Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Het doel van het onderzoek is het ontwikkelen van een beleidsmatige en financieel haalbare interventie gericht op het vergroten de integrale samenwerking tussen gemeentelijke professionals zodat de maatschappelijke participatie van Zwolse jongeren tussen 16 en 27 jaar vergroot. De fasen van het Precede-Proceed-model werden gevolgd voor de drie deelonderzoeken interventieontwerp, disseminatiestrategie en businesscase. Data werden verzameld door literatuuronderzoek, deskresearch en veldonderzoek. De interventie van een integraal jongerenteam leidt tot betere vindbaarheid van ondersteuning en tijdigere ondersteuning. Jongeren hebben één casemanager en één toekomstplan gebaseerd op de wens en de mogelijkheden van de jongere. Professionals werken nauwer samen, door casuïstiekbespreking, kennisdeling en gezamenlijke besluitvorming, waardoor de integrale samenwerking versterkt. Professionals zijn gebaat bij formulering van een gemeenschappelijke norm voor integrale samenwerking. Het delen van inzichten met onderwijsinstellingen kan bijdragen aan ontwikkeling van beter passende onderwijsvormen om schooluitval te voorkomen. De interventie biedt een proactieve aanpak voor jongeren die door de coronacrisis geraakt worden. De interventie versterkt integrale samenwerking tussen gemeentelijke professionals door onderlinge kennisdeling en gezamenlijke besluitvorming, waardoor ondersteuning aan jongeren efficiënter en effectiever wordt. De interventie sluit aan bij het beleid, is financieel haalbaar en leidt naar verwachting tot toename van de maatschappelijke participatie onder jongeren
DOCUMENT
Hoe kan professionele ondersteuning beter aansluiten bij de leefwereld van jongeren in de overgang naar volwassenheid (16-23 jaar) en bijdragen aan hun veerkracht en volwassenwording? Het onderzoek richt zich op het in kaart brengen van de ervaringen en het perspectief van de jongeren zelf. In dit rapport zijn de volgende vijf deelvragen leidend: • Hoe is het gesteld met jongeren die een beroep doen op professionele ondersteuning? • Waar zoeken en vinden ze ondersteuning? • Hoe waarderen jongeren verschillende vormen van ondersteuning en hoe is deze helpend? • Wat zegt dit over de veerkracht van de jongeren uit deze doelgroep? • In hoeverre zijn de jongeren voorbereid op de overgang naar 18 jaar? Het antwoord op de zesde deelvraag wordt afgeleid uit de antwoorden op de eerste deelvragen: • Wat kunnen we op grond van de conclusies aanbevelen voor beleid en de beroepspraktijk?
DOCUMENT
Het gemeentelijke aanbod en de organisatie van eerstelijns sociaaljuridische ondersteuning in Nederland vertoont geografische verschillen, zo bleek uit een eerder uitgevoerd landelijk inventarisatieonderzoek door Significant Public in 2023. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat niet alle vormen van ondersteuning overal en evenveel aanwezig zijn. Dit riep vragen op over de toegang tot het recht van burgers in Nederland. In opdracht van Divosa, in het kader van het Programma Robuuste Rechtsbescherming, heeft het Lectoraat Toegang tot het Recht van Hogeschool Utrecht, een aanvullend onderzoek uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek was inzicht te krijgen in hoeverre het huidige sociaaljuridische ondersteuningsaanbod van gemeenten aansluit bij de behoeften van haar inwoners. Eerstelijns sociaaljuridische ondersteuning (hierna: SJO) wordt aangeboden door verschillende partijen, waaronder het Juridisch Loket, sociaal raadslieden, rechtswinkels, wijkteams, Slachtofferhulp Nederland of Vluchtelingenwerk Nederland. Het gaat hierbij om het gratis fysieke, telefonische en schriftelijke aanbod van informatie, advies of ondersteuning aan inwoners binnen een gemeente. Alle inwoners van Nederland hebben recht op ondersteuning, maar sluit het lokaal aanbod aan bij de behoefte van inwoners? In dit onderzoek is vooral gekeken naar de behoefte van inwoners. Aan de hand van statistische analyses is onderzocht of bepaalde inwoners- en gemeentekenmerken verklaringen konden geven voor de geografische verschillen in het sociaaljuridische ondersteuningsaanbod. Door het koppelen van data over inwoners en gemeenten “(data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)) aan data over het SJO-aanbod was het mogelijk om verbanden tussen SJO-behoefte (inwoners) en SJO-aanbod te onderzoeken. Daarnaast heeft het onderzoek gekeken naar de mate waarin deze verbanden de geografische verschillen in het SJO-aanbod (het aantal SJO-vestigingen, type ondersteuning en leefgebieden) kunnen verklaren. Een hoger inwoneraantal, gemiddeld lager opleidingsniveau en minder gunstig arbeidsverleden van inwoners in de gemeente hangen samen met een breder SJO-aanbod in de gemeente. Deze bevindingen wijzen op een aansluiting tussen de behoefte van inwoners en het aanbod aan eerstelijns sociaaljuridische ondersteuning in gemeenten. De kenmerken van gemeenten (in dit onderzoek: solvabiliteit van de gemeentelijke budgetten en stedelijkheid) bleken maar heel beperkt samen te hangen met het aanbod. Uit het onderzoek komt naar voren dat de aansluiting tussen inwonersbehoefte en het SJO-aanbod veel sterker is dan de aansluiting tussen kenmerken van een gemeente (solvabiliteit van gemeentelijke budgetten en stedelijkheidsgraad) en het SJO-aanbod. Uit het onderzoek kwamen ook omgekeerde, onverwachte verbanden naar voren. Zo bleken gemeenten met meer welvarende inwoners een breder (d.w.z. op meer leefgebieden) SJO-aanbod te hebben. Daartegenover stond dat gemeenten met relatief meer gedupeerden van de Kinderopvangtoeslagaffaire of met gemiddeld meer huishoudens met problematische schulden, minder eerstelijns SJO-vestigingen bleken te hebben. Bovendien kwam naar voren dat gemeenten met relatief meer gedupeerden van de Kinderopvangtoeslagaffaire of met meer bijstandsgerechtigden, een minder breed SJO-aanbod hebben. Dit is echter wel afhankelijk van hoe de breedte van het aanbod gemeten wordt. Overigens is er geen verband gevonden tussen het aantal inwoners met een migratieachtergrond en het SJO-aanbod. Deze resultaten impliceren een gebrek aan aansluiting tussen de SJO-behoefte van inwoners en het SJO-aanbod van gemeenten. Alle bovengenoemde kenmerken samen verklaren 79% van de verschillen tussen gemeenten wat betreft het aantal SJO-vestigingen, en 35% van de verschillen in de inhoudelijke breedte van het aanbod. Dit onderzoek heeft niet alleen inzicht gegeven in een cijfermatige aansluiting tussen behoefte en aanbod, maar heeft ook inzichtelijk gemaakt waar het lokale aanbod van eerstelijns sociaaljuridische ondersteuning in gemeenten vermoedelijk niet aansluit bij de behoefte van inwoners. Op basis van de onderzoeksresultaten is een aantal aanbevelingen geformuleerd. In de eerste plaats zouden de behoeften van inwoners op lokaal niveau meer, beter en systematischer in kaart moeten worden gebracht. Dit kan als basis dienen voor beleid over het sociaaljuridische ondersteuningsaanbod op lokaal niveau. Dit zou bij voorkeur moeten gebeuren aan de hand van informatie over het SJO-gebruik in gemeenten en de resultaten van deze dienstverlening. Dan pas kunnen er conclusies worden getrokken over de aansluiting en doelmatigheid van het SJO-aanbod in gemeenten. Verder is landelijke regie en monitoring nodig om de aansluiting tussen SJO-behoefte en SJO-aanbod op gelijke wijze te laten plaatsvinden. Dit heeft als voordeel dat er dan gestuurd kan worden om (nieuwe) geografische verschillen in aansluiting te voorkomen. Bovendien is er meer kennis en inzicht nodig over gemeentelijk beleid en besluitvorming, inclusief inkoop, rondom de organisatie en inrichting van eerstelijns sociaaljuridische dienstverlening.
DOCUMENT
Full text via link. MBO Utrecht Academie Welzijn (niveau 3 en 4) en de Utrechtse buurtteamorganisatie Lokalis willen komen tot een samenhangende aanpak voor MBO-studenten met psychische problemen, gericht op inclusie en het voorkomen van uitval. Hiervoor is allereerst een gezamenlijke visie op de integrale begeleiding en ondersteuning van MBO-studenten met psychische problemen ontwikkeld, met de jongeren en ouders zelf, studieloopbaanbegeleiders en andere MBOmedewerkers, medewerkers van het Buurtteam MBO, en andere externe hulpverleners en betrokkenen. In deze visie worden de verschillende perspectieven (student, onderwijs, hulp en gemeente) in één conceptueel kader verenigd, als gemeenschappelijke basis voor een samenhangende aanpak.
DOCUMENT
De context waarin zorg en ondersteuning met oog voor de persoon wordt gegeven, is sterk veranderd. Er zijn steeds minder zorg- en welzijnsprofessionals in verhouding tot de toename en complexiteit van zorg- en ondersteuningsvragen. Het leidt onder meer tot een oplopende druk in de zorg en onder professionals, langere wachttijden en minder aandacht voor preventie. Dat vraagt om een organisatie van zorg en ondersteuning in de regio dat daarop antwoord geeft. Maar hoe doe je dat en hoe houd je zorg en ondersteuning persoonsgericht, zeker als het gaat om cliënten, patiënten en hun naasten in kwetsbare posities? Hoe lever je de zorg op persoonsniveau, en hoe innoveren en transformeren we de zorg samen met professionals die operationeel gericht zijn? Carinova, Icare, IJsselheem, Isala en Windesheim werken in dit lectoraat samen om via praktijkgericht onderzoek invulling te geven aan deze vragen. In deze samenwerking komen praktijk, wetenschap en onderwijs samen: zorgorganisaties brengen de dagelijkse praktijk en vraagstukken in, terwijl Windesheim als kennisinstelling vanuit onderwijs en onderzoek bijdraagt aan kennisontwikkeling, -circulatie en het opleiden van toekomstige professionals. Deze rede volgt een redeneerlijn van eigen ervaring naar theorie en verpleegkundige traditie, van een complexe context naar wenkend perspectief, en vervolgens naar de uitwerking daarvan in onze onderzoeksagenda en werkwijze van het lectoraat Persoonsgerichte Zorg en Ondersteuning. Lectorale rede in verkorte vorm uitgesproken op donderdag 16 april 2026.
DOCUMENT
Full text via link. MBO Utrecht Academie Welzijn (niveau 3 en 4) en de Utrechtse buurtteamorganisatie Lokalis willen komen tot een samenhangende aanpak voor MBO-studenten met psychische problemen, gericht op inclusie en het voorkomen van uitval. Hiervoor is allereerst een gezamenlijke visie op de integrale begeleiding en ondersteuning van MBO-studenten met psychische problemen ontwikkeld, met de jongeren en ouders zelf, studieloopbaanbegeleiders en andere MBOmedewerkers, medewerkers van het Buurtteam MBO, en andere externe hulpverleners en betrokkenen. In deze visie worden de verschillende perspectieven (student, onderwijs, hulp en gemeente) in één conceptueel kader verenigd, als gemeenschappelijke basis voor een samenhangende aanpak. De ontwikkelde gezamenlijke visie omvat negen thema's van goede zorg en ondersteuning voor MBO-studenten die zich laten definiëren op basis van twee dimensies: de organisatie van de hulp en ondersteuning die varieert van ‘cultuur’ tot ‘afspraken’, en de actor die de zeggenschap heeft over de hulp en ondersteuning en die varieert van ‘student’ tot ‘school’
DOCUMENT
Vanaf 2019 kunnen thuiswonende burgers vanaf 50 jaar gratis consulten krijgen van een geestelijk verzorger. De overheid veronderstelt een behoefte van ouderen aan ondersteuning bij zingeving, maar of en hoe ouderen deze behoefte aan ondersteuning zelf ervaren is onbekend. Actieonderzoekers van Linking-Zin stelden ouderen deze vraag.
DOCUMENT
Mantelzorgers van thuiswonende ouderen ervaren een zware zorglast. Er worden veel verschillende vormen van professionele zorg ontwikkeld om die zorglast te verminderen. Doel: dit artikel beschrijft de ervaringen van mantelzorgers met de zorg en met zorgverleners en hun behoeften aan ondersteuning. Methode: voor dit kwalitatieve onderzoek zijn veertien semigestructureerde interviews gehouden met mantelzorgers van thuiswonende ouderen met dementie. De analyse is gebaseerd op de methode van constante vergelijking. Resultaat: de ervaringen van de mantelzorgers leiden tot drie thema’s die van belang zijn voor professionele ondersteuning van mantelzorgers: deskundige en persoonsgerichte hulp, proactieve ondersteuning en ondersteuning om contact te ervaren met de oudere met dementie. Conclusie en discussie: aanbevolen wordt om interventies te ontwikkelen en te implementeren voor mantelzorgers en thuiswonende ouderen met dementie die aan deze behoeften voldoen.
DOCUMENT
De overgang naar volwassenheid verloopt voor veel jongeren niet vanzelf. Dit geldt zeker voor jongeren die moeilijkheden ervaren op een of meerdere leefgebieden, zoals in de relatie met ouders of vrienden, op gebied van school, werk of financiën, jongeren die worstelen met psychische of lichamelijke klachten of het gebruik van verdovende middelen. OJOV – Ondersteuning Jeugd in Overgang naar Volwassenheid – is een onderzoeksprogramma dat middels onderzoek naar de leefwereld en het perspectief van jongeren bijdraagt aan het verbeteren van de begeleiding van en hulp aan oudere jeugd en jongvolwassenen met ondersteuningsbehoeften. In deze rapportage worden de resultaten gepresenteerd van de semigestructureerde interviews met jongeren van 16 en 17 jaar die in het kader van het OJOV-onderzoek zijn afgenomen. Voor al deze jongeren geldt dat ze gebruik maken van een vorm van professionele hulp voor ondersteuning op een of meerdere leefgebieden.
MULTIFILE
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de toepassing van vraagpatronenonderzoek als middel om formele en informele ondersteuning te verbinden. Hierbij wordt nadrukkelijk niet alleen gekeken naar zorg, maar ook naar meer brede vormen van ondersteunende activiteiten waar burgers van profiteren en in participeren. In deze benadering worden burgers in hun kracht gezet, in tegenstelling tot de zogeheten doelgroepenbenadering waarbij burgers benaderd worden in termen van problematieken of typen burgers. Door consequent de dialoog en de cocreatie te zoeken wordt gestreefd naar nieuwe verbindingen tussen formele en informele dienstverlening. Hiermee wordt concrete invulling gegeven aan het begrip Civil Society, waarin burgers actief betrokken zijn bij hun samenleving. Aan de hand van een vraagpatronenonderzoek in de Nijmeegse wijk Hatert wordt uitgelegd hoe de innovatiemethodiek in zijn werk gaat en hoe praktijkinnovatie in formele en informele ondersteuning gestalte krijgt.
DOCUMENT