CSRD staat voor Corporate Sustainability Reporting Directive. Via deze nieuwe wet- en regelgeving moeten bedrijven duurzaamheidsgegevens opnemen in hun jaarverslag onder andere vanuit de keten. Accountants dienen deze vervolgens te voorzien van een accountantsverklaring. Vanuit de bloembollen- en knollensector (in opdracht van de stichting Sustainable Suppliers; vertegenwoordigt 80% sector voor de droogverkoop) is er een CSRD-consortium opgericht met kernteamleden uit de keten. Royal Anthos (de brancheorganisatie voor de handel bloembollen en knollen) heeft de lead om met het consortium de toepassing van de CSRD te onderzoeken. Verwacht wordt dat een beperkt aantal bedrijven en afnemers van handelsbedrijven (vaak retailers) rapportageplichtig zullen zijn en de nodige duurzaamheidsinformatie zullen opvragen uit de keten. Tijdens de eerste CSRD-exploratie sessies kwamen vragen naar voren zoals: Kunnen producenten in de keten de data leveren? Wat wordt er van ze verwacht? Deze vragen zijn zeer geschikt om in een KIEM-aanvraag te onderzoeken, met als hoofdonderzoeksvraag: “Hoe beschikbaar en geschikt is de CSRD-data binnen de bloembollen- en knollensector bij leveranciers?”, en deelvragen: a) Welke eisen stellen afnemers aan producenten? b) In hoeverre voldoen de producenten aan de eisen? c) Hoe kunnen producenten voldoen aan deze nieuwe informatievraag? d) Welke inspanningen zijn nodig om ontbrekende data te verkrijgen? e) Welke rol hee^ bestaande certificering in de informatiebehoefte? De beoogde projectresultaten zijn: o Website CSRD Q&A bollensector: o Welke CSRD-informatie is voorhanden en wat niet (de GAP)? o Mogelijke acties om de GAP te verkleinen (laaghangend fruit) o Masterclass praktisch omgaan met CSRD (wordt omgezet naar een webinar) o Ontwikkelen van een vaktechnische publicatie en of wetenschappelijke publicatie Het KIEM-project wordt geleid en uitgevoerd door het Yuverta practoraat Circulaire Agribusiness waarin wordt samengewerkt met het Hogeschool Arnhem Nijmegen lectoraat Futureproof Control (gespecialiseerd op CSRD en reporting).
The project is a field study for several diverse hotel chains, including individual properties operated under the Marriott brand, Postillion Hotels. Each brand has unique values, missions, and visions. Therefore, this integration will lead to the development of company-specific sustainability strategies and processes. The study will use the model of levers of control to provide such tailor-made solutions and determine if a generic approach can be developed to match a corporate sustainability strategy with a corporate strategy and develop a supporting management control system for operationalizing the sustainability strategy. Research question: How can a hotel brand formulate and implement a sustainability strategy with a supporting management control system that not only complies with the new CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) legislation but also emphasizes the creation of substantial value in financial and ESG (Environmental, Social, and Governance) aspects, based on double materiality, in line with the organization's corporate values and beliefs? Objective The aim is to develop a validated method, including tools, that hotels can use to create a sustainability strategy in line with the CSRD guidelines. This strategy should create value for the organization, the environment, and society, while aligning with the hotel's values and beliefs. Merely being compliant with the CSRD is not enough for hotels. Instead, they should view the implementation of the CSRD as an opportunity to stand out in terms of sustainability. By creating value in areas such as environment, safety, and governance, or through the six capitals (financial, manufactured, intellectual, human, social and relationship, and natural) that align with the UN-SDGs, and explicitly taking both an inside-out and an outside in perspective (double materiality), hotels can significantly enhance their sustainability reputation.
Mkb-bedrijven in de maakindustrie vragen steeds meer om de-assemblage oplossingen, voor het uit elkaar halen van producten als deze End-of-Life zijn. De wens van bedrijven om ‘het goede’ te doen voor mens en klimaat, speelt een rol, maar duurzaamheid wordt natuurlijk ook steeds meer afgedwongen door CSRD, CSDDD, ESPR en andere regelgeving. Gezien de tekorten op de arbeidsmarkt zal dit (deels) geautomatiseerd en m.b.v. digitalisering aangepakt moeten worden. Veel bestaande producten zijn ontwikkeld zonder aandacht te besteden aan de-assemblage (ook wel demanufacturing). Werkvoorbereiding voor demanufacturing is nog niet geprofessionaliseerd. ‘Disassemblability’ ofwel de mate waarin een product gemakkelijk uit elkaar gehaald kan worden is een belangrijke variabele (Turkbay Romano et al., 2024). Kennis hierover, die wel door praktijkervaring aanwezig is, is niet geparametriseerd of gekoppeld aan specifieke producteigenschappen, waardoor elk demanufacturing plan ‘to-order’ gemaakt moet worden. Ook triage (Moeten we dit doen? Hoe gaan we het doen?) bij intake van productseries of individuele producten is belangrijk, maar criteria om te bepalen of hergebruik op product, component of materiaalniveau de moeite waard is ontbreken vaak. De stakeholders van dit project zien de noodzaak om stappen te zetten richting het vormgeven van de ‘demanufacturing guide’ in een productpaspoort, en het slim vullen hiervan, zodat ze benodigde de-assemblage handelingen en tools ‘smart’ kunnen bepalen, op basis van de -nu vaak beperkte- beschikbare productinformatie. Het doel van het project is dan ook te komen tot een gestandaardiseerde beschrijving voor de-assemblage, op basis van o.a. het fysieke product zelf, als onderdeel van een digitaal productpaspoort. Zo’n aanpak draagt bij aan hogere productiviteit, maar ook aan het beter voorspellen van de-assemblage kosten en daarmee het selecteren van producten met een interessante circulaire business case.