Types
0Instelling
24Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Onderzoeksresultaten van het onderzoek naar (veranderingen in) de objectieve en ervaren (verkeer)veiligheid en zichtbaarheid in de Sportzones in Doornenburg en Gendt. Tevens de presentatie van de ideale Sportzone zoals deze geschetst is op basis van alle onderzoeksresultaten.
DOCUMENT
Op het congres publieke ruimte samen met lector Lore Cuypers van HOWEST een presentatie verzorgd over de Sportzones in Doornenburg en Gendt.
DOCUMENT
Op de dag van het Sportonderzoek 2023 in Groningen presenteerden we de resultaten van het evaluatie onderzoek naar Sportzones in Doornenburg en Gendt (gemeente Lingewaard). We focussen in deze presentatie op (veranderingen in) de objectieve en ervaren (verkeer)veiligheid en zichtbaarheid van het gebied. Sportzones zijn een strategie voor gemeenten om de omgeving beweegvriendelijk in te richten. In de opzet van het onderzoek is het BVO-model gebruikt. We onderscheiden hardware, software en orgware binnen de Sportzones. Focus van deze presentatie lag op de verkeersinfrastructurele aanpassingen dus hardware.
DOCUMENT
Gastcollege bij tweedejaars studenten van keuzemodule Vital Cities van HOWEST.
DOCUMENT
Voor beleidsmedewerkers verkeer van de gemeente Montferland een presentatie gegeven over de ins en outs van Sportzones.
DOCUMENT
Sportzones zijn voor gemeenten een manier om de openbare ruimte beweegvriendelijker in te richten. Aan de hand van het BVO-model geven sportzones invulling aan de verkeersinfrastructuur, de sportvoorzieningen (hardware), het sportaanbod (software) en de samenwerkingen (orgware) op en rondom sportparken. Dit artikel geeft inzicht in de onderzoeksresultaten van de impactstudie bij de eerste twee sportzone in Nederland én het focust op de aanebevlingen voor nieuwe Sportzones aan de hand van de Ideale Sportzone
IMAGE
Om de sport- en beweegparticipatie in Nederland te vergroten wordt gebruik gemaakt van Living Labs. Hier is geen eenduidige definitie voor, maar in de volgende beschrijving wordt getracht de karakteristieke kenmerken goed op te nemen: ‘’Zowel een fysieke locatie als een gezamenlijke aanpak, waarin verschillende partijen experimenteren, co-creëren en testen in de levensechte omgeving, afgebakend door geografische en institutionele grenzen’’ (Schliwa en McCormick, 2016 p.174). Sinds 2019 werkte de gemeente Den Haag en de Haagse Hogeschool op sport- en beweeggebied samen in 2 Living Labs: 1. Sportvereniging H.K.V./Ons Eibernest en 2. Wijkcentrum Bouwlust-Vrederust. Op beide locaties zijn projecten gedraaid in samenwerking tussen de gemeente Den Haag, de Haagse Hogeschool en lokale partijen. Mid-2023 is besloten geen nieuwe projecten meer op te zetten vanuit de 2 bestaande locaties, maar de pijlen te richten op een nieuwe locatie. We verwachten dat dit de onderlinge samenwerking ten goede komt en dat het effect van sport en bewegen op bewoners in een wijk nauwkeuriger beschreven kan worden. Als nieuwe locatie is gekozen voor Brinckerinckstraat 71, 2531 VE Den Haag. Op deze locatie in Moerwijk-Noord is Sociaal Cultureel & Sport Vereniging De Ster (hierna voetbalvereniging De Ster) gehuisvest. Het doel van het Living Lab is om op deze nieuwe locatie samen met bewoners en andere belanghebbenden een buurtsportvereniging (hierna BSV) te realiseren die aansluit bij de behoeftes van de bewoners van Moerwijk-Noord en waar ruimte blijft voor het bestaan van voetbalvereniging De Ster. Om dit te bereiken wordt ingezet op het creëren van een pedagogisch veilige, open en toegankelijke vereniging met verschillende vormen van sporten en bewegen die zijn afgestemd op de behoeften van de wijk. De BSV zou een sociale wijkfunctie moeten krijgen dat bijdraagt aan sport en bewegen. In het verlengde hiervan is er gewerkt aan de volgende visie voor de BSV, opgesteld door de huidige partners (zie hoofdstuk 7.1): “In 2026 wordt de locatie optimaal gebuikt om te sporten en bewegen in de wijk. De Buurtsportvereniging - De Ster (nu Moerwijk-Noord genoemd) draait organisatorisch en financieel zelfstandig met, door en voor de bewoners uit Moerwijk-Noord. De lessen die hieruit voortkomen worden de komende jaren actief gedeeld in het netwerk van Living Labs, en ter gebruik voor andere locaties, zowel binnen als buiten Den Haag.” Inmiddels zijn we een jaar verder en is er al veel gebeurd. Het document wat u nu leest is een verslaglegging en inventarisatie van de ontwikkelingen tot heden en geeft een goed beeld van de huidige stand van zaken. Het document is als volgt opgedeeld: in hoofdstuk 2 zal een terugblik worden gedaan op de Living Labs die zich binnen de gemeente Den Haag de afgelopen jaren op sporten en bewegen hebben gericht. Daarna zal uiteengezet worden hoe het huidige Living Lab tot stand is gekomen. Om een beter beeld te krijgen van de omgeving van Living Lab BSV Moerwijk-Noord wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de geschiedenis, de bewoners, de gezondheid van de bewoners en het beweeggedrag van de bewoners van Moerwijk-Noord. Aan de hand van het BVO-Model (zie hoofdstuk 2) zal vervolgens in hoofdstuk 4, 5 en 6 uitgelegd worden hoe het staat met de hardware, de software en de orgware in het nieuwe Living Lab. Tot slot staan in hoofdstuk 7 conclusies. Op basis van het BVO-Model (zie hoofdstuk 2) zal jaarlijks een nieuwe inventarisatie gedaan worden.
DOCUMENT
The (pre)school environment is an important setting to improve children’s health. Especially, the (pre)school playground provides a major opportunity to intervene. This review presents an overview of the existing evidence on the value of both school and preschool playgrounds on children’s health in terms of physical activity, cognitive and social outcomes. In addition, we aimed to identify which playground characteristics are the strongest correlates of beneficial effects and for which subgroups of children effects are most distinct. In total, 13 experimental and 17 observational studies have been summarized of which 10 (77%) and 16 (94%) demonstrated moderate to high methodological quality, respectively. Nearly all experimental studies (n = 11) evaluated intervention effects on time spent in different levels of physical activity during recess. Research on the effects of (pre)school playgrounds on cognitive and social outcomes is scarce (n = 2). The experimental studies generated moderate evidence for an effect of the provision of play equipment, inconclusive evidence for an effect of the use of playground markings, allocating play space and for multi-component interventions, and no evidence for an effect of decreasing playground density, the promotion of physical activity by staff and increasing recess duration on children’s health. In line with this, observational studies showed positive associations between play equipment and children’s physical activity level. In contrast to experimental studies, significant associations were also found between children’s physical activity and a decreased playground density and increased recess duration. To confirm the findings of this review, researchers are advised to conduct more experimental studies with a randomized controlled design and to incorporate the assessment of implementation strategies and process evaluations to reveal which intervention strategies and playground characteristics are most effective. https://doi.org/10.1186/1479-5868-11-59 This is an Open Access article distributed under the terms of the Creative Commons Attribution License (http://creativecommons.org/licenses/by/2.0), which permits unrestricted use, distribution, and reproduction in any medium, provided the original work is properly credited.
MULTIFILE
Nederland staat voor een grote woningbouwopgave. Volgens cijfers van het CBS moeten er tot 2030 een miljoen woningen gebouwd worden in Nederland. De vraag naar nieuwe woningen concentreert zich met name in de stedelijke gebieden. Den Haag wil binnenstedelijk het aantal woningen verdubbelen in het zogenaamde Central Innovation District. Volgens de huidige plannen komen in het CID de komende jaren 20.500 woningen bij voor 40.000 nieuwe inwoners. Ten aanzien van stedenbouw kiest de gemeente Den Haag ervoor om het CID te ontwikkelen tot een centrummilieu: een gebied met een hoge concentratie van wonen, werken en andere voorzieningen. De functiemenging wordt onder andere ingevuld door middel van hoge bouw en hoogbouw waarbij de plint een belangrijke rol vervult. Maar hoe kan de buitenruimte van het CID zo worden ingericht dat het bijdraagt aan de kwaliteit van leven van de bewoners? In antwoord op deze vraag zijn in het afgelopen jaar een drietal expertmeeting georganiseerd vanuit De Haagse Hogeschool in samenwerking met de gemeente Den Haag. Deze expertmeetings vonden plaats in november 2020, januari 2021 en maart 2021. Hierbij wordt gefocust op drie thema’s, namelijk sociale eenzaamheid & architectuur, gezondheid & de openbare ruimte en stedelijke vernieuwing en ongelijkheid. De expertmeetings vonden alle drie online plaats.
DOCUMENT