Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
13Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3ARTIKEL
De Individuele Rehabilitatie Benadering aangepast voor mensen met zeer ernstige verstandelijke en visuele beperkingen die wonen bij Koninklijke Visio, de Brink.
ARTIKEL
Lopend onderzoek: Voorstelling van het onderzoek over de periode april 2007 – juni 2011.
Koninklijke Visio, locatie De Brink is een expertisecentrum dat gespecialiseerd is in de zorg- en dienstverlening voor mensen met een (zeer) ernstige verstandelijke en visuele beperking. Voor mensen met beperkingen is bewegen minder vanzelfsprekend dan voor mensen zonder beperkingen. Dit geldt in nog sterkere mate voor de cliënten van Visio De Brink, die een meervoudige beperking hebben: de combinatie van beperkingen maakt dat compensaties wegvallen en beperkingen elkaar versterken. Door deze combinatie van beperkingen bleken voor deze doelgroep bestaande fittesten niet uitvoerbaar en betrouwbaar tijdens een pilot in 2006.
‘Als fit zijn van groot belang is, hoe is het dan gesteld met de fitheid van cliënten van De Brink?’ En: ‘hoe kunnen we dat meten?’ Deze vragen vormden voor Visio De Brink in het jaar 2007 aanleiding om een toegepast onderzoeksproject op te zetten met als doel het verkrijgen van inzicht in de mate van fitheid van haar cliënten. In eerste instantie richtte dit project zich op het aanpassen van bestaande testprocedures en meetmethodes voor mensen met (zeer) ernstige verstandelijke en visuele beperkingen. In de tweede plaats richtte het project zich op de betrouwbaarheid van de testen en de metingen bij deze doelgroep.
WERKDOCUMENT
Voor mensen met (zeer) ernstige verstandelijke, visuele en in veel gevallen ook motorische beperkingen, is voldoende beweging en gezondheid niet vanzelfsprekend.
Daarom is Koninklijke Visio De Brink al vanaf 2006 actief in het stimuleren van een gezonde leefstijl van haar cliënten, zodat zij optimaal kunnen participeren.
POSTER
Background: We investigated the effects of the “Care for Participation+” (CFP+) intervention on direct support professionals’ (DSPs’) attitudes regarding the participation of adults with visual and severe or profound intellectual disabilities (VSPID).
Methods: We implemented a pilot non-randomized controlled trial with two control groups to compare DSPs’ attitudes towards CFP+ using the Attitudes towards Participation Questionnaire (APQ) and DSPs’ written profiles of adults with VSPID.
Results: CPP+ and the Participation Mind Map control group showed a positive trend for the “leisure/recreation,” “social relations,” and “ability to act” APQ domains compared to the usual care control group. The CFP+ group described significantly fewer disabilities at 6 months, reflecting a more positive attitude than controls.
Conclusion: CFP+ had positive effects on DSPs’ attitudes towards the participation of adults with VSPID. The small sample size, ceiling effects, measurement instruments used, and implementation difficulties may have hampered understanding the full potential of CFP+.
ARTIKEL
Voor de ondersteuning van personen met een
visuele en (zeer) ernstige verstandelijke beperking
(VEVB) is specifieke expertise nodig, welke
overgedragen kan worden door cursussen of directe
samenwerking in dagelijkse werksituaties.
Dit onderzoek heeft in kaart gebracht wat kenmerken
van expertise zijn in de ondersteuning
van personen met VEVB, gericht op benadering
en inrichting van de fysieke omgeving, en in
hoeverre professionals deze expertise expliciet
kunnen benoemen. 25 Kenmerken van expertise
zijn bepaald door cursuscompetenties aan te
vullen met bevindingen uit de literatuur en interviews
met acht begeleiders. Het merendeel van
de expertisekenmerken op het gebied van benadering
en fysieke omgeving wordt genoemd
door vijf of minder professionals. Drie van de 25
kenmerken worden niet benoemd. Het expliciet
benoemen van de specifieke expertise blijkt lastig.
Met de bevindingen en aanbevelingen van
dit onderzoek kunnen praktijk en onderzoek verbeteringen
aanbrengen aan bewustwording en
implementatie van expertise waardoor de kwaliteit
van ondersteuning kan verbeteren.
ARTIKEL
Background: The extent of participation of adults with visual and severe or profound intellectual disabilities (VSPID) is unclear.
Aims: To explore participation of adults with VSPID and the association between occurrence and importance of aspects of participation.
Methods: Individual support plans (ISPs) of 40 adults with VSPID were analyzed: selected text fragments were categorized according to 125 previously operationalized statements that had different levels of importance and were divided into seven participation clusters.
Results: The ISPs contained 2791 text fragments that related to a statement. All clusters were covered: the clusters ‘Experience and discover’ (91.7%), ‘Involvement’ (90%), and ‘Social relations’ (87.5%) were well covered. ‘Inclusion’ (53.6%) and ‘Leisure and recreation’ (57.1%) were mentioned less often. Among the 36 high-importance statements, two related to ‘Inclusion’, ‘Involvement’ and ‘Social Relations’ each, three to ‘Communication and being understood’, and five to ‘Self-management and autonomy’ had at least 30 text fragments.
Conclusions: The participation domains ‘Experience and discover’, ‘Involvement’, and ‘Social relations’ are well-documented, suggesting that adults with VSPID participate in those areas. However, domains such as ‘inclusion in society’ and ‘leisure in society’ were not documented. This overview of participation offers residential facilities the opportunity to determine in which areas participation can be improved.
ARTIKEL
Meer dan 350.000 mensen in Nederland hebben problemen met hun gezichtsvermogen. Minimaal 20% hiervan is geheel blind. Door de vergrijzing zal het percentage visueel gehandicapten komende decennia met zo’n 2% per jaar blijven stijgen. Het overgrote deel van deze groep maakt gebruik van een blindengeleidestok. Blindengeleidestokken zijn er in veel varianten. Ze kunnen als herkenningsteken gebruikt worden en als taststok om een veilige weg te vinden. Blindengeleidestokken zijn relatief lang (120-155 cm), normaliter tot het borstbeen. Op deze wijze kunnen visueel gehandicapten op de tast en met de echo van het tikken met de stok een redelijke loopsnelheid ontwikkelen. De lange stokken zijn soms onhandig, bijvoorbeeld binnenshuis. Daarom zijn er ook deelbare taststokken die in twee tot vijf delen uiteengenomen kunnen worden. Zo zijn ze minder hinderlijk als ze niet gebruikt worden. Er kleven echter nadelen aan deelbare stokken. Het grootste probleem is speling op de deelstukken die ervoor zorgt dat de deelbare stokken als taststok niet goed functioneren. Daarnaast zijn er tegenwoordig ook veel stokken met elektronische sensoren die minder bewogen hoeven te worden. De acceptatie van deze laatste categorie is echter laag omdat de feedback via geluid of trillingen de primaire functionaliteit van de stok juist verstoort. Mogelijk heeft de verminderde acceptatie ook wel met de leeftijd van veel slechtzienden te maken. Er is in de wereld van blinden en slechtzienden behoefte aan een eenvoudige maar goede deelbare taststok die geschikt is voor ernstiger visueel gehandicapten. Het probleem is dat deze stok niet blijkt te bestaan. Dit gegeven heeft ook te maken met de complexiteit en de toelaatbare prijs van een goede taststok. In dit Kiemvoorstel gaan een drietal bedrijven samen met de Hogeschool Utrecht op zoek naar de Taststok 2.0; een ‘simpele’ stok die deelbaarheid combineert met functionaliteit
BACKGROUND: The available opinions regarding participation do not appear to be applicable to adults with visual and severe or profound intellectual disabilities (VSPID). Because a clear definition and operationalization are lacking, it is difficult for support professionals to give meaning to participation for adults with VSPID.
AIMS: The purpose of the present study was to develop a definition and operationalization of the concept of participation of adults with VSPID.
METHODS: Parents or family members, professionals, and experts participated in an online concept mapping procedure. This procedure includes generating statements, clustering them, and rating their importance. The data were analyzed quantitatively using multidimensional scaling and qualitatively with triangulation.
RESULTS: A total of 53 participants generated 319 statements of which 125 were clustered and rated. The final cluster map of the statements contained seven clusters: (1) Experience and discover; (2) Inclusion; (3) Involvement; (4) Leisure and recreation; (5) Communication and being understood; (6) Social relations; and (7) Self-management and autonomy. The average importance rating of the statements varied from 6.49 to 8.95. A definition of participation of this population was developed which included these seven clusters.
CONCLUSIONS: The combination of the developed definition, the clusters, and the statements in these clusters, derived from the perceptions of parents or family members, professionals, and experts, can be employed to operationalize the construct of participation of adults with VSPID. This operationalization supports professionals in their ability to give meaning to participation in these adults. Future research will focus on using the operationalization as a checklist of participation for adults with VSPID.
ARTIKEL
If being physically fit is of the outmost importance, then what can be said about the fitness of persons with severe or profound intellectual, visual and motor disabilities? Exactly how could their level of physical fitness be measured? Formulated differently, if a person sees little to nothing and in addition has little comprehension of its immediate environment, then how should one go about testing? How motivated would this person be to be subjected to tests and to perform the tasks as well as possible?' Finding an answer to these questions formed the main incentive for this research. The important concrete results of this research are feasible, reliable, and valid tests for assessing physical fitness of persons with severe or profound intellectual and multiple disabilities, which can be directly implemented into the daily practice.
PROMOTIEONDERZOEK INTERN, AFSTUDEREN EXTERN