Background: This paper presents the findings of a pilot research survey which assessed the degree of balance between safety and productivity, and its relationship with awareness and communication of human factors and safety rules in the aircraft manufacturing environment.Methods: The study was carried out at two Australian aircraft manufacturing facilities where a Likertscale questionnaire was administered to a representative sample. The research instrument included topics relevant to the safety and human factors training provided to the target workforce. The answers were processed in overall, and against demographic characteristics of the sample population.Results: The workers were sufficiently aware of how human factors and safety rules influence their performance and acknowledged that supervisors had adequately communicated such topics. Safety and productivity seemed equally balanced across the sample. A preference for the former over the latter wasassociated with a higher awareness about human factors and safety rules, but not linked with safety communication. The size of the facility and the length and type of employment were occasionally correlated with responses to some communication and human factors topics and the equilibrium between productivity and safety.Conclusion: Although human factors training had been provided and sufficient bidirectional communication was present across the sample, it seems that quality and complexity factors might have influencedthe effects of those safety related practices on the safety-productivity balance for specific parts of the population studied. Customization of safety training and communication to specific characteristics of employees may be necessary to achieve the desired outcomes.
This paper presents an alternative way to use records from safety investigations as a means to support the evaluation of safety management (SM) aspects. Datasets from safety investigation reports and progress records of an aviation organization were analyzed with the scope of assessing safety management’s role, speed of safety communication, timeliness of safety investigation processes and realization of safety recommendations, and the extent of convergence among SM and investigation teams. The results suggested an interfering role of the safety department, severe delays in safety investigations, timely implementation of recommendations, quick dissemination of investigation reports to the end-users, and a low ratio of investigation team recommendations included in the final safety investigation reports. The results were attributed to non-scalable safety investigation procedures, ineffective resource management, lack of consistent bidirectional communication, lack of investigators’ awareness about the overall organizational context, and a weak commitment of other departments to the realization of safety recommendations. The set of metrics and the combination of quantitative and qualitative methods presented in this paper can support organizations to the transition towards a performance-based evaluation of safety management.
The influence of the built environment on travel behaviour and the role of intervening variables such as socio-demographics and travel-related attitudes have long been debated in the literature. To date, most empirical studies have applied cross-sectional designs to investigate their bidirectional relationships. However, these designs provide limited evidence for causality. This study represents one of the first attempts to employ a longitudinal design on these relationships. We applied cross lagged panel structural equation models to a two-wave longitudinal dataset to assess the directions and strengths of the relationships between the built environment, travel behaviour and travel-related attitudes. Results show that the residential built environment has a small but significant influence on car use and travel attitudes. In addition, the built environment influenced travel-related attitudes indicating that people tend to adjust their attitudes to their built environment. This provides some support for land use policies that aim to influence travel behaviour.
Onderzoek laat zien dat gedragsproblemen en leesproblemen vaak gelijktijdig voorkomen. Maar waar moet de leerkracht zich op richten; het gedrag of de leesprestaties? Voor de onderwijspraktijk is het relevant om uitsluitsel te krijgen over hoe deze problematiek in elkaar zit.Doel Uit veel onderzoek komt naar voren dat gedragsproblemen en leesproblemen bij veel kinderen min of meer gelijktijdig voorkomen. Leerkrachten zijn in deze situatie geneigd zich eerst te richten op het gedrag aangezien ze daar de meeste last van hebben. De primaire gerichtheid op gedragsproblemen uit zich ook in de grote vraag die er is naar begeleiding van leerkrachten bij het voorkomen en bestrijden van gedragsproblemen en de oververtegenwoordiging van studenten die bij de Master EN bij het Seminarium voor Orthopedagogiek de route Gedrag kiezen. De vraag is of deze gerichtheid terecht is en inderdaad tot de oplossing van de problemen leidt dan wel dat een achterliggend probleem de oorzaak is; namelijk een leesprobleem dat bij de leerling gedragsproblemen veroorzaakt. Het is relevant voor zowel de onderwijspraktijk als de opleidingen om uitsluitsel te krijgen over hoe deze problematiek in elkaar zit. In dit proefschrift wordt beoogd de vraag te beantwoorden of de gerichtheid op gedragsproblemen terecht is. Ook wil hiermee tegemoet worden gekomen aan de behoefte aan onderzoek waarmee de praktijk duidelijkere handvatten aangereikt krijgt om om te gaan met deze problemen en waar te beginnen met het bestrijden en voorkomen van de problemen. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord: 1) Gaan leesproblemen vooraf aan gedragsproblemen, is het andersom of is er sprake van wederzijdse volgtijdelijkheid? 2) Veroorzaken leesproblemen gedragsproblemen, is het andersom of veroorzaken zij elkaar? 3) In welke mate is lezen en gedrag te beïnvloeden door de leerkracht? Resultaten Het gedrag van leerlingen tijdens de leesles (aandacht, verstorend gedrag, emotionele stabiliteit) blijkt niet bij te dragen aan hun leesvaardigheid aan het eind van datzelfde schooljaar (groep 5); het is dus niet zo dat leerlingen die zich beter gedragen aan het begin van het jaar, beter lezen aan het eind van het jaar. Andersom is het wel zo dat leerlingen die aan het begin van het jaar beter lezen, zich aan het eind van het jaar beter gedragen (Brokamp, Houtveen & Van de Grift, 2018b; Brokamp, Houtveen & Van de Grift, submitted). Er wordt momenteel vervolgonderzoek uitgevoerd om te kijken of deze trend hetzelfde is over meerdere leerjaren. Wanneer gekeken wordt naar wat de leerkracht kan doen om zowel het lezen als het gedrag van de leerlingen tijdens de leesles te beïnvloeden, blijkt dat de leerkracht door het geven van een kwalitatief goede leesles ervoor kan zorgen dat de leerlingen beter gaan lezen, maar ook meer gefocust zijn, minder verstorend gedrag vertonen en (in minder mate) meer zelfvertrouwen hebben. Voor de praktijk heeft dit een belangrijke implicatie, namelijk het belang van goed leesonderwijs; het geven van een goede leesles zorgt niet alleen voor verbetering van de leesprestaties maar kan ook in positieve zin bijdragen aan het gedrag van de leerlingen (Brokamp, Houtveen & Van de Grift, 2016; 2018a). Brokamp, S.K., Houtveen, A.A.M., & Van de Grift, W.J.C.M. (submitted). Reading and behavioural and emotional engagement: a bidirectional relationship? Brokamp, S.K., Houtveen, A.A.M., & Van de Grift, W.J.C.M (2016, January). Reading, classroom behaviour and teaching skills. Paper presented at ICSEI 2016 Conference, Glasgow, UK. Brokamp, S.K., Houtveen, A.A.M., & Van de Grift, W.J.C.M (2018a). The relationship among students' reading performance, their classroom behavior, and teacher skills. The Journal of Educational Research. doi: 10.1080/00220671.2017.1411878 Brokamp, S.K., Houtveen, A.A.M., & Van de Grift, W.J.C.M (2018b, Juni). Leesvaardigheid en betrokkenheid tijdens het lezen: een bidirectionele relatie?. Paper gepresenteerd op de ORD 2018 Conferentie, Nijmegen, Nederland. Looptijd 01 december 2012 - 31 december 2020 Aanpak In het onderzoek meten we zowel het gedrag tijdens de leesles als de leesvaardigheid van de leerlingen over meerdere jaren. Ook bekijken we het instructiegedrag en algemeen pedagogisch handelen van de leerkrachten om de vraag te kunnen beantwoorden in welke mate de leerkrachten het lezen en gedrag van de leerlingen kunnen beïnvloeden.