Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3In de zorg voor niet-aangeboren hersenletsel zijn verschillende meetinstrumenten/vragenlijsten in omloop die in de revalidatiefase en de chronische fase door professionals worden ingezet. Er zijn diverse gevalideerde vragenlijsten die over verschillende onderwerpen gaan en met diverse bedoelingen zijn opgesteld. Op de werkconferentie Zorgstandaard Traumatisch Hersenletsel in juni 2015 is het concept ‘Meten in de keten’ gepresenteerd. Het idee hiervan is dat het zinvol zou kunnen zijn om de meetinstrumenten/vragenlijsten die door de keten heen gebruikt worden bij NAH beter op elkaar af te stemmen. Dit kan verschillende voordelen hebben: - Betere afstemming van zorg op de cliënt (de goede zorg op het juiste moment) - De ontwikkeling van de cliënt beter in beeld hebben - Beter zicht op de resultaten van zorg op korte en langere termijn - Minder onnodig vragenlijsten afnemen - Betere samenwerking tussen professionals in de keten - Betere aansluiting van verschillende fasen/stappen in de zorgketen(Zadoks, 2015) Om dit concept verder uit te kunnen werken is een eerste stap om meer zicht te krijgen op de meetinstrumenten/vragenlijsten die momenteel gebruikt worden in de zorg voor mensen met NAH. Bijvoorbeeld vragenlijsten op gebied van kwaliteit van bestaan, zelfredzaamheid, participatie of psychisch welzijn. Hier is geen overzicht van beschikbaar. De volgende vragen zijn leidend in de inventarisatie: - Welke meetinstrumenten/vragenlijsten zijn er beschikbaar? - Met welk doel zijn deze meetinstrumenten/vragenlijsten ontwikkeld? - Welke meetinstrumenten/vragenlijsten worden er ingezet in de zorgketen voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel (met name vanaf de revalidatiefase)? - Met welk doel? - Wat zijn de ervaringen met de meetinstrumenten/vragenlijsten?
DOCUMENT
Vragenlijsten zijn geschikt om meer feitelijke, zowel kwantitatieve als kwalitatieve, informatie te verzamelen bij (groepen) mensen. Voor het doen van onderzoek heb je gegevens nodig. Die zijn te verzamelen op diverse manieren. Bijvoorbeeld door literatuuronderzoek, een experiment, interviews of focusgroepen. Een andere, veel toegepaste manier is het gebruik van vragenlijsten. De keuze voor een van deze methoden, of een combinatie daarvan, is afhankelijk van je vraagstelling, het type gegevens dat je wilt verzamelen, de tijd en middelen die je hebt en de omvang van je onderzoeksgroep. Dit artikel over vragenlijsten is voor een belangrijk deel gebaseerd op het boek Praktijkgericht onderzoek uit 2023.
LINK
Het aantal kwetsbare ouderen in Nederland neemt toe en huisartsen voelen vaak de behoefte om negatieve gezondheidsuitkomsten bij deze patiënten voor te zijn. Er zijn diverse screeningsinstrumenten ontwikkeld, waaronder veel vragenlijsten. Kwetsbaarheidsvragenlijsten waar onderzoek naar is gedaan, blijken negatieve gebeurtenissen echter niet beter te voorspellen dan de huisarts zelf. Het heeft dan ook geen zin om kwetsbaarheid te scoren met een standaard vragenlijst.
MULTIFILE
De set vragenlijsten is zorgvuldig samengesteld en getest. Deze vragenlijsten zijn een hulpmiddel om: 1. De mate van belasting van de mantelzorger in beeld te brengen 2. De ervaren kwaliteit van leven in beeld te brengen 3. De ervaren mate van sociale steun in beeld te brengen Door deze lijsten ontstaat een beeld van de situatie en worden behoeften zichtbaar en bespreekbaar. Eén van de doelen van deze set van vragenlijsten is dus om zicht te krijgen op de ondersteuningsbehoefte van mantelzorgers. Met de lijsten kan ook dreigende overbelasting gesignaleerd worden. . Deze overbelasting kan ook ontstaan doordat anderen in het netwerk afhaken gezien de complexiteit van de problematiek. Als de lijsten zowel aan het begin van een begeleidingstraject afgenomen worden als in de loop of aan het einde van het traject kunnen veranderingen zichtbaar gemaakt worden.. Op deze wijze kan onderzocht worden of de ondersteuning van NAH consulenten of andere hulpverleners een positief effect heeft gehad
DOCUMENT
Mantelzorgers van mensen met niet-aangeboren hersenletsel kunnen wel wat ondersteuning gebruiken. Maar wat voor ondersteuning? Zijn ze overbelast? En welke behoefte hebben zij? Om antwoord te geven op die vragen is het handig een set vragenlijsten te gebruiken die hun belasting en draagkracht in kaart brengt. In dit artikel laten we zien hoe je deze set kunt inzetten bij mantelzorgers van getroffenen door hersenletsel.
MULTIFILE
Het lectoraat Talentontwikkeling in Hoger Onderwijs en Samenleving heeft tijdens de coronacrisis onderzoek gedaan naar het welzijn van docenten en andere medewerkers en naar de impact van de coronacrisis op het onderwijs. In juni 2021 en januari 2022 zijn vragenlijsten afgenomen. Op deze poster staat een deel van de resultaten uit de tweede vragenlijst. Deze vragenlijst is ingevuld door 525 docenten en 772 overige medewerkers.
DOCUMENT
Mantelzorgers van mensen met niet-aangeboren hersenletsel kunnen wel wat ondersteuning gebruiken. Maar wat voor ondersteuning? Zijn ze overbelast? En welke behoefte hebben zij? Om antwoord te geven op die vragen is het handig een set vragenlijsten te gebruiken die hun belasting en draagkracht in kaart brengt. In dit artikel laten we zien hoe je deze set kunt inzetten bij mantelzorgers van getroffenen door hersenletsel
DOCUMENT
The traditional paternalistic approach in health care is increasingly developing towards a patient-centered care (PCC) approach. However, not all patients are able to take advantage of the positive effects of PCC. Inadequate health literacy (HL) is an important limiting factor in the ability of patients to take on an active role and exchange information with their health care provider effectively. A provenly effective approach to improvement of provider-patient interaction and health outcomes is the use of health-related questionnaires. The aim of the research project described within this thesis was to adapt the most frequently-used questionnaire in Dutch physical therapy practice and add information and communication technology to it. A Dutch and Turkish version of the tool called Talking Touch Screen Questionnaire (TTSQ) was developed and evaluated on both usability and validity aspects. The current prototype of the tool does not yet fully solve the problems native and minority patients with low (health) literacy have with completing the adapted questionnaire. Big challenges in future development and testing the TTSQ are the recruitment of vulnerable members of the hard-to-reach native and minority target populations and finding research methods that suit the abilities and needs of these participants. This is expected to be a very challenging, labor- and time-consuming process. On the other hand, having a usable, valid and reliable TTSQ may well save a lot of time and money in both research and clinical practice in the future.
DOCUMENT
De incidentie van niet aangeboren hersenletsel (NAH) bij personen in de leeftijd tot 25 jaar in Nederland is aanzienlijk, met ca. 18.000 nieuwe gevallen per jaar. Kinderen en jongeren met NAH hebben naast fysieke, cognitieve en emotionele beperkingen, een significant lager niveau van sociale participatie dan hun gezonde leeftijdgenoten. Het gebruik van de Nintendo Wii, een spelcomputer die bewegingen op natuurlijke en intuïtieve wijze uitlokt, lijkt mogelijkheden te bieden om contacten met anderen en actieve vrijetijdsbesteding bij jongeren met NAH te stimuleren. In deze studie wordt onderzocht wat het effect is van het gebruik van de Nintendo Wii bij kinderen en jongeren met NAH op fysiek, cognitief en sociaal functioneren. Om dit te onderzoeken is een multicenter, observationele pilotstudie verricht, bij 50 kinderen en jongeren met NAH in de leeftijd van 6-29 jaar die onder controle of behandeling zijn van een revalidatiearts. De interventie, van in totaal 12 weken, startte met 2 trainingssessies van 60 minuten, waarbij de toe te passen games werden gekozen passend bij zelf gekozen behandeldoelen (te verbeteren functies of activiteiten) en uitvoerbaar gezien de individuele beperkingen van de deelnemer. Vervolgens werd er minimaal 2 keer in de week gegamed. Er was wekelijks contact met een therapeut per telefoon of e-mail. De effectmetingen (vragenlijsten en een neuropsychologische test) werden verricht aan het begin en einde van de interventie en betroffen het fysiek, cognitief en sociaal functioneren. De statistische analyse bestond uit vergelijkingen van de uitkomstmaten tussen 0 en 12 weken met behulp van gepaarde t-toetsen, Wilcoxon-Signed-Rank tests en chi-kwadraat toetsen. Deze eerste pilotstudie naar de effecten van het gamen met de Nintendo Wii bij jongeren met NAH laat significante verbetering zien op het fysiek en cognitief functioneren, en niet op het sociaal functioneren. Deze resultaten zijn aanleiding om de effectiviteit van de Nintendo Wii in deze patiëntengroep in een grotere, gecontroleerde studie verder te onder ABSTRACT Aim: To explore the effects of usage of the Nintendo Wii on physical, cognitive and social functioning in patients with acquired brain injury (ABI). Methods: This multicenter, observational proof-of-concept study included children, adolescents and young adults with ABI aged 6-29 years. A standardized, yet individually tailored 12-week intervention with the Nintendo Wii was delivered by trained instructors. The treatment goals were set on an individual basis and included targets regarding physical, mental and/or social functioning. Outcome assessments were done at baseline and after 12 weeks, and included: the average number of minutes per week of recreational physical activity; the CAPE (Children's Assessment of Participation and Enjoyment); the ANT (Amsterdam Neuropsychological Tasks); the achievement of individual treatment goals (Goal Attainment Scaling); and quality of life (PedsQL; Pediatric Quality of Life Inventory). Statistical analyses included paired t-tests or Wilcoxon-Signed-Rank tests. Results: 50 patients were included, (31 boys and 19 girls; mean age 17.1 years (SD 4.4)), of whom 45 (90%) completed the study. Significant changes of the amount of physical activity, speed of information processing, attention, response inhibition and visual-motor coordination (p<0.05) were seen after 12 weeks, whereas there were no differences in CAPE or PedsQL scores. Two-thirds of the patients reported an improvement of the main treatment goal. Conclusion: This study supports the potential benefits of gaming in children and youth with ABI.
DOCUMENT