Novieten leren nieuwe probleem-oplostaken op een effectieve manier door het bestuderen van voorbeelden, zoals stap-voor-stap uitgeschreven oplossingsprocedures of een docent die (op video) voordoet en uitlegt hoe je een probleem oplost. Steeds vaker worden (video)voorbeelden en oefenproblemen ingezet in computer-gebaseerde leeromgevingen om studenten (zelfstandig) nieuwe probleem-oplostaken te leren. In dit proefschrift is onderzocht 1) hoe (video)voorbeelden en oefenproblemen aangeboden moeten worden aan novieten om hun motivatie en leerprestaties te bevorderen, en 2) hoe (goed) novieten leren van (video)voorbeelden en oefenproblemen als zij zelfstandig leertaken kiezen. Resultaten lieten zien dat het bestuderen van voorbeelden, eventueel afgewisseld met oefenproblemen, leidde tot hogere leerprestaties, behaald met minder moeite en meer vertrouwen in eigen kunnen, dan alleen oefenproblemen oplossen. Starten met een voorbeeld voorafgaand aan een oefenprobleem kostte minder moeite en gaf meer vertrouwen in het eigen kunnen dan andersom. Wanneer studenten zelf voorbeelden en oefenproblemen konden kiezen, kwamen hun keuzes relatief goed overeen met bekende principes voor het effectief leren van nieuwe probleem-oplostaken. Wellicht om die reden, leidde instructie over zulke principes voorafgaand aan zelfgestuurd leren, niet tot betere leeruitkomsten. Toch is voorzichtigheid geboden met het inzetten van zelfgestuurd leren: zelfs na instructie over effectieve principes was er ruimte voor verbetering in taakkeuzes.
DOCUMENT
Voorbeelden en onderwijs lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het gebruik van voorbeelden is vaak zo vanzelfsprekend, dat zelfs in didactische opleidingen niet altijd aandacht wordt besteed aan de voorwaarden voor een optimal gebruik ervan. Voorbeelden blijken echter niet automatisch tot meer kennis en beter begrip te leiden. Leren van en door voorbeelden vereist bewuste aandacht en doet een beroep op analoog redeneren. Er is veel onderzoek gedaan naar de centrale rol van analoog redeneren in leren. De hieruit voortgekomen kennis en inzichten lijken echter nog niet algemeen bekend bij docenten noch breed geïmplementeerd in het onderwijs, zo komt ook naar voren uit een verkennend onderzoek aan De Haagse Hogeschool. Dit artikel vormt een eerste aanzet om kennis en inzichten in analoog redeneren en in het effectief gebruik van voorbeelden bredere bekendheid te geven. De aanbevelingen in het artikel zijn bedoeld om docenten te inspireren en uit te dagen. Abstract. The use of examples for teaching purposes would seem an obvious choice for teachers. This might be the reason why even courses intended to instruct teachers in their future profession sometimes skip over ways to make effective use of examples. However, research has shown that the use of examples does not automatically enhance a learner’s knowledge and understanding. Learning from examples requires conscious effort and attention and calls for analogical reasoning. Although the key role played by analogical reasoning in learning has been widely investigated, an exploratory study conducted among lecturers at The Hague University of Applied Sciences showed that not that many of them were familiar with the findings of these studies nor were these findings featured in their teaching. This article is an attempt to promote the acquisition of scientific knowledge and insights into analogical reasoning and the effective use of examples. The recommendations provided here are meant to inspire and challenge teachers.
DOCUMENT
Problem-solving tasks form the backbone of STEM (science, technology, engineering, and mathematics) curricula. Yet, how to improve self-monitoring and self-regulation when learning to solve problems has received relatively little attention in the self-regulated learning literature (as compared with, for instance, learning lists of items or learning from expository texts). Here, we review research on fostering self-regulated learning of problem-solving tasks, in which mental effort plays an important role. First, we review research showing that having students engage in effortful, generative learning activities while learning to solve problems can provide them with cues that help them improve self-monitoring and self-regulation at an item level (i.e., determining whether or not a certain type of problem needs further study/practice). Second, we turn to self-monitoring and self-regulation at the task sequence level (i.e., determining what an appropriate next problem-solving task would be given the current level of understanding/performance). We review research showing that teaching students to regulate their learning process by taking into account not only their performance but also their invested mental effort on a prior task when selecting a new task improves self-regulated learning outcomes (i.e., performance on a knowledge test in the domain of the study). Important directions for future research on the role of mental effort in (improving) self-monitoring and self-regulation at the item and task selection levels are discussed after the respective sections.
LINK
Hoofdstuk 10 in: Gevoel voor leren: perspectieven op emotionele aspecten van leren en ontwikkelen. Redactie: Pamela den Heijer, Ton Zondervan. Boom uitgevers Amsterdam 2026 Hoe versterken emoties het leerproces? In het beroepsleven van docenten spelen emoties altijd een rol. Toch worden ze in de onderwijspraktijk zelden benoemd en benut. Dit boek doorbreekt die stilte door wetenschappelijke inzichten over emoties in leren en onderwijzen toegankelijk te maken en te vertalen naar inspirerende voorbeelden voor de praktijk. In Gevoel voor leren bieden 30 auteurs hun perspectief op emotionele aspecten van leren en onderwijzen. Met een duidelijke oproep: geef emoties een volwaardige plaats in leren en onderwijzen. De urgentie voor deze thematiek is groot. Thema’s zoals mentaal welzijn van jongeren, polarisatie, flexibilisering van het hoger onderwijs en de noodzaak van het opleiden van transitieprofessionals zetten de aandacht voor emoties in het leren hoog op de agenda.
LINK
Dit is een verkennend onderzoek voor zowel OCW als andere stakeholders. Aan dit onderzoek kunnen geen harde conclusies verbonden worden. Het onderzoek heeft louter de bedoeling te illustreren hoe leren en werken in een turbulente omgeving in de praktijk plaats vindt. Bron: Leren in een turbulente omgeving.
DOCUMENT
Na een beroerte moeten patiënten veel bewegingen opnieuw aanleren. Samen met de fysiotherapeut oefent de patiënt deze bewegingen tijdens de therapie. Voor een snelle en duurzame revalidatie is het van belang dat de patiënt die bewegingen ook thuis oefent. In het project ‘De kracht van het onbewuste leren 2.0’ van het lectoraat Voeding, Leefstijl en Bewegen van Zuyd Hogeschool is veel kennis opgedaan over de beste manier van leren. Patiënten en mantelzorgers hebben samen met studenten (fysiotherapie, logopedie en communication & multimediadesign), fysiotherapeuten, ergotherapeuten en onderzoekers kennis en ervaringen uit dit project vertaald naar laagdrempelig instructie- en voorbeeldmateriaal. Het resultaat is de flyer ‘Samen oefenen: tips en voorbeelden voor mantelzorgers en mensen na een beroerte’ met links naar vier korte, informatieve video’s over het leren van bewegingen.
DOCUMENT
Recent research has shown that example study only (EE) and example-problem pairs (EP) were more effective (i.e., higher test performance) and efficient (i.e., attained with less effort invested in learning and/or test tasks) than problem-example pairs (PE) and problem solving only (PP). We conducted two experiments to investigate how different example and problem-solving sequences would affect motivational (i.e., self-efficacy, perceived competence, and topic interest) and cognitive (i.e., effectiveness and efficiency) aspects of learning. In Experiment 1, 124 technical students learned a mathematical task with the help of EEEE, EPEP, PEPE, or PPPP and then completed a posttest. Students in the EEEE Condition showed higher posttest performance, self-efficacy, and perceived competence, attained with less effort investment, than students in the EPEP and PPPP Condition. Surprisingly, there were no differences between the EPEP and PEPE Condition on any of the outcome measures. We hypothesized that, because the tasks were relevant for technical students, starting with a problem might not have negatively affected their motivation. Therefore, we replicated the experiment with a different sample of 81 teacher training students. Experiment 2 showed an efficiency benefit of EEEE over EPEP, PEPE, and PPPP. However, only EEEE resulted in greater posttest performance, self-efficacy, and perceived competence than PPPP. We again did not find any differences between the EPEP and PEPE Condition. These results suggest that, at least when short training phases are used, studying examples (only) is more preferable than problem solving only for learning. Moreover, this study showed that example study (only) also enhances motivational aspects of learning whereas problem solving only does not positively affect students’ motivation at all.
LINK
Presenting novices with examples and problems is an effective and efficient way to acquire new problem-solving skills. Nowadays, examples and problems are increasingly presented in computer-based learning environments, in which learners often have to self-regulate their learning (i.e., choose what type of task to work on and when). Yet, it is questionable how novices self-regulate their learning from examples and problems, and to what extent their choices match with effective principles from instructional design research. In this study, 147 higher education students had to learn how to solve problems on the trapezoidal rule. During self-regulated learning, they were free to select six tasks from a database of 45 tasks that varied in task format (video examples, worked examples, practice problems), complexity level (level 1, 2, 3), and cover story. Almost all students started with (video) example study at the lowest complexity level. The number of examples selected gradually decreased and task complexity gradually increased during the learning phase. However, examples and lowest level tasks remained relatively popular throughout the entire learning phase. There was no relation between students' total score on how well their behavior matched with the instructional design principles and learning outcomes, mental effort, and motivational variables.
LINK
Het lectoraat Brein en Leren heeft zich in de periode 2015-2019 ontwikkeld tot een onderzoeks- en kenniscentrum dat zowel binnen als buiten Avans Hogeschool op veel waardering kan rekenen. Dit visitatierapport beschrijft hoe docentonderzoekers praktijkgericht onderzoek uitvoeren in hun eigen onderwijs. Daarbij maken ze gebruik van inzichten uit de onderwijspsychologie, de cognitieve psychologie en de onderwijsneurowetenschappen. Dit evidence-informed onderzoek helpt hen antwoorden te formuleren op belangrijke vragen die momenteel gesteld worden in het hbo. Bijvoorbeeld over hoe je motivatie en leren kunt bevorderen bij studenten, en hoe je studenten en docenten het beste kunt ondersteunen bij het ontwikkelen van kritische denkvaardigheden. Het lectoraat heeft uitstekend werk verzet op het gebied van kennisontwikkeling. Ook de praktijk, zowel binnen als buiten Avans, doet vaak een beroep op de (onderzoeks)expertise van het lectoraat.
DOCUMENT
Aan de hand van recente bevindingen van hersenonderzoek en research rond ontwikkelingstheorieën wordt de vraag beantwoord: in hoeverre zijn jongeren toegerust voor het nieuwe leren en in staat tot zelfsturing? Op basis hiervan worden aanbevelingen geformuleerd voor de onderwijspraktijk.
DOCUMENT