Leerlingen die hun hele schoolcarrière goede cijfers hebben gehaald voor vreemde talen, zoals Frans, Duits of Spaans, blijken toch slechts beperkt in staat om in die talen te communiceren. Wat zeggen deze cijfers dan? Wordt er wel op de juiste manier getoetst in het vreemdetalenonderwijs? En wat zegt het eigenlijk over de onderwijsactiviteiten die de leerlingen op deze toetsing voorbereiden? Dit is wat wij onderzocht hebben in de eerste fase van een promotie-onderzoek het vreemdetalenonderwijs?
DOCUMENT
Hoe beïnvloedt een communicatief toetsprogramma de onderwijspraktijk van leraren vreemde talen? Charline Rouffet, Catherine van Beuningen en Rick de Graaff voerden een effectstudie uit in de onderbouw van tien middelbare scholen in veertien talensecties (Engels, Frans, Duits en Spaans) om te onderzoeken welke impact de implementatie van zo’n programma heeft op de onderwijspraktijk. De resultaten tonen aan dat een communicatief toetsprogramma de onderwijspraktijk van leraren vreemde talen positief beïnvloedt. In interventieklassen (waarin een communicatief toetsprogramma werd geïntroduceerd) lag de nadruk sterker op betekenisvolle taalvaardigheid en geïntegreerde leeractiviteiten, terwijl in reguliere klassen (met voornamelijk methodetoetsen) de nadruk veel meer lag op grammaticale kennis. Ook werden in interventieklassen meer formatieve toetsactiviteiten ingezet, afgestemd op communicatieve leerdoelen. Deze bevindingen laten zien dat toetsing een krachtig middel kan zijn om de focus van het taalonderwijs te verschuiven naar een meer communicatieve aanpak.
LINK
Het onderwijs dient leerlingen klaar te stomen voor de wereld van morgen. De hiervoor benodigde 21st century skills kunnen worden aangeleerd met behulp van Flipping the Classroom. Bij deze manier van onderwijs wordt buiten de les om naar instructievideo’s gekeken, zodat in het klaslokaal meer tijd kan worden besteed aan het maken van verdiepende opdrachten. In dit artikel wordt het effect van een ‘flipped’ klas vergeleken met een ‘traditionele’ klas bij het vak Franse taal en literatuur. De behandelde lesonderwerpen zijn afkomstig uit het grammatica- en literatuuronderwijs. De uiteindelijke resultaten laten zien dat de ‘flipped’ klas zorgt voor meer behaalde punten op de toepassings- en inzichtvragen van de afgenomen eindtoetsen. Mogelijk wordt hierdoor ook de tevredenheid onder leerlingen over deze manier van onderwijs veroorzaakt. De ‘traditionele’ klas behaalt echter meer punten op de vragen uit het reproductiedeel van de eindtoetsen. Een afweging lijkt daarom noodzakelijk. Op de in dit artikel genoemde middelbare school wordt toepassingsgericht leren belangrijker gevonden dan reproductiegericht leren en valt de balans positief uit.
DOCUMENT
Hoewel de eindtermen voor het vreemdetalenonderwijs gericht zijn op communicatieve vaardigheden, blijkt in de praktijk dat veel leerlingen maar beperkt (leren) communiceren in de vreemde taal. Om een brug te slaan tussen de vakdidactische theorie en de vakdidactische ontwikkeling van leraren-in-opleiding in de (stage)praktijk hebben Charline Rouffet, Irene de Kleyn, Marleen IJzerman, Catherine van Beuningen en Rick de Graaff een observatie-instrument ontwikkeld dat gebaseerd is op principes van communicatief taalonderwijs, en dat het vakdidactisch handelen van leraren moderne vreemde talen (in opleiding) observeerbaar en evalueerbaar maakt. Het instrument kan zowel door lerarenopleiders en stagebegeleiders als door leraren-in-opleiding zelf gebruikt worden voor observeren, feedback geven of ontwerpen van onderwijs. Hun artikel laat zien hoe het observatie-instrument is geëvalueerd op validiteit, betrouwbaarheid en praktische bruikbaarheid en hoe het kan worden ingezet.
LINK
In 2025-2026 zal er een landelijke peiling plaatsvinden naar kennis en vaardigheden en het onderwijsleerproces bij Engels in het basisonderwijs. Hierbij wordt zowel het huidige niveau van de Engelse taalvaardigheid aan het einde van groep 8 - wat kennen en kunnen leerlingen op het gebied van Engels - alsmede de kwaliteit van het onderwijsleerproces in kaart gebracht. Het betreft een brede peiling in het reguliere basisonderwijs in Nederland, het speciaal (basis)onderwijs maakt geen onderdeel uit van deze peiling. Ter voorbereiding op de aankomende peiling (Peil.Engels einde basisonderwijs) is in opdracht van de Inspectie van het Onderwijs en het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) een literatuurstudie uitgevoerd naar evidentie uit nationaal en internationaal onderzoek over kenmerken van effectief onderwijs op het gebied van Engels in het basisonderwijs. Het doel van deze literatuurstudie is om een overzicht te geven van factoren die bijdragen aan de ontwikkeling van de Engelse taalvaardigheid van basisschoolleerlingen. Het gaat hierbij zowel om het inzichtelijk maken van domeinspecifieke kenmerken van goed vreemdetalenonderwijs, als om meer algemene kenmerken van goed (taal)onderwijs op het niveau van de leerkracht, het curriculum en het schoolbeleid. Denk hierbij aan algemeen pedagogische kwaliteiten van leerkrachten en/of taaldocenten en kenmerken van effectief taalbeleid als randvoorwaarden voor goed onderwijs in het schoolvak Engels. Daarnaast brengen we een aantal leerling- en buitenschoolse kenmerken in kaart die potentieel invloed hebben op de taalvaardigheidsontwikkeling in een schoolse context. Deze literatuurstudie is een aanvulling op de domeinbeschrijving ten behoeve van Peil.Engels einde basisonderwijs zoals opgesteld door SLO (Moonen, 2023). Deze domeinbeschrijving beschrijft de wettelijke kaders van het beoogde curriculum voor Engels in het basisonderwijs. Dit richt zich op de kerndoelen oftewel aanbodsdoelen: wat leerkrachten moeten aanbieden in hun onderwijs Engels en wat leerlingen moeten kennen en kunnen op het gebied van Engelse taalvaardigheden aan het einde van het basisonderwijs. In de domeinbeschrijving is daarnaast ook aandacht voor de uitvoering van dit curriculum, dus de manier waarop het onderwijs Engels in de praktijk vaak vorm krijgt. De uitkomsten van deze literatuurstudie bieden concrete aanknopingspunten voor aspecten van het Engels onderwijs waarop scholen, leerkrachten en leerlingen bevraagd kunnen worden in het peilingsonderzoek. Denk hierbij aan de positionering van het (schoolvak) Engels in het curriculum, de startleeftijd waarop leerlingen Engels krijgen aangeboden en het hanteren van een communicatieve aanpak. Daarnaast beogen we met dit literatuuronderzoek naar de kenmerken van effectief onderwijs Engels in het basisonderwijs een bruikbaar kader te bieden voor de (door)ontwikkeling van vragenlijsten en observatie- en andere onderzoeksinstrumenten waarmee het huidige onderwijsleerproces voor het onderwijs Engels in het peilingsonderzoek in het basisonderwijs op een valide en transparante manier geëvalueerd kan vreemdetaworden.
DOCUMENT
Hoofdstuk 12 in J. Duarte, M. Günther-Van der Meij, C. Frijns, & B. Gezelle Meerburg (Reds.), Talenbewust lesgeven: Aan de slag met talige diversiteit in het basisonderwijs
DOCUMENT
Vreemde talen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan persoonlijke en professionele ontwikkeling, en ze komen van pas bij internationale samenwerking. Wie meerdere talen beheerst, heeft ruimere communicatiemogelijkheden en is beter in staat om taal te doorzien en om zich in te leven in andere culturen. Maar hoe help je iemand om taalvaardig en taal- en intercultureel bewust te worden? Wat voor ondersteuning, oefening en kennis is daarvoor nodig? Het Handboek vreemdetalendidactiek maakt (toekomstige) taaldocenten wegwijs in de verschillende domeinen van het vreemdetalenonderwijs.
DOCUMENT
Openbare les Prof. Dr. Rick de Graaff, 24 mei 2018
DOCUMENT
Communicatieve leerdoelen die op landelijk niveau opgenomen zijn in de eindtermen voor de moderne vreemde talen worden niet altijd weerspiegeld in de dagelijkse les- en toetspraktijken. Omdat in een curriculum samenhang tussen leerdoelen, leeractiviteiten en toetsing (‘constructive alignment’) een voorwaarde is voor effectief onderwijs, is het van belang om inzicht te krijgen in (oorzaken van) een mogelijk gebrek daaraan. Charline Rouffet, Catherine van Beuningen en Rick de Graaff onderzochten de mate van samenhang in vreemdetalencurricula tussen leerdoelen, leeractiviteiten en toetsing, en de factoren die daarop van invloed kunnen zijn. Uit de resultaten blijkt dat leeractiviteiten en toetsing voornamelijk gericht zijn op kennis van grammaticaregels en woordenschat zonder toepassing in de praktijk, en op leesvaardigheid. Externe factoren, zoals beschikbaar les- en toetsmateriaal, en conceptuele factoren, zoals opvattingen van docenten over het leren van talen, blijken bij te dragen aan dit gebrek aan samenhang. Toetsing die niet in lijn is met de communicatieve leerdoelen heeft met name een negatief sturend effect op leeractiviteiten, en daarmee op de implementatie van effectief communicatief vreemdetalenonderwijs in de praktijk.
LINK