Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Veel sociaal werkers hebben te maken met verslavingsproblematiek en met problematisch middelengebruik. Ze werken dan naast en samen met artsen en psychologen, vanuit hun eigen deskundigheid. Dat valt niet altijd mee: de medische bril en de psychologisch-therapeutische bril zijn vrij helder geslepen. De bril van sociaal werkers is dat minder. Toch zullen sociaal werkers zich moeten positioneren ten opzichte van die andere professionals, met hun eigen expertise. Deze verkenning is bedoeld als aanzet daartoe.
DOCUMENT
Dorine van Namen werkt bij Kenniscentrum Zorginnovatie en promoveert op de gevolgen van verslaving voor naasten, in dit geval studenten van de Hogeschool Rotterdam. Het verschijnen van het rapport van de commissie Van Rijn was voor haar aanleiding een ingezonden brief te schrijven.
LINK
In de afgelopen decennia is de visie op verslaving sterk veranderd. Het momenteel vigerende model in de wetenschap is het hersenziektemodel, maar dit model is momenteel onderhevig aan kritiek en lijkt vooral van toepassing op mensen met een ernstige vorm van verslaving. Wanneer de ideeën vanuit de herstelbenadering worden gelegd naast de visies op verslaving, dan valt op dat het biopsychosociale (BPS) het best passend is bij deze benadering. Tegelijkertijd valt op dat bij de herstelbenadering wordt gesproken over het begrip ’een zinvol bestaan’ en zingeving, maar dat dit begrip niet naar voren komt in het BPS model. In dit artikel wordt daarom gepleit voor toevoeging van een zingeving component aan het BPS model, waardoor een BPSZ model ontstaat. Daarbij bestaat nog wel de vraag of zingeving een vierde domein is of bovenliggend of onderliggend aan de andere drie domeinen. Betoogd wordt dat zingeving niet nieuw is binnen de verslavingszorg en dat toevoeging betekent dat met iedere persoon die zich aanmeldt voor zorg moet worden gezocht naar het persoonlijke verhaal achter de verslaving en de oplossing hiervan.
MULTIFILE
Forensisch sociale professionals hebben een cruciale rol in de trajecten van cliënten met verslavingsproblematiek. Veel onderzoek naar de effectiviteit van het forensische werk gaat over methodieken; er is relatief weinig bekend over de persoon van de forensisch sociale professional en diens persoonlijke stijl en opvattingen. Wat zijn bijvoorbeeld opvattingen ten aanzien van (de behandelbaarheid van) middelenmisbruik van forensische cliënten? Wanneer en hoe grijp je in als een cliënt terugvalt in middelengebruik? Hier is nog nauwelijks onderzoek naar verricht. In dit artikel presenteren wij de resultaten van een verkennend onderzoek naar de attitudes ten aanzien van cliënten die middelen gebruiken en behandelbaarheid van verslaving van reclasseringswerkers en professionals in de ambulante en klinische forensische zorg. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de verschillen tussen subgroepen naar gender, werkervaring, setting, verslavingsprofessional of niet, en persoonlijke ervaringen met middelengebruik/verslaving. Vervolgens wordt ingegaan op de acties en overwegingen van forensisch sociale professionals bij het constateren van middelengebruik bij cliënten. Na de conclusies besluiten we met enkele aanbevelingen voor de versterking van de beroepspraktijk. Eerst worden de bevindingen uit eerdere literatuur beschreven.
DOCUMENT
Verslaving is een groot probleem met gevolgen voor de persoon zelf, maar ook voor familieleden zoals (volwassen) kinderen, broers, zussen en partners. Uit vragenlijstonderzoek is gebleken dat 881 (15,6 procent) van de 5662 studenten van de Hogeschool Rotterdam die de lijst invulden, familieleden hebben met verslavingsproblemen. Dit onderzoek analyseerde de gevolgen van het hebben van familieleden met verslavingsproblemen voor de gezondheid, het middelengebruik, sociale leven en studiesucces van studenten.
DOCUMENT
In vier stripverhalen geven Dylan, Nadia, Sem, Thomas en Susie een inkijkje in hun leven. Zij hebben familieleden met verslavingsproblemen. We zien hoe stressvol hun leven is, wat de impact van verslaving in de familie op hun eigen leven is, en ook dat vriendschap en een luisterend oor voor verlichting kunnen zorgen.
DOCUMENT
Momenteel worden we allemaal getroffen door de maatregelen omtrent het coronavirus. Niet alleen wassen we vaker onze handen en houden we afstand tot elkaar, maar ook scholen zijn gesloten, samenscholingen zijn verboden en de meeste mensen verrichten alleen nog thuis hun werk. Voor iedereen gaat dit gepaard met minder contacten met mensen buiten het gezin of met contacten via sociale media. Voor de meeste gezinnen is dit hinderlijk en vervelend. Voor gezinnen waarin een persoon een verslaving heeft, betekenen de maatregelen echter nog meer en kan er sprake zijn van grote problemen en dramatische omstandigheden.
MULTIFILE
Werkboek 6 uit de reeks "Eigen Regie en Herstel"gaat over de invloed van alcohol en drugs op psychische problemen en het functioneren in het dagelijks leven. Het Steun-Stress Kracht-Kwetsbaarheidsmodel laat zien welke factoren invloed hebben op het ontstaan van psychische klachten. Stress en kwetsbaarheid vergroten het risico op klachten. Het gebruik van alcohol en drugs zorgt voor extra belasting (stress). Bij kwetsbare mensen kan zelfs het gebruik van kleine hoeveelheden al serieuze klachten veroorzaken. In dit werkboek leert u hoe u verstandig kunt omgaan met alcohol en drugs, zodat u meer kans hebt op het bereiken van uw hersteldoel.Deze publicatie is een bewerkte, geautoriseerde vertaling van “Illness management and recovery: Personalized skills and strategies for those with mental illness” van Gingerich, S., Mueser, K. T., & New Hampshire-Dartmouth Psychiatric Research Center (2011). ISBN: 978-1616491062 Uitgever: Hazelden Foundation, Center City, MN 55012, USA.Nederlandse vertalingLaura Stalenhoef (Saxion, student TP)Marijke Brugman (Saxion; Netwerk IMR)Rieke Kamman (Dimence Groep)Grietje Meinen (RIBW Groep Overijssel; Netwerk IMR)Redactie/EditorAd Bergsma (Saxion Hogeschool)Hanneke Teunissen (Saxion Hogeschool)BewerkingAd Bergsma (Saxion Hogeschool)Ingrid Stevelmans (GGzE)Marijke Brugman (Saxion Hogeschool)Trudy Sterk (Zorggroep Apeldoorn en omstreken)Titus Beentjes (Dimence Groep)Jos Droës (Stichting Rehabilitatie '92)Petra Schaftenaar (Inforsa)Peter Pierik (Saxion Hogeschool)Kim Mueser (Department of Occupational Therapy, Boston University)Susan Gingerich (Independent Consultant, Philadelphia, PA, United States)IllustratiesIris de Rooij
DOCUMENT
ACHTERGROND : Problematisch middelengebruik is een belangrijke risicofactor voorcriminaliteit en geweld.Dit is echter vooral bij mannen onderzocht en meer kennis over vrouwen is gewenst. DOEL: Beschrijven van mogelijke genderverschillen in problematisch middelengebruik en de relatie tot delictgedrag bij forensisch psychiatrische patiënten. METHODE: Dossiers van 275 vrouwen en 275 mannen die in 1984-2014 opgenomen zijn (geweest) in één van vier forensisch psychiatrische instellingen werden gecodeerd en gerelateerd aan geweldsincidenten tijdens behandeling en recidive na ontslag (bij 78 vrouwen). RESULTATEN: Hoewel problematisch middelenmisbruik bij vrouwen prevalent was (57%), kwam het bij mannen significant vaker voor (68%). Mannen hadden vaker de dsm-iv-classificatie middelenafhankelijkheid en hadden vaker het indexdelict gepleegd terwijl ze onder invloed waren. Middelengebruik had bij hen een betere voorspellende waarde voor geweldsincidenten tijdens behandeling. Zowel vrouwen als mannen met problematisch middelengebruik hadden beduidend meer historische risicofactoren dan degenen zonder middelenmisbruik. Een geschiedenis van problemen met middelengebruik was geen significante voorspeller voor recidive na ontslag bij vrouwen. CONCLUSIE: Er bestaan genderverschillen wat betreft problematisch middelengebruik, waarbij de relatie met delictgedrag voor mannen sterker is. De gevonden genderverschillen hebben implicaties voor (verslavings-) behandeling in forensische zorginstellingen.
DOCUMENT