Types
0Instelling
24Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2De kwaliteit en inhoud van de lerarenopleidingen zijn een voortdurend onderwerp van gesprek en discussie. Onderwijs is immers een sleutelvoorziening voor een samenleving en leraren (en dus ook de lerarenopleidingen) spelen daar een centrale rol in. Lerarenopleiders zijn op hun beurt bij uitstek degenen die vorm geven aan de inhoud en kwaliteit van de lerarenopleidingen. Bij dat vormgeven moeten zij daarom een antwoord geven op en een balans vinden tussen de drie kernopgaven voor de lerarenopleidingen: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming (Biesta, 2011; 2012). In november 2015 heeft met een groep van 10 lectoren (waaronder HvA lector Marco Snoek) een poging gedaan om die kernopgaven voor de lerarenopleidingen handen en voeten te geven (Geerdink et al., 2015). Daarbij vertaalden ze die kernopgaven naar drie niveaus: het niveau van de leraar met zijn leerlingen, het niveau van de lerarenopleider en zijn studenten, en het niveau van lerarenopleiders onderling. Die driedeling werkten zij voorbeeldmatig uit om tenslotte te reflecteren over mogelijke concrete implicaties of dilemma’s voor de lerarenopleidingen. Op deze wijze staan ze stil bij de doelen van de lerarenopleiding, bij de wijze waarop het leren rond deze doelen tot stand gebracht kan worden en tenslotte bij de wijze waarop ontwikkeling zichtbaar gemaakt kan worden. Met de notitie hebben de auteurs de hoop lerarenopleiders te inspireren om binnen opleidingsteams (van instituutsopleiders en schoolopleiders) na te gaan hoe zij reeds vorm geven aan kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming in hun handelen en werken, en waar nog ruimte is om aan te scherpen of te verbeteren. Tijdens de VELON studiedag op 13 november 2015 presenteerde Marco Snoek de notitie in een keynote op de jaarlijkse studiedag van de Vereniging voor Lerarenopleiders Nederland VELON
MULTIFILE
Biesta onderscheidt drie doeldomeinen voor het onderwijs: kwalificatie, socialisatie en subjectivering. In dit hoofdstuk verkent Carlos van Kan de betekenis van deze doeldomeinen in het licht van de wettelijke opdracht voor het middelbaar beroepsonderwijs en de pedagogische waarden en idealen die mbo-docenten nastreven.
DOCUMENT
Geen samenvatting aanwezig.
DOCUMENT
Rondom het onderwerp ‘brede vorming’ en de mogelijkheden ervan voor het curriculum hebben we een onderzoek uitgevoerd waaraan teams van basisscholen van drie besturen in Dordrecht hebben meegewerkt. Dit verkennende onderzoek heeft zich ten doel gesteld een eerste schets te maken van de manier waarop basisscholen brede vorming hebben opgenomen in hun curriculum. Wat doen scholen op dit gebied, en waarom doen ze dat? En welke taal gebruiken ze als ze over de brede vorming van kinderen spreken? Dit artikel verscheen in Tijdschrift voor lerarenopleiders 41(2) 2020 en beschrijft hoe dit verkennende onderzoek is uitgevoerd en wat de belangrijkste uitkomsten ervan zijn. Het eindigt met een aantal aandachtspunten voor verder onderzoek en voor het ontwikkelen van brede vorming in het curriculum van zowel de basisscholen als de lerarenopleiding.
DOCUMENT
Peer support kent meerdere verschijningsvormen, waarbij meestal een ouderejaars leerling een jongerejaars begeleidt. In dit onderzoek ligt de focus op vormen van peer support die gericht zijn op de socialisatie van leerlingen, waaronder nieuwkomers, in de beginfase van het voortgezet onderwijs. Twee rollen zijn nader onderzocht: de rol van ‘Peer Leader’, een ouderejaars die brugklassers klassikaal begeleidt en de rol van ‘Peer Buddy’, een ouderejaars die een jongerejaars individueel begeleidt.
LINK
Studiesucces wordt geassocieerd met rendementscijfers, oftewel het diplomarendement. Daarmee staat studiesucces symbool voor de eindstreep van de opleiding. Als zodanig staat het begrip ver af van de docent voor de klas of van een docententeam. Studenten zelf spreken al helemaal niet in termen van diplomarendement. Studiesucces lijkt derhalve een management issue. Toch raakt succesvol studeren alle betrokkenen op elk niveau van het onderwijs. Hoe zijn de verschillend gevoelde belangen onderling te overbruggen zodat studiesucces een richtinggevend concept wordt voor, en van alle betrokkenen? In deze openbare les bespreekt lector Ellen Klatter de inhoudelijke betekenis van studiesucces. Van de drie doelen die het hbo kent, te weten kwalificatie, socialisatie en subjectivering, worden hogescholen door de overheid voornamelijk beoordeeld op het eerste doel. Echter, aandacht voor studiesucces vraagt expliciete aandacht voor de volle breedte van deze drievoudige doelstelling, in samenhang.
DOCUMENT
Leerlingen verdienen een leraar die competent is, lesgeeft met passie en zich blijft ontwikkelen. Een kwalitatief hoogwaardige lerarenopleiding, waarin leren op de werkplek een belangrijk element is, zorgt voor zo’n beste leraar. Op de werkplek vindt zowel formeel als informeel leren plaats. Het leren op de werkplek is veelzijdig, authentiek, contextgebonden, gericht op socialisatie en betekenisverlening. Daarbij is zelfsturing door de lerende essentieel. Opleiden op de werkplek heeft als basis het verbinden van authentieke ervaringen met kennis en het stimuleren van zelfsturing door aanstaande leraren. Het lectoraat wil door middel van praktijkonderzoek een integratieve didactiek voor het leren op de werkplek ontwikkelen.
DOCUMENT
Ben je als leraar of schoolleider benieuwd naar manieren om na te denken over jouw pedagogische opdracht en hoe je deze kunt vormgeven? Wereldgericht onderwijzen: Biesta in de praktijk laat op concrete wijze zien hoe je aan de slag kunt gaan met wereldgericht onderwijzen. Onderwijs dat vorm krijgt vanuit wat onderwijspedagoog Gert Biesta de subjectificatiefunctie noemt. De auteurs brengen met dit boek de dialoog op gang tussen de onderwijspraktijk en het werk van Biesta. De eerste helft van het boek biedt een helder beeld van Biesta’s zorgen, de ‘drieslag’ van onderwijs (kwalificatie, socialisatie en subjectificatie) en zijn pedagogische intenties. In de tweede helft vind je interessante voorbeelden van wereldgericht onderwijs in verschillende praktijken, in primair en voortgezet onderwijs en bij lerarenopleidingen. De voorbeelden zijn niet zozeer gebaseerd op Biesta’s werk, maar er wel mee in lijn. Wereldgericht onderwijzen komt tot leven aan de hand van de begrippen onderbreken, vertragen en ondersteunen, de relatie tussen pedagogiek en didactiek en via een thema als praktische wijsheid.
LINK
Ten tijde dat CKV werd opgericht, is er door de Universiteit Utrecht onderzoek gedaan naar de cultuurparticipatie onder jongeren via school georganiseerde museumbezoeken. Dit bleek toentertijd een positieve uitwerking te hebben op de latere cultuurdeelname. Dus door op jonge leeftijd aandacht te besteden aan kunst en cultuur bleek uit onderzoek dat de cultuurparticipatie op latere leeftijd zou stijgen, dit was boven de verwachting uit. In de opzet van CKV wordt een open houding van leerlingen nagestreefd ten aanzien van kunst en cultuur (MinOCW 1999). Uit het proefschrift van Marie-Louise Damen blijkt dat deze langdurige en brede interesse niet zodanig behaald is door het vak CKV zoals werd nagestreefd door de overheid ten tijde van de opzet van het vak (Damen, 2010). De cultuurdeelname, na het afronden van het voortgezet onderwijs wordt momenteel niet door kunsteducatie op school, maar voornamelijk door het voorbeeld van thuis bepaald: de culturele socialisatie (Haanstra, 2012; Damen, 2010). Is het vanuit de opzet van het vak realistisch om in te zetten op een brede en langdurige culturele interesse bij leerlingen? Is de daarbij behorende attitudeverandering wel mogelijk in het korte contact met het vak CKV? Het vak heeft naar mijn inzien veel meerwaarde voor leerlingen; het laat leerlingen kennis maken met kunst en cultuur, dit gebeurt in levende lijve door middel van het ondernemen van culturele activiteiten en laat leerlingen nadenken over verschillende onderwerpen door na te bespreken in lesuren en te reflecteren op dat wat ze hebben gezien en ervaren. Daarbij is het van belang om af te vragen hoe deze attitude op de langer termijn te veranderen is? Doel van dit onderzoek is om een stap terug te zetten in het hele proces en te kijken naar de kern van de opzet van het vak en hier een kritische vraag op te richten, dit vormt direct de hoofdvraag voor dit literatuuronderzoek: Welke attitude(s) beogen we bij het vak CKV op het havo/vwo, en hoe kunnen deze gestimuleerd worden tijdens de les?
DOCUMENT