Op 7 juni vond het symposium ‘Feeling Good!’ plaats, georganiseerd door de Masteropleiding Vaktherapie en het Lectoraat Vaktherapie in de Gezondheidszorg. Het thema van het symposium was psychisch lijden, een onderwerp dat niet zozeer over ziekten in het hoofd gaat, maar over de uitdagingen die mensen tegenkomen in hun dagelijks leven.
LINK
Waar lopen psychisch kwetsbare jongeren tegen aan? Wat maakt dat zij uitvallen of afhaken bij stage of op weg naar werk? Of dat de verkregen zorg en ondersteuning niet aansluit bij de jongeren en hen niet verder helpt in het leven? Wat helpt wel? Hoe kan de omgeving ondersteuning bieden bij herstel na een ingrijpende levenservaring? Wat kunnen professionals in onderwijs en zorg veranderen om de participatie van jongeren te verbeteren?
DOCUMENT
De gangbare, DSM-gestuurde interpretatie van depressieve stoornis doet de ervaring van mensen die aan deze stoornis lijden geen recht. Er ontbreken drie wezenlijke aspecten aan de DSM-definitie: een verstoorde wereldbetrekking, een verstoorde lijfelijkheid en een verstoorde temporaliteit. De fenomenologische uitleg van depressie die in mijn proefschrift centraal staat, laat deze psychische stoornis niet naar voren treden als extreme somberheid, maar als existentieel isolement. De ‘stemmingsstoornis’ (mood disorder) is zo beschouwd een afstemmingsstoornis: een verstoring van een proces of gebeuren van synchronisatie op een heel elementair, lijfelijk-affectief niveau. Dat het fenomeen depressie momenteel zo wijdverbreid is – de zogeheten depressie-epidemie – kan in verband worden gebracht met de wijze waarop het individu door de laatmoderne ‘neoliberale’ cultuur tot subject wordt gevormd. De hedendaagse subjectpositie is ‘isolistisch’ van aard. Dit staat op gespannen voet met de menselijke grondbehoefte aan elementaire afstemming. Anders gezegd: de laatmoderne subjectificatie van het individu is depressogeen. LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/bert-van-den-bergh-95476526/
DOCUMENT
Meer dan 90% van mensen met dementie vertoont symptomen van psychisch lijden zoals depressie, angst of apathie. Onderzoek liet zien dat er vaak onvolledig of onjuist wordt omgegaan met probleemgedrag, zelfs na invoering van de richtlijn ‘Probleemgedrag bij mensen met dementie’ in 2018. In de STIP-Methode zijn de drie effectieve aanpakken uit deze richtlijn gecombineerd voor betere preventie en behandeling van probleemgedrag.
DOCUMENT
In het verpleeghuis en bij de thuiszorg komen veel cliënten met probleemgedrag voor. Met name als hierbij persoonlijkheidsstoornissen of maladaptieve persoonlijkheidstrekken een rol spelen, leidt dit vaak tot een verhoogde en specifieke zorgbehoefte en tot meer psychisch lijden bij zowel de cliënt als de mantelzorger; dit omdat hun gedrag niet altijd als een gevolg of uiting van hun persoonlijkheid wordt gezien. Aan de hand van twee casussen bespreken we de gevolgen van de persoonlijkheidsaspecten voor de multidisciplinaire zorgverlening, de rol van externe ondersteuning in de vorm van psychiatrische consultatie en de noodzaak tot vergroting van kennis en kunde van het verzorgend personeel.
DOCUMENT
Waarom blijft de ggz groeien als kool? Worden we steeds zieker? Is de samenleving misschien te ingewikkeld geworden om psychisch in te overleven? Of spoort men tegenwoordig simpelweg meer leed op? Werven hulpverleners steeds meer klandizie? Of worden we met z’n allen steeds intoleranter ten opzichte van afwijkers en afwijkingen? Wordt de norm van normaal steeds strikter? Deze vragen waren aanleiding voor een vier-gesprek tussen Doortje Kal, Gustaaf Bos, Jan Theunissen en Mark Janssen. Zij lazen eerst alle artikelen van deze Deviant
DOCUMENT
Sommige mensen hebben psychiatrische of ernstige psychische problemen én leveren gevaar op voor anderen. Het betreft bijvoorbeeld mensen die lijden aan schizofrenie of een antisociale persoonlijkheidsstoornis, die anderen schade berokkenen, leed veroorzaken of strafbare feiten plegen. Goed omgaan met deze mensen is een moeilijke opgave. Ze maken deel uit van twee werelden. Die van de zorg en die van justitie, die zich in de praktijk moeizaam tot elkaar verhouden. Allereerst kampt een aanzienlijk deel van de gedetineerden in Nederlandse gevangenissen met psychi(atri)sche problemen, die niet altijd behandeld worden. Ten tweede zijn de recidivecijfers hoog. Binnen vier jaar na ontslag uit de gevangenis is 66% opnieuw veroordeeld voor een misdrijf. Ten derde en in samenhang daarmee zijn er knelpunten in het begeleiden van (ex-)gedetineerden bij hun terugkeer naar de maatschappij. Als beter en langer nazorg zou worden verleend, zou het risico op terugval kunnen worden verkleind. Tot slot komen psychiatrische patiënten die overlast veroorzaken niet altijd tijdig in beeld bij de hulpverlening. Daardoor kunnen zij terechtkomen in situaties waarin zij delicten plegen die mogelijk hadden kunnen worden voorkomen. De vraagstelling van het advies luidt: hoe kunnen we beter omgaan met delictplegers met psychi(atri)sche problemen?
DOCUMENT
In deze lezing neem ik jullie mee in het denken over kindermishandeling en geweld in intieme relaties. Het inzicht in kindermishandeling en de aanpak ervan heeft zich ogenschijnlijk los ontwikkeld van de aandacht en aanpak voor geweld in intieme relaties (ook wel huiselijk geweld of partnergeweld genoemd). Pas recent komt meer aandacht voor en wetenschappelijk onderzoek naar de samenhang hiertussen, en voor een integrale en systeemgerichte aanpak met aandacht voor alle gezinsleden. Oog voor genderverschillen is hierbij (nog) niet vanzelfsprekend. Dat kinderen als kwetsbare partij tegenover de ouders bescherming behoeven door de overheid is algemeen geaccepteerd en vastgelegd in de wet. Dat volwassenen beschermd moeten worden in een intieme relatie is echter van een andere orde. In Nederland zijn mannen en vrouwen voor de wet gelijk. Dat betekent niet dat de patriarchale verhoudingen en ongelijkheden tussen mannen en vrouwen maatschappelijk gezien zijn verdwenen, zoals onder meer de discussie omtrent Me Too laat zien. Juist bij verschuivende machtsverhoudingen kan geweld toenemen (Van Lawick, 2003; Yerden, 2008). Bij geweld, dwang en controle in intieme relaties zijn er verschillen tussen slachtofferschap van vrouwen en mannen. Geweld uit onmacht of stressfactoren binnen intieme relaties heeft een ander effect op kinderen dan dwingende controle binnen intieme relaties. Wat dit betekent voor de bescherming en hulp aan kinderen en volwassenen en hoe dit vanuit een geïntegreerde visie kan worden vormgegeven is een enorme uitdaging. In deze lezing geef ik een aantal overdenkingen mee over de samenhang tussen kindermishandeling en geweld in intieme relaties, dilemma’s in het bieden van hulp en bescherming, en toekomstbeelden. Het gaat bij kindermishandeling en partnergeweld over onveiligheid. Onveiligheid kan bestaan uit allerlei vormen van geweld, zoals fysiek, psychisch, of seksueel geweld, maar ook uit verwaarlozing of financiële uitbuiting. Onveiligheid kan eveneens betekenen dat een ouder, bijvoorbeeld wegens psychiatrische problematiek, niet de zorg, aandacht en liefde kan geven die een kind nodig heeft. Onveiligheid gaat over het ontbreken van respect en vertrouwen, over de subjectieve beleving van veiligheid in termen van ‘mogen zijn wie je bent’. Om juridisch in te kunnen grijpen bij kindermishandeling moet sprake zijn van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind. Dit is niet hetzelfde als ‘opgroeien in onveiligheid’ en kan fricties opleveren. Het is duidelijk dat beide termen, onveiligheid en een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind, geen objectief vast te stellen begrippen zijn, het heeft ook subjectieve elementen. De invulling van de begrippen veranderen in de tijd (Adriaenssens et al., 1998; Baartman, 2009).
DOCUMENT
Steeds meer professionals in de zorg (verpleegkundigen, sociaal werkers en ggz agogen) doen een coming-out en kiezen voor professionele zelfonthulling om hun ervaringskennis als een aanvullende deskundigheid in te kunnen zetten (Boevink, 2017). Vooral opleidingen op het gebied van sociaal werk en de zorg bieden hiervoor een ingang. De zorgprofessional met ervaringsdeskundigheid is een relatief nieuw fenomeen waar momenteel onderzoek naar plaatsvindt. In het lopende praktijkgerichte onderzoek getiteld 'De bijdrage van Ervaringsdeskundigheid van professionals in de praktijk van zorg en welzijn' wordt onder leiding van Hogeschool Windesheim, Hogeschool Utrecht, VUMC in samenwerking met vijf zorginstellingen gedurende twee jaar samen opgelopen met 20 zorgprofessionals die hun ervaringsdeskundigheid verder ontwikkelen tot een professionele inzet. In dit artikel lichten wij een klein tipje van de sluier hoe SPV-en hiermee aan het werk zijn.
DOCUMENT
Artikel in Cliëntveiligheid: Bij euthanasie of hulp bij zelfdoding faciliteert een arts een patiënt bij het uitvoeren van een zelfgekozen dood. Tegelijk willen we in de GGZ suïcidale patiënten beschermen voor een zelfgekozen dood. Suïcidaal gedrag komt veel voor en is een complex probleem. In Nederland hebben naar schatting jaarlijks 410.000 mensen gedachten over suïcide. 94.000 mensen doen een suïcidepoging.1 In 2020 werden 88 patiënten geëuthanaseerd op basis van een psychiatrische aandoening. 2 Wat zijn globaal de verschillen en overeenkomsten tussen suïcidaal gedrag en het uiten van een wens tot euthanasie? Dit artikel spitst zich bij het beantwoorden van deze vragen toe op patiënten in de GGZ die om euthanasie vragen, of zich suïcidaal uiten
DOCUMENT