De onderzoeksvragen die we met de vragenlijst wilden beantwoorden, waren: Hoe ervaren en waarderen de verschillende professionals, die werkzaam zijn binnen Heliomare onderwijs, de dienst Ambulante Begeleiding en Heliomare revalidatie, de samenwerking met collega's die eenzelfde functie/taak vervullen én de samenwerking met collega's die werkzaam zijn vanuit een andere discipline? Welke aspecten vinden zij belangrijk bij het samenwerken? Welke vaardigheden (competenties) vinden zij belangrijk bij het samenwerken? Verreweg de meeste respondenten vinden het belangrijk dat de collega's met wie zij samenwerken "het belang van de leerling vooropstellen" en dat zij "deskundig zijn". Het lijkt de moeite waard met elkaar te verkennen wat men precies bedoelt met het centraal stellen van de leerling en hoe men dit wil operationaliseren in het dagelijks werk. Welke rol zien betrokkenen hierbij weggelegd voor de leerling? De respondenten hebben aangegeven dat alle dertig competenties die hen voorgelegd zijn, belangrijk zijn om te komen tot een effectieve samenwerking met collega's uit andere disciplines. Echter, uit hun antwoorden kunnen we afleiden dat, wanneer ze gedwongen zijn een keuze te maken, zij toch bepaalde competenties zwaarder laten wegen dan andere.
DOCUMENT
Gedurende vijf schooljaren (vanaf 2019-2020 tot en met 2023-2024) heeft het Innovatiecluster Kind en Educatie, gefinancierd door het RIF Regionaal Investeringsfonds mbo), zich ingezet om interprofessioneel samenwerken op de kaart te zetten in het onderwijs aan mbo- en hbo-studenten. Het project beoogde de integratie van het concept ‘interprofessioneel samenwerken’ in de curricula van mbo- en hbo-opleidingen in Zwolle te bewerkstelligen. De deelnemende opleidingsinstellingen waren voor het mbo het Deltion College, Landstede MBO en Mbo Menso Alting Zwolle en voor het hbo de hogescholen van KPZ, Viaa en Windesheim. De betrokken opleidingen waren vooral gericht op kinderopvang, onderwijs en sociaal werk.
DOCUMENT
Het samenwerken met ouders aan opvoeding in het (basis)onderwijs is niet per se een taak die past binnen het typische beroepsbeeld van de leerkracht. Toch is het een dagelijkse en belangrijke verantwoordelijkheid voor leerkrachten. Dit is niet alleen in het belang van het kind, maar ook in het belang van de ouder. Niet zelden geven leerkrachten aan dat zij het samenwerken met ouders als een uitdaging ervaren. Om die reden heeft Mirjam Stroetinga promotieonderzoek gedaan naar het samenwerken met ouders in opvoedsituaties. Madeleine Streefkerk is een praktijkexpert op het gebied van ouderbetrokkenheid en samenwerking met ouders. In deze podcastaflevering proberen zij samen antwoord te geven op de uitdagende vragen over het samenwerken met ouders in de onderwijspraktijk.
LINK
Bedoeld om de stand van zaken in de samenwerking met ouders op uw school in beeld te krijgen
DOCUMENT
Samen werken in groepjes wordt in het onderwijs vaak ingezet als vorm van leren. Toch vormen productieve groepjes zich niet vanzelf; er is best wat werk voor nodig om goed op gang te komen. Als je voornamelijk online wil gaan samenwerken (bijvoorbeeld omdat je team verspreid over het hele land zit en gezamenlijke momenten moeilijk te plannen zijn), komen daar nog nieuwe uitdagingen bij.
DOCUMENT
Bedoeld om de stand van zaken in de samenwerking met ouders in uw opleiding in beeld te krijgen
DOCUMENT
De laatste zes, zeven jaar heeft de overheid een actief beleid gevoerd ten aanzien van cultuureducatie in het primair onderwijs. In grote lijnen heeft de overheid aangestuurd op verankering van cultuureducatie in het beleid van de scholen, op meer vraaggericht werken door culturele instellingen en kunstenaars, en op stimuleren van directe samenwerking tussen scholen en het culturele veld. Dit beleid heeft inderdaad voor een verschuiving gezorgd. Een aantal scholen heeft cultuureducatie in het beleidsplan opgenomen of wil dat gaan doen. Er zijn meer directe samenwerkingsverbanden tussen scholen en het culturele veld tot stand gekomen (Hoogeveen & Van der Vegt, 2008). Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) heeft bij de uitvoering van dit beleid de gemeenten een actieve rol gegeven. OCW heeft daartoe een flankerend beleid in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) opgezet, waarbij gemeenten en provincies voor een deel het beleid konden toesnijden op de lokale situatie. Het gesprek tussen het culturele veld en de gemeenten over cultuureducatie in het primair onderwijs werd daardoor voor het eerst of opnieuw gevoerd. De context van de Regeling en het flankerend beleid leidde ertoe dat meningen opnieuw werden uitgewisseld, standpunten gewijzigd, afspraken gemaakt en financiën verdeeld. Is het optreden van spanning tussen gesprekspartners, die een door de rijksoverheid ingezet beleid gezamenlijk uit moeten voeren, een vaker voorkomend patroon? Dit is ongetwijfeld het geval. Interessanter is naar de mogelijke oorzaken hiervan te kijken. Spanningen komen vaak voort uit de verschillen in doeleinden, middelen en macht van de betrokken actoren. Ook kan er sprake zijn van een spanningsveld tussen sturen en samenwerken – tussen een hiërarchische en een collegiale beleidsstijl gehanteerd door de overheden op verschillende niveaus (Hitters & IJdens, 2005). Als startpunt neem ik het flankerend beleid bij de Regeling Versterking Cultuureducatie primair onderwijs (Regeling) in de periode 2004-2008. Het dient als voorbeeld om te onderzoeken, die optreden bij het invoeren van nieuw beleid, geïnitieerd door het Rijk en doorgevoerd op provinciaal en gemeentelijk niveau. Zijn er kenmerken van een op samenwerking gerichte beleidsstijl terug te vinden in het flankerend beleid en de uitvoering daarvan door OCW, de provincies en gemeenten en zijn dilemma's, die inherent zijn aan deze beleidsstijl, terug te vinden in het flankerend beleid en de uitvoering daarvan? Welke verschillen tussen de doeleinden, middelen en macht van de actoren leveren spanning op?
DOCUMENT
Beschrijving van het project dat door subsidie mogelijk is gemaakt om in de periode 2026-2029 het gezamenlijk opleiden van jeugdprofessionals verder te versterken. Daarmee werkt Regio Zwolle aan een toekomstbestendige aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in het jeugddomein, door interprofessioneel samenwerken duurzaam te verankeren.
DOCUMENT
Om toekomstige professionals beter uit te rusten om interprofessioneel samen te werken in het sociaalpedagogisch en educatieve domein is innovatie nodig van de huidige opleidings- en professionaliseringsinfrastructuur. Een infrastructuur waarbinnen leraren, pedagogen en welzijnswerkers die actief zijn in de school, het gezien en de wijk (vanaf de start van de opleiding) interprofessioneel owrden opgeleid en geprofessionaliseerd.
DOCUMENT
Steeds vaker worden complexe vraagstukken uit de samenleving, ook wel ‘wicked problems’, met verschillende disciplines en stakeholders opgepakt. Deze samenwerking werkt als een vliegwiel om tot nieuwe kennis en oplossingen te komen als er geen eenvoudig antwoord is. Labs, hybride leeromgevingen, bieden studenten de kans om hier ervaring mee op te doen. Zo worden ze voorbereid op toekomstige samenwerkingen als professional. Welke vormen van samenwerken kom je tegen in labs? Welke competenties hebben studenten nodig in een samenwerking met verschillende disciplines? Leidt het deelnemen aan labs automatisch tot effectief samenwerken met andere disciplines? Hoe ontwikkelen studenten de competenties voor deze vormen van samenwerking? Wat vraagt dat van het ontwerp van een lab als leeromgeving? Antwoord op deze en andere vragen vind je in deze publicatie van het lectoraat Teaching, Learning & Technology zodat je in zeven minuten weer bent bijgepraat over samenwerken in een lab.
DOCUMENT