Students’ health profession education includes learning at the workplace through placements. For students, participating in daily work activities in interaction with supervisors, co-workers and peers is a valuable practice to learn the expertise that is needed to become a health care professional. To contribute to the understanding of HPE-students’ workplace learning, the focus of this study is to identify affordances and characterise student’s participation during placements. We applied a research design based on observations. Three student-physiotherapists and four student-nurses were shadowed during two of their placement days. A categorisation of affordances is provided, in terms of students’ participation in activities, direct interactions and indirect interactions. Students’ daily participation in placements is discussed through unique combinations and sequences of the identified affordances reflecting changing patterns over time, and differences in the degree of presence or absence of supervisors, co-workers and peers.
De bacheloropleidingen Verpleegkunde in Nederland staan voor de uitdaging het nieuwe beroepsprofiel Bachelor Nursing 2020 te vertalen naar het onderwijs. Een deel van het nieuwe curriculum gaat over de inzet van eHealth. In dit document worden 14 verpleegkundige beroepstaken omschreven waarbij eHealth wordt ingezet. Beschreven wordt welke kennis, vaardigheden en houding van een verpleegkundige worden gevraagd om elke eHealth-taak zelfstandig uit te voeren. Elke taak wordt gekoppeld aan kernbegrippen van Bachelor Nursing 2020 en aan relevante CanMEDS-rollen.
Purpose: As recovery time after oncological surgery can be long, family caregivers often play an important role in the delivery of care after patients’ discharge. To prepare carers for this role, we developed a family involvement program (FIP) to enhance their active involvement in post-surgical oncology care during hospitalization. The purpose of this qualitative study was to explore family caregivers experience of participating in a FIP. Methods: We conducted semi-structured interviews with 12 family caregivers who participated in the family involvement program. The program is comprised of two main components (1) training and coaching of physicians and nurses; (2) active involvement of family caregivers in fundamental care activities. This active involvement included six activities. Data were analyzed using interpretative phenomenological analysis. Results: Family caregivers positively valued the program. Active participation in post-surgical care was experienced as an acceptable burden. The program gave participants the ability to simply be present (‘being there’) which was considered as essential and improved their understanding of care, although family caregivers sometimes experienced emotional moments. Active involvement strengthened existent relationship between the family caregiver and the patient. Participants thought clinical supervision. by nurses is important. Conclusions: Physical proximity appeared as an essential part of the family involvement program. It helped carers to feel they made a meaningful contribution to their loved ones’ wellbeing. Asking families to participate in fundamental care activities in post-surgical oncology care was acceptable, and not over-demanding for caregivers.
Er staat grote druk op het zorgsysteem in Nederland waarbij de toegankelijkheid voor zorg ernstig in het gedrang komt en er een grote urgentie is om na te denken over andere vormen van zorg. Uit wetenschappelijke literatuur is bekend dat technologie kan zorgen voor het vergroten van het zelfmanagement van patiënten en minder zorgconsumptie. Dit project richt zicht op patiënten die recent een stoma hebben gekregen. In het Catharina Ziekenhuis is veel onderzoek gedaan naar de behoefte met betrekking tot zelfmanagement van stomadragers en op basis daarvan is er een prototype van een app ontwikkeld, de StoManager. In een kleine pilot bleek het effect van het gebruik van de StoManager veelbelovend: patiënten gebruikten minder zorg, zijn meer tevreden en voelen zich meer bekwaam in het zelfmanagement t.a.v. de stomazorg. Een aandachtspunt is dat de patiënten aanbevelingen gaven over de doorontwikkeling en het verder personaliseren van de app. Deze aanvraag heeft als doel de StoManager verder door te ontwikkelen en de effecten te meten na implementatie van de app. De onderzoeksvragen zijn gericht op doorontwikkeling van de app, het ontwikkelen van een implementatiestrategie en het meten van de effecten na implementatie. De onderzoeksvragen worden uitgevoerd door studenten Verpleegkunde en Technische Bedrijfskunde, die verbonden zijn aan de Professionele werkplaats. De onderzoeksmethoden zijn kwalitatieve en kwantitatieve methoden. In het kwalitatieve deel zullen alle stakeholders betrokken worden om de app en de implementatiestrategie (door) te ontwikkelen. Bij de effectmeting worden de volgende uitkomstmaten gemeten: patiënten ervaringen, kwaliteit van leven, complicaties, mate van zelfmanagement en zorggebruik. Daarnaast wordt een werklastmeting bij de professionals uitgevoerd. Het project wordt uitgevoerd door het consortium bestaande uit Fontys Hogeschool, Catharina Ziekenhuis en Interactive Studios.