Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
13Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3“Hoe moeten onze steden en dorpen zich ontwikkelen, wat is de toekomst van het landelijk gebied, aan welke eisen moet het milieu voldoen, wat willen we met het water in deze provincie en hoe willen we ons in de toekomst verplaatsen?” Dit citaat uit de Samenvatting van de plannen voor ruimte, water en milieu van de provincie Overijssel (2001) maakt duidelijk dat leefomgevingsvraagstukken ons allemaal raken. Hoewel er de afgelopen jaren veel is bereikt, staat de kwaliteit van onze leefomgeving onder druk: natuur raakt versnipperd, sommige gebieden verdrogen, andere kampen met een toenemende kans op wateroverlast, sommige emissies blijken hardnekkig te stijgen, en diersoorten sterven razendsnel uit. De ontwikkelingen moeten in een andere richting worden omgebogen. De vraag is hoe we daarin slagen en wat de juiste richting is. Het lectoraat Duurzame Ontwikkeling van de Leefomgeving heeft de ambitie bij te dragen aan de antwoorden op deze vragen. In deze rede licht ik toe hoe we dat proberen te doen. Mijn centrale boodschap valt in tweeën uiteen: de zoektocht naar een duurzame leefomgeving vereist samenwerking tussen alle betrokkenen, en zal alleen inhoud hebben als we concreet werken aan vernieuwende experimenten: samen werken aan duurzame ontwikkeling.
LEZING
Om te werken aan kwaliteit moet je begrijpen wat leerlingen, leraren en scholen nodig hebben. Daarvoor is expertise belangrijk, maar moet je tegelijk ook voorbij je eigen routines, schoolculturen of persoonlijke aannames kunnen kijken. Hoe combineer je nu intuïtie, data en onderzoek? Hoe kunnen we evidence-informed werken vertalen naar een aanpak die past in de praktijk en die ons helpt de onderwijskwaliteit te versterken? Daar gaat Kristin in deze sessie dieper op in.
ANDERSOORTIG MATERIAAL
De wereld van werk is aan verandering onderhevig. Inwoners van de provincie
Groningen stellen zich net als andere bewoners van ons land vragen over hoe hun leven, de opleiding van hun kinderen en hun werk en dat van hun kinderen er straks uit zal zien. Dát werk en opleidingen er over 20 jaar anders uitziet is zeker. Maar hoe? Dat weet niemand. Wat we wel weten is dat werk voor mensen een wezenlijk onderdeel van het leven is en blijft en van groot belang is voor hun zelfontplooiing, gezondheid en welbevinden. Wat we ook weten is dat de wereld steeds sneller verandert. Het is dus van belang dat de inwoners van Groningen zich goed kunnen voorbereiden op dat veranderende werk. Dat betekent dat zij in staat moeten zijn zich te blijven ontwikkelen en zich voortdurend aan te passen aan wat werkgevers en de samenleving van hen vragen. Maar ook wat hun directe omgeving van hen vraagt. Want niet alleen het werk
verandert. Ook de persoonlijke situatie van mensen doet dat. De zorg en aandacht voor kinderen, ouders en anderen uit de persoonlijke omgeving vereisen een goede balans tussen werk en privé. Om in 2040 volwaardig mee te kunnen doen, moeten onze inwoners stevig in hun schoenen staan, zodat zij in staat zijn zich voortdurend aan te passen aan veranderende omstandigheden. Dat is goed voor henzelf, maar zorgt er ook voor dat (verschillende) werkgevers met hun tijd meekunnen. Overheden, onderwijs- en kennisinstellingen, bedrijven en werkgevers- en werknemersorganisaties hebben daarom een gezamenlijke taak om bij te dragen aan de beschikbaarheid en toegankelijkheid van
scholing, training en werk. Dat is niet alleen van belang voor bewoners, maar ook voor Noord-Nederland als geheel, waar een aantrekkelijke omgeving, een gezond leven en duurzame productie samenkomen.
RAPPORT
Het belang van herstel- en krachtgericht werken wordt in de forensische zorg inmiddels breed onderkend. Zowel herstel- als krachtgericht werken benadrukt de waarde van eigen kracht en competenties, de waarde van een sociaal netwerk en de noodzaak van het vergroten van maatschappelijke mogelijkheden. Herstelgericht werken omvat daarnaast onder meer het stap voor stap weer grip krijgen op het eigen leven en een (herstelde) identiteit ontwikkelen. Het onderzoek naar de concrete invulling van herstel- en krachtgericht werken in de forensische praktijk is nog beperkt. Het was tot nu toe onvoldoende duidelijk hoe ambulante en klinische forensische settingen precies vormgeven aan herstel- en krachtgericht werken. Deze veldverkenning geeft inzicht in de betekenis van herstel- en krachtgericht werken in de forensische zorg en hoe dit soms botst met risicogericht werken. Ook geeft deze verkenning een actueel overzicht van beschikbare herstel- en krachtgerichte methodieken voor de forensische zorg. Verder is de rol van ervaringsdeskundigheid onderzocht en is nagegaan welke plek herstel- en krachtgericht werken heeft in de behandelplannen. In fase 1 zijn aan de hand van een beknopt literatuuronderzoek bestaande werkwijzen en methodieken voor herstel- en krachtgericht werken geïnventariseerd. Aan de hand hiervan zijn topiclijsten opgesteld voor interviews, waarbij het CHIME-S model (Connectedness, Hope, Identity, Meaning, Empowerment, Secure) als belangrijke kapstok diende. In totaal zijn elf professionals en negen patiënten/cliënten van verschillende ambulante en klinische settingen geïnterviewd. In fase 2 is op basis van de inzichten uit de eerste onderzoeksfase gewerkt aan de ontwikkeling van een handreiking voor herstel- en krachtgericht werken. In nauwe samenwerking met professionals, is een praktische handreiking ontstaan die helpt om herstel- en krachtgericht werken verder te versterken in de dagelijkse praktijk. De handreiking biedt concrete handvatten op individueel, team- en organisatieniveau en nodigt uit tot reflectie en gesprek binnen de eigen context. Daarnaast zijn gesprekskaartjes en een poster ontwikkeld die professionals en cliënten ondersteunen om met elkaar in gesprek te gaan en de belangrijkste uitgangspunten zichtbaar te maken in het werk. Bestaat uit de rapportage, handreiking, poster en ondersteunende kaartjes,
RAPPORT
Herziene versie van het rapport ‘Doelgericht werken aan opbrengsten’. Herziening was wenselijk om een tweetal redenen. Op de eerste plaats was het wenselijk opnieuw te kijken naar de gebruikte observatie instrumenten voor het in beeld brengen van de kwaliteit van de instructie van de leerkracht bij aanvankelijk en vloeiend lezen. Deze instrumenten waren ontwikkeld in 2008, de beginperiode van het LIST-project. Op basis van de zeer ruime ervaring met het werken met deze instrumenten, zijn verbeteringen aangebracht in alle observatie instrumenten. Verder leerde de ervaring dat het mogelijk was de procedure van het werken met de cycli voor doelgericht werken nog verder te vereenvoudigen, door de vragenlijsten voor de leerkrachten te vervangen door enkele aanvullende vragen op de observatie formulieren. Ook zijn de vragenlijsten voor het management vereenvoudigd. Geen vragenlijsten voor leerkrachten meer, dus minder werk voor de leerkrachten. Naar wij hopen en verwachten, vergroot dat de kans op correcte uitvoering van de aanpak en daarmee op succes bij de leerlingen. Tenslotte hebben wij ervoor gekozen de werkdocumenten die nodig zijn voor doelgericht werken aan opbrengsten, niet als bijlagen op te nemen in deze rapportage, maar als afzonderlijke werkdocumenten.
RAPPORT
Onderzoekend werken in mbo-instellingen is belangrijk omdat het docenten helpt in te spelen op ontwikkelingen in het onderwijs, werkveld en studenten. Een docent verwoordt het treffend: ‘Zonder onderzoekende houding is het lastig om de veranderingen bij te houden. Studenten vonden vroeger bijvoorbeeld sociale media niet belangrijk maar nu wel, daar zullen docenten dan ook nu iets mee moeten doen’. Onderzoekend werken is daarmee geen doel op zich, maar nadrukkelijk een middel bij het verbeteren of vernieuwen van onderwijs. In deze bijdrage gaan de auteurs in op de vraag hoe onderzoekend werken door docenten er uit ziet, en geven ze een voorbeeld van hoe onderzoekend werken op een mbo-instelling wordt ingezet bij onderwijsverbetering. Tot slot presenteren de auteurs een tool om met collega’s in de opleiding in gesprek te gaan over hoe zij onderzoekend (kunnen) werken aan onderwijsverbetering.
BIJDRAGE AAN PERIODIEK
Wat is Leren voor Duurzame ontwikkeling? Duurzame ontwikkeling is niet meer weg te denken uit de huidige maatschappij en ons onderwijs. Duurzaamheid is een complex begrip, immers wat voor ons nu duurzaam is hoeft dat op een andere plaats of in de toekomst niet (meer) te zijn. We moeten steeds opnieuw afwegingen met betrekking tot duurzaamheid maken. Bij Leren voor Duurzame Ontwikkeling gaat het om (vak)kennis, houding, gedrag en waarden waarbij de relatie tussen een sociaal,een ecologisch en een economisch perspectief steeds wordt meegenomen. Maar hoe ziet dat onderwijs er uit? Leren voor Duurzame Ontwikkeling. Gewoon doen! Was het motto bij het praktijkgericht onderzoek van Stoas Wageningen | Vilentum Hogeschool samen met vier scholen en twee universiteiten. Deze publicatie beschrijft de theoretische uitgangspunten van Leren voor Duurzame Ontwikkelingen de ontwerpcriteria zoals die in dit praktijkgericht onderzoek gebruikt zijn. Deze uitgangspunten helpen ons onderwijs te ontwikkelen waarmee Leren voor Duurzame Ontwikkeling kan worden vormgegeven. Door deze ontwerpcriteria wordt het Leren voor Duurzame Ontwikkeling implementeren concreet en een kwestie van Gewoon doen!
NIET BEKEND
Hoe kunnen politieteams meer bezig zijn met het oplossen van veiligheidsproblemen in de wijk? Van nature is de politie vooral geneigd te reageren op incidenten. Maar zij wil ook meer aan de oorzaken van problemen werken, samen met partners en burgers. De wijk operationeel expert (WOE) heeft daarin een cruciale rol. In dit project deden we actieonderzoek in politieteams in Amersfoort, Almere en Utrecht. Doel In dit actieonderzoek kregen we vanuit verschillende functies binnen de politie inzicht in hun perspectief op de rol van de WOE in het probleemgericht werken per basisteam en aan welke ontwikkelpunten zij willen werken. Resultaten Om meer WOEst aantrekkelijk probleemgericht te werken is een product ontwikkeld voor zowel de drie betrokken politieteams als andere politieteams. In dit product zijn de lokale context en ontwikkelpunten van de drie teams verwoord en met kunst en metaforen verbeeld. Er zijn verschillen en overeenkomsten tussen de teams. Uit deze vergelijking volgt een aantal thema’s en vragen waar ook andere politieteams mee aan de slag kunnen. Zo kunnen zij hun probleemgerichte werken en de rol van de WOE daarin versterken. De ontwikkelpunten per politieteam vormden de basis voor lokale ontwikkeltrajecten. In het vervolgproject WOE’s Next? pakken we dit samen met de politieteams op.
RAPPORT
In Nederlandse kindcentra werken professionals uit de kinderopvang, het onderwijs en jeugdhulp/-zorg in toenemende mate samen, zoals bij de overgang van kinderopvang naar school (1), van school naar buitenschoolse opvang (2), bij kinderen met speciale zorgbehoeften (3), en aan geïntegreerd beleid (4). Deze nieuwe context vereist nieuwe instrumenten om de interprofessionele samenwerking te monitoren voor zowel onderzoek als praktijk.
In deze studie presenteren we de achtergrond en ontwikkeling van de Kindcentrum-scan. Een landelijke validatiestudie onder 46 locaties en 788 professionals liet zien dat in de ontwikkelde scan twee schalen te onderscheiden zijn, en dat de scan een goede interne consistentie had. De verschillende items van de scan hangen met elkaar samen. De resultaten ondersteunden verder de convergente validiteit van het nieuwe instrument: de scores van de scan, verkregen op basis van interviews met de directeur en/of manager, hingen positief samen met de samenwerking van diverse collega’s met andere pedagogische professionals uit school, opvang en jeugdhulp/-zorg uit een analyse van professionele netwerken.
ARTIKEL