Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Jonge vrouwen zijn tegenwoordig vaker hoogopgeleid dan mannen, en toch doen ze het minder goed op de arbeidsmarkt. Hoe komt dat? Deze vrouwen voelen zich vaak onzeker en niet op hun plek, wisselen regelmatig van studie of baan, en ervaren hun opleiding als te theoretisch en onvoldoende praktisch. De druk om te presteren, faalangst, en perfectionisme, versterkt door sociale media, leiden tot stress en burn-outklachten. Ze missen vaak een stevig netwerk en een gevoel van 'rugdekking' van hun omgeving. Verschillende factoren, zoals prestatiedruk en maatschappelijke verwachtingen, dragen bij aan hun mentale problemen. De constante alertheid die deze vrouwen ervaren, zonder onderscheid te maken tussen zaken waar ze wel en geen invloed op hebben, leidt tot uitputting en mentale gezondheidsproblemen. Om deze problemen aan te pakken, is het essentieel dat onderwijsinstellingen en werkgevers meer betrokkenheid en ondersteuning bieden, zoals financiële steun tijdens de studie, gelijke beloning, veilige werkomgevingen, en mentorschap. Dit kan helpen om de cirkel van invloed en betrokkenheid beter te scheiden, waardoor jonge vrouwen minder druk voelen en hun talenten beter kunnen benutten.
DOCUMENT
1.1 Techniek verliest talent Verschillende branches in de technische sector kampen met een tekort aan personeel en de verwachting is dat deze tekorten ook in de komende jaren zullen blijven bestaan (ROA, 2013). Om de tekorten op te vangen wordt hard gewerkt aan het motiveren van jongeren om een technische opleiding te gaan volgen (zie bijvoorbeeld (Platform Bèta Techniek, 2012), (Platform Bèta Techniek, 2014)). Daarbij wordt met name ook aandacht besteed aan het werven van meisjes. Recente cijfers laten zien dat deze inspanning succes heeft: tussen 2007 en 2013 steeg het aandeel meisjes dat op de havo een Natuur en Techniekprofiel kiest van 15% naar 26% en op het vwo van 20% naar 38%. In het hbo groeide het percentage vrouwelijke studenten in bètarichtingen in die periode van 14% naar 20% (SCP, 2014). Hoewel er dus veel wordt geïnvesteerd in het werven van jongeren voor technische studies blijkt tegelijk dat een aanzienlijk deel (ruim 40%) van de jongeren die een technische opleiding hebben gevolgd niet terecht komen in een technisch beroep (Gelderblom & Hek, 2014) (Volkerink, Berkhout, & Graaf, Bèta-loopbaanmonitor 2010, 2010). Om te zorgen voor voldoende geschoolde medewerkers voor technische bedrijven is dus naast aandacht voor de werving van jongeren voor technische opleidingen, ook aandacht nodig voor het voorkomen dat technisch geschoolde medewerkers ‘weglekken’ naar andere sectoren. In dat kader voeren de hogescholen Windesheim en Saxion, met financiële ondersteuning van Tech Your Future, onderzoek uit naar hoe technische bedrijven hun HR-beleid zo kunnen aanpassen dat uitstroom voorkomen wordt en dat hun bedrijven aantrekkelijk worden voor nieuwe instromers (Vos, Rademaker, Jong, Alons, Riemsdijk, & Vries, 2014). 1.2 Vooral vrouwen stromen uit Opvallende uitkomst in de onderzoeken naar uitstroom uit de technische sector is dat de uitstroom van technisch opgeleide vrouwen hoger is dan die van mannen (Gelderblom & Hek, 2014): bètavrouwen werken minder vaak in een bètaberoep dan bètamannen (Volkerink, Berkhout, & Graaf, 2010). Dat is jammer, niet alleen gezien het geld dat is geïnvesteerd in het motiveren van meisjes om voor een technische studie te kiezen, maar ook omdat de instroom van vrouwen een manier kan zijn om het personeelstekort in de techniek te beperken. Bovendien toont onderzoek aan dat diversiteit in het personeelsbestand (zoals bijvoorbeeld diversiteit qua gender) een positief effect heeft op bedrijfsresultaten en met name ook goed is voor de innovatiekracht (European Commission, 2013). Maatregelen om het weglekken van vrouwen te voorkomen dragen dus niet alleen bij aan het voorkomen van personeelstekorten maar ook aan het verhogen van de kwaliteit van de sector. Er zijn dus verschillende redenen om aandacht te besteden aan de oorzaken van het ‘weglekken’ van technisch opgeleide vrouwen uit de technische sector. Over dit onderwerp is nog niet veel bekend: de meeste onderzoeken over vrouwen en techniek gaan over keuzes die gemaakt worden tijdens de studieloopbaan. Over de fase erna is veel minder bekend. Met ons onderzoek proberen we een deel van de kennislacune op te vullen.
DOCUMENT
Het percentage vrouwen dat kiest voor een STEM-studie (Science, Technology, Engeneering, Mathematics) is beperkt, maar neemt de laatste jaren sterk toe. Technisch opgeleide vrouwen verlaten werkveld echter significant eerder en vaker dan hun mannelijke collega's. Dat is jammer, want de sector zit te springen om mensen en bovendien is meer diversiteit goed voor de productiviteit en de innovatiekracht van bedrijven. In dit whitepaper bespreken we de resultaten van een onderzoek naar de achtergrond van de hoge uitstroom van vrouwen uit de ICT en naar interventies die dit tegengaan.
DOCUMENT
Vrouwen vormen een minderheid in justitiële instellingen en de forensische zorg. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de meeste instrumenten om het recidiverisico in te schatten zijn ontwikkeld en onderzocht voor mannen. De afgelopen jaren is er meer aandacht ontstaan voor specifieke kenmerken, risicofactoren en behandelbehoeften van vrouwen die delicten hebben gepleegd. Onderzoek laat zien dat er genderverschillen bestaan en dat de standaard gebruikte risicotaxatie-instrumenten voor geweld voor vrouwen minder sterke voorspellende waarde voor recidive hebben dan voor mannen. Meer kennis over risico- en beschermende factoren bij vrouwen is nodig om de meest adequate interventies voor hen te kunnen bieden en recidive te voorkomen. Dit is van wezenlijk belang, niet alleen voor henzelf en de maatschappij, maar ook voor hun directe omgeving, met name eventuele kinderen.
DOCUMENT
Meer dan 350 duizend vrouwen in Nederland hebben geen officieel eigen inkomen: ze hebben geen (wit) werk en geen uitkering. Wie zijn deze vrouwen, hoe zijn ze in hun huidige positie beland, hoe denken ze daarover en hoe denken ze over de mogelijkheid om een eigen inkomen te verdienen? Om deze vragen te beantwoorden spraken we met 20 vrouwen zonder officieel eigen inkomen. Ons doel was niet om een representatief beeld te schetsen van de groep vrouwen in deze situatie, wel om te laten zien hoe divers de groep is, en hoe er tegelijk ook patronen zijn in hun levensloop die maken dat ze in deze economisch kwetsbare positie terecht zijn gekomen.
DOCUMENT
Verhoudingsgewijs maken vrouwen, zowel absoluut als relatief, een klein onderdeel uit van de totale gedetineerdenpopulatie. Dat is niet alleen het geval in het buitenland, we zien het ook in Nederland: volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren op de peildatum van 30 september in 2014 slechts 595 van de in totaal 10.365 gedetineerden in ons land vrouw, dat wil zeggen zes procent. 2 De wetenschap leek vrouwen echter voor hun goede gedrag te straffen. In de penologie ging immers lange tijd de meeste aandacht uit naar mannen. Maar inmiddels is de bestudering van het wel en wee van vrouwelijke gedetineerden een serieus veld van studie geworden. De bundel die ik hier bespreek is daar een uiting van.
DOCUMENT
Het gaat goed met vrouwen in het Nederlandse hoger onderwijs. Hogescholen en universiteiten hebben al decennialang meer vrouwelijke dan mannelijke studenten, hun studiesucces ligt gemiddeld hoger dan van hun mannelijke studiegenoten en vrouwen doen er gemiddeld korter over om een diploma te halen. Toch verloopt de start van hoogopgeleide vrouwen op de arbeidsmarkt minder rooskleurig dan die van hun mannelijke leeftijdsgenoten die ook hoogopgeleid zijn. Dat is feitelijk al kort na hun start op de arbeidsmarkt zichtbaar. Het percentage burn-out is bij geen enkele groep zo hoog als bij de jonge hoogopgeleide vrouwen. Wat is er aan de hand? En vooral: wat is er nodig voor een betere start op de arbeidsmarkt van deze vrouwen?
DOCUMENT
In deze module leer je welke factoren ervoor zorgen dat hoogopgeleide vrouwen vaker uitvallen op de arbeidsmarkt, wat de theorie vertelt over ongelijkheid tussen mannen en vrouwen en wat je als toekomstig professional kunt doen om vrouwen te helpen succesvol(er) de arbeidsmarkt in te stromen en te blijven.
DOCUMENT
Veel vrouwen die borstkanker hebben (gehad) worstelen met de aanpassing aan de lichamelijke, psychische en sociale gevolgen van de diagnose en de behandeling. In een onderzoek werd nagegaan hoeveel vrouwen behoefte hebben aan psychosociale hulp en welke factoren invloed hebben op hun intentie tot zoeken van psychosociale hulp. In een cross-sectionele steekproef werd door 179 vrouwen die borstkanker hebben (gehad) een vragenlijst ingevuld over hun sociaal-demografische en medische kenmerken, hun welbevinden, eerder gebruik en waardering van psychosociale hulp en hun behoefte aan psychosociale ondersteuning. Verder waren er vragen over hun attitude, gepercipieerde sociale normen en zelfeffectiviteit ten aanzien van het zoeken van psychosociale hulp. In correlationele en regressieanalyses werd onderzocht welke van deze factoren samenhangen met de intentie om psychosociale hulp te zoeken. Bijna 40% van de vrouwen die de vragenlijst invulden is zeer zeker (15,1%) of wellicht (24%) van plan om psychosociale hulp te zoeken.
DOCUMENT
Regelmatig bewegen draagt bij aan een betere fysieke en mentale gezondheid, maar mensen met een lage sociaaleconomische positie sporten en bewegen aanzienlijk minder. Vooral laagopgeleiden en mensen met een laag inkomen voldoen minder vaak aan de beweegrichtlijnen en hebben vaker gezondheidsproblemen, een kortere levensverwachting en meer jaren in minder goede gezondheid. Vrouwen bewegen daarbij nog minder dan mannen. In de Haarlemse wijk Meerwijk is sprake van een relatief lage opleiding en het laagste gemiddelde inkomen van de stad, wat deze gezondheidsverschillen versterkt. Daarnaast vormt beperkte beheersing van de Nederlandse taal een belangrijke drempel voor sportdeelname, doordat informatie en communicatie minder toegankelijk zijn. Vanuit deze context onderzocht Hogeschool Inholland de sportvoorkeuren, behoeften en belemmeringen van vrouwen in Meerwijk met een lage SEP en beperkte taalvaardigheid.
DOCUMENT