Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3geen samenvatting aanwezig
DOCUMENT
Dit rapport is als volgt opgebouwd. Na dit eerste hoofdstuk wordt ingegaan op de methode van onderzoek en de afbakening van de begrippen in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 is aandacht voor vaderschap en de vier bufferprocessen van Van der Pas. Vanaf het vierde hoofdstuk staan achtereenvolgens de drie onderzoeksvragen van het literatuuronderzoek centraal. In het vierde hoofdstuk zal ingegaan worden op de vraag wat volgens mannen, die geweld plegen jegens hun partner, het effect daarvan is op hun kinderen. In hoofdstuk 5 staan de resultaten weergegeven van de vraag wat de perceptie is van deze mannen op hun vaderschap. Om vervolgens in hoofdstuk 6 in te gaan op interventies ter verbetering van het vaderschap van deze mannen. In de conclusie wordt teruggeblikt op de gevonden resultaten en vooruitgeblikt op de betekenis daarvan voor onderzoek en praktijk. Er zijn twee bijlagen toegevoegd. In de eerste bijlage wordt de afbakening verantwoord en ga ik in op de gemaakte keuzes tijdens de literatuurstudie. De tweede bijlage biedt een overzicht van de gevonden literatuur op kernbegrippen en geeft een inschatting van de waarde en de beperkingen van de gebruikte onderzoeken.
DOCUMENT
In deze lezing neem ik jullie mee in het denken over kindermishandeling en geweld in intieme relaties. Het inzicht in kindermishandeling en de aanpak ervan heeft zich ogenschijnlijk los ontwikkeld van de aandacht en aanpak voor geweld in intieme relaties (ook wel huiselijk geweld of partnergeweld genoemd). Pas recent komt meer aandacht voor en wetenschappelijk onderzoek naar de samenhang hiertussen, en voor een integrale en systeemgerichte aanpak met aandacht voor alle gezinsleden. Oog voor genderverschillen is hierbij (nog) niet vanzelfsprekend. Dat kinderen als kwetsbare partij tegenover de ouders bescherming behoeven door de overheid is algemeen geaccepteerd en vastgelegd in de wet. Dat volwassenen beschermd moeten worden in een intieme relatie is echter van een andere orde. In Nederland zijn mannen en vrouwen voor de wet gelijk. Dat betekent niet dat de patriarchale verhoudingen en ongelijkheden tussen mannen en vrouwen maatschappelijk gezien zijn verdwenen, zoals onder meer de discussie omtrent Me Too laat zien. Juist bij verschuivende machtsverhoudingen kan geweld toenemen (Van Lawick, 2003; Yerden, 2008). Bij geweld, dwang en controle in intieme relaties zijn er verschillen tussen slachtofferschap van vrouwen en mannen. Geweld uit onmacht of stressfactoren binnen intieme relaties heeft een ander effect op kinderen dan dwingende controle binnen intieme relaties. Wat dit betekent voor de bescherming en hulp aan kinderen en volwassenen en hoe dit vanuit een geïntegreerde visie kan worden vormgegeven is een enorme uitdaging. In deze lezing geef ik een aantal overdenkingen mee over de samenhang tussen kindermishandeling en geweld in intieme relaties, dilemma’s in het bieden van hulp en bescherming, en toekomstbeelden. Het gaat bij kindermishandeling en partnergeweld over onveiligheid. Onveiligheid kan bestaan uit allerlei vormen van geweld, zoals fysiek, psychisch, of seksueel geweld, maar ook uit verwaarlozing of financiële uitbuiting. Onveiligheid kan eveneens betekenen dat een ouder, bijvoorbeeld wegens psychiatrische problematiek, niet de zorg, aandacht en liefde kan geven die een kind nodig heeft. Onveiligheid gaat over het ontbreken van respect en vertrouwen, over de subjectieve beleving van veiligheid in termen van ‘mogen zijn wie je bent’. Om juridisch in te kunnen grijpen bij kindermishandeling moet sprake zijn van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind. Dit is niet hetzelfde als ‘opgroeien in onveiligheid’ en kan fricties opleveren. Het is duidelijk dat beide termen, onveiligheid en een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind, geen objectief vast te stellen begrippen zijn, het heeft ook subjectieve elementen. De invulling van de begrippen veranderen in de tijd (Adriaenssens et al., 1998; Baartman, 2009).
DOCUMENT
In het publieke domein zien we dat er een erosie plaatsvindt in het gebruik van bepaalde fenomenologische uitdrukkingen, zoals het te pas en te onpas labelen van een persoon als bijvoorbeeld psychopathisch, narcistisch of autistisch. In een eerder artikel in dit tijdschrift pleitten wij er al voor om het vaststellen van psychopathologie over te laten aan daarvoor geschoolde psychologen en psychiaters. Echter zien we ook dat, zeker na het verschijnen van de DSM-5, het ook voor de daarvoor geschoolde professionals steeds complexer is geworden om bepaalde psychopathologie van elkaar te onderscheiden vanwege de behoorlijke overlap aan beschrijvende diagnostische criteria.
DOCUMENT
geen samenvatting aanwezig
DOCUMENT
Take a break is een zes weken durende innovatieve ambulante interventie die eind 2016 door vrouwenopvang Moviera is ontwikkeld. Doel van het programma is om spanningen en ruzies in relaties en gezinnen in een vroeger stadium te herkennen. Bij de start wordt samen met het gezin een veiligheidsplan opgesteld om de directe veiligheid te realiseren. Met de partners wordt gekeken of een korte time-out noodzakelijk is om te komen tot een veilige situatie en wie van de partners tijdelijk de thuissituatie verlaat. De inzet op het vrijwillig tijdelijk vertrek van een van de partners is een innovatief aspect van deze interventie. Uitgangspunt is dat de kinderen (indien aanwezig) in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven en ervaren dat oplossingen mogelijk zijn. Het tweede deel van het traject bestaat uit de analyse van de risico- en beschermende factoren die in dit gezin aanwezig zijn. De analyse wordt afgerond met een Plan van aanpak gericht op duurzame veiligheid in het betreffende gezin en overdracht naar het lokale veld. Aan de hand van een planevaluatie is de werkwijze en theoretische onderbouwing van Take a Break onderzocht.
DOCUMENT
Dit project verkent of, en op welke wijze, een instrument vergelijkbaar met Clare’s Law geïmplementeerd kan worden in de Nederlandse context. Centraal staat de vraag hoe de informatiepositie van potentiële slachtoffers van (ex-)partnergeweld versterkt kan worden, zonder afbreuk te doen aan rechtsbescherming en privacy van betrokkenen.
DOCUMENT
geen samenvatting aanwezig
DOCUMENT
Battering as a consequence of power and powerlessness. Men learn to talk about domestic violence and their relationships with women and children through group work This article reports on a working visit of a week (in September 2010), to three domestic abuse programmes aimed at male perpetrators of abuse, in Minnesota in the USA. So far, an effective domestic violence intervention, or a model or treatment which is superior, is lacking (Babcock,Green & Robbie, 2004). An important goal of the visit was to gain more insight into the ways SLAAN UIT MACHT EN UIT ONMACHT American colleagues, in research and practice, deal with male perpetrators of abuse; how they perform risk analyses; how they provide help, support and safety. Also, the author wanted to know how they deal with the fact that these men often are fathers. The working visit provided valuable inside information. The author spoke with experts and practitioners, observed groupwork and, in doing so, gained insight into the power and powerlessness of male perpetrators of abuse and their roles as partners and fathers. Combining insights from these conversations and observations and existing theory, this article gives a practice based view on how American colleagues deal with these men
DOCUMENT