This paper introduces the Internet-of-Things (IoT) and describes its evolution from a concept proposed by Kevin Ashton in 1999 through its public emergence in 2005 in a United Nations ITU report entitled “The Internet of Things”, to the present day where IoT devices are available as off-the-shelf products from major manufacturers. Using a systematic study of public literature, the paper presents a five-phase categorisation of the development of the Internet-of-Things from its beginnings to the present day. Four mini case studies are included to illustrate some of the issues involved. Finally, the paper discusses some of the big issues facing future developers and marketers of Internet-of-Things based products ranging from artificial intelligence (AI) through to customer privacy and acceptance finishing with an optimistic assessment of the future of the Internet-of-Things.
The aim of this study was to understand the motives for using the Internet, and its associations with users' attitudes, social values, and relational involvement. Also, this study attempted to crossculturally compare the difference in the pattern of motives and the associations among three countries ' the US, the Netherlands, and S. Korea. The design of methods was based on examination and revision of uses and gratification approach toward Internet users. Findings from factor analysis revealed that information seeking and Self-Improvement were the dominant and common reasons for using the Internet across three countries. The differences in the composition of motives in each country were also reported. Strong correlations across countries were found between all the motives and satisfaction of the Internet. Expectation and positive evaluation of the Internet were also important attitudes associated with Internet use motives. Postmaterialist value showed strong association with motives of information seeking and Self-Improvement. Community involvement was significantly associated with Internet use motives in Korean users.
The Internet offers many opportunities to provide parenting support. An overview of empirical studies in this domain is lacking, and little is known about the design of webbased parenting resources and their evaluations, raising questions about its position in the context of parenting intervention programs. This article is a systematic review of empirical studies (n = 75), published between 1998 and 2010, that describe resources of peer and professional online support for parents. These studies generally report positive outcomes of online parenting support. A number of recent experimental studies evaluated effects, including randomized controlled trials and quasi-experimental designs (totaling 1,615 parents and 740 children). A relatively large proportion of the studies in our sample reported a content analysis of emails and posts (totaling 15,059 coded messages). The results of this review show that the Internet offers a variety of opportunities for sharing peer support and consulting professionals. The fi eld of study refl ects an emphasis on online resources for parents of preschool children, concerning health topics and providing professional support. A range of technologies to facilitate online communication is applied in evaluated websites, although the combination of multiple components in one resource is not very common. The fi rst generation of online resources has already changed parenting and parenting support for a large group of parents and professionals. Suggestions for future development and research are discussed.
LINK
De digitale transitie van mkb’s, met name in de maakindustrie, is goed onderweg, maar verre van afgerond. Er is een grote vraag naar het invoeren van het (Industrial) Internet of Things om procesdata van productiesystemen te bemachtigen en deze vervolgens te analyseren. Deze analysestap heeft een verdere interesseboost gekregen door de mogelijkheden van artificiële intelligentie (AI), waarmee data-analyses naar een complexer niveau getild kunnen worden. In het RAAK-mkb-project Data in Smart Industry staat deze vraag naar de mogelijkheden van IoT en AI centraal: welke data moeten en kunnen we verzamelen en vervolgens op welke manier analyseren? Met bedrijfspartners uit de maakindustrie zijn verschillende casussen IoT-technologie en machine learning (een subdomein van AI) ingezet in pilot studies. Ter afsluiting van het project wordt, in samenwerking met de brancheorganisatie FME en het smartindustryplatform Boost, en vanuit het RAAK-mkb-project Focus op Vision, een aantal trainingssessies georganiseerd rondom AI. Hierbij wordt het bedrijfsleven onderwezen in het toepassen van AI-technologie vanuit een procesmatig en technisch perspectief, waarbij lering wordt getrokken uit de casussen van het Data in Smart Industry-project. De Top-up-subsidie dient het doel om de geleerde lessen uit het RAAK-mkb-project verder te laten landen in de regio Oost-Nederland. Instrumentaal hierin is TValley, een fieldlab gericht op de ontwikkeling van mechatronische systemen zoals industriële robotica. Met de Top-up-subsidie kan TValley uitgebreid worden met een pijler omtrent IoT en AI, vakgebieden die deels overlap hebben met het huidige domein van het fieldlab. Hiervoor worden de ontwikkelde leermaterialen ingezet en doorontwikkeld om kennis te verspreiden en nieuwe bedrijfscasussen op te starten rondom de thema’s IoT en AI binnen TValley.
In dit project ontwikkelen we de Design Your Life methode. Deze methode helpt zorgprofessionals jongvolwassenen met autisme te begeleiden in het samenstellen van hun eigen, op maat gesneden ondersteunende technologie. Het project sluit aan bij de maatschappelijke ambitie om zelfredzaamheid en participatie van jongvolwassenen met autisme te vergroten. Deze groep heeft potentie en ambities, maar laat ook schooluitval zien, werkeloosheid, en moeite met zelfstandig leven. Zorgprofessionals zoeken mogelijkheden de eigen regie te versterken, o.a. door het begeleiden in persoonsgedreven toekomstplanning, en het inrichten van een ondersteunende leefomgeving. Daarbij wordt steeds vaker gezocht naar ondersteunende technologie. Terwijl het aanbod aan apps, wearables, internet-of-things en robots snel groeit, strandden initiatieven nog te vaak. Generieke oplossingen sluiten vaak niet goed aan bij de diversiteit aan individuele behoeften. Zorgprofessionals en cliënten vinden moeilijk hun weg in het enorme aanbod. Het blijkt lastig de zorgbehoefte te vertalen in een geschikte technologische oplossing. Gedeeld begrip en nauwe samenwerking tussen cliënten, begeleiders, zorgbeleidsmakers en aanbieders zijn nodig om innovaties duurzaam in te zetten in de zorg en begeleiding. Via tien casestudies ontwikkelen we de methode. Zorgprofessionals begeleiden hiermee cliënten in het selecteren en inrichten van de technologie die bij hen past. Hierbij worden co-design en design thinking principes toegepast. Naast de technologische oplossing helpt de methode ook bij gedeeld inzicht met betrekking tot de capaciteiten, persoonlijke doelen en ondersteuningsvraag van de cliënt. We valideren de methode in een evaluatiestudie. We onderzoeken of de aanpak cliënten ondersteunt in hun ontwikkeling naar zelfstandigheid, hoe professionals de aanpak kunnen integreren in hun dagelijks werk, en hoe de methode duurzaam verankerd kan worden in zorgorganisaties. Ten slotte ontwikkelen we beroepscompetenties. Met de kennis uit dit project worden zorgprofessionals beter toegerust om middels persoonlijke technologie de zelfredzaamheid en eigen regie van cliënten te versterken.
Het IoT (Internet of Things), waarin allerlei soorten apparaten zijn verbonden met het internet, wordt voor steeds meer bedrijven een onmisbaar onderdeel van hun digitale transformatie. Het toepassen van IoT betekent dat zowel processen als ook objecten data gaan genereren en via het Internet beschikbaar maken. Deze data wordt de basis waarop processen geoptimaliseerd worden, bijvoorbeeld door een seintje te geven nog voordat een machine-onderdeel defect zal gaan raken. Deze data kan ook worden gebruikt om het leven makkelijker te maken, bijvoorbeeld door treinreizigers vooraf te informeren over de drukte in een coupé. Terwijl grote bedrijven al actief en succesvol bezig zijn met het IoT, blijft het MKB nog achter. Door de complexe en multidisciplinaire technologie van IoT waarin zowel technische (techniek, product) als niet-technische aspecten (toepassing, business models) een rol spelen is het voor MKB ondernemingen moeilijk om dit vooraf volledig in kaart te brengen. Daardoor is er voor MKB-ondernemingen vaak nog een te grote drempel om met IoT te beginnen, of het op grote schaal toe te passen. Het project Ontwerpen voor het IoT stelt zich als doel om voor MKB-bedrijven va een integrale en toegankelijke ontwerpmethodiek te ontwikkelen, waarin zowel de technische als niet-technische aspecten van IoT toepassingen aan bod komen. De methodiek die wordt ontwikkeld wordt getoetst in 4 case studies die door MKB ondernemingen ingebracht zijn. Met behulp van de te ontwikkelen methodiek worden verschillende IoT vraagstukken opgelost. Om de methodiek praktisch toepasbaar te maken voor het MKB wordt in het project ook toegewerkt naar een IoT-Lab; een werkplaats waarin bedrijven worden geholpen met het verkennen, ontwikkelen én succesvol toepassen van IoT oplossingen.