Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
41Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3Planoloog en kunsthistoricus Zef Hemel vertelt hoe hij wandelend verkent hoe de landelijke gebieden in het Noord-Nederland eruit kunnen zien en welke rol kunsteducatie daarin kan spelen.
DOCUMENT
Bodemdaling in gebieden met een slappe bodem (vooral veen-, maar ook kleigebieden) heeft grote economische en maatschappelijke gevolgen. De gebieden, waar slappe bodems voorkomen, zijn in figuur 1 weergegeven. Gemeenten, provincies, waterschappen en Rijkswaterstaat proberen inzicht te verwerven in de gevolgen van bodemdaling om maatregelen hierop te kunnen baseren. Zowel hun kennis, ervaring en data over bodemdaling als die van advies- en ingenieursbureaus zijn versnipperd. Alle partijen voelen de behoefte voor de risicobeheersing van bodemdaling de huidige kennis, ervaring en data aangaande bodemdaling in stedelijke gebieden met slappe bodems te bundelen, te beheren en uit te wisselen. Tevens zijn zij op zoek naar nieuwe, innovatieve oplossingen. Het te subsidiëren project betreft een voorstudie naar een digitale, slimme oplossing om de bundeling, het beheer en de uitwisseling van kennis, ervaring en data op het gebied van bodemdaling in stedelijk gebied met slappe bodems vorm te geven. In dit project wordt beoogd om (i) een eerste inventarisatie van de aanwezige technische kennis, ervaring en data over bodemdaling in stedelijke gebieden uit te voeren en deze (ii) in een voor de boven genoemde partijen eenvoudig toegankelijke, in het kader van het project te ontwikkelen digitale omgeving te plaatsen. De beoogde oplossing in de vorm van een digitale omgeving is bedoeld voor zowel advies- en ingenieursbureaus, als voor gemeentes, provincies, waterschappen en Rijkswaterstaat. Deze digitale omgeving moet de bestaande kennis en ervaring eenvoudig kunnen presenteren en eenvoudige analyses kunnen uitvoeren (bijv. voorspellingen van te verwachten bodemdaling op basis van beschikbare data). Het ontwerp van de digitale omgeving is bedoeld om de werkbaarheid ervan bij de betrokken partijen te testen en een vervolgonderzoek te definiëren. Naast de inzet van de onderzoekers, die uit het project worden gefinancierd, worden studenten ingezet om verschillende deelactiviteiten uit te voeren.
Kwaliteit van samenleven in een stedelijke omgeving is een uitdagend onderwerp. In deze notitie is de context geschetst en zijn de eerste aanbevelingen gegeven op welke wijze de HU dit thema optimaal kan ontrafelen om het in te zetten ter versterking van (de kennisinstelling in) haar omgeving. Steden ontwikkelen zich sterk en snel, daaruit ontstaan allerlei kansen en bedreigingen. Tegelijkertijd is in steden ook de veranderkracht het grootst. Op verschillende manieren kan tegen deze ontwikkeling aangekeken worden. Het perspectief waarmee naar de stad gekeken wordt, leidt tevens tot een categorisering van de meest actuele thematieken en geeft een prioritering aan relevante vraagstukken. Hogeschool Utrecht staat midden in de samenleving en haar onderwijs en onderzoek draagt direct bij aan de kwaliteit van samenleven in de stedelijke omgeving. De specifieke unieke kenmerken van de stad Utrecht zijn daarbij van belang, waarbij Utrecht als proeftuin voor innovaties op het gebied van kwaliteit van samenleven in de stedelijke omgeving beschouwd wordt. Een inventarisatie van de verschillende perspectieven hoe een stad ‘beschouwd’ kan worden, leidt tot de driedeling: a. gezonde duurzame stad; b. sociale, zorgzame en rechtvaardige stad; en c. economisch sterke, creatieve en culturele stad. Lectoren opereren binnen deze driedeling, of begeven zich juist op de cross-overs tussen deze manieren om naar de stad te kijken. Een systeembenadering, waarbij kwaliteit van samenleven in de stad het overkoepelende thema is, is hierbij krachtig in het besef dat de stad leert, zich ontwikkelt en feitelijk ook als proces beschouwd kan worden.
DOCUMENT
Met de uitvoering van het onderzoek ‘Het stedenbouwkundig bureau van de toekomst’ (zie eerste rapportage van het RAAK-project) aan de Hogeschool van Amsterdam is een kennisplatform tot stand gekomen over de inhoud en onderlinge positionering van stedelijke theorieën, methoden en casussen. Het platform stelt de stedelijk professional (al werkend en lerend) in staat, in samenspraak met collega’s, de beschikbare interdisciplinaire kennis over ruimtelijke analyses in stedelijke gebieden te ontsluiten, te delen en te vergroten.
DOCUMENT
In deze studie komen twee belangrijke actuele opgaven van stedelijke ontwikkeling samen. Enerzijds de zoektocht naar alternatieve planningsaanpakken, die – in tegenstelling tot de planmatige aanpakken geënt op stadsuitbreiding – beter kunnen omgaan met de uitdagingen van stedelijke inbreiding, ook wel bekend als organische gebiedsontwikkeling of spontane stedenbouw. Anderzijds het vraagstuk van het behouden en uitbreiden van de werkruimte in de stad. Deze studie laat zien dat juist de combinatie van beide opgaven kansen biedt. Nieuwe planningsaanpakken bieden ruimte aan nieuwe rollen en actoren die op nieuwe manieren betaalbare werkplekken in de stad creëren, behouden en uitbreiden. Andersom dagen actoren die zo’n nieuwe rol innemen de stedelijke planning uit. De uitkomst van de analyse van de verzamelde voorbeelden inspireert en helpt lokale overheden en andere actoren wegen te vinden om actief te sturen op het stimuleren en versterken van de ecosystemen van werk in de stad.
DOCUMENT
Ergens in 2007, schat men, werd het punt gepasseerd dat 50% van alle wereldbewoners in steden woonde. Dit percentage zal in de 21e eeuw nog sterk toenemen. Zowel het landschap als de stedelijke ruimte staan onder druk, transformeren onder invloed van economische, politieke, sociale of natuurlijke krachten. De huidige groei vindt voornamelijk plaats in ontwikkelingslanden en in de opkomende economieën van China, India en Zuid-Amerika. Een belangrijk deel van de verstedelijking hier is ongepland en ongestructureerd. In Europa doet zich een ander fenomeen voor. Onder invloed van globalisering en de EU beconcurreren de vele steden in het dichte stedelijke netwerk elkaar als vestigingslocatie voor kennisintensieve bedrijvigheid en creatief' talent. Steden en stedelijke regio's transformeren tot kennisregio's en hun dynamiek wordt bepaald door niet-plaatsgebonden, maar grens- en tijdoverschrijdende netwerken. De bijpassende netwerksamenleving is veel minder dan voorheen 'maakbaar' vanuit het oogpunt van overheidshandelen. Individuele burgers, maatschappelijke organisatie en marktpartijen organiseren zichzelf in steeds wisselende bondgenootschappen. Stedenbouw in deze condities betekend vooral het ruimtelijk anticiperen op dynamische maatschappelijke processen. Er is behoefte aan een nieuwe oriëntatie en een instrumentarium om in deze condities succesvol als ruimtelijk ontwerper te opereren. Het lectoraat wil hieraan een bijdrage leveren en zal zich zowel richten op onderzoek naar concepten van stedelijkheid als op toegepast (ontwerpend) onderzoek naar transformatieopgaven in Europese steden.
DOCUMENT
Er is het een en ander af te dingen op het gewicht van de autonome en stedennetwerken, gezien de reikwijdte en slagkracht van stedelijke netwerken en lokale overheden op het wereldtoneel nog beperkt zijn. In het navolgende zijn aan de hand van het voorbeeld van de "Europese Urban Agenda for the EU" drie punten uitgelicht waaruit naar voren komt dat steden nog (te) weinig in de melk te brokkelen hebben op het wereldtoneel. Samenwerkingsverbanden hebben alleen slagkracht als er goed informeel wordt onderhandeld en gemeenten op Europees en internationaal niveau belangrijke projecten geagendeerd krijgen – en daar vervolgens ook de financiële middelen voor zijn. Ook de studie naar de 100 Climate-Neutral and Smart Cities laat zien dat juist innoverend samenwerken op klimaatneutraliteit alleen kan als er een betere institutionele structuur is (lees: formele invloed), het financiële management op lokaal niveau op orde is (meer financiële expertise en budgetplanning) en meer externe support en technische expertise aanwezig zijn. Er is kortom nog een wereld te winnen.
MULTIFILE
Nederlandse gemeenten zijn vanuit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) verplicht om uiterlijk in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. Monitoring van de voortgang is hierbij essentieel, maar wordt bemoeilijkt door het ontbreken van een wettelijke verplichting om klimaatadaptieve maatregelen, zoals wadi's, systematisch te registreren. Dit project beoogt een innovatieve oplossing te bieden door het inzetten van kunstmatige intelligentie (AI) om wadi's automatisch te detecteren op basis van openbare geodata. Het doel van dit project is het ontwikkelen en toepassen van AI-gebaseerde objectdetectiemodellen om locaties en kenmerken van WADI’s in stedelijke gebieden te identificeren. Dit gebeurt op basis van openbare databronnen zoals het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN-4/5) en landsdekkende orthofoto’s. De verkregen data wordt geïntegreerd in ClimateScan, de grootste open database voor klimaatadaptatiemaatregelen in Nederland, en draagt bij aan betere monitoring en beleidsvorming. Het project combineert geavanceerde AI-technieken met open geodata om een actueel en schaalbaar overzicht te genereren van specifieke klimaatadaptieve infrastructuur. Deze aanpak is vernieuwend binnen het domein van klimaatadaptatie en biedt potentie voor landelijke opschaling.
Hoe moet de organisatie van stedelijke gebiedsontwikkeling veranderen wil de stad een transitieplatform zijn? Oftewel: hoe organiseer je de veranderstad?
DOCUMENT
Waarom dit onderzoek? In de gemeente Den Haag lopen verschillende programma’s die tot doel hebben de sociale en fysieke leefbaarheid en veiligheid van wijken en straten te verbeteren. De Wijkagenda’s en de Aanpak Prioritaire Gebieden zijn in dit kader twee belangrijke, elkaar deels overlappende, programma’s. Beide gemeentelijke programma’s hebben samenwerking met bewoners, ondernemers en partnerorganisaties als uitgangspunt. Bewonersparticipatie speelt een belangrijke rol. De Wijkagenda’s worden in alle Haagse wijken ontwikkeld. Hierin staat wat voor een periode van vier jaar de belangrijkste verbeterpunten zijn. De Aanpak Prioritaire Gebieden richt zich op specifieke straten en pleinen waar ‘wicked problems’ spelen: ingewikkelde vraagstukken waarbij veel verschillende partijen betrokken zijn, er geen eenduidige probleemdefinitie bestaat, en er geen eenvoudige oplossingen voorhanden zijn. Dit is in eerste instantie een tweejarig programma. Het onderzoek heeft als doel de voortgang van deze programma’s te monitoren en evalueren, en aanbevelingen te doen voor structurele monitoring.
MULTIFILE