Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Dit rapport doet verslag van een onderzoek naar de opvattingen van persoonlijk begeleiders werkzaam in de GGZ en VGZ met betrekking tot het proces van vermaatschappelijking op het terrein van wonen, werken en welzijn. Ook beschrijft dit onderzoek hoe deze medewerkers de invulling van hun rol als persoonlijk begeleiders in het kader van vermaatschappelijking ervaren. Ten slotte is onderzocht welke competenties centraal staan bij deze medewerkers die betrokken zijn bij het proces van vermaatschappelijking. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen vervolgens gebruikt worden om "een brug" te slaan naar de Academie voor Gezondheidszorg en Academie voor Sociale Studies; zij leiden immers studenten op tot competente hulpverleners. De resultaten zijn ook van belang voor de instellingen en mogelijk ook voor de overheden die na het invoeren van de Wmo wellicht ook taken krijgen in de ondersteuning van mensen met beperkingen.
DOCUMENT
In deze publicatie wordt verslag gedaan van een onderzoek, zowel in literatuur als in de praktijk, naar betekenisgeving in de sector van GGZ (Geestelijke GezondheidsZorg) en VGZ (Verstandelijk GehandicaptenZorg), als het gaat om vermaatschappelijking van zorg. Betekenisgeving,dat wil zeggen: welke begrippen worden gehanteerd en hoe worden ze ingevuld met weer andere begrippen, en hoe worden die begrippen opgevat? Het literatuuronderzoek bestrijkt vooral de afgelopen veertig jaar, hoewel kort aandacht wordt besteed aan voorlopers van vermaatschappelijking eerder in de vorige eeuw. Want ook al was het woord vermaatschappelijking nog niet bekend, wat Querido in de jaren dertig van de vorige eeuw in Nederland deed, lijkt er verrassend veel op. Kort wordt ook aandacht besteed aan de rol van de cliënten-, patiënten- en ouder-bewegingen in de veranderingen in de sector.
DOCUMENT
In dit rapport stelden we de vraag wat de gevolgen zijn van vermaatschappelijking van de zorg voor de informele zorg en de (mogelijke) rol van woonzorg- en woonservicezones hierin. Hierbij gingen we uit van vermaatschappelijking in brede zin waarbij de integratie van de cliënt in de samenleving centraal stond. Ook is gekeken naar welke andere praktijken - naast woonzorg- en woonservicezones - aansluiten bij vermaatschappelijking van de zorg en wat de gevolgen van deze ontwikkelingen zijn voor de competenties van de sociaal-agoog.
DOCUMENT
In deze rapportage worden de eerste resultaten van het MOVE‐project beschreven. MOVE staat voor Mensen Ondersteunen bij Vermaatschappelijking en Extramuralisering. Dit project wordt uitgevoerd door het lectoraat Rehabilitatie van de Hanzehogeschool Groningen, in samenwerking met het Rob Giel Onderzoekcentrum te Groningen, in opdracht van zes Regionale Instellingen voor Beschermd Wonen (RIBWs), te weten Pameijer, Stichting Anton Constandse, RIBW Nijmegen & Rivierenland, RIBW Arnhem & Veluwevallei, RIBW Brabant en RIBW Heuvelland & Maasvallei. Deze rapportage doet verslag van de resultaten van de eerste meting van MOVE, uitgevoerd tussen mei en augustus van 2013. Tijdens deze meting zijn cliënten in het beschermd wonen bevraagd over hun kwaliteit van leven, zorgbehoeften, maatschappelijke participatie, hun herstelproces en hoe zij staan tegenover ambulantisering. Deze resultaten geven een overzicht van de deelnemende cliënten en de motivatie ten aanzien van zelfstandig gaan wonnen. De deelnemers worden twee jaar gevolgd. Gedurende die periode zal worden onderzocht wie wel en niet gaat ambulantiseren, wat het effect van ambulantisering is op maatschappelijke participatie en herstel, en welke factoren bijdragen aan succes en falen. Daarnaast wordt een kosteneffectiviteitstudie uitgevoerd. De tweede meting, een half jaar na de eerste meting, is inmiddels van start gegaan in december 2013 en zal plaatsvinden tot en met februari 2014. De informatie van de tweede meting zal een eerste inzicht geven in het verloop van het ambulantiseringsproces. Het rapport dat voor u ligt is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 1 worden de sociodemografische en zorgkenmerken van de cliënt‐deelnemers beschreven. Hoofdstuk 2 is gericht op de sociale inclusie van cliënten en de samenhang tussen sociale inclusie en de wens om wel of niet zelfstandig te willen wonen. In hoofdstuk 3 komt het cliëntperspectief op kwaliteit van leven, zorgbehoeften, herstel en ambulantisering aan de orde. Ook hier zal weer worden onderzocht of e.e.a. samenhangt met de wens om wel of niet zelfstandig te willen wonen. Hoofdstuk 4 bestaat uit de samenvattende discussie en conclusie naar aanleiding van de eerste bevindingen.
DOCUMENT
Informatiebrief en samenvatting eerste resultaten
DOCUMENT
boekbespreking van Smilde, M. (2011). Raarhoek: Arbeiderspers.
DOCUMENT
De maatschappij moet gastvrijer worden voor mensen die ‘anders’ zijn, of het wordt nooit wat met de vermaatschappelijking. Doortje Kal, pionier van het kwartiermaken: ‘Als de samenleving geen ruimte maakt, kun je ondersteunen tot je een ons weegt'
DOCUMENT
Een onderzoek naar draagvlak en draagkracht voor de vermaatschappelijking in de geestelijke gezondheidszorg.
Het beleid in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg is erop gericht dat mensen met psychische problemen zelfstandig blijven wonen en als iedere burger aan de samenleving deelnemen. Opnamen dienen zo veel mogelijk te worden voorkomen en zo kort mogelijk te blijven; de benodigde hulp moet in de eigen omgeving van de psychiatrische patiënt beschikbaar zijn. In dit rapport wordt beschreven hoe over dit beleid wordt gedacht - door de psychiatrische patiënt zelf, door de hulpverleners en de financiers, maar ook door familie en omgeving. Ook wordt ingegaan op het vermogen van deze betrokkenen om mensen met psychische problemen inderdaad in staat te stellen zo gewoon mogelijk te leven.
MULTIFILE