Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Als docent krijg je regelmatig te maken met studenten die moeite hebben om in beweging te komen voor hun studie of minimale inspanning willen leveren, studenten die van alles tegelijk willen en niet kunnen focussen of geen keuzes kunnen maken en studenten die ‘consumerend’ gedrag laten zien waarbij het in de lessen ontbreekt aan een actieve en betrokken opstelling. Je wilt hen helpen om gemotiveerd te raken voor jouw vak, jouw expertise, jouw passie. Dat blijkt niet altijd gemakkelijk, want intrinsieke motivatie kun je niet afdwingen. De kunst is om studenten zodanig te inspireren en te ondersteunen dat ze uit zichzelf in beweging komen en tot actie overgaan. Hierbij kan de zelfdeterminatietheorie helpen. Met de Motivatie-motor reflecteer je in hoeverre jij in jouw onderwijs tegemoetkomt aan principes die autonomie, competentie en verbondenheid ondersteunen. Daarnaast inspireert de Motivatie-motor tot aanpassingen in je stijl van lesgeven en nodigt uit tot experimenteren in je eigen praktijk.
DOCUMENT
Onderzoek doen is intussen een gangbaar onderdeel op lerarenopleidingen. Maar studenten aan lerarenopleidingen kiezen primair voor het beroep en niet voor de rol van onderzoeker. Het is dan ook de vraag in welke mate leraren in opleiding gemotiveerd zijn voor onderzoek doen. Meer specifiek gaat het daarbij om de wenselijkheid van een positieve houding ten aanzien van onderzoek doen (intrinsieke motivatie). De vraag is in hoeverre intrinsieke motivatie van belang is voor de kwaliteit van het onderzoek en in bredere zin voor het ontwikkelen van een onderzoekende houding op langere termijn. Vervolgens is het de vraag in welke mate factoren als competentiegevoel, docent-student-relatie en feedback bijdragen aan de intrinsieke motivatie van studenten. De motivatie voor onderzoek doen in de afstudeerfase is nagegaan bij de opleiding leerkracht basisonderwijs (pabo) van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Uit de gegevens blijkt dat de motivatie voor de kwaliteit van het onderzoek er niet toe lijkt te doen: of de pabostudenten meer intrinsiek of meer extrinsiek gemotiveerd zijn, maakt voor de eindbeoordeling weinig uit. Wel speelt de intrinsieke motivatie een belangrijke rol als het gaat om de intentie om ook na de opleiding nog onderzoeksmatig actief te zijn. Het onderzoek biedt aanknopingspunten voor het begeleiden van onderzoek van studenten op de pabo. De intrinsieke motivatie blijkt samen te hangen met het competentiegevoel en positief te worden beïnvloed door een ondersteunende begeleidingsstijl. Ook feedback, met name concrete en algemene suggesties voor verbetering van het onderzoek, versterkt de intrinsieke motivatie.
DOCUMENT
De Motivatie-motor is een reflectie-instrument, waarmee een brug wordt geslagen tussen wat uit de wetenschap bekend is over het motiveren van studenten en de onderwijspraktijk. Het doel van de Motivatie-motor is docenten te laten reflecteren op hun huidige stijl van lesgeven én docenten te inspireren voor aanpassingen in hun handelen, zodanig dat zij motivatie bij de studenten in de onderwijssituatie bevorderen. De Motivatie-motor is gebaseerd op de zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan (1985) en is een instrument om docenten te laten evalueren in welke mate zij tegemoetkomen aan wetenschappelijk onderzochte principes, die de basisbehoeften autonomie, competentie en verbondenheid ondersteunen in een onderwijssituatie. Naast inzicht in het didactische handelen, biedt de Motivatie-motor verrijking van de onderwijservaring van docenten. De Motivatie-motor stimuleert om op een onderzoekende manier interventies toe te passen in het eigen onderwijs: onder welke omstandigheden en op welke manier werkt het, en wanneer werkt het niet? Wanneer docenten horen over een behoeften-ondersteunde stijl van lesgeven, wordt vaak gedacht dat dit veel van hen vraagt en dat het onrealistisch is om toe te passen, gezien de complexiteit van de onderwijssetting. Echter, wanneer er meer bekend is over de theorie, concrete handvatten worden aangereikt en er mee geëxperimenteerd wordt in het eigen onderwijs, blijkt het eenvoudiger dan gedacht. Bovendien brengt het veel positiefs voor zowel de motivatie van de student als de voldoening van de docent (Reeve & Su, 2014).
DOCUMENT
Motivatie verwijst naar drijfveren voor iets hebben, ergens helemaal voor gaan. Dat is wel het laatste waar je aan denkt wanneer een jongere tegen zijn wil en onder dwang, bijvoorbeeld in een justitiële jeugdinrichting, een programma moet uitvoeren. Die dwang is er toch juist omdat alle andere aansporingen tot gedragsverandering tot niets hebben geleid? Toch is gedragsverandering een 'moetwillig' proces, waarin de eigen inzet van de jongere noodzakelijk is.
DOCUMENT
Of iemand gemotiveerd bezig is met een taak, kun je meestal aan de buitenkant wel zien. Herkennen of iemand een motivatieprobleem heeft is dan ook meestal niet zo moeilijk. Maar wat gaat er dan van binnen in iemand om? Wat maakt hem zo gedreven of juist lusteloos? Als docent is het naar mijn mening een van je vele taken je te verdiepen in de motivatie van je leerlingen. Ieder mens is verschillend, iedere persoon heeft een verschillend karakter. Juist dat maakt dit een niet gemakkelijk, doch zeer interessant te onderzoeken onderwerp.
DOCUMENT
Leraren in het voortgezet onderwijs die formatief handelen geven informatie over hoe het beoogde doel te bereiken. Leraren die summatief toetsen geven een geïnformeerd oordeel over prestaties. Formatief handelen heeft een motiverende werking, terwijl summatief toetsen niet per se schadelijk is voor de motivatie van leerlingen. Op basis van de resultaten uit het proefschrift van Krijgsman (2021) adviseren we formatief handelen en summatief toetsen te combineren, zodat beide functies elkaar versterken (synergie) zonder eenzijdig de nadruk op een van beiden te leggen (balans). Tot op heden blijft deze synergie en balans uit. Factoren in het gehele onderwijs-ecosysteem beïnvloeden dit. Scholen hebben bijvoorbeeld een grote mate van autonomie op het gebied van toetsing. Tegelijk ontbreekt er een eenduidig landelijk kader voor toetsbeleid en is er behoefte aan professionele ontwikkeling voor schoolleiders, teamleiders en leraren op het gebied van toetsdeskundigheid. Daarnaast worden de behoeften van leerlingen rondom toetsing veelal niet geïnventariseerd bij de ontwikkeling van toetsvisie en -beleid. We pleiten voor een samenwerking tussen leerlingen, leraren, teamleiders, schoolleiders, regionale of nationale leiders, beleidsmakers en wetenschappers, om vanuit een systemisch perspectief dit complexe vraagstuk aan te pakken.
DOCUMENT
De persoonlijke motivatie van deelnemers om daadwerkelijk iets aan hun situatie te willen veranderen, is belangrijk voor de mate waarin lokale armoede- en schuldenprojecten een verschil kunnen maken. Tegelijkertijd gebruiken deze projecten motivatie bij aanvang van het project nu nog te vaak ten onrechte als uitsluitingscriterium. In tegenstelling tot wat uitvoerders van projecten vaak denken, is iemands motivatie namelijk geen vaststaand gegeven. Persoonlijke motivatie is veranderbaar en daarmee een beïnvloedbaar onderdeel van gedrag. Wanneer projecten het werken aan motivatie meer expliciet en structureel integreren in hun aanpak, bereiken zij meer burgers met schulden die nu tussen wal en schip vallen.
DOCUMENT
Een motiverende leeromgeving binnen het vakgebied LO staat misschien wel op gespannen voet met het geven van cijfers. In een promotieproject wordt momenteel onderzocht wat de invloed is van beoordeling bij LO op de motivatie van leerlingen.
DOCUMENT
Deze studie verkent wat hbo-honoursstudenten, vergeleken met reguliere studenten, belangrijk vinden in de benadering door hun docenten. Honoursstudenten vragen volgens de literatuur om een andere doceerbenadering dan reguliere studenten, omdat ze meer uitdaging willen en aankunnen. Vanuit de veronderstelling dat hbo-honoursstudenten beschikken over een relatief hoge motivatie en goed ontwikkelde leerstrategieën,
is de relatie tussen motivatie, leerstrategie en docentvoorkeur onderzocht. Met
vragenlijstonderzoek (N = 194) is nagegaan hoe tweedejaars honours- en reguliere studenten van de Hanzehogeschool Groningen zichzelf beoordelen op motivatie en leerstrategie en hoe zich dat verhoudt tot hun voorkeur voor een doceerbenadering.
Honours- en reguliere studenten scoren zichzelf significant verschillend: honoursstudenten zeggen meer intrinsiek gemotiveerd te zijn, meer waarde aan hun studie te hechten en meer te vertrouwen op hun eigen kunnen. Daarnaast beoordelen ze hun vermogen tot kritisch denken en tot metacognitieve zelfregulatie hoger dan reguliere studenten dat doen. Honoursstudenten tonen een sterkere voorkeur voor docenten die in hun benadering kritisch en integratief denken, actief leren en zelfregulatie bevorderen. Er is geen overtuigend bewijs gevonden voor de verwachting dat motivatie en leerstrategieën van honoursstudenten de voorkeur voor een zelfregulatie-bevorderende docent voorspellen.
DOCUMENT
In 2013-2014 is er een onderzoek uitgevoerd naar motivatie en bewegingsvaardigheden van kinderen in groep 7 en 8 op 4 basisscholen in Groningen. Na afloop van het onderzoek is voor elke deelnemende school een afrondende onderzoeksrapportage geschreven met de resultaten. Over het algemeen blijkt dat leerlingen zich competent voelen, maar weinig autonomie ervaren. Leerlingen zijn wel intrinsiek gemotiveerd voor de gymles en scoren gemiddeld tot hoog op bewegingsvaardigheden.
DOCUMENT