Hoofdstuk 5 in Moresprudentie in de praktijk. Wanneer ouders gaan scheiden, komen kinderen vaak in de knel. De sociale professionals die in dit soort situaties ondersteuning bieden raken verstrikt in een kluwen van belangen. Het risico is groot, dat zij in hun zorg om het belang van het kind, positie kiezen tegenover de ouder. Edith Raap laat in dit hoofdstuk zien dat het ook anders kan en wat dit betekent voor de ethische positie van de hulpverlener zelf.
Dit artikel is een beschouwende reflectie op een onderzoeksrapport dat we eerder schreven over het politiestraatwerk gedurende de coronacrisis, die volgens ons niet los gezien kan worden van de aard van onze complexe risicomaatschappij. Tijdens de coronacrisis moesten politieagenten op straat landelijk afgekondigde voorzorgsmaatregelen handhaven die tot doel hadden het risico op verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Dit veranderde het profiel van het politiestraatwerk, dat meer betrekking kreeg op het alledaagse sociale verkeer, niet het maatschappelijk domein waar politieagenten zich vanuit hun functie van handhaving van de rechtsorde en hulpverlening normaliter op focussen. Mede hierdoor werden politieagenten op het lokale niveau van hun werkgebied geconfronteerd met de bredere maatschappelijke effecten van de ‘coronamaatregelen’, die de landelijke overheid uit het oog was verloren. Dit leidde geregeld tot ethische dilemma’s. Het meest kenmerkende ethische dilemma was de vraag of het goed was te moeten optreden tegen mensen die gedrag vertoonden dat voor (en na) die tijd niet strafwaardig was. Hieruit trekken wij, op hoofdlijnen, twee lessen aangaande de politiefunctie in crisistijd. Ten eerste is het zaak de politie niet eendimensionaal te positioneren als zwaardmacht die landelijke maatregelen handhaaft, maar als handhavingsorgaan die de samenleving waarin zij werkt, helpt om door een crisis te komen. Lokaal maatwerk past daarbij, onder gezag van de burgemeester. Ten tweede dient binnen de politie expliciet de discussie te worden gevoerd over de morele dilemma’s die het handhaven van voorzorgsmaatregelen met zich meebrengt.
LINK
De maatregelen tegen de Covid-19 pandemie hadden grote impact op de uitvoering van het sociaal werk. Professionals worstelden met vraagstukken rondom de praktische uitvoerbaarheid van hun werk en kregen daarnaast te maken met allerlei nieuwe ethische vraagstukken rondom noodzakelijkheid en contact. Hoe kunnen zij omgaan met deze dilemma's?Doel Het doel van dit project was om samen met professionals te inventariseren welke ethische uitdagingen zij in de coronatijd tegen kwamen. Vervolgens is er samen met professionals gewerkt aan een concreet houvast over hoe om te gaan met deze dilemma’s, ook in tijden dat het geen crisis is. Resultaten Het resultaat is een breed inzetbaar houvast in de vorm van een beknopte vragenlijst op verschillende thema’s die professionals bewust maakt van waar de knelpunten zitten en wat zij nodig hebben om hier mee om te gaan. Looptijd 01 juli 2020 - 31 januari 2021 Aanpak Via een inventariserende vragenlijst uitgezet onder professionals is een globaal beeld ontstaan van waar de knelpunten zitten. Vervolgens zijn de resultaten in interactieve sessie met professionals samen verdiept. Dit leverde een conceptproduct op wat door professionals zelf in de praktijk is getest en geëvalueerd in nog een aantal sessies. Cofinanciering Dit project wordt mogelijk gemaakt door ZonMw in het kader van de subsidie ‘COVID-19: Wetenschap voor de praktijk’.