Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Een van de meest populaire modellen voor onderzoek naar welzijn, stress en bevlogenheid van medewerkers is het Job Demands-Resources model (JD-R model). Voor onderzoek naar het welzijn van studenten heeft het lectoraat Studiesucces het Student Wellbeing model ontwikkeld, een model gebaseerd op het JD-R model. Het Student Wellbeing model beschrijft net als het JD-R model een motivatieproces en een uitputtingsproces, maar dan van studenten. Het model veronderstelt dat de balans tussen positieve (energiebronnen) en negatieve (stressoren) kenmerken van ‘het student zijn/de studententijd’ invloed heeft op het welzijn van studenten en o.a. de studieprestaties kan beïnvloeden.
DOCUMENT
Voor logistieke bedrijven en fleetowners betekent de omschakeling naar elektrisch rijden een aanzienlijke extra capaciteit om de voertuigen op te laden. Om inzichtelijk te maken hoeveel ruimte er nog is op een locatie om elektrische voertuigen op te laden binnen het gecontracteerde vermogen en het aansluitvermogen, is in 2018 door de Hogeschool van Amsterdam het EVEC model ontwikkeld (EVEC: Electric Vehicle Expansion Calculator), met als case het bedrijf Deudekom. Vervolgens kwamen de vragen om het model uit te breiden met de mogelijkheid van zonnepanelen en een vaste elektriciteitsopslag. Deze toevoegingen zijn onder het project Nationaal Dataonderzoek Slimme Laadstrategieën (NDSL) gedaan. Om het model nog wat flexibeler te maken is het ook uitgebreid met laadpatronen.
DOCUMENT
Het praktijkgerichte onderzoek aan hogescholen wil concrete bijdragen leveren aan maatschappelijke uitdagingen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met partijen uit de praktijk, het onderwijs en de wetenschap. Hoe communiceer je samen over wat je wil bereiken met het onderzoek, hoe stem je onderzoeksactiviteiten daarop af, en hoe kijk je of het is gelukt? Het PRIME model van de Hogeschool Utrecht biedt taal om samen de verwachtingen bij een onderzoek af te stemmen en de resultaten in kaart te brengen.
DOCUMENT
Sport Education (SE) is een didactisch model dat ontwikkeld is om alle leerlingen op school binnen de LO ‘echte’ en vooral prettige sportervaringen op te laten doen. Ondanks het feit dat dit model met name ontwikkeld is op basis van de Amerikaanse situatie, waarin de toegang tot sportclubs en -verenigingen niet voor ieder kind vanzelfsprekend is, is het model ook voor de Nederlandse LO-context bruikbaar. In dit artikel wordt deze meerwaarde verder uiteengezet.
DOCUMENT
Het Meta-Model of Interprofessional Development wordt beschreven. Deze bestaat uit diverse factoren die prioriteit zouden moeten krijgen om verschillende beroepsgroepen complementair te laten samenwerken om zo tot optimale en gezamenlijke uitkomsten te kunnen komen. Deze factoren vormen tezamen een systemische samenhang omdat zij een wisselwerking op elkaar hebben. Diverse wetenschappelijk toetsbare assumpties worden beschreven voor elk van deze factoren (fasen) in relatie tot interprofessionele ontwikkeling en in relatie tot hun onderlinge samenhang.
DOCUMENT
In het licht van fundamentele ontwikkelingen, zoals digitalisering, verduurzaming en globalisering, is het belangrijk dat ondernemingen voortdurend werken aan hun business model. Voor mkb-bedrijven is dat vaak lastig, er ontbreekt capaciteit en urgentie. In het programma Business Booster van de HR Business School hebben studenten een impuls gegeven aan het business model innovatie bij 55 mkb-bedrijven. In dit paper wordt daar verslag van gedaan. De opbrengst aan nieuwe business proposities in het programma is beperkt, de opbrengst in termen van leren innoveren is groter.
DOCUMENT
Het doel van dit artikel is het geven van een beschrijving van ervaringen van studenten en docentonderzoekers met het toepassen van het SCOR-model (Supply Chain Operations Reference Model) en het trekken van conclusies voor gebruik van het SCOR-model in onderwijs en onderzoek.
DOCUMENT
Dit artikel beschrijft een onderzoek naar werkzame elementen in de samenwerking binnen innovatieve leeromgevingen, professionele werkplaatsen (PW) genoemd. In PW werken onderwijs en beroepspraktijk samen aan complexe vraagstukken waarbij de ontwikkeling van betrokkenen en de innovatie van de beroepspraktijk centraal staan. Op basis van literatuuronderzoek, verkennende interviews met 11 sleutelfiguren en een meervoudige casestudie waarin vanuit 4 cases 75 betrokkenen participeerden, is het model Lerend en Onderzoekend Samenwerken in PW ontwikkeld. Het model omvat zes elementen en laat zien dat het lerend en onderzoekend samenwerken centraal staat in een PW en zich ontwikkelt binnen een grensoverstijgende en ontwikkelingsgerichte cultuur. Betrokkenen in een PW leren gezamenlijk doordat ze samenwerken in de dienstverlening en hierbij waarde hechten aan het delen van verschillende perspectieven. Door facilitering van mensen en middelen en door de samenwerking vorm te geven vanuit een gezamenlijke visie, kunnen betrokkenen elkaar leren kennen en afstemmen op welke manier zij samen kunnen bijdragen aan de innovatie van de beroepspraktijk. Hiervoor zijn zowel het opbouwen van relaties als het expliciteren en verdelen van taken en verantwoordelijkheden essentieel. Het model, dat een systemisch perspectief kent, biedt uitgangspunten en handvatten om de samenwerking binnen een PW te evalueren en te versterken.
MULTIFILE
Deze handleiding “Evidence-based ontwikkelen van business modellen voor het valoriseren van innovatieve sensortechnologie” kunnen studenten tijdens hun stage- of afstudeerproject kunnen gebruiken om onderbouwde business modellen te ontwikkelen. Deze handleiding is ontwikkeld in het kader van het ID3AS-project.
De handleiding is geïnspireerd op meerdere afstudeer-onderzoeken aan de Hanzehogeschool Groningen waarin een business model ontwikkeld is voor de toepassing van innovatieve technologie. Het eindproduct was steeds een relevant een business model dat mede gebaseerd is op actuele ondernemersinitiatieven, expertise en inzichten uit de praktijk.
In de instructieparagrafen van deze handleiding staat daarom centraal hoe de studenten een projectconsortium kunnen informeren en laten meedenken, adviseren en meebeslissen in alle fasen van business model development. De studenten worden, als eerste doelgroep van deze handleiding, daarom aangesproken in hun rol als business developer voor een projectconsortium.
Terwijl dit bedoeld is om de relevantie voor een projectconsortium van het business model te vergroten, hebben de studenten echter ook te maken met eisen van methodologische grondigheid van hun business model.
Aan de Hanzehogeschool ontwikkelen veel studenten een business model voor bijvoorbeeld een ID3AS-project als stage- of afstudeeropdracht. Aangezien zij dan aan kwaliteitscriteria uit de methodologie van toegepast praktijkgericht onderzoek moeten voldoen, beschrijven de paragrafen met theoretische uitleg welke theorieën, modellen, methoden, begrippen en criteria relevant zijn per fase van business model development.
Deze handleiding beoogt daarom de studenten te leren hoe zij in hun business model ontwikkeling kunnen voldoen aan zowel “relevance and rigour”. De rapportage over het business model moet twee doelgroepen kunnen bedienen: projectconsortia van bedrijven die op zoek zijn naar een kansrijk business model in de praktijk, en docenten en beoordelaars vanuit de Hanzehogeschool die eisen stellen
aan het eindproduct, de onderbouwing en rapportage van een business model als produkt waarmee getoetst kan worden of studenten bepaalde competenties bezitten, zoals onderzoekend vermogen, creativiteit en innovativiteit.
DOCUMENT