Deze publicatie over de vroege fase van bedrijfsopvolging in familiebedrijven laat zien dat de intentie van een volgende generatie om al dan niet het bedrijf over te nemen zich al op jonge leeftijd ontwikkelt. Ouders oefenen invloed uit op de ontwikkeling van hun kinderen door (on)bewust gebruik te maken van sociale mechanismen, waardoor de emotionele betrokkenheid van het kind in meer of mindere mate kan worden gestimuleerd. Daarbij worden er verschillende vormen van planning gebruikt voor het bedrijfsopvolgingsproces; zowel formele als intuïtieve planning. Voor ouders blijft het een dilemma om een evenwicht te vinden in het stimuleren van de individuele belangen en behoeften van hun kinderen, de belangen van het gezin en de belangen van het bedrijf. Met deze publicatie hopen wij ondernemende families handvatten te geven om op een nieuwe, andere manier naar de opvolging te kijken.
DOCUMENT
De huidige protocollen voor acute zorg zijn aan herziening toe. Ze zijn niet ontwikkeld volgens de algemeen geaccepteerde evidence based richtlijn ontwikkeling (EBRO) methode, ze bevatten geen proces - en uitkomstindicatoren en ze zijn niet ontwikkeld met het oog op de keten Ambulancezorg, SEH en HAP. Ook ontbreekt een planmatige invoering en gebruiksevaluatie. Het doel van dit project is Inzicht te krijgen in de mate waarin zorgverleners de huidige protocollen bij acute zorg (LPSEH, LPA) opvolgen en in de factoren die dit beïnvloeden; overeenkomsten vaststellen tussen LPA, LPSEH en standaarden voor acute zorg van HAP en op grond hiervan ontwerpen van drie ketenbrede protocollen voor acute zorg (voor ambulance en SEH, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de standaarden van de HAP). Dit resulteert in drie Ketenbrede Landelijke Protocollen Spoedzorg met proces- en uitkomst indicatoren en gerichte implementatiestrategie. Het project Ketenbrede Landelijke Protocollen Spoedzorg (KLPS-project) liep van juni 2009 tot en met februari 2012 en is uitgevoerd door het Lectoraat Acute Intensieve Zorg van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Het KLPS-project bestond uit twee fases met verschil-lende doelstellingen en eindproducten.
DOCUMENT
In de kinderopvangtoeslagaffaire is tienduizenden ouders ongekend onrecht aangedaan door de Rijksoverheid. Dit is aanleiding geweest voor dit onderzoek. Om inwoners goed te kunnen ondersteunen is het belangrijk dat knellende mechanismen in (de uitvoering van) wet- en regelgeving en beleid tijdig worden gesignaleerd en dat uitvoerders deze agenderen in het vertrouwen dat de signalen worden opgevolgd. Met dit onderzoek willen de gemeenten leren hoe signalering en agendering van knellende mechanismen kan verbeteren.Uit het onderzoek komen acht overkoepelende constateringen naar voren die inzicht geven in hoe uitvoerders omgaan met knellende mechanismen en wat de rol van de cultuur van de gemeente binnen de gemeente daarin is. Uit deze constateringen zijn acht lessen te trekken die betrekking hebben op wat binnen de uitvoering, en de (management)lagen daarboven, verbeterd kan worden aan de signalering, agendering en opvolging van knellende mechanismen.
MULTIFILE
Tuinvergroening is een belangrijk onderdeel van de aanpak van (stedelijke) maatregelen tegen klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. De achtertuin kan als het ware fungeren als een plek waar klimaatadaptie en natuurherstel op microniveau kan plaatsvinden. Ook al bestaan er veel interventiemethodes zoals groene tuintips en adviezen, is het belangrijk om deze te specificeren en tekoppelen aan de belevingswereld van verschillende tuinbezitters. Binnen het projectburgerwetenschappelijke participatieproject Pientere Tuinen rondom tuinvergroening is er de wens om een beter beeld te krijgen van de motivaties en belemmeringen. In opvolging van een kwantitatief onderzoek onder projectdeelnemers doet dit rapport verslag van een opvolging op basis van interviews met zeven tuinbezitters in de Regenboogbuurt, Almere als case study. Deze bewoners is gevraagd wat hun motiveert of tegenhoudt rondom de inrichting van de achtertuin om een beterbeeld te krijgen waar mogelijke barrières liggen rondom vergroening.
DOCUMENT
In het voorjaar van 2023 vond de G1000Zuid-Holland plaats, bestaande uit drie burgerberaden. Deze burgerberaden gingen over verschillende onderwerpen: (1) Wonen, (2) Toekomst van het platteland en (3) Leefbaarheid, verkeer en vervoer. Provinciale Staten zijn de initiatiefnemer van de burgerberaden. Het projectteam van provincie Zuid-Holland heeft samen met Stichting G1000 de uitvoering van de beraden op zich genomen. Meer dan 300 inwoners van provincie Zuid-Holland deelgenomen aan de burgerberaden. De burgerberaden formuleerden 113 adviezen die werden samengevoegd tot het Provinciaal Burgerakkoord Zuid-Holland. Het burgerakkoord werd op 25 maart aan Provinciale Staten overhandigd. De onderzoeksvraag van deze evaluatie was dan ook: Wat heeft de G1000Zuid-Holland de provincie opgeleverd? Wat zijn de effecten, welke resultaten zijn behaald, wat ging er goed en wat kunnen we hiervan leren, ook voor toekomstige participatietrajecten waaronder burgerberaden? Het burgerberaad vond plaats voor de Provinciale Statenverkiezingen van maart 2023, zodat de adviezen meegenomen konden worden in het coalitieakkoord. Hierdoor was er drie maanden beschikbaar voor de voorbereiding van drie burgerberaden op verschillende locaties in de provincie. In acht genomen dat het voor het eerst was dat de provincie een burgerberaad organiseerde, de voorbereidingstijd en dat het projectteam nog niet op volle sterkte was, was dit te kort. Deelnemers aan de burgerberaden waren over het algemeen tevreden over de organisatie van de G1000Zuid-Holland. Na afloop had bijna de helft van de deelnemers vertrouwen in de opvolging van hun adviezen. Het besluitvormingsproces van de provincie duurde langer dan gedacht. Desalniettemin, waren leden van de monitor- en klankbordgroep zeer positief over de uiteindelijke besluitvorming door de PS op 15 mei 2024.
DOCUMENT
Hoewel het belang van leiderschap in hybride werken wordt erkend, ontbreekt nog een concreet kader voor hybride leiderschap in competentieprofielen. Aan de hand van een uitgebreid internationaal literatuuronderzoek heeft onderzoeker/docent management & organisatie Wouter Smit een verkenning gemaakt van hoe dit profiel eruit kan zien.
LINK
In 2023 heeft de gemeente Leiden een burgerberaad over de energietransitie georganiseerd. In dit rapport leest u de bevindingen van het onderzoek naar dit burgerberaad. Het beraad bestond uit een serie bijeenkomsten waarin een gelote, vaste groep deelnemers adviezen formuleerde, waarbij de volgende vraag centraal stond: Hoe kunnen we als gemeente en bewoners sneller stappen zetten richting minder en schonere energie? Het doel van dit onderzoek is leren van de ervaringen die met het burgerberaad zijn opgedaan. Het onderzoek heeft drie doelstellingen; 1) het beschrijven van de opzet (methodiek) van het burgerberaad, 2) inzicht verkrijgen in de ervaringen van deelnemers aan het burgerberaad en 3) inzicht verkrijgen in de veranderingen in betrokkenheid bij het vraagstuk van het burgerberaad. Dataverzameling heeft plaatsgevonden door middel van enquêteonderzoek onder deelnemers voorafgaande aan en na afloop van het burgerberaad. In aanvulling hierop is bij een klein aantal deelnemers een online interview afgenomen. De resultaten laten zien dat de gestratificeerde loting heeft geleid tot een goede afspiegeling wat betreft geslacht en leeftijd. Verder bestond het burgerberaad voor het merendeel uit bewoners die niet eerder deelnamen aan een door de gemeente georganiseerde vorm van participatie. Deelnemers vormden geen goede afspiegeling wat betreft opleidingsniveau; er was een oververtegenwoordiging van theoretisch opgeleiden. Deelnemers aan het burgerberaad kijken (zeer) positief terug op hun deelname aan het burgerberaad. Deelnemers waren positief over de manier waarop het beraad is georganiseerd en over de mogelijkheden om invloed uit te oefenen. De meeste deelnemers gaven aan dat als het onderwerp hun interesse zou hebben en de gemeente opnieuw een burgerberaad zou organiseren, ze opnieuw deel zouden nemen. Deelnemers hebben zich eigenaar gevoeld van het burgerberaad. Dit heeft echter niet geleid tot meer betrokkenheid bij de energietransitie. Een verklaring hiervoor kan zijn dat deelnemers zich voorafgaande aan het burgerberaad al zeer betrokken voelden bij het klimaatvraagstuk. De bijdrage van de gespreksleiders (met name wat betreft neutraliteit) werd minder positief beoordeeld door deelnemers. Ten slotte bestond er onder deelnemers twijfel over de opvolging van de adviezen door de gemeente.
DOCUMENT
Eind 2023 en begin 2024 heeft de gemeente Utrecht een burgerberaad over een prettige jaarwisseling georganiseerd. In dit rapport leest u de bevindingen van het onderzoek naar dit burgerberaad. Het beraad bestond uit een serie bijeenkomsten waarin een gelote, vaste groep deelnemers adviezen formuleerde, waarbij de volgende vraag centraal stond: Hoe willen we dat de jaarwisseling verloopt in de stad Utrecht vanaf 2024-2025 en daarna? Het doel van dit onderzoek is leren van de ervaringen die met het burgerberaad zijn opgedaan. Het onderzoek heeft twee doelstellingen; 1) het beschrijven van de opzet (methodiek) van het burgerberaad, en 2) inzicht verkrijgen in de ervaringen van deelnemers aan het burgerberaad. Dataverzameling heeft plaatsgevonden door middel van enquêteonderzoek onder deelnemers voorafgaande aan en na afloop van het burgerberaad. In aanvulling hierop is bij een klein aantal deelnemers een online interview afgenomen. De resultaten laten zien dat de gestratificeerde loting heeft geleid tot een goede afspiegeling wat betreft geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en verdeling over de verschillende wijken. Verder bestond het burgerberaad voor het merendeel uit bewoners die niet eerder deelnamen aan een door de gemeente georganiseerde vorm van participatie. Deelnemers leken geen goede afspiegeling te vormen wat betreft kenmerken die niet waren meegenomen in de loting; migratieachtergrond en perspectief ten aanzien van het vraagstuk. Deelnemers aan het burgerberaad kijken zeer positief terug op hun deelname aan het burgerberaad. Deelnemers waren positief over de manier waarop het beraad is georganiseerd en over de mogelijkheden om invloed uit te oefenen. De meeste deelnemers gaven aan dat als het onderwerp hun interesse zou hebben en de gemeente opnieuw een burgerberaad zou organiseren, ze opnieuw deel zouden nemen. Ook was er vertrouwen in opvolging van de adviezen door de gemeente. Hoewel er genoeg tijd en bijeenkomsten waren, was er in de groepsgesprekken weinig tijd voor verdieping en uitwisseling van verschillende perspectieven. Dit leverde bijvoorbeeld de – voor deelnemers verwarrende – situatie op dat er onderling tegenstrijdige adviezen werden opgesteld. Verder leidde de inbreng van expertkennis soms tot beïnvloeding van de gesprekken, wat mogelijk ten koste kan gaan van het eigenaarschap van de deelnemers. Toekomstige burgerberaden kunnen baat hebben bij meer ruimte voor kritische reflectie en het afwegen van verschillende perspectieven.
DOCUMENT