Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid zijn er meer mensen met overgewicht dan met ondervoeding. Overgewicht is in snel tempo toegenomen en is een van de grootste maatschappelijke (gezondheids)problemen van deze tijd. Overgewicht heeft ondervoeding overschaduwd. In "The land of plenty"’ is geen gebrek meer, en dus geen ondervoeding zou je verwachten. Ondervoeding blijkt echter ook in deze tijd nog steeds een van de grootste maatschappelijke (gezondheids). Door inactiviteit of door ziekte kan spiermassa afnemen en wordt het steeds lastiger ondervoeding door de laag vet heen te ontdekken. Het aanpakken van overgewicht en ondervoeding door de professional vergt goed gewichtsmanagement. Voeding en beweging spelen hierbij een cruciale rol. Energie uit de voeding is gerelateerd aan vetmassa, en eiwit uit de voeding en beweging is gerelateerd aan spiermassa
DOCUMENT
A list of measurement instruments used in Urban Vitality research projects regarding frailty and ageing. The list is based on the research protocols of the 14 projects that were examined.
Per instrument a link to https://meetinstrumentenzorg.nl/instrumenten/ is provided (if available).
MULTIFILE
The need for excess weight gain prevention in disadvantaged young children is widely recognised. Early Childhood Education and Care teachers are potential key actors in early interventions to prevent overweight and obesity. This study examines the effects of a preschool-based intervention for teachers in promoting healthy eating and physical activity in young children. A cluster randomised controlled trial was conducted at 41 preschools in a deprived area of Amsterdam, The Netherlands. The intervention consisted of 2 programmes that were applied in succession: A Healthy Start and PLAYgrounds for TODdlers. The study period was 9 months. Primary outcomes were assessed via questionnaires and included teachers’ knowledge, attitude, food/activity-related practices, and level of confidence in promoting healthy behaviours. Secondary outcomes in this study were teachers’ and children’s BMI (z-score), body composition, dietary intake and physical activity level. Intention-to-treat analyses were performed using linear mixed models. In total, 115 teachers and 249 children (mean age 3.0 (0.2) years) were included. A positive effect on teachers’ knowledge about the Dutch dietary guidelines was found after the programme A Healthy Start (difference = 1.38; 1-sided 95% CL = 0.29; p = 0.02). This effect was not sustained at 9 months (difference = 0.34; 1-sided 95% CL = -0.76; p = 0.31). The overall intervention had a positive effect on 3 of the 5 attitude statements regarding a healthy lifestyle (difference ranged from 0.34 to 0.55) and on the practice scale Activity-related-Modelling (difference = 0.16; 1-sided 95% CL = 0.06; p = 0.01). No intervention effects were observed on food-related practice scales and the level of confidence in promoting healthy behaviours. At this stage, no effects were seen on teachers’ and children’s BMI (z-score). This study contributes to the professional development of Early Childhood Education and Care teachers and addresses the call for interventions to prevent overweight/obesity and to minimise health inequalities in young children.
MULTIFILE
Is een laag-koolhydratendieet effectiever dan een energiebeperkt dieet bij de behandeling van overgewicht? Welke veranderingen in lichaamssamenstelling, kwaliteit van leven en type eetgedrag zijn er na acht weken te meten?
DOCUMENT
Naar aanleiding van het overzichtsartikel in het NTVD nr. 5, 2009 ontstond er discussie over het wel of niet geschikt zijn van bio-impedantiemeting ter bepaling van de lichaamssamenstelling in de eerstelijnsgezondheidszorg. De discussie wordt hier verder gevoerd.
DOCUMENT
Deze rapportage maakt deel uit van zes rapportages die zijn opgeleverd in het WHeelchair ExercisE and Lifestyle Study (WHEELS) project. In deze rapportages worden de resultaten gepresenteerd van de Intervention Mapping (IM) stappen 1 t/m 6 in het ontwikkelen van een leefstijlapp voor rolstoelgebruikers met een dwarslaesie of beenamputatie. Deze rapportage betreft de uitwerking van IM-stap 6 waarin wordt beschreven hoe de ontwikkelde leefstijlapp is geëvalueerd in een pilotstudie.
DOCUMENT
Krachttraining is een onderwerp waar zeer veel over geschreven is en over geschreven kan worden. Daarom zal ik me beperken tot krachttraining binnen de atletiek en specifiek de werpnummers (kogelstoten, discuswerpen en speerwerpen). Een verdere beperking is dat dit artikel over een schoolsituatie gaat en binnen die schoolsituatie de tweede fase van Havo en Vwo met een eventuele uitbreiding naar het examenvak bewegingsonderwijs in het vrije deel. Het eerste deel over trainingsmethoden is algemeen van opzet en beperkt zich niet alleen tot de atletiek. Het tweede stuk over krachttraining binnen de atletiek is ook bruikbaar voor andere nummers dan alleen de werpnummers. Vervolgens vindt er een nog verdere deductie tot de werpnummers plaats. De laatste twee delen zijn het meest praktisch namelijk krachttraining voor de werpnummers binnen de tweede fase en het uitgewerkte lesvoorbeeld. Hopelijk is het voor u als lezer goed leesbaar en kunt u er net als ik in de praktijk mee aan de slag.
DOCUMENT
Meer bewegen vraagt meer energie. Het lijkt daarom logisch te veronderstellen dat wie beweegt daardoor ook meer gaat eten. Heeft het dan wel zin om meer te gaan bewegen om af te vallen. In dit artikel wordt een wiskundig model opgesteld. De "energiebalans" kan worden beschreven met een eerste orde lineaire differentiaalvergelijking. Oplossing van deze vergelijking laat zien dat het inderdaad zin heeft om meer te bewegen.
DOCUMENT
Hier is een korte samenvatting van de factsheet:
Bewegen tijdens de schooldag: wat werkt?
Extra beweging tijdens de schooldag heeft op vijf gebieden aantoonbaar positieve effecten bij kinderen:
Gezondheid — betere fitheid en motoriek, minder kans op overgewicht, mits ≥3 beweegmomenten per week met voldoende intensiteit.
Leerprestaties — klein tot matig effect op rekenen/taal, maar een groot effect op aandacht en taakgedrag, vooral bij korte, terugkerende beweegpauzes.
Plezier — spelvormen met keuzevrijheid verhogen plezier en motivatie aantoonbaar, bij sessies van minstens 30 minuten.
Sociale vaardigheden — teamsport en coöperatieve spelvormen verbeteren samenwerking en welzijn, bij wekelijkse inzet van 6–8 weken of langer.
Motorische vaardigheden — gevarieerde oefen- en spelvormen versterken de brede motorische ontwikkeling en het zelfvertrouwen in bewegen, bij minimaal 2–3 sessies per week.
De rode draad: frequent, gevarieerd en voldoende lang bewegen — ingebed in beleid en afgestemd op de doelgroep — levert op alle vijf doelen meetbare winst op.
De factsheet is gebaseerd op negen wetenschappelijke bronnen (o.a. Carson et al. 2017, Watson et al. 2017, Mo et al. 2024, Eime et al. 2013, Logan et al. 2018), waarvan de volledige tekst en literatuurverwijzingen op de achterkant staan.
DOCUMENT
Lessen over eten en drinken is een aanvulling op de Kennisbundel eten en drinken (Vilans 2011). Deze kennisbundel is ook ontwikkeld in het kader van Zorg voor Beter II en biedt actuele informatie die docenten van de opleiding verzorgende-IG kunnen gebruiken bij het optimaliseren van lessen en opdrachten over eten en drinken.
DOCUMENT