De Nederlandse arbeidsmarkt is voor veel jonge vrouwen geen veilige of stimulerende omgeving. Dat gevoel ontstaat al tijdens de opleiding in het hoger onderwijs, maar ook vaak tijdens het werk zelf. Deze factsheet bevat informatie voor HR-professionals.
DOCUMENT
Purpose – The purpose of this paper is to explore the characteristics of talent in relation to international business to facilitate selection and development of talent in human resources (HR) and human resource development (HRD).
Design/methodology/approach – A mixed method design was used: focus groups with business professionals to identify the characteristics of highly talented international business professionals (HTIBP), resulting in a concept profile; Delphi study for validation; systematic comparison of the open
coding results to existing literature to identify characteristics of talent.
Findings – A specific and concise profile of HTIBP has been developed. This profile has five domains: achieving results; communicating; innovating; self-reflecting; seeing patterns and interrelationships in a global context. From literature cross-referencing, we have identified innovating, being creative and
having a drive to achieve results are most distinguishing for HTIBP.
Practical implications – The paper facilitates an ongoing discussion about what constitutes talent, and offers new perspectives for companies to consider when selecting and developing talent.
Originality/value – The conceptual contribution of the paper offers a fresh and practical empirical perspective on what talent entails.
DOCUMENT
Voor wie is deze handreiking? Met deze handreiking willen we professionals ondersteunen bij het cultuursensitief omgaan met onbegrepen gedrag bij mensen met dementie thuis en hun mantelzorgers. We focussen ons daarbij op mensen met een migratieachtergrond. Wijkverpleegkundigen en casemanagers zorgen steeds vaker voor mensen met dementie met een migratieachtergrond en hun mantelzorgers. Onbegrepen gedrag zoals agressie of apathie komt veel voor bij mensen met dementie. De beroepsgroep weet vaak onvoldoende hoe om te gaan met onbegrepen gedrag bij deze doelgroep. Uit de praktijk blijkt echter dat de handreiking ook aansluit bij een bredere doelgroep. De term ‘cultuursensitief’ verwijst naar een brede sensitiviteit van professionals voor de invloed van cultuur, leefsituatie, (migratie)geschiedenis, minderheidspositie en achterstand op iedere persoon of groep. Deze handreiking is vooral bedoeld voor wijkverpleegkundigen en casemanagers dementie, maar ook andere professionals uit zorg en welzijn kunnen hier hun voordeel mee doen. Hierna gebruiken wij daarom de term ‘professional’.
DOCUMENT
Studenten, docenten en professionals leren samen Challenge based learning als manier van leren voor professionals?
DOCUMENT
There is an increasing attention for youth social work professionals to collaborate with volunteers, parents, and other professionals. Collaboration can contribute to positive outcomes for youth. The present study contributes to understanding differences in the extent to which youth social work professionals collaborate with volunteers, parents, and other professionals. The survey was conducted with Dutch professionals working in youth care (n = 112), education (n = 67), and youth work (n = 89). Index for Interdisciplinary Collaboration was used to assess interdependence in and reflection on the collaboration process. Significant differences were found in the extent to which professionals working in different fields experience interdependence and reflection on the collaboration process with different partners. Future researchers should be aware that the degree to which professionals collaborate with others might depend on the context, work field, and the collaboration partner. Youth social work professionals and local governments can use this study to identify strong and weak collaborative partnerships in order to better organize collaboration between different partners with the final aim of improving support of young people.
DOCUMENT
Dit onderzoeksproject is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de Nederlandse ggz, naar een initiatief van Berno van Meijel en Bram Sizoo. De aanleiding was dat de initiatiefnemers kennis droegen van een aantal casussen van stalking van ggz professionals door cliënten, waarbij het proces gedurende enige tijd was vastgelopen. Buitenlandse literatuur gaf wel een indicatie dat stalking van deze beroepsgroep geen zeldzaamheid was, maar cijfers voor de Nederlandse situatie ontbraken. Het onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door O&O-fonds GGZ, dat een samenwerking is tussen werkgevers en werknemers in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het onderzoek is uitgevoerd in 2025 en opgeleverd februari 2026. Het verslag is door samenwerking van alle onderzoekers tot stand gekomen. Er is slechts gebruik gemaakt van AI van de Universiteit van Amsterdam (UvAchat) bij het schrijven van de codes voor het opschonen van de dataset in het kwantitatieve deel en het ontwerpen van de figuren. Deze data is niet gedeeld, opgeslagen of gebruikt voor trainingsdoeleinden.
MULTIFILE
Introduction: Nowadays the Western mental health system is in transformation to recovery-oriented and trauma informed care in which experiential knowledge becomes incorporated. An important development in this context is that traditional mental health professionals came to the fore with their lived experiences. From 2017 to 2021, a research project was conducted in the Netherlands in three mental health organizations, focussing on how service users perceive the professional use of experiential knowledge. Aims: This paper aims to explore service users’ perspectives regarding their healthcare professionals’ use of experiential knowledge and the users’ perceptions of how this contributes to their personal recovery. Methods: As part of the qualitative research, 22 service users were interviewed. A thematic analysis was employed to derive themes and patterns from the interview transcripts. Results: The use of experiential knowledge manifests in the quality of a compassionate user-professional relationship in which personal disclosures of the professional’s distress and resilience are embedded. This often stimulates users’ recovery process. Conclusions: Findings suggest that the use of experiential knowledge by mental health professionals like social workers, nurses and humanistic counselors, demonstrates an overall positive value as an additional (re)source.
DOCUMENT
Deze bundel biedt een overzicht van de resultaten van het praktijkgerichte onderzoek van de Wmo-werkplaats Rotterdam in de afgelopen jaren. Zeven beloftevolle praktijken zijn onderzocht en samen met de betrokkenen is gesproken over het verder ontwikkelen ervan. Rond de beloftevolle praktijken en de bredere thematiek van decentralisaties in het sociale werkveld heeft de Wmo-werkplaats ook activiteiten georganiseerd over kennisdeling en reflectie. Dat past bij de lerende aanpak die is gekozen. Tegen die achtergrond zijn aan elk hoofdstuk een of meer casussen toegevoegd en zijn daar leervragen bij geformuleerd. Alleen lerende sociale professionals zijn in staat om de complexe kwesties die er spelen in het werkveld adequaat aan te pakken.
DOCUMENT
Advanced technology is a primary solution for the shortage of care professionals and increasing demand for care, and thus acceptance of such technology is paramount. This study investigates factors that increase use of advanced technology during elderly care, focusing on current use of advanced technology, factors that influence its use, and care professionals’ experiences with the use. This study uses a mixed-method design. Logfiles were used (longitudinal design) to determine current use of advanced technology, questionnaires assessed which factors increase such use, and in-depth interviews were administered to retrieve care professionals’ experiences. Findings suggest that 73% of care professionals use advanced technology, such as camera monitoring, and consult clients’ records electronically. Six of nine hypotheses tested in this study were supported, with correlations strongest between performance expectancy and attitudes toward use, attitudes toward use and satisfaction, and effort expectancy and performance expectancy. Suggested improvements for advanced technology include expanding client information, adding report functionality, solving log-in problems, and increasing speed. Moreover, the quickest way to increase acceptance is by improving performance expectancy. Care professionals scored performance expectancy of advanced technology lowest, though it had the strongest effect on attitudes toward the technology.
DOCUMENT
Het sociale werkveld in Nederland is in beweging, vooral vanwege grootschalige decentralisaties van de rijksoverheid naar gemeenten. De Wet maatschappelijke ondersteuning is onderdeel van die decentralisaties en om professionals goed toe te rusten voor de veranderingen zijn Wmo werkplaatsen opgericht. Sinds eind 2012 is ook in Rotterdam een Wmo werkplaats actief, geleid door lectoren van de Hogeschool Rotterdam en Hogeschool Inholland. Deze bundel biedt een overzicht van de resultaten van het praktijkgerichte onderzoek van de Wmo werkplaats Rotterdam in de afgelopen jaren. Zeven beloftevolle praktijken zijn onderzocht en samen met de betrokkenen is gesproken over het verder ontwikkelen ervan. Rond de beloftevolle praktijken en de bredere thematiek van decentralisaties in het sociale werkveld heeft de Wmo werkplaats ook activiteiten georganiseerd over kennisdeling en reflectie. Dat past bij de lerende aanpak die is gekozen. Tegen die achtergrond zijn aan elk hoofdstuk een of meer casussen toegevoegd en zijn daar leervragen bij geformuleerd. Alleen lerende sociale professionals zijn in staat om de complexe kwesties die er spelen in het werkveld adequaat aan te pakken.
DOCUMENT