Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Hoofdstuk 22 van Handboek psychologische interventies bij somatische aandoeningen.
DOCUMENT
Infographic
DOCUMENT
Waarom beweegt jouw leerling? Hoe beweegmotieven het verschil maken in de gymles.
Wat maakt dat de ene leerling elke gymles vol energie binnenkomt, terwijl de ander nauwelijks gemotiveerd is? Als gymleraar kan je de motivatie van leerlingen versterken. Wat kan je als docent doen?
Een grootschalig onderzoek van 2010 tot 2024 onder bijna 18.500 leerlingen op 409 Nederlandse scholen zocht het uit en biedt praktische inzichten voor jou als gymleraar. Eerder verscheen er in dit magazine hierover een artikel (Van Ekdom & Van Mossel, 2014). Inmiddels is dit onderzoek afgerond en hebben we voor LO Magazine vier bijdragen opgesteld. In deel 1 bespreken we de relatie tussen beweegmotieven en motivatie voor LO en het belang van vervullen van de psychologische basisbehoeften daarbij. Vervolgens beschrijven we de verschillen in beweegmotieven tussen leerlingen (deel 2), en verschillen in psychologische
basisbehoeften en waardering-LO (deel 3). In deel 4 formuleren we aanbevelingen naar het werkveld: wat betekent dit voor inhouden, werkwijze en het pedagogisch-didactisch klimaat?
DOCUMENT
In dit derde deel gaan we in op een cruciale vraag voor elke LO-docent: hoe verschillen leerlingen in de mate waarin hun psychologische basisbehoeften worden vervuld tijdens de les – en wat betekent dat voor hun waardering van LO?
Eerder verkenden we de relatie tussen beweegmotieven, psychologische basisbehoeften en de waardering voor LO (deel 1) en de verschillen in beweegmotieven tussen leerlingen (deel 2). In deel 4 formuleren we aanbevelingen naar het werkveld over de werkwijze en enkele voorbeelduitwerkingen.
LINK
Patiënten met hematologische kanker die hiervoor een autologe stamceltransplantatie ondergaan, staan voor de moeilijke taak om te gaan met zowel een potentieel levensbedreigende ziekte als een stressvolle behandeling. Een deel van deze patiënten rapporteert psychologische klachten. Behandeling van deze klachten verdient aandacht en zal naar verwachting leiden tot een verbetering van de kwaliteit van leven van deze patiënten. In dit artikel beschrijven we de implementatie van een zorgprogramma gericht op vermindering van psychologische klachten, met als belangrijkste onderdeel het internetzelfhulpprogramma ‘Stress onder controle’
DOCUMENT
De studies in dit proefschrift onderzochten cognitieve en emotionele factoren die een goede gewichtsuitkomst na bariatrische chirurgie bevorderen of belemmeren. Vrijwel alle variabelen, inclusief de psychologische, laten vóór operatie een veel slechtere toestand zien dan ná operatie. Dit wijst erop dat na bariatrische chirurgie niet alleen het gewicht en bijbehorende chronische ziekten verminderen, maar ook er ook een verbetering optreedt van het algemeen functioneren, de kwaliteit van leven en de cognities.Een uitgangspunt van dit proefschrift was dat handvatten om de gewichtsuitkomst van bariatrische chirurgie te verbeteren gevonden konden worden door het bestuderen van cognities en emotionele factoren die eetgedrag van de patiënten beïnvloeden. De psychologische aspecten, zelfregulatie cognities, uitkomstverwachtingen en tevredenheid met de operatie blijken echter geen voorspellers voor de korte en lange termijn gewichtsuitkomsten na bariatrische chirurgie, terwijl ze dat wel zijn bij patiënten met overgewicht en obesitas die een niet-operatieve behandeling ondergaan. De enige voorspeller voor meer gewichtsverlies op de lange termijn na bariatrische chirurgie is een lage mentale kwaliteit van leven. Patiënten met een lagere mentale kwaliteit van leven vóór operatie en één jaar na operatie (= korte termijn) hadden meer gewichtsverlies op de lange termijn. De eerste implicatie uit het onderzoek van dit proefschrift is dat algemene psychologische theorieën uit de Gezondheidspsychologie niet automatisch gelden voor patiënten bariatrische chirurgie. Morbide obese mensen die zich aanmelden voor bariatrische chirurgie en de operatie ondergaan, verschillen duidelijk van mensen met overgewicht die een niet-operatieve behandeling krijgen. Dat het gewichtsverlies na bariatrische chirurgie onafhankelijk is van preoperatieve zelfregulatie cognities, uitkomstverwachtingen en tevredenheid met de operatie, impliceert dat preoperatieve psychologische variabelen niet gebruikt kunnen worden als criterium om te voorspellen welke patiënten veel gewichtsverlies zullen bereiken dan wel aanvullende zorg, voorlichting of therapie nodig zullen hebben. De tweede implicatie is dat patiënten met een betere mentale kwaliteit van leven vóór en ná operatie het risico lopen minder gewichtsverlies op de lange termijn te bereiken. Het bariatrisch-chirurgisch team zou zich bewust moeten zijn dat het bereiken van gewichtsverlies en gewichtstabilisatie juist voor de patiënten met een betere mentale kwaliteit van leven wat moeilijker kan zijn en dat ook deze patiënten voldoende begeleiding en aandacht nodig hebben.
DOCUMENT
Op het FIAR Congres 2024 sprak Jeske Nederstigt, onderzoeker Sociale Innovatie en Gedragsverandering en auteur van het boek Consumentengedrag. Haar presentatie richtte zich op de evolutie van consumentengedrag in relatie tot veranderende maatschappelijke omstandigheden. Haar blik hierop bood inzicht in de psychologische aspecten die ten grondslag liggen aan de veranderingen in het consumentengedrag. Dit verslag geeft een inkijkje in de belangrijkste punten uit haar presentatie.
LINK
De Resistance to Meat Reduction Scale (RMRS) is een vragenlijst die ontwikkeld is om verschillende vormen van psychologische weerstand tegen vleesvermindering te meten. Kennis over deze weerstand biedt aanknopingspunten voor effectieve interventies om vleesreductie te stimuleren. De RMRS onderscheidt vijf typen subschalen die elk een bepaald type weerstand meet: Reactance, Skepticism, Inertia, Social Validation en Psychological Distance. Binnen het MAP-project is de RMRS toegepast onder 124 mbo-studenten om hun gevoelens van weerstand ten opzichte van minder vlees eten te onderzoeken. Juist mbo-studenten vormen een relevante doelgroep voor toekomstig duurzaam eetgedrag. De resultaten laten zien dat mbo-studenten vooral hoge scores vertonen op Inertia, een passieve vorm van weerstand die samenhangt met gewoontegedrag en lage motivatie om te veranderen. Ook Psychological Distance scoorde hoog, wat betekent dat veel studenten klimaatproblematiek als abstract en niet-urgent ervaren. Mannen bleken significant meer weerstand te tonen dan vrouwen op bijna alle sub-schalen, behalve op de sub-schaal Social Validation. Er werden geen verschillen gevonden tussen studenten uit dorp, stad of middelgrote gemeenten. Deze studie laat zien dat gedragsverandering bij mbo-studenten op het gebied van vleesconsumptie vooral wordt belemmerd door gewoonte en een lage urgentiebeleving. Op basis van deze resultaten wordt aanbevolen om kleine, haalbare stappen te stimuleren, de psychologische afstand te verkleinen met persoonlijke verhalen, positieve mannelijke rolmodellen te benutten en groepsgerichte interventies op scholen te ontwikkelen die keuzevrijheid benadrukken. Dr. Patricia Bulsing is senior onderzoeker bij het Lectoraat Data-driven Marketing bij De Haagse Hogeschool in Den Haag. Dr. Esther Veen is lector Stedelijke Voedselvraagstukken bij Aeres Hogeschool in Almere. Dr.ir. Antien Zuidberg is lector Design Methoden in Food bij HAS green academy in ‘s-Hertogenbosch. Dit rapport is een onderdeel van het subsidieproject Mbo-student in Actie voor Plantaardige voeding (MAP), SIA dossiernummer PVG.DZ23.07.002.
DOCUMENT
Hoofdstuk 10 in: Gevoel voor leren: perspectieven op emotionele aspecten van leren en ontwikkelen. Redactie: Pamela den Heijer, Ton Zondervan. Boom uitgevers Amsterdam 2026 Hoe versterken emoties het leerproces? In het beroepsleven van docenten spelen emoties altijd een rol. Toch worden ze in de onderwijspraktijk zelden benoemd en benut. Dit boek doorbreekt die stilte door wetenschappelijke inzichten over emoties in leren en onderwijzen toegankelijk te maken en te vertalen naar inspirerende voorbeelden voor de praktijk. In Gevoel voor leren bieden 30 auteurs hun perspectief op emotionele aspecten van leren en onderwijzen. Met een duidelijke oproep: geef emoties een volwaardige plaats in leren en onderwijzen. De urgentie voor deze thematiek is groot. Thema’s zoals mentaal welzijn van jongeren, polarisatie, flexibilisering van het hoger onderwijs en de noodzaak van het opleiden van transitieprofessionals zetten de aandacht voor emoties in het leren hoog op de agenda.
LINK
Communicatie is voor professionals vaak een kritische succesfactor in het uitvoeren van hun werkzaamheden. Waarom is het eigenlijk belangrijk? En hoe zorg je er voor dat die communicatie succesvol verloopt? Waar moet je allemaal op letten als je met een ander communiceert? En wat betekent dat voor de kennis en vaardigheden die je als professional in je rugzak moet hebben? Om deze vragen te kunnen beantwoorden staan we in dit artikel eerst stil bij het belang om goed te kunnen communiceren (1). Vervolgens belichten we het communicatieproces van (aankomende) professionals en docenten in het bijzonder (2). We zoomen in op een aantal facetten – dat bijdraagt aan een succesvol verloop van dat communicatieproces (3, 4 en 5). Vervolgens geven we aan wat dat communicatieproces betekent voor de communicatieve competentie van een professional (6). Onze kijk op communiceren is grotendeels gebaseerd op inzichten uit de communicatiekunde, taalbeheersing en taalwetenschap. Om de theorie met de praktijk te verbinden is de tekst gelardeerd met praktijkvoorbeelden uit projecten van het lectoraat waarin die theoretische inzichten een rol spelen. De praktijkvoorbeelden staan in aparte kaders in de tekst.
DOCUMENT