Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
41Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3Dit onderzoeksproject is in samenwerking met de GGZ Heerenveen en `Complete Coaching', een instituut voor o.a. coaching en psychotherapie. Veel musici hebben last van podiumangst en helaas geldt dit ook voor conservatoriumstudenten. Om daar al tijdens de opleiding aandacht aan te geven heeft het lectoraat Lifelong Learning in Music & the Arts de bruikbaarheid van de HeartMath Methode onderzocht onder studenten van het Prins Claus Conservatorium. Met deze methode waren al goede resultaten geboekt bij topsporters. Aan het onderzoek deden zes studenten van de studierichting Klassieke Muziek mee. Zij namen deel aan vijf sessies (zowel individueel als in een groep) bij een ervaren HeartMath trainer en werden gevolgd door een onderzoeker. Met behulp van de HeartMath Methode leerden studenten hun stressreacties te elimineren door rustig en regelmatig adem te halen en te focussen op positieve gedachten en prettige emoties. Dit leidde tot ‘coherentie’, waarbij sprake is van een harmonieuze samenhang tussen ademhaling en hartfrequentie. Het gevoel dat daarbij hoort is diepe ontspanning en het vertrouwen de wereld aan te kunnen (ook wel flow genoemd). De methode bevat een zestal technieken in opklimmende moeilijkheidsgraad. Tijdens de sessies zagen de studenten hun hartslag op een computerscherm. Thuis werd door hen geoefend met een apparaatje (emWave), gekoppeld aan het lichaam door een oorsensor, dat via een kleur de graad van coherentie aangeeft. Vooraf en na afloop van de training gaven de studenten een concert waarbij door middel van vragenlijsten hun stressniveau en hun tevredenheid over de geleverde prestaties werden gemeten. De studenten kregen een werkboek met daarin uitleg over de methode en de technieken. Aan het einde van ieder hoofdstuk stonden de opdrachten beschreven die ze thuis moesten doen. Om de bruikbaarheid van de methode in kaart te brengen werd studenten gevraagd thuis een logboek bij te houden waarin zij hun ervaringen rapporteerden. Van de groepssessies maakte de onderzoeker verslagen. Ook de observaties van de trainer werden in het onderzoek meegenomen. Leidend in de data-analyse waren de onderzoeksvragen: (1) Nemen de stressklachten af en (2) Welke bijstellingen zijn nodig om het trainingsprogramma ‘op maat’ te verbeteren voor musici? Uit het onderzoek kwam naar voren dat de methode bij vijf van de zes studenten heeft geleid tot een afname van de ervaren stressklachten. De studenten kregen meer inzicht in het fenomeen podiumangst en in de vraag hoe het ontstaat. Daarnaast leerden ze te beschikken over concrete technieken om de aangeleerde stressreactie te veranderen. Ook bleken de technieken van deze methode het studiegedrag van de student positief te beïnvloeden. Daarnaast bleek de methode een positieve invloed te hebben op aspecten als beter slapen en een verbeterd vermogen om conflictsituaties te hanteren. De opmerkingen van de studenten hebben ook concrete punten opgeleverd voor verbetering van het trainingsprogramma in zijn algemeenheid. Die betreffen onder meer het aantal sessies, de instructie van bepaalde technieken en de layout van het werkboek. De conclusie van het onderzoek is dat de HeartMath Methode goed kan worden ingezet bij conservatoriumstudenten die te kampen hebben met podiumangst. Daarmee is een bruikbare methode beschikbaar gekomen om een belangrijk obstakel voor musici het hoofd te bieden.
DOCUMENT
Article (Dutch) in newspaper Friesch Dagblad on the relationship between musicians and their audiences.
DOCUMENT
Op verzoek van Yo! Opera heeft het lectoraat Lifelong Learning voor Musici het project De Operaflat geëvalueerd, dat onderdeel was van de vierde editie van het Yo! Opera Festival in 2007 te Utrecht. Tijdens het project hebben basisschoolleerlingen van de Openbare Basisschool Overvecht, bewoners van de ‘Operaflat’, studenten zang en compositie van een aantal Nederlandse conservatoria en hun docenten elkaar ontmoet in de uitvoering van 25 miniatuuropera’s van één minuut. Doel van het onderzoek van het lectoraat was de dialoog tussen studenten en docenten van conservatoria enerzijds en de samenwerking met een professionele organisatie (Yo! Opera) anderzijds te monitoren en evalueren.
DOCUMENT
Het voorgestelde onderzoek brengt de samenwerkingsvaardigheden in kaart die musici nodig hebben om deel te nemen in transdisciplinaire samenwerkingsverbanden, door analyse van de documentatie van transdisciplinaire projecten en het interviewen van transdisciplinair werkende musici, wetenschappers en maatschappelijke stakeholders. De resultaten worden gedeeld door middel van drie internationale artikelen en presentaties. Het onderzoek is op Codarts ingebed in het lectoraat Transdisciplinary Education Innovation onder leiding van lector en hoogleraar dr. Liesbeth Noordegraaf-Eelens. Dit lectoraat sluit aan bij de visie van Codarts en dan met name het streven om creatieve, ondernemende en onderzoekende podiumkunstenaars op te leiden, die voorbereid zijn op de maatschappij van de eenentwintigste eeuw. Deze maatschappij wordt in toenemende mate geconfronteerd met z.g. “wicked problems”: complexe, ingrijpende problemen, zoals de klimaatcrisis en de vluchtelingencrisis, waarvoor de huidige, op aparte disciplines gebaseerde wijzen van aanpak tekortschieten. Onder universiteiten en kunsthogescholen, en zeker op Codarts, groeit het besef dat het nodig is om het curriculum hierop aan te passen en transdisciplinaire samenwerking te stimuleren en te onderwijzen, zodat kunstenaars, wetenschappers en maatschappelijke stakeholders kunnen leren om de krachten te bundelen om de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw op passende wijze het hoofd te bieden. Om succesvol deel te nemen in transdisciplinaire projecten moeten musici op basis van gelijkwaardigheid kunnen samenwerken met andere artiesten, wetenschappers en maatschappelijke stakeholders. Dat is voor veel musici geen vanzelfsprekendheid. In de traditionele muzikale beroepen werken musici vooral samen met andere musici: in grote groepen met een sterk hiërarchische structuur (koor en orkest), in lessituaties (muziekscholen), en in mindere mate in kleine groepen met weinig of geen hiërarchie (bands, kamermuziek). De huidige muziekvakopleidingen zijn grotendeels nog op deze (snel slinkende) beroepspraktijk ingesteld. Het voorgestelde onderzoek beoogt eraan bij te dragen dat transdisciplinaire praktijken op Codarts en op andere muziekvakopleidingen effectiever geïnitieerd en onderwezen kunnen worden.
Muziek kan de kwaliteit van leven van mensen met dementie en de communicatie met mensen in hun directe omgeving bevorderen. Het aantal mensen met dementie neemt, zoals bekend, toe. Het werken met mensen met dementie kan daarom een waardevol nieuw werkveld zijn voor (toekomstige) musici. In samenwerking met partners uit de ouderenzorg en de muziekprofessie heeft het lectoraat Lifelong Learning in Music van het Prins Claus Conservatorium van de Hanzehogeschool Groningen onderzoek verricht naar een innovatieve workshoppraktijk voor mensen met dementie. Op basis van dit onderzoek is een trainingsprogramma voor musici ontwikkeld t.b.v. de ontwikkeling van interactieve muziekworkshops voor mensen met dementie en hun verzorgers.
DOCUMENT
Het lectoraat Lifelong Learning in Music & the Arts van de Hanzehogeschool Groningen en de Hogeschool der Kunsten in Den Haag is onderdeel van het sinds kort ingerichte Kenniscentrum Kunst en Samenleving van de Hanzehogeschool Groningen en heeft het project „Het Cross Arts Laboratorium‟ vormgegeven. Het resultaat is dit rapport van het onderzoeksproject dat als een reisbeschrijving is beschreven. Het is een pleidooi geworden voor het belang van interdisciplinair samenwerken tussen kunstenaars en musici. Samen leren en ontdekken binnen de kunsten. Studenten van het Prins Claus Conservatorium Groningen, Koninklijk Conservatorium Den Haag en Academie Minerva Groningen en o.l.v. van Horst Rickels en Elvira Wersche, hebben deelgenomen en samengewerkt aan het project in 2010 op het eiland Schiermonnikoog. Centraal stond de vraag op welke wijze interdisciplinaire samenwerking tussen musici en beeldend kunstenaars kan leiden tot artistieke vernieuwing.Ook de impact voor het curriculum wordt beschreven en werkbare modellen hiervoor onderzocht.
DOCUMENT
Uit eerder onderzoek van het lectoraat Lifelong Learning in Music weten we dat in contact komen met muziek, en muziek maken van grote betekenis kan zijn voor het welzijn van mensen met dementie. In het project ‘Muziek in het Odensehuis’ stond niet alleen de rol van muziek voor mensen met dementie centraal maar ook de betekenis die het werken met mensen met dementie kan hebben voor de musici zelf.
Het Odensehuis Groningen is een inloophuis voor mensen met beginnende dementie en hun naasten in de Korrewegwijk in Groningen. Het project had als doel een duurzame muziekpraktijk te starten in de Korrewegwijk waarbij musici woonachtig of werkzaam in de wijk structureel betrokken zijn bij het Odensehuis. Alumni en studenten van het Prins Claus Conservatorium componeerden en musiceerden in het najaar van 2015 drie maanden lang met de deelnemers van het Odensehuis. De groep deelnemers bestaat uit bezoekers van het huis, vrijwilligers en personeel. De composities werden uitgevoerd in het Odensehuis, op het Prins Claus Conservatorium en tijdens een ouderenfestival in het Groninger Forum.
Deze brochure geeft inzicht in een aantal sleutelmomenten van het project en presenteert de belangrijkste thema’s en resultaten van het praktijkgerichte onderzoek dat aan het project gekoppeld was.
DOCUMENT
De auteurs zien als de kern het verbinden van de muzikale inbreng en expertise van de musicus met de onderwijskundige inzichten van de leerkracht. Methodes voor deze verbinding zijn meestal niet bekend genoeg of voldoen niet. Het is moeilijk om een methode te vinden die past in de lange leerlijn van een school én die het voor musici (en organisaties zoals orkesten, ensembles, bands) interessant maakt om met kinderen te werken.
DOCUMENT