In dit hoofdstuk wordt het Nederlandse beleid geschetst van het tegengaan van radicalisering en het voorkomen van terroristisch geweld. Hierin neemt het ‘Actieprogramma integrale aanpak Jihadisme’ een belangrijke plaats in. Besproken wordt wat er goed gaat en wat de ontwikkelingsvragen zijn. Het hoofdstuk eindigt met een beschouwing over de behoefte aan sociale innovatie. Aangezien een aantal preventieve interventies behoorlijk ingrijpend kunnen zijn, is het zaak om bij de uitvoering te letten op eenduidigheid en adequate rechtsbescherming.
MULTIFILE
In twee regio’s – Midden Nederland en Noord Nederland – is geëxperimenteerd met een bredere reclasseringsinzet op ZSM. De ontwikkeling van een betekenisvolle en contextgerichte aanpak is een belangrijke doelstelling van ZSM. Om deze ontwikkeling goed van de grond te krijgen zijn deze twee pilot-werkplaatsen ingericht. In algemene zin kregen de deelnemende reclasseringswerkers de ruimte en de opdracht om ‘te doen wat nodig is’ en zich daarmee in samenwerking met het OM te richten op betekenisvolle manieren van afdoen en de ontwikkeling van een contextgerichte aanpak. De pilots verliepen in drie fasen. In de eerste fase lag het accent op initieren van nieuwe opties voor een betekenisvolle aanpak en identificeren van belemmeringen om deze aanpak uit te voeren. De tweede fase stond in het teken van uitproberen van nieuwe werkwijzen, die in derde fase uitgebreid en geconsolideerd zijn. In de derde fase is tevens nagedacht over condities bij de inrichting van nieuwe werkplaatsen en voor bredere implementatie van de werkwijze.
In twee regio’s – Midden-Nederland en Noord-Nederland – is geëxperimenteerd met een bredere reclasseringsinzet op ZSM. De ontwikkeling van een betekenisvolle en contextgerichte aanpak is een belangrijke doelstelling van ZSM. Om deze ontwikkeling goed van de grond te krijgen zijn deze twee pilot-werkplaatsen ingericht. In algemene zin kregen de deelnemende reclasseringswerkers de ruimte en de opdracht om ‘te doen wat nodig is’ en zich daarmee in samenwerking met het OM te richten op betekenisvolle manieren van afdoen en de ontwikkeling van een contextgerichte aanpak. De pilots verliepen in drie fasen. In de eerste fase lag het accent op initieren van nieuwe opties voor een betekenisvolle aanpak en identificeren van belemmeringen om deze aanpak uit te voeren. De tweede fase stond in het teken van uitproberen van nieuwe werkwijzen, die in derde fase uitgebreid en geconsolideerd zijn. In de derde fase is tevens nagedacht over condities bij de inrichting van nieuwe werkplaatsen en voor bredere implementatie van de werkwijze.
Democratie, burgerschapsvorming, kritisch denken en Bildung worden vaak samen genoemd, maar een heldere kijk op de onderlinge samenhang ontbreekt nog. In dit onderzoeksproject ontwikkelen we een visie op burgerschapsvorming in het middelbaar beroepsonderwijs, waarin kritisch denken en Bildung worden opgenomen.Doel We willen met het project 'Democratisering van kritisch denken' de volgende doelen bereiken: Het formuleren van een heldere kijk op het samenbrengen van kritisch denken, burgerschap, Bildung en de beroepsvoorbereiding in het mbo; Het creëren van een duurzame, professionele leergemeenschap; De ontwikkeling van kennis om kritisch denken toe te passen in de lespraktijk; Het beschikbaar stellen van leerplannen en meetinstrumenten voor mbo-docenten. Resultaten Dit onderzoek loopt. Na afloop vind je hier een samenvatting van de resultaten. Looptijd 17 september 2018 - 31 januari 2023 Aanpak Dit project is onderdeel van de Werkplaats Onderwijsonderzoek van NRO. Deze werkplaatsen zijn gericht op het instellen van duurzame ‘professionele leergemeenschappen’. Ook in dit project komen verschillende expertises samen: die van mbo-docenten (Nederlands, Burgerschap en vakdocenten), onderzoekers van een practoraat, het Expertisecentrum Kritisch Denken (ECKD), het lectoraat Normatieve professionalisering en twee universiteiten. Studenten en externe partners brengen bovendien praktijkkennis in. Samen werken de partners aan een visie op kritisch denken, burgerschap en bildung en de vertaling hiervan in leerlijnen en assessment-tools. Samen met mbo-docenten kijken we bovendien welke professionalisering er nodig is om kritisch denken toe te passen in het beroepsonderwijs. Lees meer over het project Democratisering van kritisch denken.
Fontys wil met haar praktijkgericht onderzoek meer impact generen, beter aansluiten bij de maatschappelijke partners en vraagstukken, meer samenhang creëren en een hoger kwaliteitsniveau bereiken. Fontys streeft naar een goede balans tussen centrale en decentrale agendasetting, inrichting en organisatie van onderzoek, samenhang van het onderzoek en een betere en effectieve onderzoeksinfrastructuur. De doorontwikkeling van de onderzoeksinfrastructuur zal leiden tot sterkere focus en massa binnen het onderzoek en een hogere kwaliteit en meer impact van het onderzoek. Onderzoeksinfrastructuur speelt een belangrijke randvoorwaardelijke rol in het praktijkgericht onderzoek. De infrastructuur bestaat uit de fysieke omgeving (laboratoria, werkplaatsen), ICT faciliteiten (research data, tools), inrichting van de organisatie (HR systemen, aansturing en visie), de technische ondersteuning en professionele omgeving waar denkkracht geconcentreerd is en mensen elkaar kunnen ontmoeten. De onderzoeksinfrastructuur moet onderzoekers in staat stellen om samen te werken aan relevante maatschappelijke opgaves en onderzoekers maximaal ondersteunen in het formuleren van onderzoeksdoelen, uitvoeren van projecten in samenwerking met maatschappelijke partners Fontys kiest binnen Impuls voor drie onderwerpen: 1. Research Data Management 2. Strategische positionering onderzoek 3. SPRONG projecten De Impuls middelen stellen Fontys in staat om een versnelling te geven aan de gekozen onderwerpen.
Reclasseringsorganisaties in Nederland maken een ontwikkeling door naar vakmanschap waarin professioneel handelen en besluitvorming ingebed is in actuele vakkennis en afgestemd op de reclasseringscliënt. Dat sluit aan bij de principes van evidence-based practice (EBP) waarbij professionals in staat zijn tot het maken van weloverwogen besluiten rondom professioneel handelen op basis van wetenschappelijke kennis, professionele expertise en cliëntexpertise. De reclasseringsorganisaties hebben al verscheidene stappen gezet richting een EBP, maar ervaren daarin diverse knelpunten. Reclasseringswerkers vinden het moeilijk om op een adequate manier de verbinding tussen theorie en praktijk te maken en ervaringen van cliënten te betrekken bij het nemen van besluiten. Met dit onderzoeksproject willen we, aansluitend bij bestaande ontwikkelingen in de drie landelijke reclasseringsorganisaties, bijdragen aan het doorontwikkelen van de reclasseringspraktijk naar een EBP werkwijze. Op basis van bevindingen uit praktijk en theorie ligt de focus daarbij in elk geval op het verbeteren van: a) beschikbaarheid en toepassen van wetenschappelijke kennis; b) gespreksvoering met cliënten gericht op gebruik van expertise van cliënten; c) expliciteren van tacit knowledge; d) bevorderen van gebruik van feedback, zowel van collega’s als van cliënten; e) pendelen tussen en verbinden van kennisbronnen. We doen dat in zes reclasseringsteams langs twee sporen: ontwikkelen en onderzoeken. Ontwikkelen: in ontwikkelwerkplaatsen gaan we samen met de professionals en cliënten aan de slag met het in kaart brengen van de wijze waarop EBP op dit moment vorm krijgt. Op grond daarvan gaan we met elkaar veelbelovende initiatieven doorontwikkelen en nieuwe werkwijzen ontwikkelen die kunnen bijdragen aan een EBP. Onderzoeken: we onderzoeken hoe deze werkwijzen bijdragen aan verandering van gedrag en opvattingen van reclasseringswerkers en de werkwijze in betrokken teams, passend bij een EBP. Daarnaast evalueren we in hoeverre versterking van EBP bijdraagt aan recidivebeperking en re-integratie van reclasseringscliënten.