Uit onderzoek blijkt de kwaliteit van de leraar voor de klas de meest belangrijke factor is op het leerresultaat van leerlingen.Leraarschap is een professie en net als andere professionals moeten leraren hun vak bijhouden en constant hun eigen handelen evalueren en verbeteren. Soms gaat dat vanzelf, bijvoorbeeld bij beginnende leraren. Om te overleven, zijn zij gedwongen heel snel te leren en zich verder te ontwikkelen. Maar meer ervaren leraren hebben inmiddels allerlei routines opgebouwd en missen vaak wat Koffeman (2011) noemt de 'noodzaak tot leren'. Het proefschrift beschrijft mogelijkheden om de professionalisering van leraren te stimuleren door middel van reflectiegesprekken met collega's en het gebruik van videofeedback. Het proefschrift betreft een ontwerponderzoek met als doel: op onderzoek gebaseerde oplossingen te ontwikkelen voor complexe problemen uit de onderwijspraktijk en tevens bij te dragen aan wetenschappelijke theorievorming, door het bestuderen van de onderliggende ontwerpprincipes. Samen met een school voor voortgezet onderwijs is een concreet programma ontworpen dat meer informele vormen van leren op de werkplek tussen leraren stimuleert. Door het ontwerpproces en de uitkomsten stap voor stap te beschrijven, levert dit onderzoek niet alleen een kant-en-klaar professionaliseringsprogramma dat andere scholen kunnen gaan gebruiken, maar levert het vooral ook bouwstenen op in de vorm van ontwerpprincipes en kennis over hoe en onder welke voorwaarden deze in de school kunnen werken. Met deze bouwstenen worden ook andere scholen in staat gesteld om het programma aan te passen aan de context van de eigen school.
Background: This follow-up study investigated the year-round effects of a four-week randomized controlled trial using different types of feedback on employees’ physical activity, including a need-supportive coach intervention. Methods: Participants (n=227) were randomly assigned to a Minimal Intervention Group (MIG; no feedback), a Pedometer Group (PG; feedback on daily steps only), a Display Group (DG; feedback on daily steps, on daily moderateto-vigorous physical activity [MVPA] and on total energy expenditure [EE]), or a Coaching Group (CoachG; same as DG with need supportive coaching). Daily physical activity level (PAL; Metabolic Equivalent of Task [MET]), number of daily steps, daily minutes of moderate to vigorous physical activity (MVPA), active daily EE (EE>3 METs) and total daily EE were measured at five time points: before the start of the 4-week intervention, one week after the intervention, and 3, 6, and 12 months after the intervention. Results: For minutes of MVPA, MIG showed higher mean change scores compared with the DG. For steps and daily minutes of MVPA, significantly lower mean change scores emerged for MIG compared with the PG. Participants of the CoachG showed significantly higher change scores in PAL, steps, minutes of MVPA, active EE, total EE compared with the MIG. As hypothesized, participants of the CoachG had significantly higher mean change scores in PAL and total EE compared with groups that only received feedback. However, no significant differences were found for steps, minutes of MVPA and active EE between CoachG and PG. Conclusions: Receiving additional need-supportive coaching resulted in a higher PAL and active EE compared with measurement (display) feedback only. These findings suggest to combine feedback on physical activity with personal coaching in order to facilitate long-term behavioral change. When it comes to increasing steps, minutes of MVPA or active EE, a pedometer constitutes a sufficient tool. Trial registration: Clinical Trails.gov NCT01432327. Date registered: 12 September 2011