Dit is een bijdrage van Wouter Teeuw, lector Ambient Intelligence bij het Saxion Kenniscentrum Design en Technologie, aan het NIOC Congres 2011. De ambiance in een winkel wordt een steeds belangrijker verkoop aspect. Bedrijven doen er alles aan om de stemming van klanten te beïnvloeden. Zo brengen supermarkten met een uitgekiende muziekkeuze hun klanten in een vrolijkere koopstemming en weten winkeliers dat de geur van versgebrande koffie of gebraden kip wonderen doet. Ook wordt ingespeeld op de gemoedsstemming op het moment van kopen, relevante gebeurtenissen (WK voetbal) of persoonlijke lifestyle (halal voedsel). Naar de prikkeling van zintuigen en de invloed hiervan op het koopgedrag is uitgebreid onderzoek gedaan. Maar hoe zit het met de invloed van informatietechnologie op het koopgedrag? Bij Saxion doen we onderzoek naar hoe gepersonaliseerde informatie op schermen en sociale media van invloed zijn op het koopgedrag. We schetsen een aantal toekomst scenario’s gebaseerd op technologische ontwikkelingen.
MULTIFILE
Een overvloed aan technologieën doet haar intrede in de fysieke retail. Digitale displays, interactieve schermen, beacons, apps, virtual reality en augmented reality; allen beloven ze de retailer succes. Maar hoe bepaal je of deze technologische innovaties echt van toegevoegde waarde zijn? Het aankoopproces van de klant lijkt handvatten te bieden.
LINK
Winkels worden steeds afhankelijker van passanten die spontaan besluiten de winkel te bezoeken. Consumenten hebben de fysieke winkel immers minder nodig om aan hun benodigdheden te komen, waardoor het voor winkeliers steeds belangrijker wordt om toevallige voorbijgangers te verleiden om hun winkel te betreden. Eén manier waarop winkeliers deze verleiding kunnen vormgeven, is door de inzet van interactieve schermen in de etalage. Wat de effecten van interactieve schermen zijn en of ze ook echt tot meer winkelbezoek leiden is vooralsnog niet bekend. Het Store Innovation Lab van de Hogeschool van Amsterdam probeert hier meer duidelijkheid over te scheppen door onderzoek, waarover Anne Moes, Sewdath Ritoe, en Tibert Verhagen dit rapporteren:
LINK