Het beheer van grote hoeveelheden documenten vormt een steeds grotere uitdaging voor organisaties. Of het nu gaat om bestaande of nieuwe informatiesystemen, lokaal of in de cloud, informatiemanagers stellen zich de vraag welke mogelijkheden er zijn om de toegankelijkheid en vindbaarheid van de informatie zo effectief mogelijk te realiseren. Een goede vindbaarheid bespaart immers vele uren arbeidstijd en voorkomt incomplete dossiers. Traditionele instrumenten als taxonomieën, thesauri en autorisatielijsten bewijzen daarbij nog dagelijks hun waarde en de technische ontwikkelingen hebben de mogelijkheden uiteraard verruimd: automatische indexering en klassering, ontologieën en hyperlinking zijn waardevolle aanvullingen. In dit boek behandelen we belangrijke methoden en technieken om informatie (documenten) van een organisatie vindbaar te maken. De theorie van de toegankelijkheidsleer wordt vanaf de basis behandeld en aan de hand van vele voorbeelden komen technieken en instrumenten als taxonomie, thesaurus, ontologie, zoekmachine en classificatie aan de orde, inclusief stappenplannen om hier zelf mee aan de slag te gaan. Omdat SharePoint een veelgebruikt platform is voor het beheren en delen van documenten, besteden we een apart hoofdstuk aan de wijze waarop documenten binnen SharePoint zo goed mogelijk vindbaar kunnen worden gemaakt. De hoofdstukken worden afgewisseld met kaderteksten waarin specifiek wordt ingegaan op gerelateerde onderwerpen als XML, machine learning en cardsorting. Iedereen die in de praktijk betrokken is bij de implementatie van een informatiesysteem of in opleiding is tot informatieprofessional kan putten uit de uitgebreide beschrijvingen en handvatten die dit werk biedt. Omdat studenten een deel van de doelgroep vormen, is dit werk als open textbook onder een Creative Commons licentie gratis te downloaden. Originele document: https://udocstore.nl/docs/9789492388001 Joyce van Aalten (docent bij GO Opleidingen) Peter Becker (docent informatiebeheer aan de Haagse Hogeschool en GO Opleidingen) Marjolein van der Linden (docente aan de Hogeschool van Amsterdam, opleiding Media Informatie en Communicatie en bij de opleiding Communicatie) Eric Sieverts (docent bij VOGIN en GO Opleidingen)
DOCUMENT
Door de ontwikkelingen op het gebied van o.a. informatietechnologie en de groeiende informatiebehoefte van organisaties is de verwachting dat er meer data zal worden geproduceerd en opgeslagen. De OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development) schat dat er voor het einde van dit decennium vijftig miljard devices, zoals smart phones, middels mobiele netwerken met elkaar verbonden zullen zijn. Schattingen wijzen uit dat er meer dan vijf miljard devices met elkaar verbonden zijn. Thans kan bijvoorbeeld een smart phone gebruikt worden om lokatiegegevens te genereren, tekstberichten te verwerken en foto’s en video’s te genereren. De data die door en middels deze devices worden gegenereerd is zo omvangrijk en divers dat ze niet te beheren zijn met de gebruikelijke architecturen en systemen, zoals conventionele databasesystemen. Big data is een opkomend discipline die zich richt op het verwerken van grote hoeveelheden data van verschillende types in een snel tempo (real-time). De verwachtingen rondom de toepassingsmogelijkheden van big data zijn hoog gespannen. Van koelkasten die aangesloten zijn op winkelketens en die zich automatisch aanvullen als ze leeg raken tot zelf rijdende auto’s. In deze bijdrage proberen we antwoord te geven op de vraag of big data een hype is of de toekomst.
DOCUMENT
With the rise of the knowledge-based economy, Higher Education Institutions not only have to produce (under)graduates that are skilled in their profession but who also are competent as knowledge workers. This study focused on the enabling competences of the knowledge worker. Our aim was to develop a framework of enabling competences of knowledge work and to devise instruments to help undergraduate students create awareness of their own areas of competence in relation to knowledge work. We developed a Personal Priority Questionnaire (PPQ) that can be used in a one hour facilitated group discussion, and a Personal Mastery Questionnaire (PMQ) that can be used for individual awareness raising. We did a preliminary test of the PPQ within the competence-based educational program of a university of professional education in The Netherlands and found that facilitated group discussion seems to be an effective method of raising awareness in relation to the competences of the knowledge worker
DOCUMENT
Het onderzoek in het artikel is geïnspireerd door de casus 'platooning' uit de Grand Cooperative Driving Challenge. Er is een PreScan®/Sumulink® model opgesteld met daarin twee auto's. De voorste auto volgt een vastgesteld snelheidsprofiel, de tweede auto volgt de eerste auto waarbij de tweede auto de snelheid van de eerste meet met behulp van een AIR-sensor. De besturing van het gaspedaal in beide auto's vindt plaats met Fuzzy Logic Control in plaats van met een klassieke regelaar. Concluderend mag worden gesteld dat in dit verkennend onderzoek gebleken is dat de Fuzzy Logic Control techniek in principe werkt.
DOCUMENT
In de loop der tijd hebben wij op zowel universiteits- als hogeschoolniveau studenten en collegas zien worstelen en soms ook verdrinken in het computerprograma SPSS. Daar zijn vele oorzaken voor aan te wijzen. Dat gaan we hier niet doen. Wel willen we hier wijzen op een wijdverbreid misverstand. In tegenstelling tot wat velen denken: SPSS is niet synoniem met methodologie of statistiek. SPSS is een computerprogramma in BASIC toegesneden op het maken van statistische analyses en er zijn veel meer van dat soort programmas op de markt. Denk bijvoorbeeld aan Stata, S-plus, R, SAS, EQS, Lisrel, MlwiN, Mplus en HLM. In onze ogen zijn dat allemaal goede statistiekprogrammas en met een aantal van deze programmas werken we binnen de kenniskring Gedragsproblemen in de onderwijspraktijk bijna dagelijks én ook nog eens met veel plezier.
DOCUMENT
Weblogs en wiki's zijn lichtgewicht applicaties en kunnen los van elkaar ingezet worden, maar ze gaan ook heel goed samen. Er is sprake van een duidelijke samenhang tussen de functionaliteiten van weblogs en wiki's. Weblogs zijn namelijk uitermate geschikt voor het communiceren van actuele dynamische content (nieuws), een wiki kan daarbij fungeren als aanvullende documentatie- of naslagruimte (achtergronden). En dan is er, niet te vergeten, nog het rss-protocol. Dit werkt als bindmiddel voor de content van beide systemen, het is de centrale schakel tussen zenders en ontvangers van informatie. Wiki's worden door de enorme hype rondom weblogs enigszins overschaduwd, maar zeker in bedrijfsomgevingen zijn wiki's uitermate geschikt voor collectieve taken.
DOCUMENT
Lectorale rede waarin wordt ingegaan op de manier waarop de mens nu binnen zijn natuurlijke omgeving functioneert. Dit wordt getypeerd als een ‘mismatch’. Tegelijkertijd is de lector er ook van overtuigd dat de technologie uiteindelijk zorgt voor een beter leven.
DOCUMENT
Dit onderzoek is een eerste verkenning in Nederland naar de impact op slachtoffers van online delicten, de behoeften van slachtoffers en de verantwoordelijkheden van politie, justitie en andere instanties bij de afhandeling van dergelijke delicten. Daarbij is er bijzondere aandacht voor de vraag in hoeverre en hoe de situatie en behoeften van slachtoffers van online criminaliteit afwijken van de situatie en behoeften van slachtoffers van traditionele offline delicten. Immers, als daar meer zicht op is wordt ook duidelijk of het bestaande slachtofferbeleid – dat ontwikkeld is voor traditionele offline delicten – voorziet in de behoeften van slachtoffers van online criminaliteit. Onder de noemer ‘online criminaliteit’ vallen diverse delicten die kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën: cybercriminaliteit en gedigitaliseerde criminaliteit. Onder cybercriminaliteit vallen delicten waarbij de ICT-structuur zelf doelwit is én waarbij voor het plegen van dat delict ICT van wezenlijk belang is voor de uitvoering. Voorbeelden zijn het hacken van een database met persoonsgegevens of het platleggen van een website van een bank met een zogenaamde DDoS-aanval. Dit soort delicten wordt ook wel cyber dependent crimes genoemd. Onder gedigitaliseerde criminaliteit vallen traditionele offline delicten die ook online kunnen worden gepleegd. Voorbeelden zijn fraude via internet en de verspreiding van kinderpornografisch materiaal. Dit soort delicten wordt ook wel cyber enabled crimes genoemd. LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/rutgerleukfeldt/
DOCUMENT
Van 13 tot en met 15 oktober 2025 organiseerde Rijkswaterstaat samen met partners de demonstratie “When Ships Talk”. Tijdens dit evenement is gedemonstreerd hoe schepen automatisch hun vaarintenties met elkaar en met vaarwegbeheerders delen. Daarnaast is verkend hoe deze innovatie in het kader van het EU-project MAGPIE kan worden gebruikt voor Vessel Traffic Management in de haven en collision warning op schepen. Hogeschool Rotterdam, de partners van het EU-project MAGPIE en de VTMS-aanbieders Tidalis en QPS hebben samengewerkt om de vaarintenties te integreren in de VTMS-systemen en te demonsteren. Als reactie op het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport, is in 2017 een onderzoek gestart naar goederenvervoercorridors. De corridorpartijen maken gezamenlijk afspraken over projecten en financiering. Goederenvervoer Corridor Zuid (GVC-Zuid) ziet de ontwikkeling van het delen van intenties als een belangrijke bouwsteen voor hoogwaardig geautomatiseerd varen en de ontwikkeling richting varen met minder bemanning. Om de veiligheid van autonome of vergaand geautomatiseerde schepen en het overige scheepvaartverkeer op de vaarwegen en in havens te kunnen borgen, en om binnenvaartoperators overal op de corridor op dezelfde wijze te faciliteren, is het wenselijk dat de randvoorwaarden en uitgangspunten in kaart worden gebracht. GVC-Zuid vindt het daarom belangrijk om gezamenlijk te verkennen wat de meerwaarde en randvoorwaarden zijn voor het gebruik van intenties door VTS. GVC-Zuid ziet het bovendien als een kans om op de VTS-demonstratie ook VTS-operators van andere vaarwegbeheerders actief te betrekken bij de demonstratie en gericht de discussie te voeren over kansen en randvoorwaarden met de aanwezige VTS-operators. Het doel van het project is om samen met de partners van GVC-Zuid te inventariseren met welke concrete acties de GVC-Zuid kan bijdragen aan het realiseren van de meerwaarde van intenties delen. Deze acties worden opgenomen in de Ontwikkelagenda Autonoom Varen van GVC-Zuid.
DOCUMENT
Voor het project Sensing Streetscapes sprak Hogeschool van Amsterdam-onderzoeker Frank Suurenbroek met Marlies de Nijs, senior stedenbouwkundige bij de gemeente Utrecht. Zij vertelt over de Utrechtse manier van stadmaken met hoogbouw achter de coulissen van levendige plinten.
Voor het onderzoeksproject Sensing Streetscapes maakten Frank Suurenbroek en Gideon Spanjar een booklet waarin zij en andere experts het belang van de menselijke maat in de verdichte stad analyseren. Het interview met Marlies de Nijs is daarin ook opgenomen.
LINK