Een vereiste voor de gebiedsprogramma’s die alle Provincies vóór 1 juli 2023 moeten aanleveren aan het Rijk is een beschrijving van de verwachte sociaaleconomische effecten van de beoogde maatregelen om de gebiedsdoelen van de Provincie te realiseren. Deze informatie is relevant om inzicht te krijgen in de bredere effecten van de maatregelen in het landelijk gebied. De Provincies kunnen de uitkomsten in het vervolgtraject gebruiken voor het afwegen en nader invullen van maatregelen(pakketten) en aanvullend beleid (Reinhard et al., 2023). De Provincie Zeeland heeft in februari 2023 aan HZ|Kenniscentrum Zeeuwse Samenleving (HZ|KCZS) gevraagd om te ondersteunen bij de sociaaleconomische effectenanalyse (SEEA) van de maatregelen zoals die beschreven zijn in het Gebiedsprogramma 0.5 van de Provincie Zeeland (Provincie Zeeland, 2023). HZ|KCZS heeft de benodigde stappen rond de SEEA gefaciliteerd tot 1 juli 2023 en zal ook na deze datum betrokken blijven bij de vervolgstappen rond de effectenanalyse. In deze rapportage bespreken wij de stappen die wij samen met experts van de Provincie Zeeland hebben doorlopen in de periode van maart tot en met mei 2023. Wij geven eerst een situatieschets rond de uitstoot en depositie van stikstof in Zeeland en de mogelijke maatregelen die het Gebiedsprogramma 0.5 van de Provincie beschrijft. Vervolgens beschrijven wij de stappen die zijn ondernomen om tot de SEEA te komen. In paragraaf 4 presenteren wij de eerste resultaten van de SEEA en werken daar één beoogde maatregel uit, namelijk die van het stimuleren van voldoende organische stof in de bodem. Tot slot reflecteren wij op het proces tot nu toe en geven we een doorkijk naar de mogelijke vervolgstappen na 1 juli 2023.
DOCUMENT
Met de toenemende drukte in de stad neemt ook het autogebruik toe. Deze toename zorgt voor extra druk op de veiligheid en gezondheid voor mens en natuur. Om de negatieve impact van verkeer te mitigeren kan gekeken worden naar strengere eisen aan hinder en uitstoot. Met Smooth Traffic Management (STM) wordt gewerkt aan het verminderen van de negatieve verkeerseffecten rond ‘gevoelige locaties’ door bestuurders middels een navigatiesysteem een alternatieve, omgevingsbewuste route aan te bieden.
DOCUMENT
Deze voorlichtingspublicatie is tot stand gekomen in het kader van het project 'Het inrichten van de moderne laswerkplaats'. Dit was een gezamenlijk project van CNV BedrijvenBond, De Unie, FNV Bondgenoten, Metaalunie, NIL, PMP en Vereniging FMECWM, in afstemming met de Arbeidsinspectie en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en medegefinancierd door het Ministerie van Economische Zaken.
DOCUMENT
Sinds de Raad van State een streep heeft gezet door het huidige stikstofbeleid (Programma Aanpak Stikstof) is er paniek uitgebroken. Bouwprojecten zijn stil komen te liggen en de veehouderij ligt onder vuur. De procentuele bijdrage van de veehouderij wordt van relatief laag tot zeer hoog geschat, afhankelijk van de toegepaste rekenmethode. Hoe laag of hoog de bijdrage van de veehouderij ook is, feit blijft dat de veehouderij bijdraagt aan de uitstoot van ammoniak en stikstofoxide via mest. Om stikstof in mest te reduceren, en daarmee de uitstoot van ammoniak en stikstofoxide te verlagen, kunnen insecten waarschijnlijk een oplossing bieden. Larven van de zwarte soldaatvlieg kunnen zich ontwikkelen op mest. Voor groei en ontwikkeling hebben ze o.a. stikstof nodig. Door larven te laten groeien op mest gaat de hoeveelheid stikstof in mest omlaag en tevens zal het volume van de mest afnemen. In de voorgestelde samenwerking met een insectenkweker en onderzoeksinstituut willen we onderzoeken hoe larven zich kunnen ontwikkelen op verschillende soorten mest (kip, koe, varken) en welke dichtheid aan larven optimaal is om zoveel mogelijk stikstof te reduceren. De resultaten zullen gedeeld worden met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid en zijn een stap in de richting van een circulaire economie zoals geschetst door de minister Schouten.