Chronic pain rehabilitation programs are aimed at helping patients to increase their functioning despite being in pain, thereby improving their quality of life. However, conversations between patients and practitioners about how the patient could deal with his/her pain and pain-related disabilities in a different way can be interactionally challenging. This study adopts a discursive psychological perspective to explore how pain-related disability is negotiated by patients and practitioners during consultations. The analysis shows that pain-related disability is treated by both patients and practitioners as negotiable rather than a fixed reality. Moreover, it shows that patients’ and practitioners’ negotiations of disability are subject to issues of agency, accountability, and blame, and it provides insight into the interactional dilemmas that are at stake, both for patients and practitioners. Revalidatieprogramma’s voor patiënten met chronische pijn zijn gericht op het verbeteren van het functioneren ondanks de pijn, waardoor kwaliteit van leven wordt bevorderd. Conversaties tussen patiënten en behandelaars over de manier waarop de patiënt kan omgaan met de pijn en gerelateerde beperkingen kunnen interactionele uitdagingen met zich meebrengen. Dit hoofdstuk verkent vanuit discursief-psychologisch perspectief hoe beperkingen worden onderhandeld door patiënten en behandelaars in consulten. De analyse toont aan dat de beperkingen worden behandeld als onderhandelbaar in plaats van als een onveranderbare werkelijkheid. Bovendien toont de analyse dat in deze onderhandelingen bepaalde issues relevant worden gemaakt, zoals ‘agency’, verantwoordelijkheid en schuld. Inzicht wordt geboden in de interactionele dilemma’s die op het spel staan voor zowel patiënten als behandelaars.
Objective: Despite the increasing availability of eRehabilitation, its use remains limited. The aim of this study was to assess factors associated with willingness to use eRehabilitation. Design: Cross-sectional survey. Subjects: Stroke patients, informal caregivers, health-care professionals. Methods: The survey included personal characteristics, willingness to use eRehabilitation (yes/no) and barri-ers/facilitators influencing this willingness (4-point scale). Barriers/facilitators were merged into factors. The association between these factors and willingness to use eRehabilitation was assessed using logistic regression analyses. Results: Overall, 125 patients, 43 informal caregivers and 105 healthcare professionals participated in the study. Willingness to use eRehabilitation was positively influenced by perceived patient benefits (e.g. reduced travel time, increased motivation, better outcomes), among patients (odds ratio (OR) 2.68; 95% confidence interval (95% CI) 1.34–5.33), informal caregivers (OR 8.98; 95% CI 1.70–47.33) and healthcare professionals (OR 6.25; 95% CI 1.17–10.48). Insufficient knowledge decreased willingness to use eRehabilitation among pa-tients (OR 0.36, 95% CI 0.17–0.74). Limitations of the study include low response rates and possible response bias. Conclusion: Differences were found between patients/informal caregivers and healthcare professionals. Ho-wever, for both groups, perceived benefits of the use of eRehabilitation facilitated willingness to use eRehabili-tation. Further research is needed to determine the benefits of such programs, and inform all users about the potential benefits, and how to use eRehabilitation. Lay Abstract The use of digital eRehabilitation after stroke (e.g. in serious games, e-consultation and education) is increasing. However, the use of eRehabilitation in daily practice is limited. As a first step in increasing the use of eRehabilitation in stroke care, this study examined which factors influence the willingness of stroke patients, informal caregivers and healthcare professionals to use eRehabilitation. Beliefs about the benefits of eRehabilitation were found to have the largest positive impact on willingness to use eRehabilitation. These benefits included reduced travel time, increased adherence to therapy or motivation, and better health outcomes. The willingness to use eRehabilitation is limited by a lack of knowledge about how to use eRehabilitation.
Incorporating user requirements in the design of e-rehabilitation interventions facilitates their implementation. However, insight into requirements for e-rehabilitation after stroke is lacking. This study investigated which user requirements for stroke e-rehabilitation are important to stroke patients, informal caregivers, and health professionals. The methodology consisted of a survey study amongst stroke patients, informal caregivers, and health professionals (physicians, physical therapists and occupational therapists). The survey consisted of statements about requirements regarding accessibility, usability and content of a comprehensive stroke e-health intervention (4-point Likert scale, 1=unimportant/4=important). The mean with standard deviation was the metric used to determine the importance of requirements. Patients (N=125), informal caregivers (N=43), and health professionals (N=105) completed the survey. The mean score of user requirements regarding accessibility, usability and content for stroke e-rehabilitation was 3.1 for patients, 3.4 for informal caregivers and 3.4 for health professionals. Data showed that a large number of user requirements are important and should be incorporated into the design of stroke e-rehabilitation to facilitate their implementation.
Patiëntdata uit vragenlijsten, fysieke testen en ‘wearables’ hebben veel potentie om fysiotherapie-behandelingen te personaliseren (zogeheten ‘datagedragen’ zorg) en gedeelde besluitvorming tussen fysiotherapeut en patiënt te faciliteren. Hiermee kan fysiotherapie mogelijk doelmatiger en effectiever worden. Veel fysiotherapeuten en hun patiënten zien echter nauwelijks meerwaarde in het verzamelen van patiëntdata, maar vooral toegenomen administratieve last. In de bestaande landelijke databases krijgen fysiotherapeuten en hun patiënten de door hen zelf verzamelde patiëntdata via een online dashboard weliswaar teruggekoppeld, maar op een weinig betekenisvolle manier doordat het dashboard primair gericht is op wensen van externe partijen (zoals zorgverzekeraars). Door gebruik te maken van technologische innovaties zoals gepersonaliseerde datavisualisaties op basis van geavanceerde data science analyses kunnen patiëntdata betekenisvoller teruggekoppeld en ingezet worden. Wij zetten technologie dus in om ‘datagedragen’, gepersonaliseerde zorg, in dit geval binnen de fysiotherapie, een stap dichterbij te brengen. De kennis opgedaan in de project is tevens relevant voor andere zorgberoepen. In dit KIEM-project worden eerst wensen van eindgebruikers, bestaande succesvolle datavisualisaties en de hiervoor vereiste data science analyses geïnventariseerd (werkpakket 1: inventarisatie). Op basis hiervan worden meerdere prototypes van inzichtelijke datavisualisaties ontwikkeld (bijvoorbeeld visualisatie van patiëntscores in vergelijking met (beoogde) normscores, of van voorspelling van verwacht herstel op basis van data van vergelijkbare eerdere patiënten). Middels focusgroepinterviews met fysiotherapeuten en patiënten worden hieruit de meest kansrijke (maximaal 5) prototypes geselecteerd. Voor deze geselecteerde prototypes worden vervolgens de vereiste data-analyses ontwikkeld die de datavisualisaties op de dashboards van de landelijke databases mogelijk maken (werkpakket 2: prototypes en data-analyses). In kleine pilots worden deze datavisualisaties door eindgebruikers toegepast in de praktijk om te bepalen of ze daadwerkelijk aan hun wensen voldoen (werkpakket 3: pilots). Uit dit 1-jarige project kan een groot vervolgonderzoek ‘ontkiemen’ naar het effect van betekenisvolle datavisualisaties op de uitkomsten van zorg.
The main objective is to write a scientific paper in a peer-reviewed Open Access journal on the results of our feasibility study on increasing physical activity in home dwelling adults with chronic stroke. We feel this is important as this article aims to close a gap in the existing literature on behavioral interventions in physical therapy practice. Though our main target audience are other researchers, we feel clinical practice and current education on patients with stroke will benefit as well.
Chronische pijn is een groot, complex en duur probleem en heeft een grote impact op de kwaliteit van leven van patiënten, dagelijks functioneren, stemming en ziekteverzuim. Er zijn verschillende interventies ontwikkeld die met name gericht zijn op het beïnvloeden en veranderen van het gedrag waarbij zelfmanagement een belangrijke rol speelt. Echter het bestendigen van resultaten op lange termijn blijkt een groot probleem en leidt zelfs tot terugval naar “oud” gedrag waardoor patiënten opnieuw vaak kostbare hulp gaan zoeken. Er zijn twee additionele interventies ontwikkeld in een eerder RAAK-project (SOLACE) ter voorkoming van deze terugval: “Do It Your Self” en “Waarde gerichte Doelen” , echter de werkzaamheid van deze interventies op de lange termijn is niet onderzocht. Een eerste feasibility studie lijkt veelbelovend met positieve effecten naar de bruikbaarheid van deze interventies in de betrokken revalidatiecentra. Vanuit dit werkveld maar ook vanuit de patiënten kwam nadrukkelijk de vraag om deze interventies op effectiviteit te toetsen. Dit heeft geleid tot de onderzoeksvraag; “Is een additionele interventie (do it yourself en/of waarde gerichte doelen) gericht op het blijven toepassen van aangeleerde vaardigheden na een succesvol doorlopen pijn programma effectief in het bestendigen van de resultaten op de lange termijn en leidt dit tot een afname van het zorggebruik.” Het onderzoek wordt uitgevoerd in twee werkpakketten; (1) het ontwikkelen van een bruikbare app voor de ontwikkelde interventies in samenwerking met DIO Design en (2) een effectiviteit studie in de revalidatiecentra Adelante in Hoensbroek en Maastricht, Libra R&A locatie Weert en Heliomare Revalidatie in Wijk aan Zee. De doelstelling van het consortium is om de samen met zorgprofessionals, patiënten, beroepsvereniging en ontwerpers een product ter voorkoming van terugval verder te ontwikkelen en te toetsen. Na afronding van dit project zijn de op effectiviteit getoetste additionele interventies, DIY en WD, klaar om landelijk te worden uitgerold.