Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Nieuw-Zeelandse spinazie is een kansrijk gewas voor de teelt op brak (grond)water of op verzilte gronden. Deze teelthandleiding bevat informatie voor telers die geïnteresseerd zijn om met het gewas aan de slag te gaan. Nieuw-Zeelandse spinazie, zilte teelt, proeftuin, landbouw meerdere smaken
DOCUMENT
In substraatteelt van paprika voegen telers ijzer toe aan de voedingsoplossing in de vorm van ijzerchelaat. Een meststof die via een complex chemisch proces wordt geproduceerd. Door ijzer als chelaat te gebruiken voorkomt de teler dat ijzer neerslaat en daardoor slecht op te nemen is door de plant. Bij de circulaire teelt op organische substraten is ijzervoorziening wel een uitdaging. Wat wij kennen als circulaire teelt is op het Amerikaanse continent toegestaan als “Organic”. In dit onderzoek is gekeken naar de effecten van microbiële biostimulanten en natuurlijke chelaten op de opname van ijzer en de gevolgen ervan op de groei en ontwikkeling van paprikaplanten op organische substraten. Experiment 1 liet zien dat ijzerchelaat niet eenvoudig te vervangen is; biostimulanten hadden onvoldoende effect en ijzergebrek trad in te hoge mate op. Fulvinezuur toepassing leek enige verbetering te geven. Experiment 2 toonde dat fulvinezuur en ijzermeststoffen met heptagluconaat, vooral in combinatie met bladbemesting, ijzergebrek sterk konden beperken bij dagelijkse toediening en wachttijd na het mengen. Bladkleur bleef iets lichter, maar productie en kwaliteit waren vergelijkbaar met ijzerchelaat. De toedieningsmethode was nog wel erg arbeidsintensief. Experiment 3 toonde aan dat circulaire ijzermeststoffen ook praktisch toepasbaar zijn in een substraatsysteem; bladbespuiting verbeterde bladkleur en wortelontwikkeling, maar was niet noodzakelijk. Ondanks een laag meetbaar ijzerconcentratie nam de plant toch voldoende op. Conclusie: Circulaire ijzermeststoffen met complexvorming op basis van natuurlijke zuren kunnen ijzerchelaat vervangen in een paprikateelt op organisch substraat. Het gewas blijft iets lichter van kleur en groeit generatiever, maar zonder negatieve impact op productie. Verdere optimalisatie van dosering en toediening kan in een praktijksituatie uitgevoerd worden. Verstopping door neerslag is hierbij nog een aandachtspunt.
DOCUMENT
Uitspoeling van nutriënten uit landbouwpolders heeft een negatieve invloed op de waterkwaliteit in de Friese boezem. Deze diffuse bron levert een aanzienlijk deel van de nutriëntenbelasting op de Friese boezem. Mede hierdoor heeft Wetterskip Fryslân grote moeite de door haar gestelde doelen voor de Kaderrichtlijn Water te realiseren. Dit rapport beschrijft de uitkomsten van een theoretische verkenning van de (on)mogelijkheid om deze nutriëntenstroom af te vangen in zuiverende moerassen. Voor deze moerassen gaan we uit van gewassen die ook interessant zijn voor hun biomassaproductie, zodat de nutriënten na te zijn omgezet in biomassa weer terug kunnen worden gebracht in de agrarische productieketen, of als apart product kunnen worden vermarkt.
DOCUMENT
Sopropo wordt ook wel bitter gourd, balsempeer, karela of bittermeloen genoemd en is lid van de komkommerfamilie (Cucurbitaceae). Het is een eenhuizige, eenjarige, snelgroeiende en kruidachtige klimplant. De gerimpelde vrucht van de bitter gourd wordt in Azië, Oost-Afrika, Zuid-Amerika en India geconsumeerd als groente en medicijn. Alhoewel de sopropo nog niet bekend is in de Nederlandse keuken, kan dit zeker een aanwinst zijn in de huidige trend om voeding te gebruiken als medicijn. Het doel van deze teelthandleiding van sopropo is het toegankelijk maken van deze teelt voor Nederlandse telers en op deze wijze te kunnen voldoen aan de marktvraag. Daarnaast heeft deze teelthandleiding als doel inzicht te geven in de gestandaardiseerde productie van de medicinale inhoudsstoffen in de vrucht.
DOCUMENT
In dit rapport bestuderen we voedselverspilling in de Nederlandse aardappelketen. We brengen hiervoor de keten in kaart en identificeren per ketenschakel de belangrijkste verspillingshotspots. De Nederlandse aardappelketen kan worden onderverdeeld in de volgende ketenschakels: zaadveredeling, teelt van pootaardappelen, teelt van consumptie- en zetmeelaardappelen, verwerking en retail en horeca. In dit rapport bestuderen we de keten van zaadveredeling tot aan verwerking en worden de retail en de horeca buiten beschouwing gelaten. Per ketenschakel brengen we de verspillingshotspots in kaart. Hierbij zien we dat het veredelingsproces veel verlies met zich meebrengt. Echter, net als bij de ontwikkeling van nieuwe aardappelproducten in de verwerkende industrie, wordt dit vaak niet als voedselverspilling beschouwd, omdat deze stroom van aardappels oorspronkelijk niet bedoeld is voor menselijke consumptie. Tijdens de teelt en de verwerking van aardappels treedt ook verspilling op, soms door menselijke invloeden, maar ook door externe invloeden zoals weersomstandigheden. Ten slotte zijn er meerdere verspillingshotspots die te maken hebben met de afstemming in de keten, bijvoorbeeld vanwege onderlinge afspraken of gehanteerde specificaties. We kunnen concluderen dat de verspillingshotspots in de Nederlandse aardappelketen zijn onder te verdelen in de volgende drie categorieën: verlies vanwege productontwikkeling, verlies tijdens het proces en verlies vanwege onvoldoende afstemming in de keten. Deze laatste categorie onderstreept het belang van ketenanalyse om voedselverspilling terug te dringen. Voedselverspilling vindt niet alleen plaats binnen individuele bedrijven, maar zeker ook wanneer opeenvolgende ketenschakels verschillende belangen hebben of onvoldoende communiceren. Daarnaast laat dit onderzoek zien dat het van groot belang is om de discussie te blijven voeren over de vraag wat nu voedselverspilling is en wat niet. De definitiekwestie komt aan de orde bij aardappels die verloren gaan in ontwikkel- en innovatietrajecten, maar ook bij het perspectief op aardappels die niet voldoen aan de eisen van de verwerker. Voor een teler kan dit onverkoopbaar restproduct zijn, maar evengoed kan dit beschouwd worden als verspild voedsel.
DOCUMENT
Deze presentatie is ontwikkeld op verzoek van Delphy voor een workshop tijdens de landelijke informatiebijeenkomst pioenroos. In deze presentatie schets ik op basis van literatuuronderzoek een beeld van de problemen met Phytophthora cactorum in de pioenrozenteelt. Na een kort historisch overzicht worden de kenmerken en omstandigheden van deze oömyceet toegelicht. Vervolgens worden de levenswijze en de symptomen toegelicht en de mogelijkheid om zede ziekten met andere problemen te verwarren. Aan het eind van de presentatie verken ik de mogelijkheden om via een weerbaar teeltsysteem de problemen emt Phytophthora te verminderen.
MULTIFILE
De globale trend van bevolkingsgroei en verstedelijking leidt onherroepelijk tot meer vraag naar voedsel in de stad. Tegelijkertijd is er een trend in de vraag naar duurzaam en/of lokaal geproduceerd voedsel te herkennen. Het in de stad produceren van voedsel, Urban Farming, kan een antwoord bieden op beide trends. Er zijn verschillende vormen van Urban Farming te benoemen. Eén daarvan is verticale landbouw, waarbij er in hoogbouw in de stad teelt van groente, fruit en wellicht ook vis en vlees plaatsvindt. Hoewel er inmiddels veel kennis over verticale landbouw voorhanden is, zijn er nog altijd geen high-tech verticale boerderijen in Nederland gerealiseerd. De hoge mate van leegstand van kantoorpanden in Amsterdam in combinatie met de aanwezige kennis biedt veel mogelijkheden voor de realisatie van een hoogwaardige ‘Urban Farm’ in deze stadsregio. In dit boekwerk leest u de resultaten van het toegepast onderzoek naar verticale stadslandbouw, ook wel vertical farming genoemd. Dit is één van de twee publicaties van het onderzoeksproject Sustainable Systems for Food. Het project is uitgevoerd door het CleanTech onderzoeksprogramma met behulp van RAAK-mkb subsidie van de Stichting Innovatie Alliantie. Deze publicatie is bedoeld voor professionals geïnteresseerd in de technologische aspecten van verticale stadslandbouw. Het boek geeft inzicht in wat verticale stadslandbouw inhoudt en welke technologieën en innovatieve concepten nu en in de toekomst voorhanden zijn om verticale stadslandbouw te bedrijven. Het boek laat ondernemers en beleidsmakers zien hoe verticale teelt kan bijdragen aan hun doelstellingen en voor welke uitdagingen ze staan. Daarnaast geeft het eigenaren van leegstaande gebouwen inzicht in de mogelijkheden en implicaties van verticale teelt voor hun pand. Voor bedrijven die technologische systemen ontwikkelen en leveren voor gebouwen en (glas)tuinbouw, biedt deze publicatie een blik op de toekomstige technologische mogelijkheden en geeft het een aanzet tot een strategische ontwikkelagenda voor verticale stadslandbouw. Tot besluit toont deze publicatie de onderzoeksactiviteiten die de HvA op dit terrein ontplooit, waaronder de ontwikkeling van vertical farming prototypes en demonstrators, en waar voor eenieder mogelijkheden liggen voor samenwerking.
DOCUMENT
Nederland is de haver vergeten. Dat betoogt akkerbouwer Bianca van der Bos (40) uit Damwâld. Met haar project HaVerHaal hoopt ze haver uit de vergetelheid te halen en producenten en verwerkers opnieuw enthousiast te maken over degraansoort.Om de graansoort uit de vergetelheid te halen is ze twee jaar geleden met voedselketenspecialist Janco Heida, wetenschapper op het gebied van voeding Anouk Willems en Hogeschool Van Hall Larenstein het project HaVerHaal begonnen.Net voor het inzaaien van de tweede partij haver, in het voorjaar van 2023, startte het onderzoek aan Hogeschool Van Hall Larenstein. Van der Bos wilde een wetenschappelijke onderbouwing voor haar verhaal, en lector eiwittransitie Martina Sura van Van Hall Larenstein wilde haar studenten laten kennismaken met de praktijk van gezonde voeding.
LINK
Waterlinzen is een ondergewaardeerd gewas. Ondanks dat het al sinds jaar en dag als “watereitjes”op het menu staat in Zuidoost Azië en ondanks dat de FAO in haar rapporten regelmatig heeft gewezen op de potentie van waterlinzen als hoogwaardig en voedzaam eiwitgewas, is de teelt en het gebruik hiervan in het dieet voor mens en dier in Europa nooit echt van de grond gekomen. Dat is jammer, omdat waterlinzen met een opbrengst (onder Nederlandse omstandigheden) van 20 ton droge stof per hectare en een eiwitgehalte van tot 30 à 40% per hectare per jaar bijna 10 x zoveel eiwit oplevert als soja, het nu meest bekende eiwitgewas. En dat terwijl we in Europa, maar zeker ook in de rest van de wereld, een sterk groeiende marktvraag naar (plantaardig) eiwit zien. Dit boekje geeft als aanloop op een bredere (her)introductie van dit gewas alvast een aantal heerlijke recepten op basis van waterlinzen, inclusief een handleiding om waterlinzen voor eigen gebruik op een voedselveilige manier te telen.
DOCUMENT
Dit artikel gaat over de mogelijke introductie van micro-aardappelen, ofwel microtubers, op de Europese markt en de uitdagingen met betrekking tot alkaloïden. Aardappelen zijn wereldwijd essentieel voor voedselzekerheid, maar microtubers, kleine aardappelknollen, blijven relatief onbekend. Nederlandse producenten overwegen deze kleine knollen te gebruiken voor voedselproducten, maar de aanwezigheid van alkaloïden is een belangrijk aandachtspunt. Alkaloïden zijn natuurlijke stikstofhoudende verbindingen die in veel planten voorkomen, waaronder aardappelen (Solanum tuberosum L.). Sommige alkaloïden, zoals solanine en chaconine, kunnen schadelijk zijn bij inname in grote hoeveelheden, terwijl andere gunstige effecten kunnen hebben, zoals antioxidanten-eigenschappen. De regulering en etikettering van alkaloïden in voedsel variëren, wat de uitdagingen voor producenten benadrukt. Hoewel er interesse lijkt te zijn in microtubers in de Europese fine dining sector, zijn er momenteel weinig aanwijzingen voor een aanzienlijke markt voor consumptie van deze kleine aardappelen in Europa. In Oost-Aziatische landen worden microtubers voornamelijk gebruikt als pootgoed, wat de huidige beperkte kennis over het marktpotentieel in Europa benadrukt. Dit artikel benadrukt het belang van zorgvuldige teeltpraktijken en marktonderzoek voordat er grootschalige investeringen worden gedaan in de commerciële teelt van microtubers voor consumptie in Europa. De wetgeving met betrekking tot alkaloïden is momenteel nog niet concreet, en verder onderzoek is nodig om de gezondheidseffecten en mogelijke risico's beter te begrijpen. Samengevat, dit artikel biedt inzichten in de potentie van microtubers op de Europese markt, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van alkaloïden en hun impact op gezondheid en voeding. Het stimuleert producenten en onderzoekers om de mogelijkheden van microtubers verder te verkennen en te benutten.
DOCUMENT