Wanneer mensen ziek worden, doen ze er gewoonlijk alles aan om beter te worden en als dit niet lukt willen ze waardig sterven. Bij daklozen is dit dikwijls anders; ze zijn gehard door de straat, verdoven zich met alcohol en drugs en merken pas hoe ze ziek zijn als ze die middelen niet langer gebruiken. Vaak is het voor goede begeleiding bij het levenseinde dan al te laat, omdat het zieke lichaam het vrij snel opgeeft. Dat maakt hun dood even onvoorspelbaar als hun leven.
LINK
Mensen met autisme ondervinden vaak problemen om zich in deze wereld staande te houden, soms dermate dat zij een doodswens ontwikkelen. Hulpverleners hebben hierop niet altijd een passend antwoord. Wat geeft deze mensen met autisme en doodsverlangen weer levensperspectief?
LINK
Patiënten op een intensive-care-afdeling hebben een verhoogde kans om te overlijden. Door de vergrijzing, een hogere complexiteit van aandoening en behandeling en een toename van het aantal ernstig zieke patiënten, stijgt ook het beperken en staken van een behandeling. Naasten van IC-patiënten moeten snel schakelen van volledige behandeling, en hoop, naar terminale zorg voor hun geliefde. Daarom is goede ondersteuning van naasten rondom het levenseinde, tijdens en na de IC-opname, essentieel.
DOCUMENT
Dit artikel is eerder gepubliccerd in het Nederlands Vlaams Tijdschrift voor Palliatieve Zorg, 2020-16 https://nvtpz.org/ Samenvatting (Nederlands) Het kwaliteitskader Palliatieve zorg beschrijft als standaard: Proactieve zorgplanning wordt tijdig en op passende wijze aan de orde gesteld, bij voorkeur door de hoofdbehandelaar of centrale zorgverlener of door de patiënt en diens naasten. Voor het palliatief adviesteam van een thuiszorgorganisatie in het oosten van Nederland is in drie deelonderzoeken onderzocht hoe verzorgenden en verpleegkundigen (V&V) proactieve zorgplanning in de praktijk vormgeven. In de deelonderzoeken zijn diverse onderzoeksmethoden toegepast: interviews, vragenlijsten en focusgroepen. In totaal hebben 238 V&V deelgenomen: 4 in interviews, 185 door het invullen van een vragenlijst en 49 in focusgroepen. Uit de resultaten blijkt dat V&V afwachtend zijn in het aangaan van gesprekken over wensen en behoeften. Dit gesprek wordt niet structureel gepland bij zorgvragers die in aanmerking komen voor een palliatieve zorgbenadering. Voornamelijk hbo2 -verpleegkundigen spreken vroegtijdig over het lijden (59%) en overlijden (55%) in de toekomst. Mbo3 -verzorgenden niveau 3 stellen deze onderwerpen het minst aan de orde, resp. 11% en 9%. V&V maken tot op heden geen gebruik van gesprekstools, maar alle drie de geselecteerde gesprekshulpen 1) Gesprekswijzer Proactieve zorgplanning, 2) Flowchart en 3) Wensenboekje lijken als set implementeerbaar in de thuiszorgorganisatie. Samenvatting (Engels)2 The quality framework Palliative care describes as standard: Proactive care planning is addressed in a timely and appropriate manner, preferably by the main professional or central care provider or by the patient and his relatives. For the palliative advisory team of a home care organization in the east of the Netherlands, three sub-studies investigated how nurses and certified nurses perform proactive care planning in practice. Various research methods were applied in the sub-studies: interviews, questionnaires and focus groups. A total of 238 nurses and certified nurses participated: 4 in interviews, 185 in a questionnaire and 49 in focus groups. The results show that (certified) nurses are cautious when entering into discussions about wishes and needs. These discussions are not structurally planned by all care recipients who are eligible for a palliative care approach. Especially, bachelor nurses speak early about the suffering (59%) and death (55%) in the future, whereas certified nurses level 3 addressing these subjects the least, resp. 11% and 9%. Up to now, (certified) nurses do not use conversation aids. All three selected conversation aids by this care organization 1) Conversation guide Proactive care planning, 2) Flowchart and 3) Wish booklet seem to be able to implement as a set
DOCUMENT
Background: To improve the quality of end-of-life care, hospitals increasingly appoint palliative care nurse champions.
DOCUMENT
Voordat we gaan praten over een voltooid levenwet, moeten we eerst kijken hoe onze maatschappij omgaat met ouderen, aldus Michael Echteld en Joost van Iersel van Avans Hogeschool.
DOCUMENT
Artikel in Cliëntveiligheid: Bij euthanasie of hulp bij zelfdoding faciliteert een arts een patiënt bij het uitvoeren van een zelfgekozen dood. Tegelijk willen we in de GGZ suïcidale patiënten beschermen voor een zelfgekozen dood. Suïcidaal gedrag komt veel voor en is een complex probleem. In Nederland hebben naar schatting jaarlijks 410.000 mensen gedachten over suïcide. 94.000 mensen doen een suïcidepoging.1 In 2020 werden 88 patiënten geëuthanaseerd op basis van een psychiatrische aandoening. 2 Wat zijn globaal de verschillen en overeenkomsten tussen suïcidaal gedrag en het uiten van een wens tot euthanasie? Dit artikel spitst zich bij het beantwoorden van deze vragen toe op patiënten in de GGZ die om euthanasie vragen, of zich suïcidaal uiten
DOCUMENT
Ouderen worden gestimuleerd steeds langer deel uit te maken van de samenleving. Aan de hand van acht gesprekken wordt een eerste duiding gegeven aan hoe de gesprekspartners zin geven aan het leven in hun vierde levensfase.
LINK
Deze trainingshandleiding biedt een overzicht van trainingsbijeenkomsten voor het scholen van medewerkers in de ggz ten aanzien van de toepassing van de toolkit in de praktijk. De totale training bestaat uit drie bijeenkomsten met daaraan gekoppeld huiswerkopdrachten. Voor iedere bijeenkomst is een powerpointpresentatie ontworpen.
DOCUMENT
Dit boekje is uitgegeven in het kader van de openbare les, een ‘openbare redevoering waarmee een nieuwbenoemde lector het ambt aanvaardt’ (Wikipediabijdragers, 2020) van Marieke Groot als lector Persoonsgerichte (Palliatieve) Zorg. Het beschrijft de plannen voor het onderzoek van het lectoraat voor de komende zes jaar. Het beschrijft ook welke bijdragen aan het onderwijs, aan de beroepspraktij (en) en aan de maatschappij worden nagestreefd. De op dit moment lopende projecten op deze terreinen worden eveneens beschreven. Het boekje bestaat uit drie delen. Deel 1 beschrijft de palliatieve zorg, zowel in de historische als in de huidige context en maakt in het laatste hoofdstuk de koppeling naar wat een public-healthbenadering kan toevoegen aan het vakgebied. Public health richt zich in zijn algemeenheid op 1) het bevorderen van gezondheid en 2) het bevorderen van de gelijke kansen daarop; deze beide thema’s zijn uitermate relevant voor de doorontwikkeling van palliatieve zorg en verdienen de komende jaren bijzondere aandacht. In deel 2 staat het brede onderwerp persoonsgerichte zorg centraal, een thema waar de zorg bol van staat en waaraan op veel plaatsen heel hard gewerkt wordt. En waarvan een enigszins cynische auteur ook eens schreef dat het ‘has many evangelists but few practitioners (Hawkes, 2015). Gepoogd wordt handvatten te geven waarmee enerzijds de praktijk en anderzijds het onderwijs en het onderzoek kunnen bijdragen aan het voorkomen van dit wrange (doem)scenario. In deel 3 worden allereerst de twee (vak)gebieden aan elkaar verbonden. Daarna wordt het thema intersectionaliteit, dat in beide gebieden nadrukkelijk speelt en expliciete aandacht gaat krijgen binnen het lectoraat, uitgewerkt. In het laatste hoofdstuk van deel 3 wordt eerst beschreven welke focus het lectoraat legt voor de komende jaren. Vervolgens worden de lopende projecten op het gebied van zowel onderzoek als onderwijs geschetst en de plannen op deze terreinen. Als laatste staat de visie van het lectoraat op HR als compassionate hogeschool centraal.
DOCUMENT