De een houdt zich al jaren bezig met onderzoek naar geweld in afhankelijkheidsrelaties, de ander is sinds april dit jaar regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. De een is Janine Janssen, de ander Mariëtte Hamer. Speciaal voor dit themanummer van Justitiële verkenningen gaan zij met elkaar in gesprek over het grijze gebied van seksueel grensoverschrijdend gedrag, het (lastige) gesprek aangaan met álle betrokkenen en het belang van aanpak en preventie.
DOCUMENT
Interview Berno van Meijel en Mathilde Bos in NRC: Verpleegkundige Dave V. wordt beschuldigd van seksueel misbruik van drie vrouwelijke patiënten van de psychiatrische afdeling van het Heerlense ziekenhuis Atrium MC. Het duurde een jaar voordat de volle omvang van de zaak aan het licht kwam. Volgens David Jongen, bestuursvoorzitter van het ziekenhuis, valt zijn organisatie maar één ding te verwijten: „We verzuimden bij aanname van mensen voorheen te vragen naar een Verklaring Omtrent het Gedrag [VOG]. Ook na de eerste klacht tegen V. hebben we hem daar niet om verzocht.”
LINK
Seksueel grensoverschrijdend gedrag is een van de meest complexe thema’s binnen de geestelijke gezondheidszorg. Toch ontbreekt in Vlaanderen en Nederland een naslagwerk dat praktijkervaring, klinische reflectie en wetenschappelijke kennis op dit terrein samenbrengt. Dit casusboek vult die leemte. Het biedt een diepgaand, genuanceerd en multidisciplinair inzicht in de klinische praktijk van de behandeling van plegers van seksueel grensoverschrijdend gedrag met als doel bij te dragen aan een veiligere en meer begripvolle samenleving. De bijdragen in dit boek zijn geschreven door experts uit België en Nederland. Aan de hand van negentien realistische casussen – variërend van adolescenten met een licht verstandelijke beperking tot volwassen plegers met complexe psychiatrische stoornissen – worden thema’s als diagnostiek, risicotaxatie, behandeling, comorbiditeit, preventie, theoretische kadering en ethiek belicht.
LINK
Dit rapport beschrijft een onderzoek onder meiden, ouders en het team van een specialistische Jeugdzorgplus voorziening voor jonge vrouwen die slachtoffer zijn of dreigen te worden van seksueel misbruik, uitbuiting en mensenhandel ('loverboys'). Het onderzoek heeft tot doel een basis te leggen voor een methodiekbeschrijving.
LINK
In dit hoofdstuk gaan we dieper op in de relatie tussen eergerelateerd en seksueel geweld. Dat doen we in een aantal stappen. In de eerste paragraaf vertellen we kort iets over wat geweld in naam van de familie-eer wel dan wel niet is en hoe de politiële aanpak daarvan eruitziet. In de tweede paragraaf besteden we aandacht aan twee vragen: in de eerste plaats draait het om de vraag hoe de relatie tussen seksualiteit en familie-eer zich in de loop van het leven ontwikkeld. Bij eerconflicten zullen we zien dat het vaak draait om het niet accepteren van seksualiteit buiten het huwelijk. De conflicten daarover kunnen tot verschillende vormen van geweld leiden. Dat brengt ons bij een tweede vraag: hoe zit het dan met seksueel geweld? Wordt dat als een eerschending ervaren? En als dat dan zo is, waarom dan? In de derde paragraaf gaan we nog eens dieper in op de veroordeling van seksueel geweld. Gelden maatschappelijk, juridisch en bij de families die het LEC EGG in beeld krijgt dezelfde normen? We sluiten af met een korte conclusie.
DOCUMENT
Seksualiteit is de gewoonste zaak van de wereld: zonder seksueel contact kan de mensheid zichzelf immers niet in stand houden. Ondanks het gegeven dat seksualiteit een onmiskenbaar en belangrijk onderdeel is van het menselijk leven, is het geen onderwerp waarover gemakkelijk gesproken wordt. Mensen kunnen zich ook schamen voor aspecten van hun seksualiteit. Normen over wat ‘decent’ seksueel gedrag is en het feitelijke gedrag komen dan ook lang niet altijd overeen.
DOCUMENT
Een jaar geleden werd de hashtag #MeToo groot nieuws. In dit discussiestuk wordt teruggeblikt wat een jaar na dato alle aandacht concreet heeft opgeleverd. Een belangrijk punt van kritiek dat naar voren is gebracht, is dat er weliswaar veel aandacht is gevraagd voor seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar dat dit niet geleid heeft tot een concreet programma over de aanpak van en omgang met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Een uitstapje naar de criminologische literatuur over geweld en afhankelijkheid leert dat belangrijke vragen over etiologie en de werking van seksueel grensoverschrijdend gedrag onbeantwoord zijn gebleven. Om tot een programma te komen wordt hier een interdisciplinaire samenwerking bepleit tussen het justitiële domein, de gezondheidszorg, welzijn en het onderwijs, begeleid door wetenschappelijk onderzoek.
DOCUMENT
Seksueel burgerschap, ofwel het recht op een gezonde seksuele ontwikkeling en beleving, is voor mensen met beperkingen geen vanzelfsprekendheid. Seksualiteit is in het algemeen geen gemakkelijk gespreksonderwerp, laat staan als er ondersteuning nodig is om seksualiteit te beleven. Maar dat is wel belangrijk. Seksuele rechten van mensen met beperkingen worden namelijk met voeten getreden.
LINK
In dit rapport ronden de lectoraten Maatschappelijke Veiligheid van Hogeschool Saxion en Cybercrime & Cybersecurity van de Haagse Hogeschool het RAAK-publiek project ‘Cyberweerbaarheid: Een gemeentelijk offensief ter preventie van slachtofferschap van cybercrime’ af. Samen met onze consortiumpartners richtten de lectoraten zich in dit twee jaar durende project op de hoofdvraag ‘Met welke interventies kunnen ambtenaren openbare orde en veiligheid de cyberweerbaarheid van burgers en bedrijven binnen hun gemeente vergroten?’. Duidelijk was dat cybercriminaliteitlle doelgroepen in de samenleving een actuele en urgente dreiging vormt. Allereerst werden daarom door het consortium de doelgroepen en specifieke delicten geselecteerd waarop – op basis van literatuur en interviews met experts die met de doelgroepen werken – met voorrang moest worden geïnvesteerd op de cyberweerbaarheid. Dit heeft geresulteerd in de keuze voor drie doelgroepen: jongeren voor phishing, misbruik van seksueel beeldmateriaal en geldezelen; ouderen voor digitale oplichting (waaronder phishing) en mkb’ers voor phishing en ransomware. Voor elk van deze doelgroepen is verdiepend onderzoek naar de weerbaarheid tegen de geselecteerde delicten uitgevoerd op basis van representatief vragenlijstonderzoek en verdiepende interviews onder leden van de gekozen doelgroepen. Tevens is daarbij onderzocht wat de verklarende variabelen zijn voor zelfbeschermend gedrag. Aan de hand van deze brede kennisbasis zijn door de onderzoekers van de hogescholen, in nauwe samenwerking met de consortiumpartners uit de praktijk, vier interventies ontwikkeld en geëvalueerd: 1. ‘Doorsturen doe je niet!’ om jongeren weerbaarder te maken tegen misbruik van seksueel beeldmateriaal; 2. Instagram-campagne om jongeren weerbaarder te maken tegen geldezelen; 3. Laat je geen h@ck zetten! om ouderen weerbaarder te maken tegen digitale oplichting; 4. MKB Cyber Buddy’s om mkb’ers weerbaarder te maken tegen ransomware. De interventies ter preventie van slachtofferschap van phishing konden, met het oog op de beschikbare tijd en capaciteit, helaas niet binnen de spanne van dit project worden ontwikkeld. In overleg met het consortium is besloten deze vier interventies te ontwikkelen en na implementatie te evalueren. De interventies die ontwikkeld zijn binnen dit project onderscheiden zich van bestaande interventies omdat de door ons ontwikkelde interventies evidence-based zijn. Daarmee vormen deze interventies een belangrijke bouwsteen in de landelijke beweging naar een evidence-based aanpak van cyberweerbaarheid. Inmiddels zijn de samenwerkende lectoraten van dit project door de Citydeal Lokale Cyberweerbaarheid gevraagd om te helpen met het verder uitrollen van deze evidence-based aanpak door alle beschikbare interventies buiten dit project van een procesevaluatie en effectevaluatie te voorzien. Dit wordt opgepakt vanuit het consortium bij de recent toegekende SPRONG-subsidie, waarmee de samenwerkende lectoraten met hun praktijkpartners uit dit RAAK-publiek project een duurzame bijdrage blijven leveren aan het evidence-based werken aan de cyberweerbaarheid van de Ne - derlandse samenleving. Daarbij blijft de kracht van maatwerk risicocommunicatie binnen be - staande, lokale netwerken een cruciale pijler in de aanpak van het grenzeloze vraagstuk van cybercriminaliteit. Helaas is de noodzaak voor die aanpak groter en actueler dan ooit.
DOCUMENT