In de regio Zuid-Kennemerland (bestaande uit de gemeenten Haarlem, Heemstede, Bloemendaal, Zandvoort, Haarlemmerliede/Spaarnwoude en Bennebroek) zijn sinds acht jaar Sociale Teams actief. Sociale Teams zijn multidisciplinaire samenwerkingsverbanden gericht op de signalering en aanpak van multiproblemsituaties. Medewerkers van de GGD, woningcorporaties, politie, GGZ, verslavingszorg, maatschappelijk werk en andere organisaties komen circa tien keer per jaar bijeen om met elkaar complexe probleemsituaties aan te pakken, situaties waarbij veelal problemen als overlast, psychische problemen, schulden, verwaarlozing en verslaving een grote rol spelen. Sturend orgaan is de stuurgroep Sociale Teams. Namens deze stuurgroep heeft de GGD aan het landelijk kennisinstituut MOVISIE gevraagd om de werkwijze en de organisatie van de Sociale Teams te evalueren en te onderzoeken of er herijking nodig is. MOVISIE heeft documenten bestudeerd, sleutelfiguren geïnterviewd, Sociale Teams bezocht en een vragenlijst verspreid. Bovendien heeft MOVISIE een bijeenkomst georganiseerd voor dertig vertegenwoordigers van de verschillende deelnemende organisaties, zowel uitvoerenden als managers. Op deze bijeenkomst werden toekomstscenario’s besproken. Uit de evaluatie is te concluderen dat zo goed als alle respondenten het bestaan van de Sociale Teams een groot goed vinden. In vergelijking met de situatie van tien jaar geleden worden veel meer multiproblemsituaties gesignaleerd, aangepakt en opgelost, zo is de overtuiging van de meeste respondenten
Dit is de derde versie van het kaderdocument. Eerdere versies verschenen in 2010 en 2011. Het document is tot stand gekomen op verzoek van de Vakvereniging van Ervaringswerkers (VVvE) en de Landelijke Denktank Opleidingen Overleg Ervaringsdeskundigheid (LDOO). In de LDOO zijn vrijwel alle partijen betrokken die zich sterk maken voor de ontwikkeling van ervarings-deskundigheid. Het betreft hier cliënteninitiatieven als HEE, opleidingen (ROC’s en Hogescholen), alsmede kenniscentra en onderzoeksinstituten (IGPB, Kenniscentrum Ervaringskennis en Zelfhulp, lectoraten van hogescholen, Trimbos instituut). Ervaringsdeskundigheid is populair. Met name binnen de GGz en de Verslavingszorg worden steeds meer ervaringswerkers in dienst genomen. Dit doet een toenemend beroep op opleidingsmogelijkheden, zowel op MBO als op HBO niveau, in reguliere opleidingen of in korte trajecten voor deskundigheidsbevordering en traininng. In de loop van de bijeenkomsten van het LDOO zijn deze ontwikkelingen besproken. Er werd gezocht naar de kenmerkende elementen van ervaringsdeskundigheid en naar de bijbehorende competenties. In de loop van deze zoektocht bleek een toenemende behoefte aan een duidelijk begrippenkader. Een helder begrippenkader vergemakkelijkt immers het ontwikkelen van beleid rond zowel ervaringsdeskundigheid zelf, als ook rond opleidingen, onderzoek en inbedding in de praktijk.
Zo worden cliënten burgers beschrijft de uitgangspunten en methodiek van het Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen (SRH). Deze methodiek biedt professionals in de geestelijke gezondheidszorg, de maatschappelijke opvang en de verslavingszorg handvatten om cliënten optimale ondersteuning te geven. Het SRH werkt vanuit drie inspiratiebronnen: presentie, herstel en kracht. De professional is op een specifieke manier aanwezig in het leven van zijn cliënt en steunt van daaruit het unieke persoonlijk proces waarin deze weer zelfvertrouwen krijgt, beter leert omgaan met zijn kwetsbaarheid en opnieuw sociale rollen gaat vervullen. De professional herkent en stimuleert het benutten van eigen krachten van de cliënt én van de omgeving. Het boek bevat veel praktijkvoorbeelden en praktische aanwijzingen en is bedoeld voor opleiding en training van professionals op mbo- en hbo-niveau.
Aanleiding De geestelijke gezondheidszorg (GGZ) staat voor een grote opgave: er moet fors bezuinigd worden terwijl de kwaliteit van de zorg gehandhaafd moet blijven. Inzet van beeldcommunicatie kan hieraan een bijdrage leveren. Zorgverleners zijn echter niet of nauwelijks getraind op beeldcommunicatie. Ze zijn juist geoefend om subtiele signalen te interpreteren die via beeldcommunicatie niet of veel moeilijker waarneembaar zijn. Doelstelling De ambitie van het project is om GGZ-zorgverleners te ondersteunen bij het effectief inpassen van beeldbellen in de eigen zorgverlening. Daarvoor moeten de volgende drie doelen bereikt worden. 1. het verkrijgen van kennis en inzichten over de vraag waarom het (intensiever) inzetten van beeldbellen voor de GGZ-zorgverleners nu zo moeilijk is; 2. het omzetten van deze kennis en inzichten in producten die recht doen aan de complexiteit van de GGZ-problematiek en daarnaast praktisch toepasbaar zijn voor de drukbezette professional; 3. het verrijken van de opleidingen Verpleegkunde van deelnemende hogescholen Windesheim en Hanzehogeschool Groningen met modules en minoren waarin de verworven kennis en producten zijn geïntegreerd. De onderzoekers verzamelen data via diepte-interviews. Zij analyseren deze data met behulp van de affinity-diagrammingmethode. De resultaten van de analyses worden in workshops gedeeld met de GGZ-medewerkers en getoetst, om kennisuitwisseling en nadere vraagarticulatie te bevorderen. Beoogde resultaten De zorgverleners hebben behoefte aan praktische informatie en handvatten. De beoogde resultaten van het project zijn in eerste instantie een praktijkverhalenboek, video testimonials en checklists. Vervolgens kan daarop een e-learningmodule of MOOC en een serious game worden gebaseerd. Deze hulpmiddelen krijgen ook een plaats in het onderwijs van de verpleegkundeopleidingen van de deelnemende hogescholen.
Jonge mensen met een vluchtelingenachtergrond, die zich mogen vestigen in de Nederlandse samenleving, jonge statushouders, zijn kwetsbaar voor het ontwikkelen van psychische problemen en problematisch middelengebruik. Met name jonge statushouders hebben weinig kennis over middelengebruik, de relatie tot psychische problemen en de beschikbare zorg. Verklaringen voor psychische problemen en problematisch middelengebruik zijn divers. Psychische problemen kunnen bijvoorbeeld voortkomen uit schokkende gebeurtenissen voor of tijdens de reis naar Nederland of met onwetendheid over het effect van middelen. Ook ervaren jonge statushouders veel stress. Het risico op problematisch middelengebruik is verhoogd vanwege de interactie met psychische problemen en stress. Tegelijkertijd vinden jonge statushouders moeilijk de weg naar de GGZ en verslavingszorg en zijn ze moeilijk te bereiken door welzijnswerkers en zorgverleners. Binnen het door FNO Geestkracht gesubsidieerde praktijkgerichte projectonderzoek “GGZ en verslavingspreventie voor jonge statushouders: we doen het samen!” dat in november 2021 startte, bewerkstelligen we dat jonge statushouders eerder psychische- en verslavingsproblemen (h)erkennen en daarvoor hulp zoeken. Dit doen we samen met jonge statushouders zelf en professionals (vanuit Center of Expertise Urban Vitality HvA, Jellinek, Pharos en de gemeente Amsterdam). Het netwerk van organisaties die bij dit onderzoek betrokken zijn breidt zich steeds verder uit. Vanuit Jellinek Preventie is de vraag gekomen om een onderzoeksproject te starten, dat aansluit op bovengenoemd onderzoeksproject waarbij de wens is dat jonge statushouders met psychische en verslavingsproblematiek beter de weg vinden naar de GGZ- en verslavingszorg en dat welzijnswerkers en zorgverleners deze groep beter kan bereiken. Met dit professional doctorate traject willen we voortbouwen op bovengenoemd project. We constateren dat zorg- en welzijnsorganisaties elkaar niet goed kunnen vinden en dat dit belemmerend werkt: voor jonge statushouders om de GGZ en verslavingszorg te vinden en andersom. Een vraag daarbij is of het ontbreken van ervaringskennis binnen de reguliere welzijnsorganisaties en zorginstellingen belemmerend werkt.
Aanleiding In de verslavingszorg worden face-to-face en online behandelingen vaak gescheiden aangeboden. Zowel cliënten als zorgprofessionals melden dat zij behoefte hebben aan een geïntegreerd aanbod, ook wel blended care genoemd. Daarbij wordt face-to-face contact en online contact afgewisseld. Het toevoegen van een mobiele applicatie biedt mogelijk extra kansen voor zowel de zorgverlener als de cliënt. De online registratie van middelengebruik bijvoorbeeld leent zich uitstekend voor een mobiele applicatie (app). De introductie van technologische innovaties in de Nederlandse verslavingszorg zijn echter pas succesvol als zij leiden tot verbetering voor zowel de cliënt als de professional. Doelstelling Dit RAAK-project stelt zich tot doel om door middel van technologie het werk van de professional in de verslavingszorg effectiever te maken en de cliënt meer inzicht en regie te geven in zijn of haar behandeling. Onderzocht wordt óf en op welke wijze zorgprofessionals gebruik (willen) maken van blended carebehandeling. Het project onderzoekt de combinatie van blended behandeling met een mobiele applicatie. Samen met zowel cliënten als professionals in de verslavingszorg wordt een app ontwikkeld, getest en geëvalueerd. Dit RAAK-project kan de doorslag geven in de vraag of het wenselijk is om blended care op grotere schaal te introduceren in de verslavingszorg, al dan niet in combinatie met een mobiele applicatie. Beoogde resultaten Innovaties zullen in eerste instanties in de verslavingszorg worden geïntroduceerd. Ze zijn ook uit te rollen naar instellingen die mensen begeleiden bij het stoppen met roken. Door deze stakeholders al in het ontwerpproces te betrekken en door de al bestaande contacten met deze netwerken zijn belangrijke voorwaarden voor implementatie aanwezig. De kennis die het onderzoek oplevert, wordt direct toegepast in het curriculum van de bij het RAAK-project betrokken opleidingen.