Seksueel grensoverschrijdend gedrag is een van de meest complexe thema’s binnen de geestelijke gezondheidszorg. Toch ontbreekt in Vlaanderen en Nederland een naslagwerk dat praktijkervaring, klinische reflectie en wetenschappelijke kennis op dit terrein samenbrengt. Dit casusboek vult die leemte. Het biedt een diepgaand, genuanceerd en multidisciplinair inzicht in de klinische praktijk van de behandeling van plegers van seksueel grensoverschrijdend gedrag met als doel bij te dragen aan een veiligere en meer begripvolle samenleving. De bijdragen in dit boek zijn geschreven door experts uit België en Nederland. Aan de hand van negentien realistische casussen – variërend van adolescenten met een licht verstandelijke beperking tot volwassen plegers met complexe psychiatrische stoornissen – worden thema’s als diagnostiek, risicotaxatie, behandeling, comorbiditeit, preventie, theoretische kadering en ethiek belicht.
LINK
De een houdt zich al jaren bezig met onderzoek naar geweld in afhankelijkheidsrelaties, de ander is sinds april dit jaar regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. De een is Janine Janssen, de ander Mariëtte Hamer. Speciaal voor dit themanummer van Justitiële verkenningen gaan zij met elkaar in gesprek over het grijze gebied van seksueel grensoverschrijdend gedrag, het (lastige) gesprek aangaan met álle betrokkenen en het belang van aanpak en preventie.
DOCUMENT
In de wetenschappelijke literatuur is geen casuïstiek te vinden over de inzet van sekszorg (de populaire benaming van sociaal-erotische zorg) voor mensen met een (lichte) verstandelijke beperking. Deze casus wil bijdragen aan het vullen van deze leemte. De casus is een voorbeeld van het ombuigen van seksueel grensoverschrijdend gedrag naar een positieve sociale en seksuele ontwikkeling, vanuit een integraal seksualiteitsbeleid binnen de begeleidende organisatie. Een aantal voorwaarden voor de inzet van sekszorg wordt benoemd.
DOCUMENT
Seksualiteit is de gewoonste zaak van de wereld: zonder seksueel contact kan de mensheid zichzelf immers niet in stand houden. Ondanks het gegeven dat seksualiteit een onmiskenbaar en belangrijk onderdeel is van het menselijk leven, is het geen onderwerp waarover gemakkelijk gesproken wordt. Mensen kunnen zich ook schamen voor aspecten van hun seksualiteit. Normen over wat ‘decent’ seksueel gedrag is en het feitelijke gedrag komen dan ook lang niet altijd overeen.
DOCUMENT
Een jaar geleden werd de hashtag #MeToo groot nieuws. In dit discussiestuk wordt teruggeblikt wat een jaar na dato alle aandacht concreet heeft opgeleverd. Een belangrijk punt van kritiek dat naar voren is gebracht, is dat er weliswaar veel aandacht is gevraagd voor seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar dat dit niet geleid heeft tot een concreet programma over de aanpak van en omgang met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Een uitstapje naar de criminologische literatuur over geweld en afhankelijkheid leert dat belangrijke vragen over etiologie en de werking van seksueel grensoverschrijdend gedrag onbeantwoord zijn gebleven. Om tot een programma te komen wordt hier een interdisciplinaire samenwerking bepleit tussen het justitiële domein, de gezondheidszorg, welzijn en het onderwijs, begeleid door wetenschappelijk onderzoek.
DOCUMENT
Seksueel burgerschap, ofwel het recht op een gezonde seksuele ontwikkeling en beleving, is voor mensen met beperkingen geen vanzelfsprekendheid. Seksualiteit is in het algemeen geen gemakkelijk gespreksonderwerp, laat staan als er ondersteuning nodig is om seksualiteit te beleven. Maar dat is wel belangrijk. Seksuele rechten van mensen met beperkingen worden namelijk met voeten getreden.
LINK
In januari 2021 publiceerde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) het rapport: ‘Wat kunnen we leren van meldingen seksueel grensoverschrijdend gedrag in de gehandicaptenzorg?’, waarin een analyse werd gedaan naar meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGOG) van 2017 tot en met 2019. Kort daarop volgde een reactie dat er meer kwalitatief onderzoek nodig is om naar het onderwerp seksualiteit breed te kijken vanuit het perspectief van mensen met een verstandelijke beperking (hierna: mensen met een VB) zelf. Uit een inventarisatie die VWS deed met partijen uit het veld en ervaringsdeskundigen kwam naar voren dat er vooral gekeken moet worden naar de positieve vormen van aandacht voor seksualiteit in de gehandicaptenzorg. Vanuit dit uitgangspunt is dit onderzoek ‘Veilige relatie in de gehandicaptenzorg’ gestart. Dit onderzoek is uitgevoerd door Disability studies in Nederland DSiN, de Hogeschool Rotterdam - Kenniscentrum Zorginnovatie en expertisecentrum seksualiteit Rutgers, in opdracht van VWS.
DOCUMENT
Interview Berno van Meijel en Mathilde Bos in NRC: Verpleegkundige Dave V. wordt beschuldigd van seksueel misbruik van drie vrouwelijke patiënten van de psychiatrische afdeling van het Heerlense ziekenhuis Atrium MC. Het duurde een jaar voordat de volle omvang van de zaak aan het licht kwam. Volgens David Jongen, bestuursvoorzitter van het ziekenhuis, valt zijn organisatie maar één ding te verwijten: „We verzuimden bij aanname van mensen voorheen te vragen naar een Verklaring Omtrent het Gedrag [VOG]. Ook na de eerste klacht tegen V. hebben we hem daar niet om verzocht.”
LINK
This study aimed to gain insight into the sexual experiences of adults with intellectual disabilities (ID) and the support they receive from residential staff in expressing their sexuality. A semi-structured interview protocol, informed by existing literature was developed. Participants with ID, with or without sensory and/or physical disabilities, were recruited from (semi-)residential facilities. Facility staff received training to conduct interviews with participants. Fifteen adults with ID (seven women, age range 23–60 years, most with additional disabilities) were interviewed. Most participants demonstrated an understanding of relationships, love, and sexuality, with varying personal experiences. Dating primarily took place within familiar circles. While structured discussions about sexuality with support staff were uncommon, participants generally received positive messages emphasizing personal agency and safety. However, there was a need for more comprehensive and repeated sex education, covering topics such as flirting and communication skills. Privacy concerns varied among participants, often influenced by staff attitudes toward sexuality. Some discomfort in discussing sexuality was noted, particularly in communal living environments where a culture of secrecy or ridicule prevailed. The study suggests that normalizing discussions about sexuality could encourage clients to ask questions more freely. Future research should include individuals with a wider range of disabilities, including those with moderate to severe ID. In addition, staff training and organizational policies regarding sexuality in care settings should be further explored. The study also recommends integrating sex education into care practices, enhancing professional training, and providing ongoing comprehensive information on sexuality.
DOCUMENT