Companies are on the verge to think about retention of older workers (workers above 50) in their company. Thus organisations, more specifically small and middle-sized enterprises (SMEs), are busy with the development of concepts how to make the time between 50 and retirement age of 65 or 67 for employees and thus for corporations attractive. One of the project objectives is to find out what employees in the aforementioned age phase want, need and desire in their job to stay employable and to be attractive for their employers. Additionally, will be examined how ICT tools can be supportively implemented in daily work so that older employees get used to it and increase their employability.
DOCUMENT
ObjectivesIn many Western societies, the state pension age is being raised to stimulate prolonged working. In the Netherlands, the raise of the state pension age is linked to the remaining life expectancy at age 65 with a factor of 2/3rd, and is expected to be 68 years in 2040. It is not yet well understood whether health of the 60+ permits this increase. In this study, health of Dutch adults aged 60 to 68 is forecasted up to 2040.MethodsData are from the Dutch Health Interview Survey (HIS) 1990-2017 (N≈280.000) and the Dutch Public Health Monitor (PHM) 2016 (N≈460.000). Health is operationalized using binomial scores of 1) self-rated health and 2) limitations in hearing, seeing or mobility. Categories are: good health (healthy on both items), moderate health (healthy on one item) and poor health (unhealthy on both items). First, based on the HIS, health status in 5-year age categories was modelled up to 2040 using logistic regression analysis in R. Second, the growth factor from 2016 to 2040 was applied to the health level from the PHM 2016.ResultsIn 2016, 63% of men aged 60-65 had good health, 25% had moderate health and 12% had poor health. Among women, this distribution was 64%, 22% and 14%, respectively. In 2040, the health distribution among men aged 60-68 is estimated to be 63-71% in good health, 17-28% in moderate health and 9-12% in poor health. Among women this is estimated to be 64-69%, 17-24% and 12-14%, respectively.ConclusionsHealth of Dutch cohorts nearing the state pension age in the future is estimated to remain the same or improve up to 2040. This development in health is not an obstacle to raising the state pension age. However, due to the increasing state pension age and the baby boom generation reaching age 60+ in the coming years, the absolute number of people aged 60+ in poor and moderate health that participates in labor will increase. Policy aiming at sustainable employability will therefore become increasingly important.
DOCUMENT
The number of employees above 50 is increasing in organizations because of demographic changes. People above 50 feel less involved in work and societal activities as they should be and as they are expected to be. Older workers‟ employment is accompanied by stereotyping that workers are less productive and less capable than younger workers. The current research is about older workers‟ wishes, desires and wants to further develop gradual retirement schemes as scenarios for both employers' and employees' mutual benefit. Furthermore, the perception of ICT tools supportiveness is researched for older workers‟ sustainable employability. The study is conducted in the northern part of the Netherlands and data were collected by questionnaires and interviews. Data were analysed with the statistical tool SPSS and with Excel for the search of patterns. Results suggest that workers between 50 and 65 like to retire gradually by applied flexible working schemes, reducing the workload and reducing the weekly hours. ICT tools are considered as helpful tools as long as they do not affect workers‟ health. Training is required as well as constantly being updated in the ICT arena. Respondents also indicated that they want to work after retirement either voluntarily or on a small-scale salary to cover their basic costs.
DOCUMENT
Het aantrekken en behouden van de juiste mensen voor de organisatie, vereist het zijn en blijven van een aantrekkelijk werkgever. Experimenteren met nieuwe en andere vormen van arbeidsrelaties kan daarvoor een juist middel zijn.
DOCUMENT
In de accountancybranche heersen een aantal kenmerken die ervoor hebben gezorgd dat de adoptie van automatisering, digitalisering en data-analyse achterloopt. Dit heeft een aantal redenen: door de hoge werkdruk is er soms geen kans om te innoveren; de omzet is toereikend, waardoor de nut en noodzaak niet worden gezien; door het grote personeelstekort is er geen personeel voor een innovatietraject; MKB-accountants vinden het te risicovol om te investeren in digitalisering met het oog op pensionering en de verkoop van het eigen accountantskantoor. Onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Rotterdam en Hogeschool Utrecht hebben onderzocht hoe de mkb-accountant data-analyses kan inzetten in zijn beroepspraktijk, zodat beter aan de wensen van zijn mkb-klanten op het gebied van performance en directere sturing wordt voldaan, en de bedrijfsvoering en werkprocessen van de klanten efficiënter worden. De digitalisering biedt de accountant namelijk mogelijkheden om mkb-ondernemers op basis van data nog beter te adviseren. Het kan daarbij om financiële zaken gaan, maar ook over andere zaken die bij ondernemerschap horen. Denk bijvoorbeeld aan adviezen over voorraden, personeelszaken, procesverbeteringen, verkoopcijfers, duurzaamheid, etc. Op 6 oktober 2022 heeft de onderzoeksgroep de eindresultaten van het onderzoeksproject gepresenteerd op het mini-congres “Data science en mkb-accountants” bij de NBA in Amsterdam. Eén van de tools die het projectteam voor de mkb-accountantskantoren heeft ontwikkeld is een Data Analyse Protocol (hierna DAP). Het DAP geeft de accountant inzicht in vragen die bij mkb-ondernemers kunnen leven en waarbij de accountant kan helpen deze vragen te beantwoorden
DOCUMENT
In de periode rond de millenniumwisseling zijn veel publicaties uitgebracht over toekomstige ontwikkelingen op het gebied van arbeid (onder meer Van Driel 2001; Gaspersz & Verhoeff 2001; Leijnse 2002; Licher 2001; Paauwe & Williams 1999; Schnabel 2000; Weehuizen 2000). In diezelfde periode heb ik met enkele TNO-collega’s twee publicaties uitgebracht met een vooruitblik naar de toekomst. Dat betreft HRM in de toekomst dat ik in 2003 samen met Erik Jan van Dalen en Sjiera de Vries heb geschreven en De toekomst werkt; mens en bedrijf in 2020 uit 2007, waar ik samen met Joost van Genabeek en Cees Wevers de redactie van heb gevoerd. De publicatie HRM in de toekomst (Gründemann, Van Dalen & De Vries 2003) signaleert vier kernontwikkelingen die niet alleen essentieel zijn gezien hun effect op HRM en arbeid, maar ook omdat het vrij zeker is dat zij zich gaan voordoen. Deze kernontwikkelingen zijn: 1. veranderingen in de samenstelling van de beroepsbevolking 2. ontwikkelingen rond ICT en arbeid 3. flexibilisering van arbeidsrelaties 4. verandering in de betekenis van (betaald) werk
DOCUMENT
De ouderenzorg is een onderwerp dat de volle aandacht heeft van de politiek en de media. Ouderen blijven langer thuis wonen, verzorgingshuiscapaciteit wordt afgebouwd en de instroom in verpleeghuizen wordt stringenter beoordeeld. Er vinden meer transities plaats in de zorgverlening, waarbij de op gemeentelijke basis uitgevoerde Wmo (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) belangrijker wordt en de inzet van technologie onontbeerlijk is. In de opleidingen op mbo- en hbo-niveau in zorg en welzijn is daarom aandacht nodig voor de vele veranderingen en ontwikkelingen die zich in de samenleving voordoen (van Hoof, Zwerts-Verhelst, Nieboer, Wouters, 2015). Summa College en Fontys Hogescholen in Eindhoven willen hun gezamenlijke inzet voor deze ontwikkelingen intensiveren. Een van de projecten beoogt de actieve inzet van senioren in het onderwijsprogramma, dat zich beweegt op het snijvlak van zorg en technologie. ‘Ik vond het een zeer leuke en interessante les, leuker dan de standaardlessen, omdat je zo je theorie in praktijk kan brengen. Dit soort lessen mogen van mij vaker.’
LINK
Hoe doe je dat, zwerfjongeren helpen een netwerk op te bouwen? Deze vraag staat centraal in dit boek, dat is voortgekomen uit gesprekken in het werkveld en is uitgewerkt met twee instellingen die begeleiding bieden aan zwerfjongeren. Het boek concentreert zich op het uitproberen en evalueren van instrumenten die kunnen helpen om het netwerk samen met jongeren in kaart te brengen, oude contacten te herstellen en nieuwe relaties aan te gaan. Relaties die in de toekomst sociale, emotionele en praktische steun kunnen geven.
LINK
Dit boek beschrijft op een toegankelijke manier hoe een multidisciplinair team van een Amsterdamse kinderpolikliniek een Zweedse behandelmethode vertaalde naar de Nederlandse situatie. Kern van de behandeling bestaat uit motiveren en coachen van kinderen en hun ouders om hun leefstijl stapsgewijs, in eigen tempo, passend bij hun leefsituatie te veranderen. Geen dwingende gedragsvoorschriften, maar positief stimuleren van het gezin om haalbare doelen te stellen en hen daarin ondersteunen. Daarnaast komt in het boek een sociaal en cultureel diverse groep tieners en ouders aan het woord. Hoe ervaren ze de begeleiding? Lukt het om de adviezen en tips toe te passen, hun leefstijl te veranderen? Wat helpt en stimuleert om vol te houden?
LINK
De ontwikkelingen rond sociaal ondernemerschap zijn de laatste jaren heel snel gegaan. Volgens Bornstein en Davis (2010) zijn we inmiddels toe aan sociaal ondernemerschap 3.0. Aanvankelijk ging de aandacht vooral uit naar sociaal ondernemers als vernieuwende denkers en doeners met een grote maatschappelijke impact (1.0). Vervolgens werd de focus verlegd van de oprichters naar het excellent organiseren van sociaal ondernemerschap (2.0). Bij het huidige social entrepeneurship 3.0 gaat het om burgers die zijn toegerust om als changemakers te denken en handelen. Zij werken krachtig samen met anderen om maatschappelijke veranderingen te realiseren. De manieren waarop ondernemende burgers werken aan maatschappelijke kwesties en maatschappelijke verandering, worden in dit essayistische boek vanuit uiteenlopende invalshoeken belicht. Theorie en praktijk van sociaal ondernemerschap worden in samenhang geanalyseerd. De praktijk is in Rotterdam onderzocht, de thuisbasis van het lectoraat Dynamiek van de Stad dat het onderzoek deed. Uit het onderzoek blijkt dat actieve Rotterdammers in alledaagse praktijken op eigen initiatief en risico de stad beter willen maken. Sommigen zijn daarbij – soms tegen wil en dank – ‘sociaal ondernemer’ geworden. Deze publicatie doet verslag van een actie- en literatuuronderzoek naar sociaal ondernemerschap 3.0. Het biedt aanknopingspunten voor een publiek debat over de rol van sociaal ondernemerschap in de participatiesamenleving. De bundel is bedoeld voor professionals in beleid en beroepspraktijk, voor studenten op hogescholen en universiteiten, en voor burgers die geïnteresseerd zijn in ondernemerschap voor de publieke zaak.
LINK