Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Onder de naam Peil.onderwijs voert de Inspectie van het Onderwijs de regie over periodieke peilingsonderzoeken in het primair onderwijs. Peil.onderwijs is de opvolger van PPON, uitgevoerd door Cito. In deze peilingen wordt gerapporteerd over de inrichting van het onderwijs en de kennis, attitude en vaardigheden die leerlingen hebben op de gepeilde inhoudsgebieden. In de nieuwe opzet van de peilingen is een belangrijke doelstelling meer inzicht te verkrijgen in de relatie tussen kenmerken van het onderwijs, zoals aanbod, instructie en differentiatie en de competenties. In het voorjaar van 2024 is een nieuwe peiling gepland naar de kenmerken van bewegingsonderwijs en de bewegingscompetenties van leerlingen aan het einde van het basisonderwijs. Ter voorbereiding op deze peiling wordt een literatuurstudie uitgevoerd naar wat uit onderzoek bekend is over de relatie tussen de kenmerken van bewegingsonderwijs en de bewegingscompetenties. De centrale vraagstelling van dit literatuuronderzoek luidt als volgt: “Welke kenmerken van bewegingsonderwijs in het basisonderwijs dragen bij aan het behalen van de beoogde bewegingscompetenties?" Het doel van de literatuurstudie is inzicht geven in de factoren die bijdragen aan de bewegingscompetenties van leerlingen in de bovenbouw van het basisonderwijs. Het inzicht van de beïnvloedende factoren dient een kader te vormen voor de ontwikkeling van onderzoeksinstrumenten waarmee het bewegingsonderwijs in het geplande peilingsonderzoek in kaart gebracht kan worden. Als eerste stap is echter nodig om te kijken naar de inhoud van de bewegingscompetenties. Op dit moment bestaan de bewegingscompetenties uit grondvormen van bewegen (o.a. gooien en vangen) en reguleringsvaardigheden (o.a. hulpverlenen). Onder invloed van de verwachte verandering in het kader van curriculum.nu zullen de bewegingscompetenties waarschijnlijk verbreed worden. In deze studie gaan we uit van onderstaande bewegingscompetenties: •Leren bewegen •Gezond bewegen •Bewegen regelen •Bewegen betekenis geven •Samen bewegen •Beweegcontexten verbinden In de literatuurstudie wordt een schets gegeven van de doelen van het bewegingsonderwijs (bewegingscompetenties) en de kenmerken die hierop van invloed zijn. Op basis van een (internationale) literatuurstudie wordt per bewegingscompetentie aangegeven wat de werkzame elementen zijn. Op basis van deze informatie worden meer generieke werkzame elementen gedestilleerd. Hieruit volgen dan de aanbevelingen voor het bewegingsonderwijs en het peilingsonderzoek.
DOCUMENT
Met de pilot ‘Bewegen voor kinderen’ wordt ingestoken op het bewegingsonderwijs op de basisschool, en daarmee het binnenschoolse aanbod. Op deelnemende scholen krijgen alle groepen 3 t/m 8 tweemaal per week bewegingsonderwijs van de vakleerkracht.
Diezelfde vakleerkracht verzorgt ook tweemaal per week een naschools aanbod. Zoals in de raadsbrief benoemd is het doel de kwaliteit van het bewegingsonderwijs en het buitenschoolse sport- en beweegaanbod te verbeteren.
De aanleiding voor dit onderzoek is te vinden in de doelstelling: met het project wordt beoogd de kwaliteit te verbeteren. Maar wat is dan kwaliteit? Wanneer is er sprake van een goede of hoge kwaliteit? Welke factoren of criteria spelen hierbij een rol? De kernvraag binnen dit onderzoek luidt dan ook: Wat vinden beleidsmakers, leerkrachten en schooldirecties de belangrijkste criteria voor de kwaliteit van bewegingsonderwijs?
In deze publicatie worden de belangrijkste bevindingen en adviezen uiteengezet.
DOCUMENT
Hoofdstuk over professionalisering van de samenwerking tussen onderwijs en sport binnen het bewegingsonderwijs. Gepubliceerd in 'Onderwijs in bewegen, basisthema´s bewegingsonderwijs en sport op school' van Stegenman, Brouwer en Mooij.
LINK
Sport en bewegen dragen bij aan de gezondheid, aan de persoonsvorming, aan de integratie, aan de sociale cohesie, aan de … Jan en alleman, de overheid voorop, zijn daar welhaast heilig van overtuigd. En menigeen vindt dat dat in wezen allemaal (dus) ook geldt voor het bewegingsonderwijs1. Is het in het bewegingsonderwijs uiteindelijk om meer dan het beïnvloeden van het bewegingsgedrag van kinderen en jongeren te doen? We hebben hier over de vraag hoe we het bewegingsonderwijs verantwoorden. Die vraag naar de legitimatie van het bewegingsonderwijs houdt de gemoederen al zo lang als het vak bestaat flink bezig. En al sinds jaar en dag worden er in feite steeds drie stellingen betrokken.2 Ik spreek voor het gemak maar even van de compensatiebenadering, de ‘bewegen als middel’- benadering en de ‘bewegen als doel’-benadering. Over de eerste kunnen we heel kort zijn. De idee is dat het bewegingsonderwijs er is ter compensatie van het zittende bestaan verder op school, als ontspanning of afleiding tussen het geweld van al die cognitieve vakken. Deze kijk is vooral populair onder niet-bewegingsonderwijzers en zal er vast toe hebben bijgedragen dat het vak er (nog altijd) is. Maar hij is wat mager om als serieuze onderbouwing ervan te dienen. De andere twee benaderingen vragen wat meer aandacht. Die krijgen ze respectievelijk in de hoofdstukken 2 en 3. We kijken dan meteen ook maar in hoeverre de aan die zienswijzen gekoppelde verwachtingen en pretenties (momenteel) (kunnen) worden waargemaakt. Daarbij wordt duidelijk dat er op tal van fronten behoefte is aan kennisontwikkeling en met name ook aan een betere kennisinfrastructuur op het terrein van het bewegingsonderwijs en de sport. In het afsluitende hoofdstuk 4 hebben we het daar heel kort over. O ja. U treft op enkele plekken tussen die teksten, ter verluchtiging vooral, een min of meer bijpassende column.3
DOCUMENT
Physical Literacy gaat er in de kern om dat mensen beschikken over eigenschappen die het mogelijk maken een leven lang bewegen. Het begrip heeft een aantal implicaties voor het bewegingsonderwijs. Door Physical Literacy wordt het bewegingsonderwijs geïnspireerd een bijdrage te leveren aan de actuele beweegstatus van de leerlingen, maar óók aan een leven lang bewegen. Politiek is het concept Physical Literacy relevant in zoverre het fungeert als ankerpunt om idealen met betrekking tot bewegen en sport te agenderen en te vertalen in maatschappelijke praktijken. Het bewegingsonderwijs kan er alleen maar sterker, waardevoller en relevanter van worden.
LINK
Er is een toenemende vraag naar masteropgeleide docenten, ook bij LO. Docenten die kunnen inspelen op de veranderende samenleving en daaruit volgende uitdagingen voor het vak. Fontys Sporthogeschool start daarom in september 2018 de eerste voltijd-master die zich specifiek bezighoudt met LO. Dit artikel geeft een inkijk in de totstandkoming en de inhoud van de eerste Nederlandse voltijd-master voor het werkveld van de lichamelijke opvoeding: de master Sport- en Bewegingsonderwijs.
DOCUMENT
Uit peilingsonderzoek komt naar voren dat de vaardigheid van de leerlingen achteruit is gegaan ten opzichte van 2006. Ondanks de toename van sportlidmaatschap lijkt het erop dat steeds minder kinderen voldoen aan de beweegnorm van 1 uur per dag matig tot intensief bewegen. In dit artikel worden zes uitdagingen voor schoolleiding en (vak)leerkrachten geformuleerd ten behoeve van het beweegonderwijs:
1. Ontwikkel voldoende motorische vaardigheid bij ieder kind door een gevarieerd aanbod te creëren
2. Stimuleer een actieve leefstijl
3. Geef leerlingen inbreng bij de invulling van lessen of het niveau waarop ze bezig zijn
4. Overweeg het gebruik van digitale hulpmiddelen bij bewegingsonderwijs
5. Houd de vorderingen van leerlingen bij en koppel ze aan reguliere volgsystemen
6. Stimuleer collegiale intervisie van leerkrachten binnen en tussen scholen.
Bovenop bovenstaande uitdagingen lijkt een gezamenlijke inzet van schoolleiding en (vak)leerkrachten een goed aangrijpingspunt.
DOCUMENT
Begrippen zoals ‘legitimering’, ‘doeltreffendheid’, ‘doelmatigheid’, etc. worden vandaag voortdurend (door beleidsmakers) gekoppeld aan sport- en beweeginitiatieven. Ook het bewegingsonderwijs ontkomt hier niet aan. Meer zelfs, al enkele decennia staat het legitimeringsvraagstuk met stip genoteerd bij ieder die het bewegingsonderwijs een warm of een iets minder warm hart toedraagt. In dit artikel wordt stil gestaan bij de bijdrage die onderzoek en/of een onderzoekende houding kan leveren aan de verdere professionalisering van het bewegingsonderwijs, en bijgevolg ook aan het legitimeringsvraagstuk. Er wordt specifiek aandacht besteed aan de rol van de HBO-opleidingen in het stimuleren van een onderzoekende houding in het bewegingsonderwijs. In een eerste deel wordt dieper ingegaan op een afbakening van het begrip onderzoek en de meerwaarde voor de beroepspraktijk. Vervolgens wordt toegelicht op welke wijze het hoger beroepsonderwijs kan bijdragen aan de verdere professionalisering van het bewegingsonderwijs.
DOCUMENT
Nadat in 2010 vanwege financiële redenen het schoolzwemmen is afgeschaft bleek uit onderzoek van het Instituut van Sportstudies (onderdeel van de Hanzehogeschool) in juni 2015 dat slechts 35% van de kinderen het zwemdiploma A opnieuw zouden halen. Dit was voor de gemeente Groningen aanleiding om in het schooljaar van 2015 te starten met bewegingsonderwijs in het water, genaamd Bswim. In de jaren daarna heeft de Hanzehogeschool praktijkgericht onderzoek uitgevoerd om te kijken wat het effect van dit programma is. In dit blog geven we een update.
LINK
Misschien vinden sommige gymleraren de intensiteit van de gymles niet heel erg belangrijk en geven ze de voorrang aan allerhande andere doelen... Dat kan en dat mag ook. Bovendien, we zijn in Nederland nu toch zo langzamerhand wel afgestapt van het biologisch georiënteerd vakconcept waarin bewegingsonderwijs slechts middel was om het lichaam te vormen en te ster- ken. Uiteraard klopt dat en dit artikel is dan ook zeker geen pleidooi voor een terugkeer naar het verleden. Toch is er wel een aantal redenen aan te voeren om de intensiteit van je lessen eens kritisch tegen het licht te houden.
DOCUMENT