De Nederlandse media-industrie merkt elke dag hoe groot de impact is van het voortschrijdende proces van digitalisering en dataficering. De transitie van analoge (broadcast) naar digitale (over-the top: OTT) netwerken zorgt er niet alleen voor dat mensen televisie kunnen kijken op ieder gewenst moment met het apparaat naar keuze, het maakt tevens interactie mogelijk met de kijker. Bij die interactie wordt allerhande data over de gebruiker verzameld. De kansen om hiermee nieuwe diensten te ontwikkelen blijven echter veelal onbenut. Vooral voor interactieve mediabedrijven ligt hier een kans omdat het hun apps zijn die grote hoeveelheden gebruikersdata verzamelen. Interactieve mediabedrijven hebben echter momenteel moeite om de gebruikersdata uit hun apps zodanig te analyseren dat nieuwe inzichten ontstaan waarop bestaande diensten (continue) verbeterd kunnen worden, nieuwe diensten voor hun klanten kunnen worden ontwikkeld én zijzelf diensten kunnen gaan vermarkten vanuit een zelfstandige positie. De terugkerende vraag is dan ook: Hoe kunnen nieuwe inzichten uit gebruikersdata systematisch worden verzameld, geanalyseerd en gevalideerd, en welke businessmodellen helpen om deze nieuwe inzichten te borgen in de strategie van de organisatie?
MULTIFILE
Wat zijn de mogelijkheden voor de decentrale verwerking van organische reststromen? Levert het lokaal verwerken van materialen als gft-afval, snoeiafval, horeca-afval en gewasresten in brede zin meer op dan afvoer naar grootschalige verwerkers? Die vraag staat centraal in het project RE-ORGANISE, geleid door de Hogeschool van Amsterdam in samenwerking met Aeres Hogeschool Dronten, verschillende andere kennispartners en ondernemers.In dit rapport wordt een overzicht gecreëerd van wat er technisch mogelijk is met de organische reststromen. Daartoe zijn zogenaamde factsheets opgesteld per technologie, die een beschrijving omvatten van wanneer en hoe verschillende verwerkingstechnologieën decentraal toe te passen zijn op organische reststromen.
Den Haag heeft duinen en paleizen, heeft een hofvijver en een tribunaal. Maar naast dit alles is er meer. Er staat zo'n kwart miljoen woningen, er zijn winkels en er zijn bedrijventerreinen. Over het grootste bedrijventerrein van Den Haag, de Binckhorst, gaat dit rapport. Het is een centraal gelegen gebied in Den Haag, zo'n 130 hectare groot. Het gebied mag zich de laatste jaren verheugen in veel aandacht van stedelijke beleidsmakers. De Binckhorst is een grote toekomst toegedicht met een groot aantal nieuwe woningen, een park, kantoren, winkels, verbetering van de verkeersverbindingen en nog veel meer. Ook is er reden om bij vernieuwing van het gebied te zoeken naar verbetering van duurzaamheid (waaronder CO2-uitstoot en energievoorziening). Met een groot accent op binnenstedelijke woningbouw kan ook de druk op verdere stadsuitleg worden verzacht. In het lectoraat Grootstedelijke Ontwikkeling van De Haagse Hogeschool willen we meer weten hoe in Den Haag de maatschappelijke vraagstukken leven en aangepakt worden. Eerder (2000) was het lectoraat betrokken bij de vraag hoe de Binckhorst zich zou kunnen ontwikkelen tot een duurzaam bedrijventerrein. In de publicatie 'Zeker in de stad'(2008) keken we naar de vernieuwing van Den Haag Zuidwest. In de aanpak van Haagse krachtwijken (zoals de Schilderswijk en Transvaal) speelt de vraag wat de lokale overheid in het samenspel met andere partijen vermag om vraagstukken in de wijk op te lossen. In dit rapport wordt de maakbaarheid van de stad nader onderzocht aan de hand van de Binckhorst. Louis Kanneworff, lid van de kenniskring van het lectoraat, gaat in op de planontwikkeling van de Binckhorst. In tweede instantie levert hij in dit rapport ideeën en suggesties hoe de Binckhorst, 'het best bewaarde geheim van Den Haag', een duurzame stadswijk kan worden. Met dit rapport wil het lectoraat bijdragen aan het debat over de ontwikkeling van de stad in het algemeen en van Den Haag in het bijzonder. Reacties zijn welkom.
Gender barriers are a complex problem, as they are created and maintained by multiple dimensions of our societal system; governments, the corporate world, and by society itself. Within the hospitality industry, one of the most people-oriented sectors there is, gender barriers are especially a problem. Although there is equality amongst the entire Dutch hospitality sector in general (48.2% women, (CBS, 2022)), only 17% of top-management positions within the 5 largest hotel-chains in the country are occupied by women (Hampshire Hotel Group, 2022; Accor Group, 2022; van der Valk International, 2022; NH Hotels, 2022; NIBC, 2022). With the hospitality industry revolving around people and experiences, it is of utmost importance that it represents the actual world-population and society. In order to address the current challenges the industry is facing, it is time to face the elephant in the room; why don’t women get included in top and senior management within the hospitality industry as much as men do? This trajectory aims to identify where gender barriers occur within the Dutch hospitality industry and accordingly develop, and test interventions (enablers) together with two of the largest hotel-chains in the Netherlands, in order to improve women career advancement. The first phases of the trajectory will focus on the entire Dutch hotel sector, while the intervention phase will only be executed in collaboration with NH Hotels and IHG. The final phase of the trajectory will explore the implications of the findings from the industry to hospitality management education. By enabling more women to advance their hospitality careers, this will have a large impact on the industry’s sustainability and resilience, and again positively impact wider society.
Veel locaties in Nederland kennen permanente bodemverontreinigingen. Dit is een erfenis van ons industrieel verleden. Deze verontreinigingen worden met zogenaamde ‘nazorgmaatregelen’, zoals damwanden, grondwateronttrekkingen en/of monitoring, op hun plaats gehouden (‘beheerst’). In Nederland neemt de ruimtedruk vanuit diverse opgaven toe: woningnood, duurzame energievoorziening en klimaatverandering vragen om ruimte, de regering zet hier fors op in. Verontreinigde locaties blijven vaak uit beeld als ontwikkellocatie voor deze opgaven. Ontwikkeling lukt vooral op locaties waar de (woning)vraag hoog is, zoals in hoogstedelijke gebieden. De overige locaties vormen een onvervuld potentieel voor deze opgaven. Zij kunnen naar verwachting substantieel bijdragen, maar deze potentie is nauwelijks in beeld. Met dit onderzoeksvoorstel ontwikkelen we concrete inzichten en werkwijzen die locatie-eigenaren/beheerders, bodemprofessionals en gebiedsontwikkelaars helpen om de ontwikkeling van verontreinigde locaties succesvol te realiseren en daarmee bij te dragen aan urgente maatschappelijke opgaven. We ontwikkelen inzicht in de potentie van deze locaties, inzicht in de kansen en belemmeringen om tot ontwikkeling te komen en we ontwerpen concrete werkwijzen en methoden om deze ontwikkeling te realiseren. Dit onderzoeksvoorstel sluit aan bij bestuurlijke afspraken tussen Rijk, provincies en gemeenten om tot afbouw van zogenaamde verontreinigde IBC-nazorg locaties te komen en draagt bij aan de verbinding tussen de werelden van de bodemprofessionals en gebiedsontwikkelaars. Dit onderzoeksvoorstel helpt publieke professionals (gemeenten en provincies) om concrete ontwikkeling op verontreinigde locaties beter mogelijk te maken, en daarmee bij te dragen aan de duurzame energietransitie, klimaatadaptatie en woningbouw.