Geen samenvatting aanwezig.
DOCUMENT
Opleidingsscholen zouden moeten zorgen voor het leren op de werkplek. Tijdens de EPS-periode blijken de scholen echter voort te bouwen op oude tradities en er is maar op beperkte schaal werkplekleren zichtbaar.
DOCUMENT
Vanuit het werkveld bereiken Fontys Sporthogeschool (FSH) regelmatig vragen voor effectievere ondersteuning bij docentprofessionalisering van docenten Lichamelijke Opvoeding (LO). Deze zijn geconcretiseerd naar enkele breed gedeelde praktijk-vraagstellingen. Een innovatieve en veelbelovende methode voor docentprofessionalisering is Lesson Study (LS). Bij LS werken docenten samen aan het ontwerpen, uitvoeren en onderzoeken van een les. Deze aanpak voldoet aan kenmerken voor effectieve docentprofessionalisering zoals omschreven in de wetenschappelijke literatuur. Het is echter nog niet bekend of LS daadwerkelijk effectief is. Het consortium bestaande uit FSH, Universiteit Gent, Universiteit Utrecht, en de Academische Opleidingsscholen West-Brabant, Brabant Noord-Oost, Tilburg en Den Bosch, is daarom gekomen tot de volgende onderzoeksvragen: 1) Wat zijn de effecten van een workshop ‘motivationeel klimaat’ gevolgd door een begeleide lesson study op de vijf niveaus van doorwerking van Guskey (2000), in vergelijking met alleen een workshop? 2) Welke belemmeringen en succesfactoren kunnen er geïdentificeerd worden met betrekking tot het zelfstandig toepassen van de methode lesson study door docenten LO? 3) Hoe waarderen docenten LO en hun leidinggevenden de opbrengsten van de methode lesson study ten opzichte van de tijdsinvestering die deze vergt? In het onderzoek is sprake van een mixed-methods aanpak. De effecten (vraag 1) worden kwantitatief gemeten aan de hand van de niveaus van Guskey (2000) en vergeleken met een controlegroep van scholen die alleen een workshop krijgen. Vraag 2 en 3 worden kwalitatief onderzocht via focusgroepgesprekken (docenten) en semi-gestructureerde interviews (leidinggevenden). De opbrengsten van dit project zijn kennis met betrekking tot de effectiviteit en bruikbaarheid van LS voor docentprofessionalisering bij LO. Deze kennis wordt verspreid met nationale en internationale publicaties en presentaties. Voor het werkveld wordt tevens een symposium georganiseerd. De kennis zal niet alleen indalen in de lerarenopleiding LO van Fontys Sporthogeschool, maar LS zal bij gebleken effectiviteit ook in worden gezet als werkvorm voor LO-studenten die stagelopen.
Onderwijs in Wetenschap en Technologie (W&T) is belangrijk om leerlingen voor te bereiden op hun rol in de samenleving. W&T onderwijs wordt in de basisschool vaak vormgegeven als Onderzoekend en Ontwerpend Leren (OOL), waarin het stellen van leervragen een belangrijke vaardigheid is om kennis te verwerven en te beschouwen. Leraren onderschrijven het belang van leervragen stellen, maar vinden het vaak lastig om passende begeleiding aan onderzoekend en ontwerpend leren te bieden in de klas. De aanvrager, ingebed in het themaveld “Kwaliteiten van leraren” van het HAN Kenniscentrum “Kwaliteit van Leren”, wil een oplossing hiervoor ontwikkelen en richt zich daarom op de vraag: “Hoe kunnen leraren worden ondersteund in het efficiënt en effectief vaststellen van het hypothetische leertraject van leervragen?” Om een ondersteuningsmethodiek te ontwikkelen, wordt eerst door literatuuronderzoek en door stimulated recall interviews in de praktijk verkend welke ontwerpprincipes leraren ondersteunen bij het vaststellen van de mogelijke leerwaarde van leervragen. Vervolgens wordt door participerend ontwerponderzoek met een team van leraren in twee iteraties een ondersteuningsmethodiek ontworpen, getest, geëvalueerd en herontworpen. De beoogde opbrengst is een “routekaart”: een visueel ondersteunde handleiding voor de bepaling van het hypothetisch leertraject van leervragen, dat een beslisschema en handelingsalternatieven voor begeleiding bevat. De kennisdisseminatie van onderzoeksresultaten zal gericht zijn op leraren in het werkveld en op lerarenopleidingen door middel van trainingen, handleidingen, materialen en artikelen in vakbladen, als ook op de wetenschap in de vorm van wetenschappelijke artikelen en bijdragen aan (inter-) nationale conferenties. De aanvrager zal als lerarenopleider verworven inzichten inzetten in zowel bachelor- en master-lerarenopleidingen, als in onderwijs- en begeleidingsactiviteiten binnen het regionale netwerk van opleidingsscholen. Om zich zelf verder te bekwamen in projectmanagement, onderzoeksvaardigheden en valorisatie van onderzoeksopbrengsten in de driehoek onderwijs, onderzoek en praktijk, zal de aanvrager cursussen volgen, intervisie- en netwerkbijeenkomsten organiseren en gecoacht worden door betrokken lector.
Er zijn manieren om met behulp van moderne technologie, namelijk chatbots, startende docenten te ondersteunen in de eerste jaren van hun werk. Deze veelbelovende mogelijkheid willen we in de praktijk verkennen en beproeven. Begeleiding van startende docenten op de scholen staat onder druk door het lerarentekort. Startende docenten staan regelmatig voor de uitdaging om zelf te zoeken naar aanvullende kennis over lastige situaties die ze tegenkomen zoals: orde houden in de klas en motiveren van leerlingen. Omdat adequate begeleiding niet altijd voorhanden is willen we onderzoeken of een chatbot voor startende docenten op het gebied van pedagogisch-didactische vaardigheden een bijdrage kan leveren in de begeleiding van startende docenten. Vragen waar we antwoord op willen krijgen zijn: Naar welke kennis zijn startende docenten op zoek en welke formuleringen gebruiken startende docenten om hulp te vragen? Om dit project te kunnen uitvoeren is een consortium van meerdere partijen gecreëerd omdat voor het ontwikkelen van een chatbot kennis en expertise uit verschillende domeinen nodig is zoals onderwijskunde, Conversational Interfaces en ICT. Dit consortium bestaat uit de lerarenopleiding van de Hogeschool Utrecht, twee opleidingsscholen in de regio en Helpr. Dit project levert als eindproduct een werkende versie van een chatbot voor startende docenten in het VO op het gebied van pedagogisch-didactische vragen en een evaluatie onder zowel begeleiders/coaches en startende docenten inzake de ervaring met deze chatbot. Na dit project wordt besloten om wel of niet door te gaan met het doorontwikkelen van deze chatbot en deze breed in de praktijk in te zetten voor ondersteuning van startende docenten in het VO en mogelijk ook in het primair en hoger onderwijs.
Academisch geschoolde leerkrachten kunnen in het primair onderwijs op allerlei manieren bijdragen. Scholen maken echter nog onvoldoende gebruik van hun kennis en kunde. Dit project richt zich op de ontwikkeling van een gemeenschap van studenten en opleiders met de focus op het vergroten van de onderzoekende cultuur binnen de opleidingsscholen en -instituten.
DoelDit project wil bijdragen aan:
Dit onderzoek werkt toe naar de volgende beoogde opbrengsten (ondersteund vanuit het PRIME framework; zie Greven & Andriessen, 2019):
01 maart 2022 - 01 maart 2023
AanpakWe maken gebruik van een participatieve actieonderzoeksgerichte methode: we betrekken studenten en opleiders van de academische lerarenopleiding actief in het onderzoeksproces. Verder zijn de onderzoeksactiviteiten niet alleen gericht op het vergaren van kennis, maar ook op het verbeteren van het handelen.
Downloads en linksHet project BLIP heeft een methodiek opgeleverd (WISH) die is ontwikkeld voor en haar bruikbaarheid heeft bewezen in het middelbaar beroepsonderwijs (zie http://www.han.nl/onderzoek/werkveld/projecten/blip/). In het project is de methode ook overgedragen aan leraren in opleiding zodat zij deze ook in hun onderwijspraktijk in het middelbaar beroepsonderwijs kunnen gebruiken. De lerarenopleiders van de HAN stelden daarna ook de vraag of de WISH methode ook niet bruikbaar zou zijn voor hun eigen studenten in het kader van voorbereiding op de stage. De methode, zo is de veronderstelling, zou dus breder gebruikt kunnen worden. We zijn voornemens de methode ook als stagevoorbereiding aan te bieden aan de lerarenopleidingen. In eerste instantie aan de faculteit educatie binnen de HAN. Als lijkt dat dit goed werkt dan verbreden we dit ook naar de andere lerarenopleidingen. Gedacht wordt aan studenten die stage lopen bij opleidingsscholen in het po en vo. Voor dat dit mogelijk is moet de methode echter wel aan de hbo context worden aangepast. Naast de inzet van de WISH methode voor mbo studenten kunnen we op deze wijze de WISH methode ook bruikbaar maken voor hbo studenten.
De lectoraten van het Thomas More Praktijkcentrum (TMP) hebben de afgelopen jaren een goede doorwerking weten te realiseren in de onderwijspraktijk van de lerarenopleiding en onze opleidingsscholen in de regio Rotterdam. Ons onderzoek kenmerkt zich door een nauwe samenwerking met leraren in praktijkgemeenschappen. Deze praktijkgemeenschappen dragen bovendien bij aan de professionalisering van leraren en opleiders t.a.v. het doen van onderzoek op lectoraatsthema’s. Praktijkgemeenschappen vormen het hart van onze onderzoekinfrastructuur. Maar de Corona-pandemie en het voortdurende lerarentekort plaatsen ons voor grote uitdagingen. De druk in scholen is groot om mensen voor de groep te zetten en de mogelijkheden om leraren ‘vrij te maken’ voor onderzoeksactiviteiten zijn beperkt. Besturen en schoolleiders zijn zich wel steeds meer bewust dat ze ambitieuze starters en leraren die hebben geïnvesteerd in een master, duurzaam aan zich kunnen binden als ze hen een aantrekkelijk loopbaanperspectief als teacherleader bieden. De rol van leraar-onderzoeker, verbonden aan een praktijkgemeenschap, biedt zo’n perspectief. Daarnaast noopt de pandemie ons tot meer online ontmoetingen en dat heeft gevolgen, niet alleen voor de mogelijkheid tot samenwerken binnen onze nabije onderwijsgemeenschap maar ook voor de verbinding met regionale en landelijke kennisnetwerken en de zichtbaarheid van ons werk. Een goed werkend digitaal platform is daarvoor onontbeerlijk. Om onze onderzoekinfrastructuur te versterken, richten we ons op drie onderdelen: a. we bieden meer leraren van opleidingsscholen, die betrokken zijn bij een praktijkgemeenschap, de functie van leraar-onderzoeker b. we bundelen opgedane ervaringen en we ontwikkelen een TMP-aanpak voor het werken met praktijkgemeenschappen (kennisdeling -en benutting). c. we zetten een digitaal platform op om online samenwerken binnen onze praktijkgemeenschappen te faciliteren en expertise en bevindingen uit onze onderzoekspraktijken breder beschikbaar te stellen.
Door de corona-maatregelen lopen 1. de afronding van het lectoraat Narratieve Professionele Identiteit (juni 2021) en 2. de ontwikkeling van onderzoeksscholen binnen partnerschappen van Hogeschool KPZ, vertraging op. Beide projecten dragen bij aan de versterking van de kennisinfrastructuur van praktijkgericht onderzoek. 1. Afronding lectoraat. Extra onderzoekscapaciteit is nodig om de verzamelde data te analyseren en nieuwe data in 2020 te verzamelen en te analyseren gericht op het longitudinale onderzoek. Aangezien het wellicht niet mogelijk is om een grote afrondende conferentie te organiseren, wordt een uitgebreide conferentiebundel gemaakt, die open access beschikbaar komt op de digitale infrastructuur van Hogeschool KPZ. De lectoraatskennis over de fasering van de professionele identiteit van aankomende leraren en de begeleiding daarvan door lerarenopleiders met een doorwerking naar de curricula in de opleidingen komt breed beschikbaar. Zo krijgen de partnerschappen in de regio en binnen Radianthandvatten om (aanstaande) leraren op te leiden en in de praktijk te professionaliseren tot onderwijsprofessionals met een sterke professionele identiteit. 2. Ontwikkeling onderzoeksscholen. Hogeschool KPZ werkt aan de transitie van academische opleidingsscholen en opleidingsscholen naar onderzoeksscholen. De invoering van dit nieuwe concept van onderzoeksschool vraagt extra capaciteit in de vorm van een projectleider die met de partnerschappen Samen Opleiden & Professionaliseren het concept verder uitwerkt op minimaal vijf regionale scholen, de onderzoekscultuur in beeld brengt, samen met de scholen onderzoekt welke professionalisering op het gebied van evidence-informed werken wenselijk is en verkent wat de toegevoegde waarde van een onderzoeksschool is. Daarnaast wordt binnen de scholen van de partnerschappen een professionele leergemeenschap van gecertificeerde onderzoekscoördinatoren opgericht, in de vorm van een kenniskring werkveld onderzoek. Hierin worden kennisproducten ontwikkeld op het gebied van praktijkgericht ontwerponderzoek voor onderzoeksscholen. De onderzoeksscholen maken deel uit van een stevige kennisinfrastructuur in de regio, waarin evidence-informed kennisproducten ontwikkeld worden, met doorwerking naar andere (partner)opleidingsscholen.
Lerarenopleidingen staan onder druk. Ze worden geconfronteerd met snelle ontwikkelingen in de samenleving en op scholen. Bovendien wordt van hen verwacht dat ze voldoende goede leraren opleiden als antwoord op het lerarentekort. De diversiteit van studenten die instromen in de lerarenopleiding is groot. Dit vraagt om flexibiliteit en maatwerk van lerarenopleidingen, zodat ze kunnen meebewegen met die ontwikkelingen. In het mbo wordt dit responsief genoemd, maar in het hbo is er nog weinig kennis over responsiviteit. De vraag die in dit promotieonderzoek centraal staat is: Hoe kan een responsief curriculum voor lerarenopleidingen in het hbo worden vormgegeven?
DoelWe nemen in dit promotieonderzoek een ontwerpperspectief in, omdat er nog nauwelijks ontwerpkennis is over het ontwikkelen van responsieve beroepsgerichte curricula. Het levert wetenschappelijk gefundeerde ontwerpkennis op. Met deze ontwerpkennis kunnen lerarenopleidingen in het hbo (binnen en buiten de Hogeschool Utrecht) deze, en vergelijkbare vraagstukken aanpakken.
ResultatenHet beoogde resultaat is wetenschappelijke ontwerpkennis over responsiviteit van een hbo-curriculum. Daarnaast is het de bedoeling dat er een directe doorwerking ontstaat bij de betrokken lerarenopleidingen. Er zijn een aantal lerarenopleidingen van Instituut Archimedes en de opleidingsscholen waarmee zij samenwerken, direct betrokken in dit promotieonderzoek. Voor het breder valideren van de beoogde kennis participeren ook andere lerarenopleidingen in dit promotieonderzoek.
Looptijd01 februari 2020 - 31 januari 2024
AanpakTijdens dit promotieonderzoek werken we met een model voor ontwerpgericht onderzoek dat uit drie ontwerpstappen bestaat: 1) analyse/exploratie, 2) ontwerp/constructie en 3) evaluatie/reflectie. We ontwikkelen interventies voor een cluster van lerarenopleidingen in een longitudinaal onderzoek. Tijdens deze ontwerpstudie worden o.a. interviewstudies verricht voor het verhogen van de kwaliteit en de beoogde overdraagbaarheid.
DownloadsAcademisch geschoolde leerkrachten kunnen in het primair onderwijs op allerlei manieren bijdragen. Scholen maken echter nog onvoldoende gebruik van hun kennis en kunde. Dit project richt zich op de ontwikkeling van een gemeenschap van studenten en opleiders met de focus op het vergroten van de onderzoekende cultuur binnen de opleidingsscholen en -instituten.
