Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Familiebedrijven zijn van vitaal belang voor de Nederlandse economie omwille van hun bijdrage aan de economische groei en de werkgelegenheid. Kenmerkend voor een familiebedrijf is de interactie tussen een familie en het bedrijf, waarbij een familie invloed uitoefent op het bedrijfsproces door een vertegenwoordiging in eigendom, management of bestuur. Hierdoor worden niet-economische familie-gerelateerde doelstellingen, zoals het overdragen van het bedrijf binnen de familie, harmonie tussen familieleden en familiale tewerkstelling vaak minstens even belangrijk als de traditionele economische bedrijfsdoelstellingen. In deze publicatie benadruk ik het belang van strategisch ondernemerschap om de continuïteit van het familiebedrijf te beschermen en de groei tot een ondernemende bedrijfsfamilie te bevorderen. Strategisch ondernemerschap omvat voldoende aandacht geven aan het exploiteren van het huidige concurrentieel voordeel en tegelijkertijd strategisch zoeken naar nieuwe marktkansen. Tijd vrijmaken om strategisch na te denken over de toekomst is van fundamenteel belang omdat zowel de kenmerken van families zelf, als die van de omgeving waarin het bedrijf actief is, onderhevig zijn aan radicale wijzigingen. Hoewel kinderen steeds minder kiezen voor opvolging in het familiebedrijf zullen ze er eerder voor opteren indien het bedrijf groot is, ze de ondernemerschapstraditie al snel meekrijgen en hun ouders positieve rolmodellen zijn. Daarnaast geeft het opbouwen van een portfolio van bedrijven kinderen meer kans om met hun competenties aansluiting te vinden van bij één van de bedrijven in de familieholding. Steeds ouder wordende familieondernemers dienen dan wel tijdig zorg te dragen voor een vlot opvolgingsproces. Ook bij een niet-familiale opvolging zal strategisch ondernemerschap vereist zijn om het bedrijf en de familie voor te bereiden op een succesvolle verkoop. Daarnaast onderkennen steeds meer instanties dat (familie)bedrijven momenteel opereren in de context van een 4de industriële revolutie, waarbij o.a. digitalisering en de gen revolutie zullen zorgen voor disruptieve wijzigingen in zowat alle bedrijfstakken. Bedrijven kunnen hun concurrentiepositie enkel behouden indien ze zorg dragen voor een nog betere dienstverlening naar de klanten toe, de focus leggen op constante verbeteringen in hun producten en diensten, o.a. door het toevoegen van digitale capaciteiten, meer samenwerken in innovatieprojecten en regelmatig hun verdienmodellen evalueren. Strategisch ondernemerschap zou een continue stroom van incrementele en radicalere innovaties dienen op te leveren, die zowel voordelen opleveren voor de familie, het bedrijf als de samenleving. Om dit proces succesvol te kunnen voltooien is er een ondernemende alertheid noodzakelijk, alsook een snel besluitvormingsproces. Daarnaast is het belangrijk om een lerende cultuur te creëren, waarin creativiteit gestimuleerd wordt en falen wordt gepercipieerd als een leeropportuniteit. De toegevoegde waarde die een familie kan leveren in dit proces is onder andere gerelateerd aan een lange termijnoriëntatie, de gemotiveerde en loyale familiale medewerkers, een flexibelere kennistransfer over generaties en een betere klantenoriëntatie. Ook op het vlak van duurzame investeringen en maatschappelijke betrokkenheid lijken familiebedrijven beter te scoren dan niet-familiebedrijven. De sterke binding van de familie met het bedrijf, en de daardoor gecreëerde afhankelijkheid van de inkomsten van het bedrijf, kan daarentegen ook leiden tot conservatisme en het vermijden van ondernemend gedrag. Nog te veel families zijn volledig afhankelijk van één bedrijf, actief in één sector en in één regio of land. Een diversificatie van de activiteiten of het uitbouwen van een portfolio van bedrijven biedt de kans om het risico te spreiden en continuïteit te creëren voor de volgende generatie van familieondernemers. Deze rede sluit ik af met een aantal onderzoeksvragen die ik graag wil bespreken met familieondernemers. We hopen familiale eigenaars en managers aan te sporen meer tijd vrij te maken voor strategisch denken, alsook het verkennen van opportuniteiten en nieuwe groeikansen. Ik stel daarnaast graag de medewerkers van het Landelijk Expertisecentrum Familiebedrijven voor die actief betrokken zijn bij diverse onderzoeksthema’s betreffende ondernemende bedrijfsfamilies.
DOCUMENT
Studenten aan de FEM worden opgeleid om als aankomend professional deel uit te maken van de beroepspraktijk. Eenmaal werkzaam in een organisatie blijkt dat strategisch kunnen communiceren van belang is. Als we de opleiding goed willen laten aansluiten op die praktijk dan betekent dat dat een student moet leren hoe je strategisch communiceert. In dit artikel laat ik zien dat een voorbeeld uit de specifieke beroepspraktijk waarvoor de student wordt opgeleid daar toe kan bijdragen. In het voorbeeld dat centraal staat, heeft een organisatie uit de verzekeringsbranche bewuste, strategische keuzes gemaakt in de communicatie met de klant. Om uiteindelijk de vraag te beantwoorden wat de student hiervan kan leren (4), zal ik eerst het begrip strategisch communiceren toelichten (1), vervolgens van het praktijkvoorbeeld de situatie schetsen (2) en de werkwijze uitgebreid beschrijven (3).
DOCUMENT
De rode draad van deze bijdrage is dat sociaal werk altijd van doen heeft en in aanraking komt met het sociaal beleid van de overheid. Sociaal professionals zouden zich daarom kritisch moeten verhouden tot het sociaal beleid, zeker nu dat beleid in belangrijke mate lokaal wordt gemaakt. Immers, de kwaliteit van de professionaliteit van het sociaal werk gaat zowel om uitvoering van beleid als om het kritisch en ethisch kunnen reflecteren op hoe beleidsintenties praktisch uitpakken. Dat vraagt van de sociaal professional politieke en bestuurlijke sensitiviteit. In het navolgende wordt ingegaan op het belang van mee- en tegen-bewegen in een turbulente beleidsgestuurde, politieke en democratische context. Sociaal professionals opereren in een spanningsvolle context. Dat noopt tot meer kennis en kunde van wat we hier ‘sociaal beleidswerk’ noemen. Het noodzaakt ook tot een andere rolopvatting en houding, namelijk die van lerende en innoverende tussenwerkers die ‘ongepast’ durven te interveniëren tussen beleid en uitvoering.
DOCUMENT
Rosa Alberto (HU) en Bart Kleine Deters (ECBO) deden onderzoek naar welke lessen we als Nederland kunnen leren van het buitenland op het gebied van beleid in gecijferdheid. Dit deden ze aan de hand van een thematische analyse op vier terreinen: 1. Samenhang in basisvaardigheden(-beleid) 2. Implementatiemethode van basisvaardighedenbeleid 3. De rol van kenniscentra 4. Rol van werkgevers in het versterken van basisvaardigheden Het onderzoek geeft mooie aanknopingspunten en inspiratie voor de ve-plannen die bij het ministerie van OCW in de maak zijn. Dit onderzoek is verschenen binnen het project Gecijferdheid als Basisvaardigheid, waarbij de HU, CINOP en Freudenthal Instituut (UU) samen optrekken.
DOCUMENT
Zorg, Service & Welzijn van Friesland College opereert in een complexe wereld. De bevolking vergrijst, de zorgvraag neemt toe en de beroepsbevolking krimpt. De technologische ontwikkelingen in de zorg gaan razendsnel. Mensen blijven langer thuis wonen, houden meer zelf de regie over wat ze nodig hebben en er ontstaan nieuwe vormen van welzijn en zorg, bijvoorbeeld kleinschalig wonen voor ouderen. In de maatschappij als geheel spelen ook grote vraagstukken waar (aankomende) professionals bij de uitoefening van hun beroep mee te maken krijgen. Dit vraagt om wendbare professionals ofwel professionals met de capaciteit om verbetergericht te leren en werken. Dit thema: professionals die zich blijvend ontwikkelen, heeft ook de aandacht van het Practoraat Leven Lang Ontwikkelen van Friesland College. Het beroepsonderwijs, waar deze professionals worden opgeleid, staat daarmee midden in de samenleving.
DOCUMENT
In dit artikel wordt beschreven hoe door middel van workshops met een strategische HRM game een belangrijke stap is gezet in het maken van een realistisch strategisch HRM simulatiemodel. 187 HR-pro- fessionals kregen tijdens een workshop 72 HR-praktijken voorgelegd. De door hen verwachte effecten van deze praktijken op het gedrag van medewerkers is op een kwantitatieve manier expliciet gemaakt. Vervolgens maakten ze al spelende deze praktijken concreet tot op een niveau dat voor hen praktisch bruikbaar is. Op basis van de ervaringskennis van deze HR-professionals is het nu mogelijk om deze HR-praktijken en het door hen verwachte genuanceerde effect op medewerkersgedrag te koppelen aan vier strategische ideaaltypen. Dit vormt de basis van een simulatiemodel voor strategisch HRM. HR-professionals hebben zo bijgedragen aan het ontwikkelen van een tool die de beroepsgroep in de toekomst helpt hun werk beter te doen. Met de tool wordt het makkelijker om de organisatiestrategie te vertalen naar een daarbij passend HRM-beleid. De serious game die dat dit inzicht geeft, kan nu al door professionals gespeeld worden. De simulatie vereist nog verdere ontwikkeling, maar de eerste stappen zijn gezet, met dank aan alle deelnemers.
MULTIFILE
Toets en beleid: twee woorden die in dit boek in één adem genoemd worden. Goed onderwijs vraagt om goede toetsing. En goede toetsing vraagt om goed toetsbeleid: beleid dat is afgeleid van de onderwijsvisie en dat ondersteund wordt door automatisering waar dat kan en waar dat nodig is. Dit boek behandelt in deel 1 het proces van het formuleren en in stand houden van het toetsbeleid (op strategisch, tactisch en operationeel niveau) en in deel 2 de uitwerking van het toetsbeleid op het terrein van papieren geautomatiseerde toetsen. Het begrip: de toetscyclus wordt geïntroduceerd als kapstok voor de diverse processen rondom het toetsen. Het boek is toegespitst op papieren toetsen die automatisch worden aangemaakt, verwerkt en beheerd. Het boek is echter ook bruikbaar voor toetsbeleid en toetsing in het algemeen door de generieke elementen in het boek. Door de beknoptheid is het toegankelijk voor snelle kennisopname.
DOCUMENT
In deze opiniërende bijdrage gaan we in op de vraag waarom een docent en een hogeschool zouden moeten bijdragen aan de ontwikkeling van de communicatieve competentie van studenten en waarom deze ontwikkeling in een beleid gezet moet worden. We starten met een korte illustratie van de noodzaak tot verbetering en een schets van de oorzaken. Vervolgens geven we aan wat ons inziens belangrijke punten zijn in die ontwikkeling: – structurele aandacht voor deze competentie door een helder en gestructureerd beleid te formuleren met daarbij een voorstel voor de kaders en randvoorwaarden van dat beleid; – de focus in het onderwijs niet beperken tot taalvaardigheid c.q. taalbeleid, maar het vizier breder houden en richten op taal- én communicatiebewustzijn. Het gaat immers om de communicatieve aspecten zoals die beschreven zijn in de Dublin-descriptoren en algemene hbo-kwalificaties (o.a. Nedermeijer & Pilot, 2000). Tot slot reflecteren we kort op onze kijk op het huidige en toekomstige taal- en communicatieonderwijs in het hbo.
DOCUMENT
Het doel van het onderzoek is om in opdracht van de directie van FHK een bijdrage te leveren aan het SHRM beleid gericht op het realiseren van strategische doelstellingen op het gebied van vakmanschap. Door met deze bijdrage inzicht te geven in de achtergronden, oorzaken en samenhang van de huidige veranderbereidheid van het docenten bij vier opleidingen van FHK (Dans, Docent Beeldende Kunst en Vormgeving, Muziek en Theater) in relatie tot de strategie in een sterk veranderende omgeving.
DOCUMENT
Healthy Ageing is de strategische visie van de gemeente Groningen op een gezond en actief leven voor haar inwoners. Deze visie bundelt bestaande en nieuwe beleidsinitiatieven, waaronder ‘de Bewegende Stad’, waarin de fysieke ruimte wordt benut om mensen uit te dagen meer te bewegen en sporten. In een reeks van 3 artikelen licht de gemeente Groningen toe hoe zij hun visie omzetten in beleid, praktijk en onderzoek.
LINK