De duurzame ASN-Bank heeft het Natlab in Eindhoven gekozen als ontmoetingsplaats voor haar klanten. De directie heeft een aantal nieuwe projecten gepresenteerd en wil met klanten in gesprek gaan.
LINK
De opbrengst van een beursgang van ABN Amro gebruiken voor het aflossen van de staatsschuld is nauwelijks de moeite waard met de huidige lage rentes.
LINK
Ondanks een kamerbrede motie weigert Minister Kamp een onderzoek in te laten stellen naar de beursprestaties van pensioenfondsen en de terugstortingen van pensioenfondsen aan bedrijven gedurende de afgelopen 10 jaarde pensioenfondsen. In maart 2010 kwam de Nederlandse Bank al met een vernietigend oordeel over het beleggingsbeleid en de beleggingsstrategie van veel pensioenfondsen. DNB constateert onder meer 'dat pensioenfondsen geen goed zicht hebben op het eigen vermogen'. Dat is ronduit verbijsterend, omdat de dekkingsgraad wordt vastgesteld juist op basis van dit eigen vermogen en omdat uit die dekkingsgraad weer de indexatie van de pensioenen volgt.Eind april 2011 werd ook bekend dat de Nederlandse Bank een onderzoek heeft afgerond naar de deskundigheid van pensioenfondsen. De conclusies zijn ontluisterend. "De meeste pensioenfondsen hebben niet de kennis in huis om de risico's van hun beleggingen goed in te schatten en te beheren"! Een groot deel van de pensioenreserves worden uitbesteed aan professionele vermogensbeheerders en de pensioenfondsen zijn niet goed in staat deze partijen te controleren. Kortom: er is veel mis gegaan bij pensioenfondsen en dus moet de 2e kamer dan maar zelf een parlementair onderzoek uitvoeren.
De koraalriffen van de Caribisch Nederlandse eilanden St. Eustatius en Saba zijn van groot ecologisch en economisch belang. Door een opeenstapeling van bedreigingen is de hoeveelheid driedimensionale structuur op het rif afgenomen en zijn herbivore sleutelsoorten verdwenen. Het rif wordt overwoekerd met algen, die nieuwe koraalaanwas bemoeilijken. Lokale natuurbeheerorganisaties STENAPA en SCF willen artificiële riffen inzetten, om het ecosysteem door middel van “Building with Nature” te herstellen. Artificiële riffen worden wereldwijd in toenemende mate gebruikt, maar de doeltreffendheid hangt in sterke mate af van hoe er rekening is gehouden met de lokale omstandigheden en doelstellingen. Als de riffen goed functioneren kunnen sleutelsoorten herstellen en kan koraal zich weer vestigen. De natuurbeheerorganisaties willen weten hoe artificiële riffen optimaal bij kunnen dragen aan het herstel van het koraalrif ecosysteem bij St. Eustatius en op de Saba bank. Van Hall Larenstein, STENAPA, SCF, IMARES, CNSI en Golden Rock Dive Centre werken samen in het AROSSTA (Artificial Reefs on Saba and Statia) project om deze vraag te beantwoorden. Hiervoor worden verschillende soorten artificiële riffen gebouwd van lokaal natuursteen en van veelgebruikte “reef balls”. De functionaliteit van de verschillende soorten artificiële riffen wordt bepaald door gedurende 1,5 jaar de vestiging van zee-egels, vissen en koraal te onderzoeken. Na afloop van dit project zal duidelijk zijn welk type artificieel rif het meest geschikt is voor beide onderzoeklocaties. Daarnaast is bekend wat het effect is van het gebruikte materiaal en het aanbrengen van extra schuilplaatsen op de functie van artificiële riffen. Tenslotte wordt inzicht gegeven in hoeverre artificiële riffen een bijdrage leveren aan het herstel van aangrenzende gebieden. Omdat het onderzoek uitgevoerd wordt op twee locaties, met contrasterende omstandigheden, zullen de resultaten van regionaal belang zijn om bestaande en toekomstige artificiële riffen optimaal te laten functioneren.
De energietransitie is één van de grootste communicatie-uitdagingen van de komende decennia. Bij de energietransitie zijn verschillende belanghebbenden (stakeholders) met soms tegenstrijdige belangen, zoals overheid, organisaties en burgers. Om de energietransitie goed te laten verlopen, moeten deze stakeholders actief bij het proces betrokken worden. Voordat dergelijke participatie-initiatieven succesvol kunnen zijn, is het allereerst belangrijk om de visies van deze verschillende stakeholdergroepen (professionals uit de publieke sector, professionals uit de energiesector, burgers) op de energietransitie in kaart te brengen. Desalniettemin is er nog weinig onderzoek naar communicatie over de energietransitie binnen de Nederlandse communicatiepraktijk. Het netwerk dat wordt opgezet met deze aanvraag biedt de mogelijkheid om verschillende praktijkperspectieven hierover te koppelen aan wetenschappelijk onderzoek. Specifiek brengen we kennis uit communicatieadviesbureaus, energiesector en beroepsvereniging bij elkaar. Een eerste stap naar een gedeelde kennisbank is een survey-onderzoek naar visies op de energietransitie binnen drie stakeholdergroepen: overheid, organisaties en burgers. De resultaten van deze studie zullen laten zien welke aspecten van de energietransitie door welke stakeholders saillant gemaakt worden, en welke aspecten onderbelicht blijven. Deze resultaten bieden vervolgens een aanzet tot optimalisering van communicatie over de energietransitie binnen deze groepen. Met behulp van de netwerkpartners zullen de resultaten vertaald worden in een tool voor communicatieprofessionals. De resultaten en tool zullen breed gedeeld worden onder Nederlandse communicatieprofessionals en bieden daarnaast een mogelijke opstap naar verdieping van samenwerking binnen het netwerk in vervolgprojecten.
Er zijn aanwijzingen dat mensen met schulden pas laat de weg vinden naar de hulpverlening, waardoor de problemen zijn opgelopen en moeilijker zijn op te lossen. De afgelopen jaren hebben gemeenten daarom veel geld geïnvesteerd in het eerder bereiken van inwoners met schulden en in de verbetering van de ondersteuning die zij ontvangen. Er is echter weinig bekend over de effectiviteit van deze interventies. Dat maakt doorontwikkeling van interventies lastig. In het onderzoek ‘Eerder uit de schulden: wat werkt?’ wordt gekeken naar het bereik en de effectiviteit van interventies voor mensen met betalingsachterstanden.Doel Het doel van dit project is om inzicht te krijgen in de werkzame bestanddelen van interventies gericht op het eerder bereiken en het ondersteuning bieden aan mensen met betalingsachterstanden. Waar mogelijk worden bestaande interventies verbeterd. Resultaten De uiteindelijke resultaten moeten gemeenten helpen om inzicht te krijgen in effectieve interventies die zij kunnen inzetten voor het bereiken en ondersteunen van hun inwoners met betalingsachterstanden. Het project wordt uitgevoerd door een breed consortium bestaande uit de volgende partners: CBS, HU, Pharos, Verwey-Jonker Instituut, Bureau Bartels, Save the Children, Valente, Gemeente Amsterdam, Gemeente Arnhem, Gemeente Deventer, Gemeente Gouda, Gemeente Haarlem en Gemeente Utrecht. Looptijd 01 mei 2020 - 01 mei 2023 Aanpak In het onderzoek worden interventies onderzocht met betrekking op vier thema’s. Binnen elk thema wordt een interventie onderzocht op welke elementen er werken en welke niet. Daarnaast gaat het onderzoek nog een stap verder door vanuit bestaande inzichten te kijken of de interventies aan gepast kunnen worden, om vervolgens te kijken of dit werkt. De volgende thema’s zullen worden onderzocht: Ondersteuningsgesprekken met schuldhulpverlening voorafgaande aan een formeel traject: meer informatie en hoe wij omgaan met de data; Samenwerking met ketenpartners: de warme doorverwijzing door derden bijvoorbeeld door de rechtbank of door de gezondheidszorg; Ondersteuning door vrijwilligers die zelf schulden hebben gehad (ervaringsvrijwilligers; Het bereiken van jongeren. Financiering Dit onderzoek is gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) met betrokkenheid van het ministerie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kader van de NWA ronde Schulden en Armoede.