dr. Maike Kooijmans sprak op 21 februari 2025 haar afscheidsrede uit. De afscheidsrede geeft een overzicht van acht jaar onderzoek in haar lectoraat Opvoeden voor de Toekomst. Verhalen en resultaten van acht jaar lectoraatswerk, met een vooruitblik in de toekomst.
Alle kinderen zijn op opvoeding aangewezen. Binnen de vanzelfsprekendheid van een pedagogische relatie en de wederzijdse betrokkenheid tussen opvoeder en kind ontwikkelt het kind zich op weg naar volwassenheid. Meestal verloopt dit proces zonder al te veel problemen. Bij zo'n tien tot vijftien procent van de kinderen verlopen ontwikkeling en opvoeding echter niet vanzelf. Dit uit zich veelal in achterstanden en probleemgedrag bij het kind en een grote handelingsverlegenheid bij de opvoeders. Waar dat opvoeden niet meer vanzelf gaat, kunnen professionals vanuit een orthopedagogische invalshoek een bijdrage leveren aan een maximaal 'herstel van het normale leven'. Dat vraagt van hen een speciale deskundigheid. In Als opvoeden niet vanzelf gaat worden hiervoor de bouwstenen geleverd. De lezer maakt eerst kennis met orthopedagogiek en de betekenis hiervan voor problematische opvoedingssituaties. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de bagage waarover een professionele opvoeder (jeugdzorgwerker of leerkracht) dient te beschikken. Daarna komt het opvoedkundig handelen bij veel voorkomende problemen en stoornissen aan de orde. Het boek sluit af met een overzicht van organisaties in het orthopedagogisch werkveld. Op de website www.thiememeulenhoff.nl worden vier bijlagen bij deze uitgave aangeboden, waarin dieper wordt ingegaan op het orthopedagogische werkveld: de gemeentelijke en bovengemeentelijke voorzieningen, de jeugdzorg, de zorg voor kinderen met een beperking of ziekte en het onderwijs.
INCLU-ZIE bestaat uit het lectoraat Jeugd en het lectoraat Klantenperspectief in ondersteuning en zorg (Hogeschool Windesheim), het lectoraat Jeugdhulp in transformatie (De Haagse Hogeschool), het lectoraat Jeugd (Hogeschool Utrecht) en het lectoraat Residentiële Jeugdzorg (Hogeschool Leiden). INCLU-ZIE constateert dat er al jarenlang en bij diverse wetswijzigingen voor jeugd, onderwijs en gezondheid een beweging is ontstaan die tegengesteld is aan de doelstelling van deze wetswijzigingen zelf alsook aan de uitgangspunten van de KIA Gezondheid en Zorg. In plaats van meer jeugdigen die gezonder en in welbevinden opgroeien lijkt het resultaat tegenovergesteld: het gebruik van jeugdhulp stijgt door. INCLU-ZIE werkt aan kennis die het inclusief en gezond opgroeien in een complexe samenleving mogelijk maakt. Het doel is om meer jeugdigen gezond (minder ziektelast, missie I) en in welbevinden te kunnen laten opgroeien door de focus te leggen op de context rond jeugdigen (meer ondersteuning vanuit leefomgeving, missie II). Het nastreven van deze doelstelling leidt tot een nieuwe sturende visie voor beleid en praktijk om de missie(s) van de KIA Gezondheid en Zorg te bereiken. INCLU-ZIE richt zich op de doorontwikkeling naar een krachtige SPRONG-groep op het gebied van inclusief en gezond opgroeien. We zetten in op (1) het doorontwikkelen onderzoeksmethoden van en outcome factoren voor inclusief opgroeien voor landelijk/gemeentelijk beleid, (2) impact creëren in het maatschappelijke debat over normen rond opgroeien en opvoeden in de complexe samenleving, (3) professionalisering INCLU-ZIE en opleiden van (toekomstige) professionals en (4) het versterken van de kennisinfrastructuur (intern & extern). We werken vanuit de werkpakketten met leernetwerken waarbij drie bronnen van kennis (ervarings-, praktijk- en wetenschappelijke kennis) centraal staan en waarin we domeinoverstijgend en transdisciplinair (samen)werken. Dat doen we samen met jeugdigen, professionals, consortiumpartners en netwerkpartners vanuit de verschillende domeinen van welzijn, onderwijs, jeugdgezondheidszorg en jeugdhulp.
Er is een groeiende bezorgdheid over het welzijn van jongeren en hun ouders. Meerdere deskundigen wijzen op de voortdurende druk en verminderd mentaal welzijn bij ouders én hun kinderen. Ondertussen piept en kraakt de Jeugdhulp en Jeugdbescherming. De kosten lopen op, personeel loopt weg en inmiddels ontvangt één op de zeven jongeren jeugdhulp. Het zorgstelsel staat onder enorme druk. Het moet anders, maar hoe? Het is duidelijk dat de focus op een individuele benadering niet langer voldoende is. De Raad van Volksgezondheid noemt dat centraal zou moeten staan: het in samenhang verbeteren van de leefomgeving en het versterken van het alledaagse leven van gezinnen. Dit is in lijn met vele adviezen hiervoor. Willen we een hoopvolle en kansrijke generatie groot brengen moeten we naar een pedagogiek waar de samenleving bij betrokken is. De gemeente Ede gaat deze uitdaging aan en wil gezondheid en welzijn in de breedte van opgroeien en opvoeden beïnvloeden voor álle jeugdigen en hun ouders. Dit PD-traject gaat over hoe je een kansrijke omgeving creëert voor jeugdigen en hun ouders, samen met de mensen die in die omgeving wonen en werken. We hanteren een community based aanpak waarin de gemeente Ede, inwoners, onderwijs, zorg- en medische professionals nauw samenwerken. Op basis van beschikbare kennis vanuit wetenschap, praktijk en ervaring, worden beschermende factoren voor een kansrijke omgeving uitgebouwd. Hierdoor ontstaat nieuwe kennis, innovatie én verandering die passend zijn bij en voor de Edese inwoner. Alleen door actief samen op te trekken en met elkaar te pionieren kunnen we een kansrijke omgeving creëren die zowel gedragen als blijvend is zodat het welzijn van jeugdigen en hun ouders in de gemeente Ede toeneemt.
Het is van groot maatschappelijk belang om de ontwikkelingskansen van jeugdigen in kwetsbare gezinnen te optimaliseren. Wanneer thuis, school en hulpverlening goed op elkaar aansluiten heeft dit een positief effect op welbevinden, leerprestaties en gedrag van jeugdigen. Het leidt tot groei in hun psychosociale ontwikkeling en versterkt de eigen regie van ouders op de opvoeding. Professionals in onderwijs en jeugdhulp zouden jeugdigen en hun ouders als partners moeten zien waarmee ze gezamenlijk werken aan hun ontwikkeling. In de praktijk is het echter complex om een duurzame samenwerking op basis van gelijkwaardigheid met ouders te realiseren en de stem van jongeren daarin een centrale plek te geven. Zeker bij kwetsbare gezinnen. Uit de evaluatie van Passend Onderwijs blijkt dat ouders en jeugdigen zich onvoldoende gehoord voelen en beter betrokken zouden moeten worden bij beslissingen rondom zorg. Het doel van het project is om partnerschap te verbeteren zodat leraren en jeugdhulpverleners samen met jeugdigen en ouders de meest passende ondersteuning bij opvoeden en opgroeien vinden. Het onderzoek kent een mixed methods design. Het is erop gericht de kwaliteit (vragenlijstonderzoek) en de aard (interviewstudie) van de samenwerking tussen ouders, jeugdigen en professionals te onderzoeken; tools voor het versterken van de eigen regie van jeugdigen en ouders te ontwikkelen (participatief actieonderzoek) en kennis van professionals uit verschillende domeinen van jeugdhulp en onderwijs te verbinden (learning communities). Het project heeft een kennisplatform (www.educatief-partnerschap.nl) waar doorlopend bevindingen, good practices en tools gedeeld worden. Het project wordt uitgevoerd bij een jeugdhulporganisatie voor jeugdigen met een licht verstandelijke beperking, een welzijnsorganisatie en een stichting voor speciaal onderwijs. We verbinden onderwijs en jeugdhulp in dit project en betrekken nadrukkelijk ouders en jeugdigen erbij om invulling te geven aan het server user perspective en verbeteringen voor partnerschap te creëren waar alle betrokkenen baat bij hebben.