Er zijn recent verschillende studies in de verpleging met Q-methodologie uitgevoerd. Toch is deze methode relatief onbekend. In dit artikel de belangrijkste kenmerken.
LINK
Professionals zoals artsen, sociaal werkers, docenten, rechters, politieagenten en hulpverleners in de (geestelijke) gezondheidszorg moeten voortdurend inschattingen maken van de situatie waarin zij handelen. Dit vraagt een reflectieve en onderzoekende houding. De onderlinge samenwerking binnen de organisatorische verbanden waarin deze professionals hun werk verrichten, vereist eveneens een bereidheid tot leren en een vermogen om onderzoekend naar de onderlinge betrekkingen te kijken, met alle taaiheid en weerbarstigheid die zich daarin voordoen. De kwaliteit van het werk wordt immers in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van de samenwerking. Ten derde vraagt in toenemende mate ook de organisatie zelf onderzoekende aandacht. Steeds meer wordt van de genoemde professionals verwacht dat zij meedenken met vragen rond de inrichting van de organisatie, opdat deze (in het licht van het te leveren werk) adequaat afgestemd blijft op de bewegende context. Het vakgebied van de begeleidingskunde heeft zich ontwikkeld als de discipline die professionals zowel individueel als collectief begeleidt in die reflectieve en onderzoekende activiteit, opdat er daadwerkelijk van ervaringen geleerd wordt. Vormen van handelingsonderzoek bieden daarvoor een geschikte grondslag. In deze bijdrage bespreken wij hoe emoties zoals woede, vreugde, verdriet en angst in de methodologie voor dit participatieve onderzoek en voor het begeleiden daarvan in trajecten van team- en organisatieontwikkeling een betekenisvolle plaats kunnen krijgen.
DOCUMENT
Q-methodologie, een werkelijke mix van kwalitatief en kwantitatief onderzoek?
DOCUMENT
DOI 10.5553/JV/016758502016042001009 Stand van zaken methodologie van Nederlands politiegerelateerd onderzoek.
DOCUMENT
In deze serie ‘voor de kritische lezer’ beschrijven wij op een korte en overzichtelijke manier de highlights van verschillende onderzoeksdesigns. In deze editie van TvZ beschrijven we de Structured Interview Matrix.
DOCUMENT
Een boek over de methodologie van praktijkgericht fundamenteel en toegepast
onderzoek. Het boek is geschreven door dr. Jac Christis, ter gelegenheid van zijn afscheid als lector ‘Organisatieontwerp en Verandering’ (O&V)* aan de Hanzehogeschool, waar hij van 2009 – 2020 lector is geweest. Het lectoraat O&V maakt onderdeel uit van het Marian van Os Centre of Expertise Ondernemen en
is verbonden aan het Instituut voor Bedrijfskunde. Het lectoraat heeft ‘Slim Organiseren’ als kernthema en richt zich op de sectoren MKB, zorg en het HBO. Het lectoraat richt zich op het ondersteunen van individuele bedrijven en instellingen op het gebied van procesinnovatie. Doel daarvan is om door middel van slim organiseren zowel de kwaliteit van de organisatie (in termen van kosten, tijd en kwaliteit) als die van de arbeid (in termen van stressrisico’s en leermogelijkheden) te verbeteren. Dit boek biedt handreikingen voor lectoren en docentonderzoekers om praktijkgericht onderzoek uit te voeren in het HBO.
DOCUMENT
Sinds 2003 werk ik in het HBO. Het verhaal van het onderzoek in het hbo heb ik voor een groot gedeelte meegemaakt en deels ook mee gemaakt. Ik ben zeer vereerd dat ik aan dit verhaal een nieuw hoofdstuk mag toevoegen door het aanvaarden van de leerstoel Methodologie van Praktijkgericht Onderzoek aan Hogeschool Utrecht. De Hogeschool Utrecht (HU) is een ambitieuze hogeschool in een dynamische regio. Niet alleen ambitieus in onderwijs maar ook in onderzoek. De hogeschool is een ‘University of Applied Sciences’ omdat studenten behalve goed onderwijs ook onderzoek nodig hebben om een goede beroepsbeoefenaar te worden (Hogeschool Utrecht, 2014). De hogeschool wil groeien in praktijkgericht onderzoek van hoge kwaliteit. In die ambitie past het oprichten van het lectoraat Methodologie van Praktijkgericht Onderzoek (MPO). Het lectoraat heeft als doel een bijdrage te leveren aan de verdere professionalisering van het praktijkgericht onderzoek In Nederland. Het lectoraat is uniek doordat het zich richt op praktijkgericht onderzoek binnen alle verschillende disciplines in het hbo, van techniek tot educatie en gezondheidszorg tot de kunsten. Het hoger beroepsonderwijs levert via lectoraten al vijftien jaar een belangrijke bijdrage aan onze kenniseconomie. Het onderzoek in het hbo is in die tijd volwassen geworden en heeft zich een plaats verworven in de Nederlandse kennisinfrastructuur. Het onderzoek past bij het praktijkgerichte karakter van het hoger beroepsonderwijs. Het is praktische relevant en tegelijkertijd methodologisch grondig (Butter, 2013b). Voldoen aan deze twee eisen blijkt in de praktijk echter niet altijd eenvoudig. De spanning tussen beide is het thema van deze publicatie.
DOCUMENT
Dit rapport is een weergave van het onderzoek dat tussen april 2006 en april 2007 werd uitgevoerd door CESRT – Hogeschool Zuyd. Dit onderzoek heeft betrekking op de arbeidsmarktproblematiek van de jeugdzorg in Limburg, en meer specifiek op de jeugdhulpverlening. De doelstellingen van het onderzoek waren: • Inzicht te krijgen in de arbeidsmarktontwikkelingen in de jeugdzorg. • Het in kaart brengen van (het gebrek aan) de aansluiting tussen aangeleerde competenties en vereiste competenties op de arbeidsmarkt (aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt). • Het inventariseren van mogelijke efficiëntiemaatregelen in de jeugdzorg, rekening houdend met de uitstroom van professionals en met waarborging van de kwaliteit Het rapport bestaat uit 2 delen . In deel II wordt begonnen met de afbakening van het onderzoeksonderwerp. Dit wordt gevolgd door een gedetailleerde uitleg over de methodologie van het onderzoek. Daarna worden de resultaten per onderzoeksvraag gerapporteerd. Bij het begin van de laatste hoofdstukken wordt telkens verwezen naar de onderzoeksvragen op waar dat specifieke hoofdstuk betrekking op heeft. Ook de literatuurlijst treft u in Deel II aan.
DOCUMENT
Artikel, later uit te werken in een boek over de bijdragen die Blaise Pascal heeft geleverd aan de methodologie van de natuurwetenschappen. bevat filosofische analyse.
DOCUMENT
Het methodologieonderwijs wordt gedomineerd door het onderscheid tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek. Dat onderscheid is relevant voor fundamenteel onderzoek, maar de toepassing ervan op toegepast onderzoek leidt tot grote problemen en verwarring. Toegepast onderzoek start met een handelingsprobleem van de praktijk. In toegepast onderzoek wordt bestaande wetenschappelijke kennis toegepast op het analyseren en oplossen van praktijkproblemen. Fundamenteel onderzoek start met een kennisprobleem van de wetenschap en is gericht op het genereren van nieuwe wetenschappelijke kennis. Omdat je in toegepast onderzoek geen nieuwe wetenschappelijke kennis toetst, verschilt het design ervan ‘fundamenteel’ van dat van fundamenteel onderzoek.
Toegepast onderzoek is natuurlijk per definitie praktijkgericht (in de betekenis van praktisch relevant), want start met een handelingsprobleem van de praktijk.
Fundamenteel onderzoek kan, maar hoeft niet praktijkgericht (praktisch relevant) te zijn. Het onderzoek naar de destijds nog onbekende oorzaken van aids was fundamenteel van aard maar natuurlijk uitermate praktisch relevant. Dat geldt ook voor fundamenteel en praktijkgericht onderzoek op het gebied van gen- en nanotechnologie. Vandaar dat je wel een boek kunt schrijven over de methodologie van toegepast onderzoek en niet over de methodologie van praktijkgericht onderzoek. Praktijkgericht onderzoek heeft, met andere woorden, geen eigen methodologie want kan ook fundamenteel zijn en toegepast onderzoek heeft dat wel.
Het overgrote gedeelte van de onderzoeksliteratuur gaat over de methodologie van fundamenteel onderzoek. Dat levert grote problemen op voor studenten die in het kader van hun afstudeerscriptie toegepast onderzoek doen. In dit stuk
behandelen we eerst die problemen aan de hand van het voorbeeld van een diagnostisch onderzoek. Vervolgens introduceren we een aantal onderscheidingen en ten slotte gebruiken we deze onderscheidingen voor een typologie van soorten onderzoek.
DOCUMENT