening bestaat’ en waarschuwt: 2 ‘hulpverlening moet vrij maken en de boodschappen aan anderen overlaten’. De waarschuwing is helder en niet zonder grond, maar doet gelijk een daaraan ten grondslag liggend ideaal van waardevrije hulpverlening vermoeden welke zelf kwestieus is. Hoe dan ook, de aandacht voor levensbeschouwing in de hulpverlening is heden ten dage groot. Publicaties over spiritualiteit en zingevingsvragen volgen elkaar in snel tempo op. In curricula van opleidingen in de zorg- en hulpverlening worden deze thema’s zonder moeite teruggevonden.
PREPRINT
Op donderdag 10 oktober jongstleden werd een nieuw curriculumvoorstel aangeboden aan minister Slob van onderwijs. Aan het voorstel was anderhalf jaar gewerkt door zo’n 150 leraren en schoolleiders, die verdeeld over verschillende ontwikkelteams elk een leergebied voor hun rekening genomen hebben. Hoewel al wel veel tussenproducten bekend waren, werd toch met spanning uitgezien naar dit eindadvies, niet in de laatste plaats omdat spannend was welke plaats er zou zijn voor godsdienst, religie en levensbeschouwing. De voorganger van Curriculum.nu – het rapport van de commissie Schnabel1 – leek geheel aan godsdienst, religie en levensbeschouwing voorbij te gaan en daarmee was het de vraag of deze nieuwe ronde ook daadwerkelijk nieuwe kansen zou bieden.
ARTIKEL
In deze uitzonderlijke bijdrage aan dit Narthex-nummer, uitzonderlijk qua omvang en qua relevantie, beschrijven wij eerst kernachtig het waarom, de doelen en de samenstelling van het zogenaamde Expertisecentrum Levensbeschouwing en Religie in het Voortgezet Onderwijs. Vervolgens geven we in een longread de onderliggende vakinhoudelijke basisnotitie van dit centrum, dat tevens bedoeld is als een pleidooi om het belang van goede levensbeschouwelijke educatie te benadrukken.
ARTIKEL
Video was used in a variety of formats during a third year elective Inholland course ‘Levensbeschouwing’ at the Faculty Onderwijs en Innovatie (education and innovation) in Amstelveen. From April to June (2017), 30 part-time and full-time students on the Tweedegraads Leraren Opleiding chose to follow the course for the ten week study period. Students used a variety of video formats to support and enhance their learning process. This research evaluates how the didactic embedding of video supported the teaching and learning on the course. The objective of the research was to gain insight into the ways in which video supports the learning and teaching process in the course and into the perceived practicality and effectiveness of this video support. The research examined how video was integrated into the course structure, how students and lecturers perceived the practicality of the use of video, and whether they considered it effective. The conversational framework of Laurillard (2002), was used as a framework in which to examine the interaction between students and teachers at the conceptual and application level. An overview was made of the different forms of videos used during the course (both teacher and student generated), how they were viewed and the value of them to the students. A survey was collected on the last day of the course in which students could share feedback on the ways in which video had contributed to their learning process. At the end of the course, a group interview was held with six student representatives (one from each group) and with the lecturers on the course to collect additional qualitative feedback on how video contributed to the learning process.
RAPPORT
Signalen genoeg die wijzen op de behoefte aan een herbezinning op de betekenis van levensbeschouwing in de opleidingen en het werkveld van het Social Work. Onderzoeksvraag Om deze herbezinning gestalte te geven is binnen het lectoraat Sociaal Beleid, Innovatie en Beroepsontwikkeling de onderzoeksgroep Levensbeschouwing en Diversiteit opgericht. Ter oriëntatie op het onderwerp hebben wij, als leden van deze onderzoeksgroep, in 2008-2009 een pilotonderzoek uitgevoerd. In deze pilot stond de volgende vraag centraal: Welke rol speelt levensbeschouwing in de beroepspraktijk van de sociale professional? Daarnaast stelden we onszelf de volgende deelvragen: - Op welke manier speelt de eigen levensbeschouwing van de social worker een rol in zijn professionele handelen? - Welk beleid voeren organisaties ten aanzien van levensbeschouwing en welke invloed heeft dat op de praktijk van de social worker? - Op welke manier speelt de levensbeschouwing van de cliënt/doelgroep een rol in de beroepspraktijk? - Is er behoefte aan toerusting op het gebied van levensbeschouwing en zo ja, welke?
RAPPORT
Verslag van een pilotonderzoek in 2008-2009, uitgevoerd door de onderzoeksgroep Levensbeschouwing en Diversiteit “Gemeentelijk jongerenwerk gekaapt door christenen”1. Deze kop verwijst naar het werk van Youth for Christ in een Amsterdamse wijk. Deze organisatie, die landelijk succesvol is in het jongerenwerk, kwam vorig jaar als beste naar voren in een aanbestedingsprocedure van het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes. Op basis daarvan kregen zij de opdracht om al het jongerenwerk in deze multiculturele wijk uit te voeren. Voorwaarden waren dat ze niet zouden evangeliseren en ook personeel buiten de eigen kring zouden werven. Toen bleek dat ze alleen een personeelsadvertentie hadden geplaatst op de eigen website, brak er een heftige discussie los. Uiteindelijk heeft Youth for Christ deze fout erkend en hersteld. Dit voorbeeld is een concrete illustratie van de actuele en soms gevoelige relatie tussen levensbeschouwing en Social Work.
RAPPORT
Dit hoofdstuk vormt de inleiding op 'Deel 1 - Fundamenten' van het Handboek Vakdidactiek Levensbeschouwing en Religie. In dit deel staan de fundamenten van het vak Levensbeschouwing in het Voortgezet Onderwijs centraal. Gekeken wordt naar de leerling, docent en het schoolvak zelf. Sinds 2017 werken onderstaande lerarenopleiders en vakdidactici van diverse opleidingen in Nederland aan de ontwikkeling van dit vakdidactisch handboek voor het vak Levensbeschouwing in het voortgezet onderwijs. In het boek hebben zij de breedte van het vak de ruimte gegeven. Daarbij komen uiteenlopende benaderingswijzen, fundamentele vragen, maar ook praktische suggesties ruim aan bod. Deze bijzondere samenwerking van de verschillende lerarenopleidingen brengt voor het vak een nieuwe gemeenschappelijkheid. Auteurs uit Nederland en Vlaanderen, uit het hbo, wo en het voortgezet/secundair onderwijs hebben bijdragen geschreven om het zo compleet mogelijk te maken. Zij hopen docenten in het voortgezet/ secundair onderwijs en hun opleiders aan de lerarenopleidingen een handvat en inspiratiebron te bieden met dit boek. Ze hopen dat dit handboek een katalysator mag zijn voor de verdere ontwikkeling van het vak.
BOEKDEEL
Morele vorming kan een niet-beoogd gevolg zijn van onderwijs. Maar het kan ook nadrukkelijk wél beoogd worden en doel zijn van het onderwijsproces. Daarover gaat dit artikel. We beginnen met de verduidelijking van de relatie tussen morele vorming en Bildung (par. 2). Vervolgens behandelen we drie verschillende vormen van doelbewuste morele beïnvloeding in het onderwijs: morele vorming als vak, de voorbeeldfunctie van de docent en een positieve schoolcultuur (par. 3). Morele vorming als vak betreft de vorming in waarden en normen van de leerling. Daarbij kunnen verschillende accenten worden gelegd: waardenoverdracht, waardenverheldering en waardencommunica¬tie. Deze accenten worden toegelicht en we geven aan in welke leeftijdsgroep het zwaartepunt zou kunnen liggen in het onderwijs (par. 4). We ronden dit artikel met de vijf elementen van een moreel proces: morele gevoeligheid, morele analyse, moreel oordeel, morele motivatie en moreel handelen. Daarbij laten we zien hoe morele vorming in het onderwijs kan interveniëren om de competenties van de leerling met betrekking tot deze vijf elementen te versterken (par. 5).
ARTIKEL