Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3De Monitor Regionale Economie brengt de structuur en dynamiek van de economie in Regio Rivierenland in kaart. Het doel is om inzicht te bieden in de ontwikkeling van de regionale economie en de profilering van de regio te versterken. In 2023 telde de regio 126.890 banen en 29.160 bedrijfsvestigingen. Tussen 2013 en 2023 groeide de werkgelegenheid met ruim 16.000 banen, vooral in de gezondheidszorg, industrie, logistiek en groothandel. Het aantal vestigingen nam met 35% toe, gedreven door de sterke groei van eenmansbedrijven. De regio onderscheidt zich met specialisaties in landbouw, bouw, vervoer en opslag, industrie, groothandel en nutsbedrijven. De fruitteelt vormt daarin een iconische kracht en is beeldbepalend voor de identiteit van de regio. Het onderzoek is uitgevoerd door het lectoraat Dienstbaar Organiseren (CHE) in opdracht van FruitDelta Rivierenland en vormt een bouwsteen voor toekomstgericht economisch beleid.
MULTIFILE
Dit boekje is het verslag van een expertmeeting over Bevolkingsdaling en Regionale Economie in Limburg, gehouden in november 2009. De bijeenkomst was georganiseerd door de Provincie Limburg en het expertisecentrum Quality of Life van Hogeschool Zuyd. Uitgenodigd waren vertegenwoordigers van grote werkgevers uit Limburg, actief op het gebied van industrie, chemie, bouw, zakelijke en maatschappelijke dienstverlening.
DOCUMENT
Het lectoraat Duurzaam Coöperatief Ondernemen aan de Hanzehogeschool Groningen pleit voor een regionale regie via ‘Gebiedscoöperaties’, zodat lokale
en sectorale initiatieven elkaar kunnen versterken
DOCUMENT
De Rotterdamse economie bleef lange tijd achter bij landelijke ontwikkelingen, maar heeft sinds 2015 een versnelling van de groei laten zien. In dit hoofdstuk bezien we welke factoren bijdragen aan de economie van stad en regio. Op basis daarvan schetsen we mogelijke ontwikkelingen voor de toekomst. Ook staan we stil bij de impact van de coronacrisis. De economie is kwetsbaar voor externe omstandigheden. Het versterken van de economische weerbaarheid is de grote opgave voor de komende tijd. Leren en innoveren vormt daarbij een essentieel onderdeel en Hogeschool Rotterdam is een belangrijke schakel. Het vraagt flexibele leerarrangementen en samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid. Dat laatste is nodig om leren en innoveren te richten op vraagstukken die voor de regio van belang zijn, zoals digitalisering en verduurzaming en vergroting van het maatschappelijke verdienvermogen.
DOCUMENT
Het voorliggende onderzoeksverslag naar berichtgeving over de statenverkiezingen in 2011 vormt een vervolg op het onderzoek naar de berichtgeving over de raadsverkiezingen in 2010. Het onderzoek werd gehouden in de provincies Groningen, Friesland, Overijssel, Flevoland en Gelderland. Het belangrijkste doel was na te gaan of de uitkomsten van het onderzoek naar de raadsverkiezingen werden bevestigd. Van meet af aan was duidelijk dat het om bijzondere statenverkiezingen zou gaan vanwege de koppeling van statenverkiezingen aan de verkiezing van een nieuwe Eerste Kamer. Het minderheidskabinet Rutte had er alle belang bij een meerderheid te verwerven in de senaat. Bovendien zou duidelijk worden of de populariteit van gedoogpartner PVV zou groeien of krimpen. Kortom, de statenverkiezingen hadden een sterke nationale component. De statenverkiezingen trekken normaliter geringe belangstelling. Burgers hebben weinig directe contacten met de provinciale bestuurders en volksvertegenwoordigers. Provincies doen vooral zaken met andere overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Provinciaal beleid en provinciale bestuurders zijn bij de burgers weinig bekend. De uitkomsten van het onderzoek bevestigen op hoofdlijnen het onderzoek naar de berichtgeving over de raadsverkiezingen: regionale media voorzien de burgers in onvoldoende mate van informatie op grond waarvan die burgers zich een goed oordeel kunnen vormen over belangrijke provinciale verkiezingsonderwerpen. Er is echter een belangrijk nuanceverschil tussen de regionale kranten en de regionale omroepen. De laatste zijn in de berichtgeving meer provinciaal gericht geweest en hebben minder meegedaan aan het ‘nationaliseren’ van de statenverkiezingen. Mogelijke verklaringen hiervoor is dat de omroepredactie een gerichter beleid hebben vanwege hun wettelijk vastgelegde opdracht en de afhankelijkheid van provinciale subsidies. Forum was overigens het enige onderwerp dat zich vanwege het aantal berichten leende voor een kwalitatieve analyse van de berichtgeving. Zowel het Dagblad van het Noorden als RTV Noord heeft het publiek uitvoerig bericht over het conflict tussen de provincie en de stad Groningen over het niet toekennen van een subsidie. De berichtgeving betrof in beide media in sterke mate het politieke proces en was daarmee voor de burgers wellicht niet zo interessant. In ieder geval lijkt het strijdpunt geen invloed te hebben gehad op de verkiezingsuitkomsten. Met name de regionale kranten hebben – om begrijpelijke redenen – de statenverkiezingen sterk genationaliseerd. Van duidelijke provinciale thema’s was in beide soorten media nauwelijks sprake. De uitzonderingen vormen de problemen rond Forum in Groningen en de infrastructuur in Overijssel. Forum is echter meer een stadsprobleem dan een provinciaal probleem en is min of meer toevallig een provinciaal onderwerp geworden. Provinciale onderwerpen kregen weinig diepgaande en structurele aandacht. De kortere genres overheersen met uitzondering van de debatten op de regionale omroepen. Het campagnenieuws overheerste net als in 2010, zij het dat dit relatief minder het geval was bij de regionale omroepen. Hetzelfde geldt voor het brongebruik: weinig burgers en maatschappelijk middenveld, maar veel autoriteiten – politici, bestuurders – worden als bron aangehaald. Bij de omroepen is het brongebruik wat gevarieerder: burgers, deskundigen en maatschappelijk organisaties komen meer aan het woord. Op grond van de resultaten moet de vraag gesteld worden of er eigenlijk wel provinciale verkiezingsonderwerpen waren, of eerder regionale problemen. Ook moet de vraag gesteld worden hoe de redacties van de regionale media zich voorbereiden op een evenement als de statenverkiezingen. Is er sprake van duidelijk redactiebeleid? Van een media-agenda wat betreft keuze van onderwerpen, aanpak en brongebruik? De aanwijzingen zijn dat daar niet of nauwelijks sprake van is. Ook nu moet de conclusie zijn dat de regionale media er nog niet in slagen oor en oog van de regio te zijn.
DOCUMENT
Dit boekje is uitgegeven naar aanleiding van de lectorale rede van drs. Paul Bijleveld. Al lange tijd zijn we ons er in Nederland van bewust dat we wereldwijd niet meer concurreren met handenarbeid maar met hoofdarbeid. Dat noemen we ook wel de kenniseconomie. Maar op dat vlak staan we niet alleen. Niet alleen ten opzichte van de rijke landen, maar ook ten opzichte van de opkomende economieën is kennis niet meer onderscheidend. Kennis alleen maakt geen economische macht. Economische ontwikkeling draait om het vermogen om kennis om te zetten in betere of nieuwe produkten en diensten en deze aan de man of vrouw te brengen. Dit wordt uitgedrukt met de termen ´innovatie en ondernemerschap´, die als centrale voorwaarden worden gesteld voor regionaal ecomisch succes. Innovatie en meer recentelijk ondernemerschap zijn daarom belangrijk aandachtspunten in het onderzoek naar regionale economische ontwikkeling.
MULTIFILE
Zeven aanbevelingen voor de publieke professional om - vanwege hun rol in de circulaire economie - meer te doen met binnenhavens.
LINK
Eenpitter, freelancer, zelfstandig ondernemer, ‘iemand die voor zichzelf werkt’ en zelfstandig professional; zo maar enkele benamingen voor werkenden die geschaard worden onder de steeds groter wordende groep zzp’ers (afkorting van zelfstandige zonder personeel) in de Nederlandse economie. Een ontwikkeling die de alsmaar toenemende vraag naar flexibel inzetbare arbeid weerspiegelt. Tegelijkertijd roept het vragen op over wie die zzp’ers zijn en wat hun bijdrage is aan de economie – vooral ook op regionaal niveau. Om meer inzicht te krijgen hoe de zzp’ers in Regio Zwolle te kenmerken zijn en wat hun betekenis is voor de regionale economie, heeft het Kenniscentrum Technologie van Hogeschool Windesheim een verkennend onderzoek uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een schets van zzp’ers in de regio – oftewel; wie zijn ze, wat doen ze en wat levert het op. Het initiatief voor dit verkennende onderzoek komt voort uit een samenwerking tussen MKB Nederland Regio Zwolle, VNO-NCW Regio Zwolle, ZPN Regio Zwolle, ZZP Nederland, en de regionale programma’s Human Capital Agenda en Economie van het bestuurlijk samenwerkingsverband Regio Zwolle. De uitkomsten van het onderzoek vormen input voor de regionale samenwerking op het vlak van de thema’s Economie en Menselijk Kapitaal en mogelijke verdiepende vervolgonderzoeken.
DOCUMENT
Het doel van het whitepaper is tweeledig: - Een bijdrage leveren aan de visievorming rondom regionale ontwikkeling door middel van innovatie. Dit vanuit het perspectief van de transitie van een lineaire naar een circulaire economie. - Een kader te schetsen waarbinnen praktijkonderzoek en plaats kan vinden rondom de vraag: ‘Hoe organiseren we concreet samenwerking rondom innovatie die dienstbaar is aan en zorgt voor impact op de circulaire economie’?
DOCUMENT
Dit rapport is de eerste editie van de monitor Staat van de Haagse Economie. Deze monitor volgt de economische welvaart van Den Haag: de economische groei van bedrijven en het werk en inkomen van bewoners. Het beschrijft ook de stand van zaken van de vier pijlers die aan deze welvaart ten grondslag liggen: de attractiviteit van de stad, de economische structuur, het ondernemingsklimaat en de ruimte voor bedrijvigheid. Den Haag heeft in 2020 voor zichzelf een ambitieuze doelstelling geformuleerd voor 2030. Den Haag wil: ● een brede economische bloei realiseren; ● een attractieve stad zijn om te wonen, zich te vestigen en te bezoeken; ● een economie hebben met een veerkrachtige structuur; ● een excellent ondernemingsklimaat hebben; ● en voldoende ruimte hebben voor bedrijvigheid. De monitor Staat van de Haagse Economie 2020 moet gezien worden als een nulmeting voor het te voeren beleid dat deze visie moet verwerkelijken. Volgende monitors laten zien of het op deze gebieden de goede kant op gaat en of Den Haag op weg is om de ambities voor 2030 te realiseren. Hoe staan de Haagse economie en de onderliggende vier pijlers er in 2019 en in de eerste helft van 2020 voor? Wat zijn de ontwikkelingen geweest in de afgelopen jaren — met als focus de periode na de banken- en eurocrisis tussen 2014 en 2019 — en hoe steekt Den Haag af ten opzichte van de andere drie grote steden? In deze samenvatting maken we de balans op en kijken daarbij naar de sterke elementen in de Haagse economie en welke elementen aandacht nodig hebben. We gaan daarbij achtereenvolgens in op de staat van de economie en de vier pijlers: stad, structuur, ondernemingsklimaat en ruimte. We sluiten af met een duiding van de bevindingen.
DOCUMENT